Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Betreft
Algemene gegevens
Red Dragon BV 02-05-2018
5
Red Dragon BV, statutair gevestigd te Duiven, kantoorhoudende te 3031 BB
Rotterdam aan het adres Boezemkade 391, met nevenvestiging te 6921 EZ
Duiven aan het adres Cartograaf 82, ingeschreven bij de KvK onder nummer
59771666.
02-05-2018
5
Horeca – restaurant 02-05-2018
5
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Verslagperiode
40
02-05-2018
5
€ 246.606,22
02-05-2018
5
€ 191.248,31
28-08-2018
6
€ 189.322,91
28-08-2019
8
€ 169.505,63
26-02-2020
9
€ 145.987,69
26-08-2020
10
€ 176.355,92
25-02-2021
11
€ 137.903,61
30-08-2021
12
€ 122.399,55
28-02-2022
13
€ 129.809,91
29-08-2022
14
€ 180.546,65
28-02-2023
15
€ 156.867,55
29-08-2023
16
€ 151.225,71
28-02-2024
17
€ 141.178,26
28-08-2024
18
€ 120.728,94
28-02-2025
19
van
31-10-2017
t/m
2-5-2018
02-05-2018
5
van
3-5-2018
t/m
27-8-2018
28-08-2018
6
van
28-8-2018
t/m
27-2-2019
27-02-2019
7
van
28-2-2019
t/m
28-8-2019
28-08-2019
8
van
29-8-2019
t/m
26-2-2020
26-02-2020
9
van
27-2-2020
t/m
26-8-2020
26-08-2020
10
van
27-8-2020
t/m
25-2-2021
25-02-2021
11
van
26-2-2021
t/m
30-8-2021
30-08-2021
12
van 28-02-2022
Bestede uren
31-8-2021
t/m
28-2-2022
13
van
1-3-2022
t/m
29-8-2022
29-08-2022
14
van
30-8-2022
t/m
28-2-2023
28-02-2023
15
van
1-3-2023
t/m
29-8-2023
29-08-2023
16
van
30-8-2023
t/m
27-2-2024
28-02-2024
17
van
28-2-2024
t/m
27-8-2024
28-08-2024
18
van
28-8-2024
t/m
27-2-2025
28-02-2025
19
van
28-2-2025
t/m
9-9-2025
10-09-2025
20
Bestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
VerslagperiodeBestede uren
1. Inventarisatie
De vennootschap is opgericht op 20 januari 2014 door vier personen (1)
Stichting Enalmei – bestuurd door mevrouw C.C. Verbruggen, (2) de heer H.
Amadzai, (3) de heer E. Peroz en (4) de heer H.R. Peroz. Voor de eerste maal
waren bestuurder drie laatstgenoemde heren alsmede de heer R. Najak (in
staat van faillissement sinds 28 juni 2016, curator: mr. H.J.D. ter Waarbeek).
Sinds 8 oktober 2014 is Stichting Enalmei (KvK 56267886) enig aandeelhouder
van de vennootschap. Sinds 24 december 2014 is mevrouw C.C. Verbruggen
enig bestuurder van de vennootschap.
De bedrijfsactiviteiten bestaan uit het voeren van een (groot) restaurant: een
‘all you can eat’ concept dat meer dan 800 gasten tegelijkertijd kan ontvangen.
Bij de oprichting van de vennootschap zijn twee miljoen aandelen geplaatst,
vertegenwoordigende een geplaatst kapitaal van € 2.000.000,--, waarin is
deelgenomen door de oprichters ieder voor een gelijk deel van € 500.000,--.
Hoewel de oprichters van de vennootschap hebben bedongen dat de
28-08-2018
6
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
geplaatste aandelen volgestort zouden worden op het moment dat de
vennootschap over een bankrekening zou gaan beschikken, is dat kennelijk
nooit gebeurd.
Gedurende de ongeveer eerste 15 maanden van het bestaan van de
vennootschap werd het restaurant te 6921 EZ Duiven aan het adres
Cartograaf 82 gebouwd en ingericht. In mei 2015 werd het restaurant
geopend. De exploitatie heeft voortgeduurd tot half oktober 2016.
Bij gebrek aan een complete en deugdelijke administratie is niet aan te geven
wat de daadwerkelijke achterliggende oorzaak van het faillissement is.
28-08-2018
6
Verslag 8: Op 10 juli 2019 heeft de rechtbank Gelderland vonnis gewezen in de
procedure die de curator opstartte tegen tegen de bestuurder van de
vennootschap. De rechtbank heeft onder meer vastgesteld dat de bestuurder
geld van de vennootschap heeft omgeleid naar een andere (rechts)persoon.
