Platte tekst van het verslag
ONDERZOEKSRAPPORT
Verslag van bevindingen oorzaken- en regelmatigheidsonderzoek
Inzake
FAILLISSEMENT D-RT GROEP/D-REIZEN
Karel Willemse en Ton Tekstra, curatoren
Haarlem/Amsterdam 31 januari 2025
2
Inhoudsopgave
1. Inleiding en plan van behandeling p. 3
2. Voorgeschiedenis D-reizen (tot de faillietverklaring) p. 7
3. De (financiële) positie bij D-reizen voorafgaand aan
Covid-19; publicatie jaarrekeningen, accountants-
verklaring bij jaarrekening 2019 p. 10
4. Gang van zaken vanaf maart 2020: uitgifte van vouchers p. 13
5. Door D-reizen vanaf maart 2020 gedane betalingen en
verrichte investeringen p. 18
6. De rol en positie van de Raad van Commissarissen p. 20
7. Gang van zaken rond de refund van vliegtickets p. 22
8. Het voucherfonds en de positie daarbij van D-reizen p. 24
9. Omboekingen naar pakketreizen p. 27
10. De financiering van D-reizen door RTG p. 29
11. De management buy-out in december 2020 en de afwikkeling
van de Uniconsult-vordering p. 31
12. Slotopmerkingen p. 32
3
1. Inleiding en plan van behandeling
Inleiding (algemeen overzicht)
1.1 Op 6 april 2021 werden de volgende vennootschappen door de Rechtbank Noord-
Holland in staat van faillissement verklaard:
- D-RT Groep B.V.,
- D-RT Retail B.V. en
- D-RT Shared Services B.V.
Deze vennootschappen, die zich bezig hielden met het als reisagent verzorgen van
vliegvakanties, zullen hierna ook wel kortheidshalve worden aangeduid als (de onder-
neming) “D-reizen”.
1.2 De faillissementen volgden op een roerige periode die met name aanving in maart
2020, toen door de grote verspreiding van het Covid-19 virus de reiswereld feitelijk
‘op slot’ ging. Daardoor werden vliegvakanties op grote schaal geannuleerd. Dat leid-
de ertoe dat de klanten aanspraak maakten op terugbetaling van de reeds voor de va-
kantie gedane (aan)betalingen, die zich deels bij D-reizen bevonden en deels bij de
touroperators, die de reis zouden verzorgen. In geval van de annulering van vliegtic-
kets zonder verder reisarrangement, hadden de klanten aanspraak op terugbetaling van
het ticket.
1.3 Tegelijkertijd werden er bijna geen nieuwe reizen meer geboekt. De reisomzet van D-
reizen, die normaal gesproken op het niveau lag van circa € 550 miljoen (met een
commissiemarge van 10-12%) viel over 2020 terug met zo’n 95% naar € 25 miljoen
en er werd over dat jaar een verlies geleden van circa € 29 miljoen. D-reizen had in
die periode circa 1.200 mensen in dienst en ongeveer 280 reiswinkels door Nederland
onder beheer. Covid-19 had dus voor de reisbranche vanaf maart 2020 een grote im-
pact, zeker ook voor D-reizen.
1.4 De Stichting Garantiefonds Reisgelden (“SGR”), het Nederlandse reisgarantiefonds,
heeft op 14 maart 2020 een besluit genomen en afgekondigd waarbij het, kort gezegd,
vanaf 16 maart 2020 aan touroperators werd toegestaan om onder nader gestelde
4
voorwaarden, in plaats van de terugbetaling van de (aan)betaalde reissom, vouchers
aan de klanten af te geven met een maximale geldigheidsduur van een jaar. Zij wor-
den wel aangeduid als “coronavouchers”.
1.5 Vervolgens is op 28 april 2020 door SGR een aanvullend besluit afgekondigd, waarin
is aangegeven dat ook reisagenten (zoals D-reizen) coronavouchers zouden mogen
uitgeven, onder nader aangegeven voorwaarden.
1.6 Door D-reizen zijn in de periode vanaf april 2020 voor circa 22.000 geannuleerde
reizen coronavouchers uitgegeven, met daarop de vermelding van een ‘SGR-dekking’,
dit voor een totaalbedrag van circa € 44 miljoen en het betrof circa 80.000 reizigers.
1.7 Daarnaast ontving D-reizen vanaf ongeveer juni 2020 terugbetalingen van geannu-
leerde vliegtickets. Deze terugbetalingen, ook wel aangeduid als ‘refunds’, werden
eerst door de luchtvaartmaatschappijen verricht aan Airtrade en die betaalde het door
aan D-reizen. Het gaat in totaal om een bedrag van circa € 9.6 miljoen aan refunds. D-
reizen heeft uiteindelijk niet al deze refunds aan de klanten doorbetaald.
1.8 Een andere gebeurtenis die de aandacht heeft getrokken, is dat in de maand maart
2021 door D-reizen op een zekere – relatief bescheiden – schaal nog is gepoogd om
reizen, die niet onder een SGR-dekking zouden vallen, “om te boeken” naar pakket-
reizen. De kennelijke bedoeling was dat daardoor wel een SGR-dekking kon worden
verkregen.
1.9 Tijdens de ‘coronaperiode’ kreeg D-reizen nog via diverse kanalen de beschikking
over financiële middelen. Naast de aanbetalingen voor de reeds geboekte reizen
(waarvoor veelal coronavouchers werden uitgegeven) en de refunds van de vliegtic-
kets, kwam D-reizen met name in aanmerking voor NOW-subsidie ter dekking – voor
een groot deel – van de (doorlopende) loonkosten. D-reizen kwam tevens in aanmer-
king voor het bijzondere uitstel van betaling door de Belastingdienst.
1.10 Daar stond tegenover dat vooral de kosten voor de ca 280 winkels gewoon bleven
doorlopen. Met een aantal verhuurders werd overigens wel afspraken gemaakt, kort
5
gezegd inhoudende dat er over de lockdownperiode minder huur hoefde te worden be-
taald (meestal de helft).
1.11 De voorgaande gebeurtenissen zijn door curatoren nader onderzocht en zij doen in dit
rapport verslag van hun bevindingen. De bevindingen zijn in concept aan de direct be-
trokkenen voorgehouden en die zijn in staat gesteld, in het kader van hoor- en weder-
hoor, om daarop te reageren ten aanzien van de feitelijke juistheid. Die reacties zijn
vervolgens in dit rapport verwerkt.
Plan van behandeling
1.12 Voordat aan een nadere behandeling van deze gebeurtenissen wordt toegekomen,
wordt eerst (in hoofdstuk 2) een voorgeschiedenis van D-reizen geschetst, vanaf haar
ontstaan in 1965.
1.13 Daarna wordt beschreven wat de positie van D-reizen was voorafgaand aan het ver-
schijnen van de Covid-19 pandemie, mede aan de hand van (de publicatie van) de
jaarrekening 2019 (hoofdstuk 3). Vervolgens wordt ingegaan op de gang van zaken
bij de uitgifte van de coronavouchers (hoofdstuk 4).
