Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Betreft
Algemene gegevens
House of Shoes Retail B.V. 20-07-2018
4
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid House of Shoes
Retail B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te (5253 AS) Nieuwkuijk
aan het adres Venbroekstraat 7, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
onder nummer 57194912.
20-07-2018
4
Winkels in schoenen. Groothandel in schoenen. Groothandel in overige
consumentenartikelen (rest, non-food).
20-07-2018
4
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Verslagperiode
105
Toelichting
Met machtiging van de rechter-commissaris is op 29 januari 2015 het ontslag
aangezegd.
20-07-2018
4
€ 4.748,19
20-07-2018
4
€ 2.727,95
23-01-2019
5
€ 1.436,31
22-08-2019
6
€ 1.438,59
20-02-2020
7
€ 1.441,89
20-08-2020
8
€ 1.253,61
22-02-2021
9
€ 1.254,69
20-08-2021
10
€ 45.775,97
18-02-2022
11
€ 45.819,11
17-08-2022
12
€ 12.019,19
03-03-2023
13
€ 335.625,35
04-06-2023
14
€ 334.302,70
05-09-2023
15
€ 334.286,86
05-12-2023
16
van
18-1-2018
t/m
20-6-2018
20-07-2018
4
van
21-6-2018
t/m
13-1-2019
23-01-2019
5
van
14-1-2019
t/m
6-8-2019
22-08-2019
6
van
7-8-2019
t/m
2-2-2020
20-02-2020
7
van
3-2-2020
t/m
10-8-2020
20-08-2020
8
van
11-8-2020
t/m
22-2-2021
22-02-2021
9
van
23-2-2021
t/m
20-3-2021
20-08-2021
10
van
18-8-2021
t/m
15-2-2022
18-02-2022
11
van 17-08-2022
Bestede uren
17-2-2022
t/m
17-8-2022
12
van
18-8-2022
t/m
1-3-2023
03-03-2023
13
van
2-3-2023
t/m
31-5-2023
04-06-2023
14
van
1-6-2023
t/m
30-8-2023
05-09-2023
15
van
31-8-2023
t/m
4-12-2023
05-12-2023
16
Bestede uren
Toelichting bestede uren
VerslagperiodeBestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
Totaal aantal uren: 809,00 uur.
Beroepsaansprakelijkheid:
Verslagperiode: 34,80 uur
Totaal aantal uren: 543,30 uur
Doordat lopende het faillissement de digitalisering via KEI Toezicht is
gerealiseerd zijn verslagen in de onderhavige faillissementen vanaf enig
moment ook gedigitaliseerd. Ten gevolge daarvan vermeld het systeem dat dit
het 4e verslag is, maar dit is dus niet juist.
Het verslag dat in juli 2018 is ingediend betreft het 8e woordelijke verslag.
20-07-2018
4
Totaal aantal bestede uren: 826,00 uur 23-01-2019
5
Totaal aantal bestede uren: 874,60 uur 20-02-2020
7
Totaal aantal bestede uren: 877,20 uur 20-08-2020
8
Totaal aantal bestede uren: 899,30 uur 22-02-2021
9
Totaal aantal bestede uren: 909,7 uur 20-08-2021
10
Totaal aantal bestede uren: 917,1 uur
De verslagdatum van de vorige periode staat per abuis op 23-02-2021 t/m 20-
03-2021. Het vorige verslag betrof echter de periode 23-02-2021 t/m 17-08-
2021.
De huidige verslagperiode loopt van 18-08-2021 tot en met 15-02-2022.
18-02-2022
11
De vorige verslagperiode eindigde op 15-02-2022. De huidige verslagperiode
start op 16-02-2022 en eindigt op 16-08-2022.
17-08-2022
12
De bestede uren zien hoofdzakelijk op het incasseren van de vordering op de
bestuurders uit hoofde van het arrest dat is gewezen in de
bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Zie hoofdstuk 7.
05-12-2023
16
1. Inventarisatie
Bestuurders van HOS NL zijn de heren W. Harder en J. Harder.
Aandeelhouder van HOS NL zijn Schoenenfabriek Beclere B.V. (349999 gewone
aandelen) en J. Harder (1 gewoon aandeel). Bestuurder van Schoenenfabriek
Beclere B.V. is de heer J. Harder. Wie aandeelhouders van Beclere B.V. zijn is
23-01-2019
5
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
niet bekend.
HOS NL is bestuurder en enig aandeelhouder van HOS R.
House of Shoes Nederland B.V. (HOS NL) en House of Shoes Retail B.V. (HOS
Retail) zijn
onderdeel van de Harder groep. Een organogram van deze groep is aan het
verslag gehecht
(bijlage 1). Voor zover groepsvennootschappen niet van belang zijn voor het
onderhavige
verslag zijn de namen daarvan weggelaten.