Dit terwijl de financieringsovereenkomst met Rabobank zich tegen deze gang
van zaken verzette en Rabobank hier ook achteraf niet akkoord mee akkoord
ging. Voor Rabobank was het omleiden van geld reden om de
financieringsovereenkomst op te zeggen. De vennootschap was in belangrijke
mate afhankelijk van de financiering door Rabobank. De rechtbank is van
oordeel dat Verbruggen had moeten begrijpen dat de schuldeisers van de
vennootschap door haar handelwijze benadeeld zouden worden, omdat te
verwachten was dat Rabobank de financieringsovereenkomst zou opzeggen.
Met als gevolg dat de vennootschap haar schuldeisers niet meer zou kunnen
betalen wat tot een faillissement zou leiden. Een en ander kwalificeert wat de
rechtbank betreft als onbehoorlijk bestuur door Verbruggen en wat de
rechtbank betreft is het aannemelijk dat dit onbehoorlijke bestuur het
faillissement in belangrijke mate heeft veroorzaakt.
28-08-2019
8
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
2. Personeel
3. Activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
4. Debiteuren
5. Bank / Zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Doorstarten onderneming
7. Rechtmatigheid
De afgelopen verslagperiode heeft de curator langs alternatieve weg nog een
deel administratie ontvangen. Op zich geven deze extra stukken op
onderdelen meer inzicht, maar ook aan de hand hiervan is het niet mogelijk om
de vermogenstoestand en de rechten en verplichtingen van de vennootschap
te allen tijde te kennen. Nog steeds ontbreekt een direct inzicht in de
debiteuren- en crediteurenpositie op een willekeurig moment. De fiscale positie
van de vennootschap blijkt niet uit deze stukken. Niet kan nagegaan worden
welke omzetten en resultaten met de exploitatie van het restaurant zijn
behaald. Niet in totaal, laat staan over een willekeurige maand. Wat ook
ontbreekt, is een inzichtelijke administratie van de bouw en inrichting van het
restaurant. In de stukken bevinden zich geen plannen of begroting.
02-05-2018
5
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
Verslag 8: Parallel aan de procedure die door de curator werd opgestart tegen
Verbruggen is Stichting Enalmei (de aandeelhouder van de vennootschap) door
de curator op de voet van artikel 2:193 BW in rechte aangesproken op de
verplichting tot volstorting van de aandelen in de vennootschap, aldus tot
betaling van € 2 miljoen. Deze vordering is bij vonnis van de rechtbank
Gelderland van 10 juli 2019 toegewezen. De curator tracht tot incasso van dit
bedrag te komen, maar is daar vooralsnog niet in geslaagd.
28-08-2019
8
Verslag 10: Voorshands is er geen zicht op dat geïncasseerd zal kunnen
worden van Stichting Enalmei.
26-08-2020
10
Ja
Toelichting
Op 23 januari 2018 vond een comparitie van partijen plaats. Op 4 april 2018 is
door de curator een conclusie van repliek genomen. Thans staat de zaak voor
conclusie van dupliek zijdens Stichting Enalmei en mevrouw Verbruggen.
02-05-2018
5
Toelichting
Stichting Enalmei en mevrouw Verbruggen hebben op 8 augustus 2018 een
(omvangrijke) conclusie van dupliek ingediend met daarbij een vijftiental
nieuwe producties. De curator zal zich tegen de rol van 19 september bij akte
over deze nieuwe producties uitlaten.
28-08-2018
6
Toelichting
Op 19 september 2018 heeft de curator, zoals aangekondigd, bij akte
gereageerd op de conclusie van dupliek. Op 31 oktober 2018 volgde een
antwoordakte met nadere producties zijdens Verbruggen.
Begin oktober 2018 ontving de curator via de accountantskamer van de
rechtbank Overijssel een hoeveelheid nieuwe documenten. Een deel daarvan
is ter gelegenheid van een op 19 februari 2019 gehouden pleidooi door de
curator in het geding gebracht. Naar aanleiding van hetgeen bij pleidooi aan
de orde is gekomen, heeft de rechtbank Verbruggen - op haar verzoek - in de
gelegenheid gesteld om op 20 maart 2019 bij akte nader bewijs van door haar
ingenomen stellingen te leveren. Aansluitend zal de curator bij antwoordakte
daarop mogen reageren.
27-02-2019
7
Ja
Toelichting
Verslag 8: De in het verslag 7 bedoelde akte en antwoordakte zijn door
Verbruggen en de curator genomen. Vervolgens heeft de rechtbank Gelderland
op 10 juli 2019 eindvonnis gewezen.