1.14 Tevens wordt ingegaan op de geldstromen die bij D-reizen hebben plaatsgevonden in
de periode maart 2020 tot de faillissementsdatum van 6 april 2021 (hoofdstuk 5).
Daarbij wordt ingegaan op de vraag of de beschikbare financiële middelen, gegeven
de omstandigheden die zich gedurende de coronapandemie aandienden, op een zake-
lijke wijze zijn besteed, dan wel of zich mogelijke onregelmatigheden of onrechtma-
tigheden bij D-reizen hebben voorgedaan. Hoofdstuk 6 behandelt de rol en positie van
de Raad van Commissarissen bij D-reizen.
1.15 In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de gang van zaken rond de refunds van vliegtickets
via D-reizen. Daarna wordt in hoofdstuk 8 aandacht besteed aan het voucherfonds en
de positie daarbij van D-reizen. In hoofdstuk 9 komt aan de orde de omboekingen
naar pakketreizen zoals die in de periode voorafgaand aan het faillissement) hebben
plaatsgevonden. Hoofdstuk 10 behandelt de financiering van D-reizen door RTG. In
hoofdstuk 11 wordt de management buy-out in december 2020 en de afwikkeling van
de Uniconsult-vordering besproken.
6
1.16 Het verslag wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen in hoofdstuk 12.
Wijze waarop onderzoek is verricht
1.17 Door curatoren is het onderzoek, kort samengevat, als volgt verricht. Samen met hun
medewerkers hebben zij zoveel mogelijk documenten verzameld die voor het onder-
zoek relevant zouden kunnen zijn. Daarnaast hebben vele gesprekken met de diverse
betrokkenen (zoals de (oud)directie, personeel, commissarissen, grootaandeelhouder,
SGR) plaatsgevonden, in het kader waarvan eveneens nadere documenten zijn opge-
vraagd en gegevens zij gecontroleerd.
1.18 Daarnaast hebben curatoren een gespecialiseerd financieel bureau ingeschakeld om de
betaalstromen bij D-reizen in kaart te brengen, met name de vanaf maart 2020 gedane
betalingen en verrichte investeringen, en daarbij te onderzoeken op eventuele onre-
gelmatigheden. De resultaten daarvan worden in hoofdstuk 5 besproken.
7
2. Voorgeschiedenis D-reizen (tot de faillietverklaring)
2.1 De onderneming die later D-reizen zou gaan worden, ontstond in 1965. Supermarkt-
ondernemer Dirk van den Broek ging toen vanuit zijn supermarkt in Amsterdam-West
(de Kinkerstraat) de eerste reizen aanbieden, via een systeem met spaarzegels, voor de
klanten van de supermarkt.
1
Na de overname van een Limburgse touroperator door
Van den Broek in 1966 ontstond het eerste Van den Broek reisbureau onder de naam
D-tours.
2.2 In 1982 stootte D-tours de touroperatoractiviteiten af om zich te concentreren op de
steeds verder groeiende keten van reisbureaus. Die kregen een full service functie als
D-reizen Vakantiewinkels. In 2013 nam D-reizen nog 81 Globe reisbureaus over en
zo kwam het totaal toen op 270 winkels. Touroperator TUI ontwikkelde zich in de
tussentijd als een belangrijke ‘afnemer’ van de diensten van D-reizen, goed voor zo’n
30% van de totale reisomzet bij D-reizen.
2.3 In 2014 kwam D-reizen, na een fusie met VakantieXperts en de Thomas Cook Travel
Shops, in handen van de Duitse reisorganisatie Raiffeisen Touristik Group GmbH
(hierna aangeduid als “RTG”). De familie Van den Broek nam op deze manier af-
scheid van haar belang in D-reizen.
2.4 Wel bleef er een binding, met name doordat de familie via de Stichting Uniconsult
nog een lening had uitstaan bij D-reizen, versterkt door een pandrecht op de IE-
rechten van D-reizen zoals ondergebracht in de dochtervennootschap Demed B.V. en
daarnaast versterkt door een garantie van moederbedrijf RTG.
2.5 Vanuit de familie werd ook een commissaris ‘geleverd’ ten behoeve van de Raad van
Commissaris zoals ingesteld bij D-RT Groep B.V.
2.6 De ‘Uniconsult lening’, daterend van 28 september 2016, bedroeg oorspronkelijk € 10
miljoen met een aflossingsschema van € 1 miljoen per jaar, te vermeerderen met ren-
te. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening werd op genoemde datum een
1
Deze historische beschrijving is mede ontleend aan Wikipedia.
8
(derden)pandrecht gevestigd op de IE-rechten ten aanzien van D-reizen (merken en
domeinnamen) zoals die zich bevonden in dochtervennootschap Demed B.V.
2.7 Toen de reisbranche vanaf maart 2020 wereldwijd in de problemen kwam door Covid-
19, had dit ook negatieve gevolgen voor moederbedrijf RTG. Met name om in aan-
merking te komen voor financiële steun van de kant van de Duitse overheid, stuurde
RTG er (kort samengevat) op aan haar financiële verplichtingen richting D-reizen af
te bouwen en uiteindelijk haar belang te vervreemden. Dit leidde er toe dat op 23 de-
cember 2020, bij wege van management buy-out, haar aandelen voor € 1 werden
overgedragen aan Selten B.V., een vennootschap van de (toenmalige) directie van D-
reizen.
2.8 Het ‘slotstuk’ van deze buy-out en het afwikkelen van de financiële exposure voor
RTG vanwege het belang in D-reizen, was dat RTG op 15 februari 2021 de Unicon-
sult lening van Stichting Uniconsult (met het daaraan verbonden pandrecht) overnam
voor een bedrag van € 5.5 miljoen en die vervolgens voor een bedrag van € 2 miljoen
verkocht aan Selten. B.V. (zie verder hoofdstuk 11).
2.9 Daarmee was RTG definitief uit haar investering in D-reizen gestapt. De directie van
D-reizen ging er bij de buy-out vanuit dat D-reizen in aanmerking zou komen voor
een zodanige financiering uit het door de Nederlandse overheid op te zetten ‘voucher-
fonds’ dat daarmee de uitstaande coronavouchers konden worden ‘geherfinancierd’,
gekoppeld aan het weer zodanig aantrekken van de reismarkt dat de omzetvolumes
zich weer zouden herstellen.
2.10 Het voucherfonds bleek echter een lager bedrag, als voucherlening, beschikbaar te
stellen dan verwacht (dit onderwerp komt in hoofdstuk 8 nog nader aan de orde) en
daarnaast trok de reismarkt in het eerste kwartaal van 2021 niet serieus aan.
2.11 D-reizen voerde nog, samen met de coöperatie Dutch Travel Retail United, een kort
geding tegen SGR en de Staat om meer middelen uit het voucherfonds te verkrijgen.
Maar de Voorzieningenrechter te Rotterdam wees bij vonnis van 24 maart 2021,
ECLI:NL:RBROT:2021:2558 de vorderingen van D-reizen c.s. af.