Zoals onder paragraaf 1.5 al genoteerd, is door de rechtbank vastgesteld dat
Verbruggen haar taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Zij is
veroordeeld om de schulden in het faillissement, bij wijze van rechterlijke
matiging te verminderen met € 1 miljoen, te betalen aan de boedel. De omvang
28-08-2019
8
van de schulden dient nader opgemaakt te worden in een
schadestaatprocedure. De (voorlopig) erkende schulden dienen vastgesteld te
worden ter verificatievergadering (zie in dit verband ook paragraaf 8.8).
Verbruggen is uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld om beslag- en
proceskosten te betalen, totaal een bedrag van € 34.347,85. Dit bedrag is
voldaan aan de deurwaarder en inmiddels doorbetaald naar de
faillissementsrekening.
Ja
Toelichting
Verslag 9: Verbruggen heeft hoger beroep ingesteld op tegen het vonnis van
10 juli 2019. Op 7 januari 2020 heeft zij een memorie van grieven ingediend.
De curator staat voor memorie van antwoord op 16 maart 2020.
26-02-2020
9
Ja
Toelichting
Verslag 10: In de hoger beroep procedure tegen mevrouw Verbruggen heeft
de curator een memorie van antwoord tevens memorie van eis in incidenteel
appel ingediend. Mevrouw Verbruggen is thans nog in de gelegenheid om een
memorie van antwoord in incidenteel appel in te dienen.
26-08-2020
10
Ja
Toelichting
Verslag 11: Zijdens mevrouw Verbruggen is op 26 mei 2020 een memorie van
antwoord in incidenteel appel ingediend. Op 9 februari 2021 werd
(tussen)arrest gewezen waarbij een mondelinge behandeling op 14 april 2021
werd bepaald.
25-02-2021
11
Ja
Toelichting
Verslag 12: Op 14 april 2021 heeft via digitale verbinding een mondelinge
behandeling plaatsgevonden ten overstaan van het gerechtshof. De zaak is
inmiddels enkele malen aangehouden voor arrest.
30-08-2021
12
Ja
Toelichting
Verslag 13: Op 31 augustus 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
arrest gewezen. Het arrest is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder
ECLI:NL:GHARL:2021:8338.
Alle zijdens de bestuurder tegen het vonnis van de rechtbank gerichte grieven
zijn afgewezen. Het gerechtshof is van oordeel dat sprake is van
bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. De publicatie- en
administratieplicht is geschonden en overigens is sprake van kennelijk
onbehoorlijke taakvervulling, namelijk omdat de bestuurder heeft meegewerkt
aan het op frauduleuze wijze bewegen van Rabobank tot het verstrekken van
financiering van € 3,1 miljoen aan gefailleerde. De bestuurder heeft niet
28-02-2022
13
onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak
van het faillissement zijn geweest. Anders dan de rechtbank in eerste instantie
oordeelde, ziet het gerechtshof geen gronden voor matiging van de
aansprakelijkheid van de bestuurder. Het door de curator gevorderde
voorschot van € 1 miljoen is toegewezen. In zoverre zijn de de grieven van de
curator (in incidenteel appel tegen het vonnis van de rechtbank) wel
toegewezen.
De curator heeft executiemaatregelen op basis van het arrest in gang gezet.
Over de voortgang daarvan zal - naar zich laat aanzien - in het volgende
verslag concreter ingegaan kunnen worden.
De bestuurder heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het
gerechtshof. De curator voert verweer en laat zich bijstaan door een
cassatieadvocaat. Op 13 mei 2022 dient namens de curator de inhoudelijke
toelichting op diens verweer ingediend te worden.
Ja
Toelichting
Verslag 15
A
Op 4 november 2022 heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
geconcludeerd tot verwerping van het door de bestuurder ingestelde
cassatieberoep. Thans is het wachten op het arrest van de Hoge Raad.
B
Reeds op basis van het vonnis van de rechtbank Gelderland van 10 juli 2019
en vervolgens het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31
augustus 2022 werden door de curator executiemaatregelen getroffen, onder
meer door beslaglegging op een aan de bestuurder in eigendom toebehorende
onroerende zaak. Deze beslaglegging heeft voor de boedel geleid tot een
(executie)opbrengst van EUR 56.602,75 welk bedrag inmiddels werd
uitgekeerd op de faillissementsrekening.
28-02-2023
15
Ja
Toelichting
Verslag 16
Op 24 maart 2023 heeft de Hoge Raad arrest gewezen. Het arrest is
gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder vindplaats ECLI:NL:HR:2023:445.