9
2.12 Inmiddels waren enkele touroperators, waaronder met name TUI en Corendon al
overgegaan tot een ‘sale stop’ richting D-reizen. Die hield in dat D-reizen geen reizen
van deze organisaties meer mocht aanbieden/verkopen. Op 6 april 2021 viel het doek
voor D-reizen (in de bestaande structuur) met haar faillietverklaring.
10
3. De (financiële) positie bij D-reizen voorafgaand aan Covid-19; publicatie jaarre-
keningen en accountsverklaring bij jaarrekening 2019
3.1 De financiële situatie bij D-reizen in de jaren voorafgaand aan corona kan (in hoofd-
lijnen) als volgt worden weergegeven. In 2018 realiseerde D-reizen een geconsoli-
deerde omzet van € 68.713.000, voornamelijk bestaande uit commissie-inkomsten op
via D-reizen geboekte reizen. Over 2019 was die omzet iets lager en bedroeg die in to-
taal € 64.433.000.
3.2 Na aftrek van met name personeelskosten, huisvestingkosten en afschrijvingen (op
goodwill) realiseerde D-reizen in 2018 een verlies van € 2.106.000. Over 2019 be-
droeg het verlies € 2.162.000. In 2018 bedroeg de totale afschrijving een post van
€ 4.975.000 en in 2019 was die post € 4.474.000.
3.3 Zou de genoemde afschrijving buiten beschouwing blijven samen met de rente en
belasting, dan zou dat over 2018 een EBITDA hebben opgeleverd van € 5.027.000 en
over 2019 een EBITDA ter hoogte van € 3.303.000. Ondanks dat dit een enigszins
positiever beeld geeft van de resultaten bij D-reizen tot en met 2019, kan wel worden
geconstateerd dat de onderneming er aan de vooravond van de coronapandemie finan-
cieel gezien niet erg sterk voor stond.
3.4 D-reizen had per 31 december 2019 een negatief eigen vermogen opgebouwd van in
totaal € 14.450.000. Met name de financiering door het moederbedrijf RTG (inclusief
een letter of comfort van € 19 miljoen: zie hoofdstuk 9) en de lening van de hand van
Stichting Uniconsult zorgden voor de benodigde ‘financiële steun’.
3.5 De jaarrekeningen van D-reizen zijn steeds tijdig vastgesteld en gedeponeerd bij het
Handelsregister. Het vaststellen van de jaarrekening 2019 heeft vrij lang op zich laten
wachten. Dat hield verband met het verkrijgen van een goedkeurende accountantsver-
klaring. Vanwege de coronasituatie deed zich de vraag voor of de accountant al dan
niet een continuïteitsvoorbehoud diende te maken. Dit hield mede verband met het
voucherfonds. Zie daarover verder hoofdstuk 8.
11
3.6 De goedkeurende accountantsverklaring werd uiteindelijk op 30 december 2020 afge-
geven, waarna nog een tijdige vaststelling van de jaarrekening 2019 plaatsvond. De
deponering bij de Kamer van Koophandel vond op 15 januari 2021 plaats, strikt ge-
nomen 15 dagen te laat maar dat kan worden beschouwd als een onbelangrijk verzuim
(HR 11 juni 1993, NJ 1993/713 (Kempers en Sarper)).
3.7 De gang van zaken met betrekking tot de vaststelling van de jaarrekening 2019, met
de bijbehorende accountantsverklaring, laat zich als volgt weergeven. De accountant
vond het (eind 2020) voor de vaststelling van de accountantsverklaring mede van be-
lang een gesprek te voeren met SGR over de vooruitzichten voor D-reizen ten aanzien
van het op dat moment nog in te stellen voucherfonds. Mede naar aanleiding van het
overleg met SGR, dat op 16 december 2020 plaatsvond, kwam de accountant tot de
volgende opmerking in zijn “Auditor’s Report” van 30 december 2020:
“Material uncertainty related to going concern
We draw attention to the going concern section in the financial statements
which indicate a material uncertainty of the company’s future continuity. We
note that the company’s ability to continue its business highly depends on the
timing of the successful roll-out of the Covid-19 vaccination program and the
successful admission to the “Voucherfonds” that is announced by the Dutch
government.
These conditions indicate the existence of a material uncertainty which may
cast significant doubt about the company’s ability to continue as a going con-
cern. Our opinion is not modified in respect to this matter.”
3.8 De accountant gaf hiermee in de kern aan welke onzekere factoren zich op dat mo-
ment (dus in december 2020) voordeden. Ten aanzien van het vaccinatieprogramma is
bekend dat dat op zichzelf wel redelijke voorspoedig verliep, echter er deden zich na-
dien nog diverse malen lock downs voor en de reiswereld ging pas echt weer open in
het voorjaar van 2022. Daar zat dus veel tijd tussen.
3.9 Ten aanzien van het voucherfonds bleek in februari-maart 2021 dat D-reizen slechts
gedeeltelijk voor financiering door dat fonds in aanmerking kwam. Dat zou dan voor-
al te maken hebben met de kwestie van de ‘nulvouchers’. Zie daarover verder hoofd-
stuk 7.
12
3.10 Bij het benoemen van de hiervoor vermelde factoren in de accountantsverklaring van
december 2020 baseerde de accountant zich mede op een bespreking die op 16 de-
cember 2020 plaats vond met SGR (die het voucherfonds op verzoek van het ministe-
rie van EZK zou gaan uitvoeren). In die bespreking is, naar curatoren hebben begre-
pen, niet (uitdrukkelijk) aangegeven dat D-reizen in aanmerking zou kunnen komen
voor financiering door het voucherfonds, met name omdat op dat moment nog niet
voldoende duidelijk was hoe het fonds er precies zou gaan uitzien. Anderzijds is
evenmin uit de bespreking naar voren gekomen dat D-reizen niet op financiering uit
het voucherfonds zou kunnen rekenen.
3.11 De vraag zou zich kunnen voordoen of de accountant in december 2020 zover had
moeten gaan om ten aanzien van de jaarrekening 2019 geen goedkeurende verklaring
af te geven, met name vanwege de onzekere situatie bij D-reizen. Dit zou slechts aan
de orde zijn als de accountant tot het oordeel zou zijn gekomen dat de discontinuïteit
van D-reizen op dat moment “onontkoombaar” zou zijn.
2
3.12 Uit het voorgaande volgt dat de accountant van mening was dat er op zich wel gerede
twijfel was over de continuïteit (de omstandigheden werden op specifiek benoemd),
maar dat zich geen situatie voordeed van een onontkoombare discontinuïteit.
2
Zie Controlestandaard 570 (NV COS 570), art. 2:384 lid 3 BW, art. 2:393 lid 5 sub h BW en Richtlijnen voor
de Jaarrekening (RJ) 170.
13
4. Gang van zaken vanaf maart 2020: uitgifte van vouchers
4.1 In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe D-reizen tot uitgifte van coronavouchers is
overgegaan.
4.2 Toen vanaf maart 2020 de reiswereld door corona zo goed als stil kwam te liggen,
deed zich de (dringende) vraag voor hoe moest worden omgegaan met de reeds ge-
boekte – maar op dat moment niet uit te voeren – reizen en vluchten. Indien vanuit de
reisbranche de aanbetaalde reissommen en de aangeschafte vliegtickets zouden moe-
ten worden terugbetaald, zou dat tot grote financiële problemen bij de reisorganisaties
en vliegmaatschappijen leiden. Daarom werd onderzocht of het mogelijk zou zijn deze
terugbetaling uit te stellen, met name door gebruikmaking van vouchers.
4.3 Er werd een tweetal (bestuurs)besluiten door SGR genomen die zagen op de moge-
lijkheid over te gaan tot uitgifte van ‘coronavouchers’. Het eerste besluit dateert van
14 maart 2020, met als ingangsdatum 16 maart 2020. Daarin werd, kort gezegd, aan
de touroperators – als “organisator” – de mogelijkheid gegeven onder de nader aange-
geven voorwaarden vouchers uit te geven volgens een door SGR voorgeschreven mo-
del.
4.4 Op 28 april 2020 volgde een tweede (“aanvullend”) bestuursbesluit van SGR. Daarin
werd ook aan de reisagenten, zoals D-reizen, de mogelijkheid gegeven om onder
voorwaarden coronavouchers uit te geven. In het besluit staat daarover:
“De aan SGR deelnemende doorverkoper/handelaar zowel handelend in zijn
hoedanigheid van zuiver bemiddelaar als handelend als reisorganisator na toe-
voeging van reisdiensten kan voor de SGR garantieregeling een voucher onder
SGR dekking uitschrijven en de van de SGR organisator ontvangen voucher
onder zich houden. Een doorverkoper mag derhalve geen voucher uitschrijven
van niet onder de SGR vallende diensten en van diensten van niet bij SGR
aangesloten organisatoren.”
4.5 Omdat hierover naar eigen zeggen onduidelijkheid bestond bij D-reizen is hierover
door D-reizen onder meer contact gezocht met de ANVR, belangenvereniging van de
14
reisbranche. ANVR reageerde op het onderwerp “Uitgifte van vouchers voor aanbeta-
lingen ondanks annulering reis TO” (TO staat voor touroperator):
“Ik begreep uit het gesprek het volgende: Door de agent wordt een
(aan)betaling ontvangen op een reis van een reisorganisator. Vóór (door) beta-
ling van de gelden, annuleert de organisator de reis en crediteert de rekening.
Kan de agent een voucher richting klant uitgeven?
Navraag leert dat dit niet kan. De gelden zijn door de klant betaald voor de reis
van de organisator. Met annulering en creditering verzoekt de organisator dit
door te geven richting klant. De organisator wil en kan geen corona-voucher
uitgeven aangezien hem onbekend is dat er een betaling is gedaan. Het alsnog
uitgeven van een corona-voucher namens de organisator is dan niet anders dan
fraude. Als bekend moet op de voucher de organisator en het nummer van de
boeking worden vermeld. Wanneer de agent op eigen naam een corona-
voucher uitgeeft, moet dat ook worden bestempeld als fraude aangezien er
geen reis van de agent aan ten grondslag ligt. SGR heeft in het deelnemersre-
glement een passage (Art11:5) opgenomen dat bij niet naleving van de regels
dit kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. Ik noem dit omdat mij diver-
se gevallen bekend zijn dat SGR dit daadwerkelijk heeft gedaan. Pas dus aub
hier goed voor op.”
4.6 Het SGR-besluit van 28 april 2020 leidde kennelijk bij D-reizen tot vervolgvragen.
Vandaar dat in de periode mei-juni 2020 veelvuldig overleg tussen D-reizen en SGR
plaatsvond. Het betrof onder meer vragen over de uiterste uitgiftedatum van de vou-
chers, die op 1 juni 2020 (als streefdatum) werd gesteld.
4.7 Een onderwerp dat ook speelde – zie eveneens de hiervoor in nr. 4.5 geciteerde mail
van ANVR – was in hoeverre de reisagent vouchers zou mogen uitgeven voor een ho-
ger bedrag dan de voucher die de touroperator aan de reisagent verstrekte. De vou-
chers van de touroperators richting de reisagenten werden ook wel aangeduid als
kluisvouchers.
4.8 Het onderzochte mailverkeer uit die periode geeft geen duidelijkheid over de vraag of
en hoe dit onderwerp van de door D-reizen uit te geven vouchers tussen D-reizen en
SGR is afgestemd. Volgens de betrokken personen van de kant van D-reizen heeft in
mei 2020 een telefonisch overleg plaatsgevonden met SGR, waarin van de zijde van
SGR zou zijn aangegeven dat het de reisagent ook zou zijn toegestaan vouchers uit te
geven voor de aanbetalingen door de klanten waarvoor geen kluisvouchers van de
15
touroperator beschikbaar was. In vervolg daarop heeft D-reizen vouchers uitgegeven.
SGR stelt zich desgevraagd op het standpunt dat vragen over de mogelijkheid van uit-
gifte van vouchers naast de kluisvouchers nooit expliciet aan haar zijn gesteld.
4.9 Het valt achteraf gezien voor curatoren niet na te gaan hoe een en ander precies in zijn
werk is gegaan, doordat van het betreffende overleg geen schriftelijke vastlegging
voorhanden is.
4.10 Op 30 juli 2020 kwam SGR nog met een schriftelijke mededeling gericht aan de SGR-
deelnemers en handelend over de door- en terugbetaling van reissommen bij geannu-
leerde reizen. Daarin stond onder meer het volgende:
“SGR heeft signalen ontvangen dat reissommen die door reisorganisatoren
worden terugbetaald aan de doorverkoper met betrekking tot door reisorgani-
satoren geannuleerde reizen, waarvoor door de klant (aan)betalingen zijn ge-
daan aan de doorverkoper, niet bij de klant terechtkomen. In sommige gevallen
worden deze gelden niet, zoals voorgeschreven in de agentuurvoorwaarden,
onmiddellijk door de doorverkoper terugbetaald aan de klant. Bij faillissement
van een doorverkoper (retailer) kan en zal een reisorganisator door SGR (na
indiening van een claim door de doorverkoper) hier alsnog op worden aange-
sproken op basis van de door de reisorganisator afgegeven verklaring leve-
ringsplicht.”
Deze mededelingen zagen, zoals valt te lezen, niet rechtstreeks op de kwestie van de
voucheruitgifte zelf, waar in het voorgaande op is ingegaan.
4.11 Over de verdere gang van zaken rond de uitgifte van de vouchers valt nog het volgen-
de te vermelden. Op verzoek van SGR moest D-reizen met hoge frequentie informatie
aanleveren waaruit haar financiële positie bleek. In dat kader is namens D-reizen een
onderscheid gemaakt tussen uitgegeven vouchers met een “dekking” van de tourope-
rators (via een kluisvoucher) en vouchers zonder een dergelijke dekking. Zo schrijft
D-reizen in een bericht van 8 oktober 2020 aan SGR:
“Totale waarde aan uitstaande vouchers aan klanten per 31 augustus 2020 be-
draagt EUR 33,7m. De waarde van de onderliggende TO-vouchers (te ontvan-
gen) op deze dossiers bedraagt per 31 augustus 2020 EUR 18,7m.”