De Hoge Raad heeft alle argumenten van de bestuurder in cassatie verworpen
en het arrest van het Gerechtshof in stand gelaten. De Hoge Raad heeft
daarbij onder meer bevestigd dat de curator zich terecht op het standpunt
heeft gesteld dat de bestuurder reeds in de periode voorafgaande aan haar
statutaire benoeming als een met een statutair bestuurder gelijk te stellen
feitelijk beleidsbepaler van Red Dragon was aan te merken. En dat ook ten
aanzien van die periode geldt dat zij zich onbehoorlijk van haar (bestuurs)taak
heeft gekweten en dientengevolge, zonder enige matiging, persoonlijk
aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schulden van de vennootschap.
De procedures tegen de bestuurder van de vennootschap zijn met het arrest
van de Hoge Raad evenwel nog niet achter de rug. Op 10 maart 2023 heeft de
bestuurder de curator gedagvaard ten overstaan van het Gerechtshof Arnhem
waarbij zij op vordert het arrest van 31 augustus 2022 (zie verslag 13) te
herroepen, omdat het Gerechtshof niet alle relevante feiten en stukken gekend
29-08-2023
16
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
zou hebben. De curator voert ter zake verweer en heeft inmiddels een
conclusie van antwoord doen indienen. Op 22 november 2023 staat in deze
procedure een mondelinge behandeling gepland.
Ja
Toelichting
Verslag 17
Op 22 november 2023 vond de mondelinge behandeling van de
herroepingszaak bij het gerechtshof plaats. Op 16 januari 2024 heeft het
gerechtshof arrest gewezen en daarbij is de vordering de bestuurder (tot
herroeping van het arrest van 31 augustus 2021 van hetzelfde gerechtshof)
integraal afgewezen met veroordeling van de bestuurder in de kosten van
deze procedure.
28-02-2024
17
Toelichting
Eventueel paulianeus handelen is meegenomen in de verwijten rondom het
onbehoorlijke bestuur.
28-08-2018
6
8. Crediteuren
€ 130.656,26
Toelichting
De boedelvorderingen bestaat uit het salaris van de curator, de verschotten,
beheerskosten en de boedelvordering van het UWV.
02-05-2018
5
€ 138.995,56
28-08-2018
6
€ 165.081,55
27-02-2019
7
€ 169.551,42
28-08-2019
8
€ 213.066,54
26-02-2020
9
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
€ 227.765,47
26-08-2020
10
€ 251.771,16
25-02-2021
11
€ 267.870,07
30-08-2021
12
€ 286.405,61
28-02-2022
13
€ 304.667,70
29-08-2022
14
€ 313.799,47
28-02-2023
15
€ 335.662,37
29-08-2023
16
€ 350.450,22
28-02-2024
17
€ 359.627,15
28-08-2024
18
€ 379.312,89
10-09-2025
20
€ 112.744,00
Toelichting
Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de geschatte vordering
voortvloeiend uit hoofde van artikel 29 lid 2 OB. Deze beloopt € 86.445,97.
02-05-2018
5
€ 187.884,00
Toelichting
De geschatte vordering voortvloeiend uit hoofde van artikel 29 lid 2 OB beloopt
thans € 91.428,36.
28-08-2019
8
€ 263.540,63
26-08-2020
10
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
€ 39.640,32
02-05-2018
5
€ 46.011,46
28-08-2019
8
€ 46.645,52
28-02-2024
17
€ 26.728,92
27-02-2019
7
€ 27.362,98
28-08-2019
8
€ 26.728,92
Toelichting
Verslag 17
In verslag 8 is per abuis een vordering van het UWV opgenomen in het
totaalbedrag van andere preferente crediteuren. Dit is nu gecorrigeerd.
28-02-2024
17
35
02-05-2018
5
34
28-08-2019
8
35
Toelichting
Verslag 9: Op 10 oktober 2019 is de verificatievergadering gehouden en zijn
vorderingen van 35 schuldeisers door de curator voorgedragen. Omdat
niemand bezwaar maakte tegen de verificatie van deze vorderingen
vervolgens overgebracht op de lijst van erkende schuldeisers.
26-02-2020
9
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
€ 2.068.142,05
02-05-2018
5
€ 2.100.538,67
28-08-2019
8
€ 2.109.329,31
Toelichting
Verslag 9: Het totaal van de vorderingen van de erkende schuldeisers is op
26-02-2020
9
De wijze van afwikkeling is op dit moment nog niet bekend. 02-05-2018
5
De actuele schuldenpositie is inmiddels in kaart gebracht. 02-05-2018
5
Verslag 8: Gezien het vonnis van de rechtbank Gelderland van op 10 juli 2019
(zie paragraaf 7.5) is door de curator verzocht een verificatievergadering te
beleggen. Bij beschikking van 27 augustus 2019 heeft de rechtbank Gelderland
bepaald:
1. dat de vorderingen bij de curator moeten worden ingediend, uiterlijk op
25 september 2019;
2. dat de verificatievergadering zal worden gehouden op 10 oktober 2019
te 9.00 uur ub het gerechtsgebouw te Zutphen, Martinetsingel 2.