16
4.12 Uit het voorgaande citaat volgt dat op dat moment een bedrag aan ‘eigen D-reizen
vouchers’ open stond van € 33,7 miljoen -/- € 18,7 miljoen = € 15 miljoen. Een deel
daarvan bestond uit vouchers voor reizen waarvoor D-reizen zelf de organisator was,
maar het merendeel was door D-reizen uitgegeven als reisagent zonder een kluisvou-
cher van de touroperator. Uit de verstrekte overzichten viel dat mogelijk wel af te lei-
den. SGR heeft bij curatoren aangegeven dat zij uit de door D-reizen verstrekte infor-
matie niet heeft kunnen afleiden dat het hier om reizen zonder kluisvoucher of zonder
D-reizen als organisator ging.
4.13 D-reizen verkeerde naar eigen zeggen in de veronderstelling dat deze informatie
steeds (in alle openheid) met SGR werd gedeeld en D-reizen meende bevoegd te zijn
ook vouchers te mogen uitgeven waarvoor geen kluisvouchers beschikbaar waren.
4.14 Zou D-reizen op dat moment voor het niet door kluisvouchers gedekte deel verplicht
zijn geweest de betreffende bedragen aan de klanten terug te betalen (dus zonder dat
voucheruitgifte mogelijk was) dan zou D-reizen op dat moment – dus in de zomer of
het najaar van 2020 – in ieder geval in technische zin in staat van faillissement hebben
verkeerd. De gedachte achter de voucheruitgifte (en het daarmee te verkrijgen ‘beta-
lingsuitstel’ richting de klanten) was echter om de ondernemingen in de reisbranche
door de coronapandemie te helpen. Indien uitgifte van de eigen vouchers niet moge-
lijk was, zou dat naar alle waarschijnlijkheid voor D-reizen niet zijn gelukt.
4.15 Voor curatoren in het lastig te achterhalen hoe een en ander rondom de uitgifte van de
vouchers door D-reizen precies is gegaan. Reconstructie daarvan is dus moeilijk. Het
betrof ook een periode waarin veel gebeurtenissen zich in een snel tempo voltrokken,
zeker in de reiswereld die werd geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie. De
uitgifte van vouchers op deze manier – en op deze schaal – had nooit eerder plaatsge-
vonden, waardoor de exacte uitwerking en toepassing veel onduidelijkheden en onze-
kerheden met zich meebrachten, waarbij soms sprake was van onvolledige en ondui-
delijke informatie en steeds wijzigende omstandigheden en inzichten. SGR heeft bij
curatoren aangegeven dat zij meent dat wel sprake was van volledige en duidelijke in-
formatie en dat voor D-reizen duidelijk moest zijn dat uitgifte van vouchers zonder
kluisvouchers niet was toegestaan (behoudens organisatorreizen).
17
4.16 Verder wijzen curatoren erop dat eventuele onjuistheden of onregelmatigheden bij de
voucheruitgifte (die curatoren overigens niet hebben geconstateerd) niet zozeer aan-
leiding zouden kunnen zijn voor een claim van de curatoren namens de gezamenlijke
crediteuren dan wel de boedel(s), maar dat dit meer zou leiden tot een claim van de
touroperators en/of SGR, (indien en voor zover) die kunnen aantonen hierdoor te zijn
benadeeld. De boedels van D-reizen staan dan buiten een dergelijke claim.
18
5. De door D-reizen vanaf maart 2020 gedane betalingen en verrichte investeringen
5.1 De curatoren hebben een financieel onderzoeksbureau onderzoek laten doen naar de
betaalstromen bij D-reizen in de periode januari 2020 tot april 2021, zijnde de fase
waarin D-reizen te maken kreeg met de coronapandemie tot aan het moment van de
faillietverklaring.
5.2 Uit dat onderzoek is gebleken dat in die periode geen betalingen hebben plaatsgevon-
den zonder een deugdelijke grond. In die zin is zowel de administratie van de onder-
neming in orde bevonden en zijn de betalingen en boekingen (van inkomende en uit-
gaande bedragen) juist en rechtmatig verricht. Er zijn geen betalingen of ontvangsten
aangetroffen die niet deugdelijk zijn verantwoord of niet zijn ‘thuis te brengen’.
5.3 Het financieel onderzoeksbureau heeft verder op verzoek van curatoren de grootste
betaalposten uit de genoemde periode in kaart gebracht, zoals de adviseurskosten, de
huurkosten, marketingkosten, investeringen in panden, IT, managementvergoedingen
e.d.
5.4 Er is onderzocht of daar posten tussen zitten die onevenredig, dan wel onverklaarbaar
hoog zouden zijn. Dergelijke posten zijn niet aangetroffen. Op de kosten aan Murmel-
lius/Bebr in het kader van de ontwikkeling van een nieuwe website en een nieuw IT-
platform wordt thans nog nader ingegaan.
5.5 Bij D-reizen was in de jaren 2018-2019 wel duidelijk dat de website van de onderne-
ming en het daarmee verbonden IT-platform aan vernieuwing toe was. Boekingen via
de site verliepen vaak zeer moeizaam vanwege slecht werkende technologie en de al-
goritmische volgfuncties waren eveneens verouderd. Er werd daarom gezocht naar
een partij die dit op zich zou nemen. Aanvankelijk kwam een bepaald IT-bedrijf daar-
voor in beeld. Die partij zou dan het merendeel van de investeringen voor haar reke-
ning nemen, maar vroeg daar tegenover wel een flinke vergoeding voor de traffic op
de site.
19
5.6 Begin 2020 kwam als alternatieve partij Murmellius/Bebr naar voren. Uit berekenin-
gen bleek dat de oplossing via deze partij voor D-reizen goedkoper zou uitpakken dan
bij gebruikmaking van het andere IT-bedrijf. Voor 2020 zou dat ca € 390.000 schelen
en voor 2021 was de verwachte kostenbesparing ca € 522.000. De Raad van Commis-
sarissen van D-reizen ging er op 8 mei 2020 mee akkoord dat Murmellius/Bebr dit
project zou gaan uitvoeren. Daartoe werd vervolgens een service-overeenkomst, met
bijlagen, gesloten op 11 mei 2020.
5.7 Murmellius/Bebr ging hierna aan de slag met het project en gaf regelmatig (meestal
een keer per drie weken) een presentatie aan D-reizen over de voortgang. Er deden
zich bij de uitvoering van het project, zo is curatoren gebleken, de nodige moeilijkhe-
den voor. Covid-19 bleek onder meer een vertragende factor en de – directe – aanslui-
tingen met de systemen van touroperators (noodzakelijk voor de content op de site
van D-reizen) leidden tot problemen die zich moeilijk lieten oplossen.
5.8 Ten tijde van de faillietverklaring van D-reizen, dus in april 2021, was weliswaar een
substantieel deel van het project gereed, maar dit bleek nog onvoldoende om de nieu-
we website en het daaraan verbonden portal te kunnen ‘lanceren’ dan wel anderszins
te gebruiken. Er zijn geen aanwijzingen dat de voor dit project door D-reizen beschik-
baar gestelde financiële middelen voor andere doeleinden dan het project zijn aange-
wend.