De curator zal zorg dragen voor tijdige nederlegging van de
crediteurenlijst(en).
28-08-2019
8
Verslag 9: De curator heeft de verificatievergadering voorbereid en
bijgewoond.
26-02-2020
9
9. Procedures
1.
Verbruggen heeft hoger beroep ingesteld op tegen het vonnis van de
rechtbank Gelderland van 10 juli 2019. Op 7 januari 2020 heeft zij een
memorie van grieven ingediend. De curator staat voor memorie van antwoord
op 16 maart 2020.
2.
26-02-2020
9
Strekkende tot verhaal van de vordering van de curator op Verbruggen, die
leidde tot het vonnis van 10 juli 2019, heeft de curator eertijds conservatoir
derdenbeslag gelegd onder de moeder van Verbruggen omdat er aanleiding
was te veronderstellen dat Verbruggen een deel van haar vermogen had veilig
gesteld bij haar moeder. De moeder verklaarde echter dat ten tijde van het
beslag tussen haar en Verbruggen geen enkele rechtsverhouding bestond of
heeft bestaan, uit hoofde waarvan Verbruggen op het tijdstip van het beslag
nog iets van Van der Vorst had te vorderen of te vorderen zou krijgen. Weer
later ontving de curator specifieke informatie waaruit wel leek te volgen dat
deze derdenverklaring onjuist was. Stellende dat het afleggen van een
onjuiste derdenverklaring onrechtmatig is en Red Dragon c.q. de schuldeisers
daardoor schade lijden, heeft de curator de moeder in rechte aangesproken en
ten laste van haar derdenbeslag gelegd onder een derde. Dat beslag heeft
doel getroffen. In de onderliggende procedure staat de moeder voor conclusie
van antwoord.
Verslag 10:
1. Als hiervoor al aangegeven: in de hoger beroep procedure tegen
mevrouw Verbruggen heeft de curator een memorie van antwoord
tevens memorie van eis in incidenteel appel ingediend. Mevrouw
Verbruggen is thans nog in de gelegenheid om een memorie van
antwoord in incidenteel appel in te dienen.
2.
De moeder van mevrouw Verbruggen heeft recent een conclusie van antwoord
ingediend. De rechtbank heeft aangegeven een datum voor een comparitie van
partijen te plannen.
26-08-2020
10
Verslag 11:
1.
Als hiervoor al aangegeven: zijdens mevrouw Verbruggen is op 26 mei 2020
een memorie van antwoord in incidenteel appel ingediend. Op 9 februari 2021
werd (tussen)arrest gewezen waarbij een mondelinge behandeling op 14 april
2021 werd bepaald.
2.
Op 9 september 2020 werd (tussen)vonnis gewezen waarin werd beslist dat
een mondelinge behandeling gehouden zou worden op 13 januari 2021. Deze
mondelinge behandeling heeft geen doorgang gevonden, omdat een dag
eerder (op 12 januari 2021) zijdens de moeder van mevrouw Verbruggen een
verzoek tot wraking van de behandelend rechter werd ingediend. Op 20
januari 2021 werd het wrakingsverzoek door de wrakingskamer behandeld
welk verzoek bij beslissing van 1 februari 2021 werd afgewezen. Inmiddels is
een nieuwe mondelinge behandeling bepaald op 31 maart 2021.
3.
Op 2 september 2020 is zijdens mevrouw Verbruggen tegen de curator een
toetsingsverzoek ingediend bij de Toetsingscommissie INSOLAD. Mevrouw
Verbruggen beklaagt zich erover - kortweg - dat de curator bij verschillende
gelegenheden (rondom de verkoop van de activa van Red Dragon begin 2017,
wat betreft de openbare verslaglegging in dit faillissement en in de lopende
gerechtelijke procedures) in de Algemene verordening gegevensbescherming
(AVG) c.q. de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) neergelegde regels
zou hebben geschonden. De curator heeft in twee schriftelijke rondes
inhoudelijk verweer gevoerd. Inmiddels heeft de Toetsingscommissie een
mondelinge behandeling bepaald voor 17 mei 2021.
25-02-2021
11
Verslag 12:
1.
Op 14 april 2021 heeft via digitale verbinding een mondelinge behandeling
plaatsgevonden ten overstaan van het gerechtshof. De zaak is inmiddels
enkele malen aangehouden voor arrest.
2.