20
6. De rol en positie van de Raad van Commissarissen
6.1 Bij D-reizen was vanaf 2014 een Raad van Commissarissen (“RvC”) ingesteld, op het
niveau van D-RT Groep B.V. Tot 2020 kwam de RvC gemiddeld vier keer per jaar
bijeen voor een vergadering waarbij ook de directie van D-reizen aanwezig was.
6.2 Vanaf februari-maart 2020, toen Covid-19 ‘toesloeg’, is de vergaderfrequentie sterk
verhoogd. Vanaf dat moment werd steeds intensief met de directie de gang van zaken
besproken en werden de mogelijke scenario’s uitgewerkt.
6.3 De vergaderingen van de RvC (samen met de directie van D-reizen) in deze periode
vonden plaats op: 27 maart, 3 april, 8 mei, 29 mei, 15 juni, 10 juli, 27 augustus, 21
september, 5 oktober, 19 oktober en 20 november 2020.
6.4 De curatoren hebben kennis genomen van de notulen van de vergaderingen van de
RvC in de betreffende periode en interviews gehouden met de Commissarissen. Daar-
uit ontstaat het beeld dat de RvC inderdaad in die periode tot een ‘verscherpt toezicht’
bij D-reizen zijn overgegaan, zoals men dat in een situatie als deze van een orgaan als
de RvC kan verwachten.
6.5 Zaken waarover werd gesproken in de RvC betroffen met name: de stand van zaken
van corona, de genomen maatregelen en de vooruitzichten, de financiële positie van
D-reizen (omzet, liquiditeit e.d.), de overheidsmaatregelen betreffende de financiële
tegemoetkomingen zoals NOW, fiscaal uitstel van betaling, het aantrekken van alter-
natieve financiering e.d. en de zelf bij D-reizen te treffen maatregelen.
6.6 Voor wat betreft de uitgifte van coronavouchers wordt in de notulen vermeld dat die
worden uitgegeven in overeenstemming met de “industry standard”. Achteraf gezien
was voorstelbaar geweest dat de RvC meer informatie over de wijze van uitgifte van
de coronavouchers bij de directie had ingewonnen, mede omdat het hier een omvang-
rijke financiële post betrof. Maar op zich waren er voor de RvC in de betreffende pe-
riode geen (specifieke) aanwijzingen, althans daar is curatoren niet van gebleken, dat
de uitgifte niet op een juiste wijze plaatsvond.
21
6.7 Toen in mei 2020 door D-reizen, met instemming van de RvC, werd besloten dat er,
gezien de financiële positie, geen betalingen zouden plaatsvinden op door de finan-
ciers – zijnde de aandeelhouder en de oud-aandeelhouder – verstrekte leningen, was
dat voor de vertegenwoordiger van de Stichting Uniconsult in de RvC (die bij de be-
treffende vergadering niet aanwezig was) een reden om als Commissaris op te stap-
pen.
6.8 De lening van de Stichting Uniconsult en de afwikkeling daarvan komt in hoofdstuk
11 nog nader aan bod.
6.9 Nadat op 23 december 2020 de management buy-out bij D-reizen plaats had gevonden
(zie daarover verder hoofdstuk 11), zijn de Commissarissen afgetreden.
22
7. Gang van zaken rond de refund van tickets
7.1 Vanwege de op grote schaal door corona geannuleerde vliegreizen, diende de lucht-
vaartmaatschappijen afzonderlijk geboekte vliegtickets (die dus geen onderdeel uit-
maakten van een samengestelde pakketreis) weer terug te betalen. Dit betrof de zoge-
noemde ‘refund’ van de vliegtickets.
7.2 De aanschaf van de ticket verliep via het bedrijf Airtrade, die ook de financiële afhan-
deling deed met de luchtvaartmaatschappijen. De terugbetalingen van de vliegtickets
van de geannuleerde vluchten werden successievelijk door Airtrade gedaan aan D-
reizen. Die werd geacht vervolgens de refunds weer door te betalen aan de klanten.
Mede vanwege de financiële positie bij D-reizen ging die terugbetaling in een beperkt
tempo.
7.3 Ten tijde van de faillietverklaring van D-reizen had een deel van de klanten de refunds
van de tickets nog niet ontvangen. Gebleken is dat via de administratie niet is vast te
stellen om welke bedragen en om hoeveel passagiers het gaat. Blijkens de aan Curato-
ren ter beschikking gestelde informatie zou het gaan om enkele honderden passagiers
die (voornamelijk) hun claims hebben ingediend via professionele bureaus. Uit de
daaruit verkregen informatie volgt dat het zou gaan het om een post van (afgerond)
€ 330.000, waarvoor (bij de luchtvaartmaatschappijen) claims zijn gelegd. Curatoren
hebben de betreffende klanten er overigens op gewezen dat zij alsnog bij de lucht-
vaartmaatschappij het bedrag van de tickets kunnen claimen. Dit met name onder
verwijzing naar de zogenoemde Passagiersverordening van de Europese Unie nr.
261/2004. Het is Curatoren gebleken dat dat inderdaad is gebeurd en dat luchtvaart-
maatschappijen ook, al dan niet na verkregen vonnis, tot uitbetaling zijn overgegaan.
7.4 Zie daarover de uitspraak van het Hof Den Haag van 19 december 2023,
ECLI:NL:GHDHA:2023:2464 in een zaak tussen Garuda en klanten van D-reizen,
waarin Garuda is veroordeeld het bedrag van de geannuleerde tickets aan deze klanten
terug te betalen (naar verluidt is geen cassatieberoep ingesteld). Eenzelfde beslissing
werd genomen door de Rechtbank Noord-Holland op 8 mei 2024, ECLI:NL:RBNHO:
23
2024:3758, in een door een voormalige klant van D-reizen tegen Singapore Airlines
aangespannen procedure.
7.5 Vanuit de boedel van D-reizen gezien, is geen positie van curatoren aan de orde om
nog nadere actie te ondernemen ten aanzien van deze refunds. De individuele klanten
hebben een rechtstreekse aanspraak op de luchtvaartmaatschappij, waar de curatoren
buiten staan.
7.6 De betreffende luchtvaartmaatschappijen kunnen zich, na betaling aan de klanten, in
het faillissement van D-reizen aanmelden met een (faillissements-)vordering. Dat is
echter tot op heden, op een enkele uitzondering na, vrijwel niet gebeurd. De lucht-
vaartmaatschappijen zullen echter, gezien de stand van de boedel (als concurrente
crediteur), geen uitkering in het faillissement tegemoet kunnen zien.
24
8. Het voucherfonds en de positie daarbij van D-reizen
8.1 Zoals met name in hoofdstuk 3 al aan de orde kwam, was het voor D-reizen van groot
belang dat er – begin 2021 – een herfinanciering van de uitstaande vouchers zou kun-
nen plaatsvinden via het in te stellen voucherfonds. De vouchers zouden vanaf maart/
april 2021 ‘aflopen’ en dan zouden de klanten dus hun geld kunnen opeisen.