Op 31 maart 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. In de
periode nadien heeft de advocaat van mevrouw Van der Vorst zich onttrokken
en stelde zich voor haar een nieuwe advocaat. Vervolgens bepaalde de
rechtbank een volgende mondelinge behandeling op 26 januari 2022.
3.
Op 17 mei 2021 heeft de mondelinge behandeling bij de Toetsingscommissie
INSOLAD plaatsgevonden. De beslissing van de Toetsingscommissie volgde op
13 augustus 2021. De Toetsingscommissie heeft de klacht dat wat betreft de
openbare verslaglegging geen regels zijn geschonden door de curator
afgewezen. Andere klachten zijn wel gegrond verklaard. Zo had de curator
volgens de Toetsingscommissie in zijn hoedanigheid van curator van de heer
Najak geen kennis mogen nemen van een tegen de heer Najak ingediend
verzoek bij de accountantskamer. En had curator in het kader van zijn
verhaalsonderzoek rondom de procedure tegen mevrouw Verbruggen geen
vragen mogen stellen aan een bank over bepaalde betalingen door mevrouw
Verbruggen. Ten slotte is de Toetsingscommissie van oordeel dat de curator
het kassasysteem van Red Dragon niet had mogen verkopen zonder te
onderzoeken of in dit systeem mogelijk persoonsgegevens waren opgeslagen.
30-08-2021
12
Verslag 13:
1.
Zie ook paragraaf 7.5 van dit verslag. Op 31 augustus 2022 heeft het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden arrest gewezen. Het gerechtshof is van
oordeel dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW.
Het door de curator gevorderde voorschot van € 1 miljoen is toegewezen. De
bestuurder heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het
gerechtshof. De curator voert verweer. Op 13 mei 2022 dient namens de
curator de inhoudelijke toelichting op diens verweer ingediend te worden.
2.
Op de mondelinge behandeling ten overstaan van de rechtbank Zeeland-West-
Brabant van 26 januari 2022 hebben de curator en mevrouw Van der Vorst een
regeling (neergelegd in een voor executie vatbaar proces-verbaal) getroffen
betaalt. Dit bedrag wordt in beginsel betaald uit het tegoed op de
bankrekening waar de curator eerder conservatoir beslag op legde. Ter zake
zal de curator moeten afstemmen met andere beslagleggers.
28-02-2022
13
Verslag 17
Op 20 februari 2024 werd de curator (zonder enige vooraankondiging)
gedagvaard door de heer Riaz Najak om op 6 maart 2024 te verschijnen bij de
rechtbank Gelderland. De heer Najak verwijt de curator (in zijn hoedanigheid
van curator) jegens hem onrechtmatig te hebben gehandeld en ter zake
schade geleden te hebben. De curator betwist dat daarvan sprake is en zal
zich (moeten) verweren. Uitgaande dat de dagvaarding op de rolzitting van 6
maart 2024 wordt aangebracht, zal de volgende stap (waarschijnlijk) zijn het
indienen van een conclusie van antwoord.
In een met de afwikkeling van het faillissement van Red Dragon verband
houdende strafzaak heeft de curator zich (voor de boedel) gevoegd als
benadeelde partij.
28-02-2024
17
9.2 Aard procedures
Verslag 18
Ter zake de in verslag 17 benoemde door de heer Najak tegen de curator
ingestelde (bodem) procedure is namens de curator op 17 april 2024 een
conclusie van antwoord ingediend. Op 15 augustus 2024 vond in deze
procedure een comparitie van partijen plaats. Thans staat deze zaak voor
vonnis op 25 september 2024.
Zonder vooraankondiging werd de curator de afgelopen verslagperiode door
de heer R. Najak in kort geding gedagvaard. De heer Najak vorderde - kortweg
- dat de curator hem de administratie van Red Dragon en diverse
computerapparatuur ter inzage zou afgeven, omdat hem die mogelijkheid tot
nog toe niet of onvoldoende zou zijn geboden. De mondelinge behandeling
van het kort geding vond plaats op 14 augustus 2024. De curator heeft ter
zitting de stellingen en argumenten van de heer Najak als zijnde onjuist met
onderbouwing betwist. Op 15 augustus heeft de voorzieningenrechter vonnis
gewezen en alle vorderingen van de heer Najak afgewezen met veroordeling
van hem in de kosten van het geding. Voorshands heeft de heer Najak aan
deze veroordeling niet voldaan.
De inhoudelijke behandeling van de in het voorgaande verslag genoemde
strafzaak heeft plaatsgevonden op 19 en 20 augustus 2024. De curator wacht
het vonnis van de rechtbank ter zake af.