8.2 In het najaar van 2020 werd duidelijk dat er in Nederland een voucherfonds of vou-
cherbank zou worden opgezet, die – onder nog nader vast te stellen voorwaarden – de
(her)financiering van de uitstaande vouchers op zich zou kunnen gaan nemen. Dit zou
plaatsvinden binnen de randvoorwaarden die vanuit Brussel door de Europese Com-
missie zouden worden gesteld (met name ter voorkoming van verboden staatssteun).
8.3 Toen in december 2020 overleg werd gevoerd tussen SGR en D-reizen over het vou-
cherfonds (zie daarover nader hoofdstuk 3) was nog steeds niet geheel te overzien hoe
het fonds zou gaan opereren. Wel kwam naar buiten dat het fonds in Nederland zou
worden uitgevoerd door SGR. Dit volgt met name uit een brief van 9 december 2020
van de verantwoordelijke bewindslieden aan de Tweede Kamer. Daarin werd onder
meer het volgende opgemerkt:
“Via de voucherkredietfaciliteit kunnen reisgarantiefondsen een aanvullende
lening van de overheid krijgen waarmee ze vervolgens een liquiditeitslening
kunnen verstrekken aan de reisorganisatie die onverhoopt en tijdelijk onvol-
doende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.
Voorwaarde is dat de reisorganisaties deze middelen alleen kunnen inzetten
voor het uitbetalen van verstrekte vouchers. Het betreft vouchers die zijn afge-
geven vanaf 12 maart t/m 31 december 2020. Het maximaal te financieren be-
drag per onderneming is 80% van de waarde van de aan de consument terug te
betalen vouchers. Het krediet dat een reisonderneming kan aangaan is boven-
dien gemaximeerd tot € 50 miljoen.”
8.4 Omdat naar het oordeel van D-reizen en inkoopvereniging Dutch Travel Retail United
te lang onduidelijkheid bleef bestaan over het moment en de wijze waarop met de uit-
voering van het voucherfonds, en daarmee het verstrekken van de herfinanciering
voor de openstaande (en opeisbaar wordende) vouchers, zou worden aangevangen,
startten zij op 12 maart 2021 een kort geding tegen SGR en de Nederlandse Staat bij
25
de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Rotterdam. Daarin vorderden zij onder
meer: “per direct de toegezegde financiering te verschaffen van 80% van de uitgege-
ven vouchers tegen zakelijk, marktconforme voorwaarden.”
8.5 Bij vonnis van 24 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2558 werden de vorderingen
van D-reizen afgewezen. Enerzijds overwoog de Voorzieningenrechter, verkort weer-
gegeven, dat er nog geen betalingsverplichting kon zijn omdat de voucherkredietfaci-
liteit nog niet daadwerkelijk aanwezig was: het ging op dat moment nog slechts om de
“contouren” van een dergelijke faciliteit, waarbij bovendien de nodige voorbehouden
zijn gemaakt.
8.6 Anderzijds volgde de Voorzieningenrechter in haar voorlopige oordeel de redenering
van SGR en de Staat dat het niet door een kluisvoucher gedekte deel van de vouchers
niet in aanmerking zou kunnen komen voor de (her)financiering via het voucherfonds.
Voor de kwestie van de ‘ongedekte vouchers’ wordt verder verwezen naar hoofdstuk
4 van dit verslag, met name onder nr. 4.9. Op 31 maart 2021 gaf de Europese Com-
missie goedkeuring aan de Nederlandse Staat om het voucherfonds op te zetten en uit
te voeren conform de aangegeven opzet daarvan.
8.7 Na het verliezen van het kort geding werd het voor D-reizen vrijwel onmogelijk om
nog voor een substantiële herfinanciering van de vouchers in aanmerking te komen.
Bij brief van 1 april 2021 liet SGR nogmaals weten dat dit deel van de vouchers niet
voor de 80% financiering door het voucherfonds in aanmerking zou komen.
8.8 Voor D-reizen was dit een belangrijke reden, gekoppeld aan de opschorting dan wel
beëindiging van de agentuurrelaties door de belangrijkste touroperators, om het eigen
faillissement aan te vragen, zoals dat vervolgens op 6 april 2021 werd uitgesproken.
8.9 Curatoren merken in dit verband – in algemene zin – op dat het een specifieke keuze
van de Nederlandse overheid is geweest om bij de financiering door het voucherfonds
een rechtstreeks verband te leggen met de regels die SGR hanteert voor het reisgaran-
tiefonds. Om die reden kon SGR het standpunt innemen dat de ongedekte vouchers
niet voor 80% konden worden gefinancierd.
26
8.10 Een andere benadering, waarbij er niet een strikte koppeling was geweest met de reis-
garantieregels, was ook mogelijk geweest, in welk geval D-reizen eventueel wel voor
een groter bedrag aan voucher- (her)financiering in aanmerking zou zijn gekomen. Of
in dat geval een faillissement van D-reizen voorkomen had kunnen worden, valt lastig
te reconstrueren, maar de overlevingskansen waren dan naar het lijkt wel groter ge-
weest.
27
9. Omboekingen naar pakketreizen
9.1 Op enig moment hebben bij D-reizen zogenoemde ‘omboekingen’ plaatsgevonden.
Hiermee kon worden bereikt dat op een reis waarvoor geen SGR dekking werd gege-
ven, bijvoorbeeld uitsluitend een vliegreis, toch dekking kon worden verkregen door-
dat deze reis werd omgeboekt tot een pakketreis.
9.2 Uit de door de curatoren geraadpleegde stukken en op basis van hierover gehouden
interviews, is gebleken dat dit omboeken zich in een beperkte periode heeft voltrok-
ken. Het gaat dan met name om enkele weken in de maand maart 2021. Op dat mo-
ment werd binnen de organisatie duidelijk dat D-reizen het waarschijnlijk niet zou
redden, nadat bekend werd dat het voucherfonds de door D-reizen uitgegeven vou-
chers slechts beperkt zou ‘herfinancieren’.
9.3 Kennelijk was dit aanleiding binnen de organisatie om te proberen nog SGR dekking
voor sommige klanten te realiseren, die daar op zich niet voor in aanmerking zouden
komen. Naar het oordeel van curatoren een onjuiste gang van zaken. Curatoren heb-
ben geen aanwijzingen kunnen vinden dat deze omboekingen intern bij D-reizen (cen-
traal) zijn ‘aangestuurd’. Het waren veeleer initiatieven van medewerkers die klanten
wilden helpen die geen dekking bleken de hebben bij gebreke van een (geannuleerde)
pakketreis.
9.4 Toen binnen de branche duidelijk werd dat deze omboekingen werden gedaan, is daar
al snel onrust over ontstaan en is er van de zijde van de touroperators over geklaagd.
Dit heeft ertoe geleid dat al snel – in de loop van maart 2021 – bij D-reizen intern
werd gecommuniceerd dat er geen omboekingen mochten plaatsvinden.