28-08-2024
18
In de in verslag 17 benoemde door de heer Najak tegen de curator ingestelde
(bodem) procedure is op 4 september 2024 eindvonnis gewezen. Alle door de
heer Najak ingestelde vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen. Hoger
beroep werd niet ingesteld, zodat dit vonnis inmiddels in kracht van gewijsde
is.
Op 12 september 2024 werd door de rechtbank einduitspraak gedaan in de in
de voorgaande verslagen genoemde strafzaak. De curator werd daarbij in zijn
namens de gezamenlijke schuldeisers ingediende vordering benadeelde partij
niet-ontvankelijk verklaard, omdat, zo oordeelde rechtbank, deze vordering te
complex is om te worden behandeld in het kader van een strafzaak.
28-02-2025
19
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
Verslag 14:
1.
Op 13 mei 2022 is namens de curator de inhoudelijke toelichting op zijn
verweer ingediend. Partijen hebben vervolgens allebei afgezien van re- en
dupliek, fourneerden het dossier van de vorige instanties en vroegen arrest.
Inmiddels deelde de Procureur-Generaal ter rolzitting van de Hoge Raad mee
dat hij voornemens is om op 21 oktober 2022 zijn conclusie te geven.
2.
De door de curator ingeschakelde deurwaarder heeft betreffend bedrag van €
128.634,53 onder zich genomen. Een derde schuldeiser legde voor een
voorshands begrote vordering van EUR 500.000,00 beslag op dit bedrag. De
afwikkeling van de zaak op basis waarvan dat beslag werd gelegd zal nog
geruime tijd op zich zal laten wachten. De curator heeft met betreffende
beslaglegger en met mevrouw Van der Vorst besproken dat in ieder geval het
bedrag waar de boedel in de onderlinge verhouding met de betreffende
beslaglegger ten minste aanspraak op kan maken alvast aan de boedel zal
worden uitgekeerd, namelijk een bedrag van € 26.321,00. Onder aftrek van
kosten is voornoemd bedrag inmiddels naar de boedelrekening overgemaakt.
Te zijner tijd zal bezien moeten worden hoe de verdeling van het restant van €
102.313,00 zal uitvallen.
29-08-2022
14
Verslag 15:
2.
Hoe de verdeling van betreffend bedrag van EUR 102.313,00 zal uitvallen, is
nog niet duidelijk.
28-02-2023
15
Verslag 16:
1.
Op 24 maart 2023 heeft de Hoge Raad arrest gewezen. Zie overigens
paragraaf 7.5 van dit verslag.
2.
Zicht op de vraag de verdeling van betreffend bedrag van EUR 102.313,00 zal
uitvallen, is er nog niet.
29-08-2023
16
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
In de voorgaande verslagen kwam aan de orde dat de boedel ter zake een
vordering van EUR 128.634,53 aanspraak heeft op even groot bedrag dat in
depot rust onder een deurwaarder. En dat een derde schuldeiser, te weten
FIOD/OM, ter zake een voorshands begrote vordering van EUR 500.000,00 een
voorwaardelijke aanspraak heeft op betreffend depotbedrag van EUR
128.634,53. Voorshands werd (in samenspraak met de relevante partijen) uit
dit depot reeds een bedrag van EUR 26.321,00 uitgekeerd aan de boedel. Voor
wat betreft de toedeling van het restant depotbedrag van EUR 102.313,00 zou
worden afgewacht of en zo ja, in hoeverre de vordering van EUR 500.000,00
van FIOD/OM zou worden toegewezen. Hoewel de procedure waarin de status
van de vordering van FIOD/OM bepaald zou moeten worden kennelijk is
geëindigd, is het de curator nog niet duidelijk wat die status is. Ter zake heeft
de curator navraag gedaan bij FIOD/OM en is in afwachting van een reactie.
28-02-2025
19
Verslag 20
Overleg tussen de curator en FIOD/OM heeft geleid tot de afstemming dat
het restant depotbedrag van EUR 102.313,00 in zijn geheel zal toekomen
aan de boedel. Ter zake is de deurwaarder, bij wie dit bedrag in depot rust,
verzocht om over te gaan tot (door)betaling op de faillissementsrekening.
10-09-2025
20
10. Overig
De procedure tegen Stichting Enalmei en mevrouw Verbruggen wordt
voortgezet.
02-05-2018
5
Zie punt 7.5; de procedure tegen Stichting Enalmei en mevrouw Verbruggen
duurt nog voort.
28-08-2018
6
Zie punt 7.5; de procedure tegen procedure tegen Stichting Enalmei en
mevrouw Verbruggen is nog niet tot een einde gekomen.
27-02-2019
7
Verslag 8: De procedure tegen Stichting Enalmei en Verbruggen ten overstaan
de van de rechtbank Gelderland is geëindigd met een veroordeling van deze
personen. De curator neemt verdere actie om tot incasso te kunnen komen van
de bedragen die op basis hiervan aan de boedel toekomen.
28-08-2019
8
Verslag 9: Onder meer zal het hoger beroep dat door Verbruggen werd
ingesteld tegen haar veroordeling van 10 juli 2019 moeten worden afgerond
alsmede de procedure die de curator opstartte tegen de moeder van
Verbruggen.
26-02-2020
9
Verslag 11: De onder hoofdstuk 9 beschreven procedures zullen worden
voortgezet.
25-02-2021
11
Verslag 17
De procedure bij de rechtbank (zie paragraaf 9.1) wordt verder gevoerd.
28-02-2024
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
17
Op dit moment is nog niet duidelijk op welke termijn het faillissement kan
worden afgewikkeld.
02-05-2018
5
Zolang de procedure tegen Stichting Enalmei en mevrouw Verbruggen niet is
afgerond, kan niet worden ingeschat op welke termijn het faillissement wellicht
afgewikkeld zou kunnen worden.
27-02-2019
7
Verslag 8: Over de termijn van afwikkeling kan nog steeds niets gezegd
worden. Bijvoorbeeld dient nog de verificatie van de vorderingen te worden
afgerond en zal wellicht nog een schadestaatprocedure gevoerd moeten
worden. Hoeveel tijd de executie van het vonnis van 10 juli 2019 in beslag zal
nemen, valt nog niet in te schatten.
28-08-2019
8
Verslag 9: Nog niet bekend. Diverse procedures zullen nog afgerond moeten
worden alvorens een inschatting gegeven kan worden wanneer wellicht
afgewikkeld kan worden.
26-02-2020
9
Verslag 10: Omdat de gerechtelijke procedures voortduren, kan nog steeds
niet worden aangegeven op welke termijn wellicht op afwikkeling aangestuurd
kan worden.
26-08-2020
10
Verslag 11: Op welke termijn de diverse lopende procedures zullen eindigen, is
voorshands niet in te schatten. Wanneer het faillissement afgewikkeld kan
worden, kan derhalve ook nog niet worden ingeschat.
25-02-2021
11
Verslag 12:
De diverse aanhangige procedures duren voort. Wanneer het faillissement
afgewikkeld kan worden, is niet aan te geven.
30-08-2021
12
Verslag 13:
De procedure ten overstaan van de Hoge Raad wordt verder gevoerd. De
curator concentreert zich daarnaast op de executiemaatregelen op basis van
het onder paragraaf 7.5 bedoelde arrest van het gerechtshof en het onder
paragraaf 9.1 bedoelde proces-verbaal van de rechtbank.
28-02-2022
13
Verslag 14:
De procedure ten overstaan van de Hoge Raad wordt voortgezet. Hetzelfde
geldt voor de executiemaatregelen op basis van het onder paragraaf 7.5
bedoelde arrest van het gerechtshof en het onder paragraaf 9.1 bedoelde
proces-verbaal van de rechtbank.
29-08-2022
14
Verslag 15:
Het arrest van de Hoge Raad wordt afgewacht. De verdeling van het onder
paragraaf 9.1 bedoelde bedrag zal nog moeten plaatsvinden. Wanneer het
faillissement afgewikkeld kan worden, is nog niet aan te geven.
28-02-2023
15
De procedure bij het Gerechtshof (zie paragraaf 7.5) wordt verder gevoerd. De
curator poogt tot (gedeeltelijke) toedeling van het onder paragraaf 9.1
bedoelde bedrag aan de boedel te komen.
29-08-2023
16
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
Verslag 17
Op de vraag op welke termijn het faillissement afgewikkeld zou kunnen
worden, is mede gezien de diverse lopende procedures nog steeds geen
antwoord te geven.
28-02-2024
17
Wat nog speelt, is de verdeling van het restant depotbedrag van EUR
102.313,00. De curator probeert hier op de kortste termijn tot een afronding te
komen. Als dat het geval is, lijkt het faillissement afgewikkeld te kunnen
worden.
28-02-2025
19
Verslag 20
Overleg met FIOD/OM heeft geleid tot de afstemming dat het restant
depotbedrag van EUR 102.313,00 in zijn geheel zal toekomen aan de boedel.
Ter zake is de deurwaarder, bij wie dit bedrag in depot rust, verzocht om
over te gaan tot (door)betaling op de faillissementsrekening. Insteek is om
na ontvangst van die betaling over te gaan tot afwikkeling van het
faillissement.
10-09-2025
20
10-3-2026 10-09-2025
20
Zie punt 10.1. 28-08-2018
6
Bijlagen