9.5 Het is voor curatoren niet mogelijk om de exacte omvang van deze omboekingen te
achterhalen. Wel lijkt het erop dat, gezien de korte duur ervan, het om niet al te sub-
stantiële bedragen is gegaan; eerder in de tienduizenden dan in de honderdduizenden
euro’s. Al zijn curatoren van mening dat elke euro omboeking uitsluitend om daarmee
SGR dekking te realiseren er één te veel is.
28
9.6 Daarnaast hebben curatoren het standpunt ingenomen – en dat standpunt zullen zij na
dit nadere onderzoek handhaven – dat ongeoorloofde handelingen van deze omboe-
kingen zich niet goed lenen voor een collectieve actie vanuit de failliete boedel van D-
reizen. Het betreft immers geen handelingen die zien op een benadeling van de geza-
menlijke crediteuren van D-reizen, maar gaat veeleer om mogelijke individuele bena-
deling van bepaalde crediteuren in het faillissement.
29
10. De financiering van D-reizen door RTG
10.1 Toen in maart 2020 Covid-19 zich als pandemie aandiende, had RTG al een substanti-
ele financiering aan D-reizen verstrekt. Die hield met name verband met een op 18 fe-
bruari 2019 door RTG afgegeven letter of comfort, met een maximum van € 19 mil-
joen, eindigend op 31 december 2020.
10.2 De letter of comfort was mede bedoeld om de ‘seizoens-dalen’ op te vangen. Gezien
de ontstane bijzondere situatie werd de letter of comfort echter vooral gebruikt om de
liquiditeitskrapte vanwege het verlies aan reisomzet op te vangen.
10.3 In december 2020, rond de periode van de management buy-out (zie hoofdstuk 11)
was het maximumbedrag van de letter of comfort van € 19 miljoen bereikt, zonder dat
RTG op dat moment vooruitzicht had op terugbetaling ervan.
10.4 Uit aan curatoren verstrekte informatie valt te constateren dat de onder de letter of
comfort opgenomen bedragen steeds zijn aangewend ten behoeve van de bedrijfsvoe-
ring van D-reizen.
10.5 In het kader van de management buy-out werd de vordering onder de letter of comfort
overgedragen aan Selten B.V., de vennootschap van het management die de aandelen
in D-reizen van RTG overnam.
10.6 Tevens verstrekte RTG ten behoeve van de buy-out nog een achtergestelde lening van
€ 5.1 miljoen aan D-reizen.
30
11. De management buy-out in december 2020 en de afwikkeling van de Uniconsult-
vordering
11.1 Op 23 december 2020 droeg RTG ten behoeve van de afgesproken management buy-
out haar aandelen in D-reizen (voor € 1) over aan Selten B.V. Zoals in hoofdstuk 10 al
vermeld, nam Selten in dat kader de vordering van RTG ter zake van de letter of com-
fort (ad € 19 miljoen) over en RTG verstrekte daarnaast een achtergestelde lening aan
D-reizen ter hoogte van € 5.1 miljoen.
11.2 Het was de gedachte/bedoeling dat D-reizen met de aldus beschikbaar gestelde € 5.1
miljoen over voldoende financiële middelen zou beschikken ter overbrugging naar het
moment dat financiering vanuit het voucherfonds beschikbaar zou komen (begin
2021). In hoofdstuk 8 is beschreven dat en hoe deze financiering niet in voldoende
mate beschikbaar kwam voor D-reizen.
11.3 Een andere kwestie die in verband met de management buy-out nog moest worden
opgelost, betrof de Uniconsult-vordering, van op dat moment € 5.6 miljoen. RTG
stond voor nakoming van die vordering garant richting Uniconsult en als zekerheid
voor de betaling van die vordering was door D-reizen een (derden)pandrecht verstrekt
op de IE-rechten van D-reizen (bestaande uit merken en domeinnamen), zoals die zich
bevonden in dochtervennootschap Demed B.V.
11.4 Uiteindelijk werd de discussie over de Uniconsult-vordering opgelost doordat op 15
februari 2021 met Uniconsult werd afgesproken dat RTG, door betaling van een be-
drag van € 5.5 miljoen de vordering van de Stichting Uniconsult overnam, inclusief
het daaraan verbonden pandrecht op de IE-rechten van Demed B.V. Deze vordering
werd vervolgens door RTG verkocht en overgedragen aan Selten B.V. voor € 2 mil-
joen (welk bedrag door Selten B.V. van RTG werd geleend).
11.5 De gang van zaken rond de overdracht van de Uniconsult-vordering door RTG aan
Selten en de daarop volgende transacties zijn reeds in het reguliere faillissementsver-
slag uitgebreid besproken (zie met name onder nr. 7.5 van het faillissementsverslag).
31
Daaruit valt af te leiden dat deze transacties zijn teruggedraaid. In dat kader hoefde
verder geen onderzoek meer te worden verricht.
32
12. Slotopmerkingen
12.1 Hier is plaats voor enkele slotopmerkingen.
12.2 Covid-19 dient worden beschouwd als de belangrijkste oorzaak van het faillissement
van D-reizen. De pandemie leidde tot een zodanige omzetval dat het voor D-reizen
zeer lastig werd als onderneming te kunnen overleven, ondanks alle overheidsmaatre-
gelen die werden getroffen (NOW-subsidies en fiscaal uitstel van betaling). Daarbij is
van belang dat D-reizen er al vóórafgaand aan de pandemie financieel niet sterk voor
stond (zie nrs. 3.1-3.4) zodat de gevolgen van Covid-19 relatief gezien harder aan-
kwamen dan bij (reis)organisaties die er pre-corona wel goed voorstonden.
12.3 Met name de maandelijkse huurverplichtingen voor de circa 280 winkelpanden liepen
gewoon door. Weliswaar werden de huren deels verlaagd vanwege de lockdowns,
maar er bleef een substantiële huurverplichting over, naast forse maandelijkse ver-
plichtingen ten behoeve van de IT-infrastructuur en terugbetalingen aan klanten. Dat
terwijl er gedurende een lange periode vrijwel geen reisomzet werd gemaakt en de
winkels regelmatig – van overheidswege – dicht moesten blijven.
12.4 Curatoren hebben in dit kader niet kunnen constateren dat de financiële middelen die
nog bij D-reizen aanwezig waren op een onjuiste of onregelmatige/onrechtmatige wij-
ze zijn aangewend.
12.5 Curatoren zien derhalve na het gedane oorzaken- en onregelmatigheidsonderzoek
geen aanleiding betrokken partijen (in juridische zin) aan te spreken. Bepaalde ge-
beurtenissen kunnen mogelijk tot nadeel bij sommige betrokken partijen hebben ge-
leid (zie hoofdstuk 4 over de voucheruitgifte, hoofdstuk 7 over de refund van vliegtic-
kets en hoofdstuk 9 over de omboekingen naar pakketreizen), maar daarvoor geldt dat
zij geen betrekking hebben op een nadeel voor de gezamenlijke crediteuren in het fail-
lissement van D-reizen, voor welk collectief belang de curatoren dienen op te komen.
In dat opzicht kan – en zal – geen nadere actie vanuit de faillissementsboedel plaats-
vinden.
33
12.6 Curatoren zullen daarom overgaan tot verdere afwikkeling van het faillissement van
de D-reizen vennootschappen.