De Harder groep bestaat op hoofdlijnen uit een vastgoedtak (Vagomij B.V.),
een lampentak
(Ormalight B.V.) en een schoenentak (Helioform Quality Shoes B.V. (hierna:
Helioform), HOS NL, HOS R, Verkuilen en V/d Pluijm (de laatste staat niet in het
organogram)). Ook de
verschillende Verkuilen en Van der Puijm vennootschappen zijn eind 2014,
begin 2015 failliet verklaard (curator mr. E. v/d Kolk). Dat geldt ook voor Sita
Financial B.V. en Seketho B.V. (curator mr. M.C.H.G. Winkels). Helioform Quality
Shoes B.V., Colly International B.V. (beiden leverancier van HOS NL en HOS R),
Van Baarle Newbolt Holding B.V. en Mattil Schuhvertrieb GmbH verkeren niet in
staat van faillissement.
Verslag 2:
Helioform Quality Shoes B.V. (groepsvennootschap en grootste leverancier van
HOS NL en
HOS R) is op 10 maart 2015 in staat van faillissement verklaard met benoeming
van mr. K.
van den Dungen tot curator.
Van Baarle Newbolt Holding B.V. (eveneens een groepsvennootschap) is op 29
juni 2015
failliet verklaard, met benoeming van mr. E. v/d Kolk tot curator. Mr. E. v/d Kolk
is eveneens curator van de hiervoor genoemde Verkuilen en Van der Pluijm
vennootschappen.
De verzekeringen zijn opgezegd. 23-01-2019
5
De huurovereenkomsten zijn met machtiging van de rechter-commissaris
opgezegd. Voor het overige verwijst de curator naar 1.6 van het verslag van
31 januari 2018.
23-01-2019
5
De curator is van mening dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur en dat dit
een belangrijke oorzaak vormt voor het faillissement van de vennootschappen.
Zie 7.5. en het vorige verslag voor een toelichting.
20-07-2018
4
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
2. Personeel
Personeelsleden
105
23-01-2019
5
Toelichting
In het jaar voorafgaand aan het faillissement is reeds afscheid genomen van
diverse personeelsleden. Er werd gewerkt met tijdelijke contracten. De
contracten van een deel van het personeel dat ten tijde van het faillissement
nog in dienst was eindigde kort daarna van
rechtswege.
Met machtiging van de rechter-commissaris is op 29 januari 2015 het ontslag
aangezegd.
23-01-2019
5
Datum AantalToelichting
29-1-2015105
totaal 105
Afgerond. 23-01-2019
5
3. Activa
Beschrijving Verkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
Niet van toepassing.
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Niet van toepassing.
De curator verwijst naar hetgeen staat vermeld bij 3.6 van het verslag van 31
januari 2018.
23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Voor het overige verwijst de curator naar hetgeen staat vermeld bij 3.12 van
het verslag van 31 januari 2018.
23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
20-07-2018
4
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
4. Debiteuren
De curator heeft NIC Finance Projecten (hierna NIC) verzocht om op basis van
no cure - no pay (50/50 verdeling van de opbrengst) onderzoek te doen naar
het betalingsverkeer richting crediteuren in het zicht van faillissement. De focus
daarbij ligt onder meer op dubbele betalingen (twee keer dezelfde factuur).
Uit het onderzoek van NIC volgen 79 vraagposten met een totaalbedrag van
circa
€ 141.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd.
Status Aantal posten Waarde
Afgevallen:
Dit zijn de leveranciers waarbij het niet mogelijk is een bedrag te innen.
Hiervan is een leverancier (De Kinderschoenen B.V.) failliet verklaard en bleek
bij leverancier (Ecocalza S.L.) het bedrag al gecorrigeerd.
Toezegging leverancier/Ontvangen betalingen
Van K-Swiss Europe B.V. is inmiddels een betaling van € 3.319,57 op de
boedelrekening ontvangen.
Er wordt nog nader onderzoek verricht naar de de overige posten.
20-07-2018
4
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
ABN AMRO heeft een vordering ingediend van € 3,9 miljoen.
De curator heeft zich ten opzichte van ABN AMRO op het standpunt gesteld dat
ABN AMRO geen vordering op de failliete vennootschap heeft.
ABN AMRO heeft op basis van de argumenten van de curator besloten om de
vordering in te trekken. De ABN AMRO pretendeert dan ook niet langer een
vordering op de failliete vennootschappen te hebben.
23-01-2019
5
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
ABN AMRO pretendeerde pandrechten op de voorraden en vorderingen van de
failliete vennootschappen. Zie 5.1. en 5.4.
23-01-2019
5
De curator heeft zich tegenover ABN AMRO Bank met succes op een pauliana
beroepen. ABN AMRO heeft weliswaar de pauliana niet erkend, maar bevestigd
dat zij zich niet zal verzetten tegen de door de boedel ingeroepen vernietiging
van de aanvaarding van de hoofdelijke aansprakelijkheid door House of Shoes
Retail B.V. en House of Shoes Nederland B.V.
De curator heeft nader onderzoek verricht naar bij- en afschrijvingen voor
datum faillissement. Dit heeft niet geleid tot een aanvullende vordering op ABN
AMRO.
20-07-2018
4
De eigendomsvoorbehouden zijn afgewikkeld. Voor het overige verwijst de
curator naar hetgeen staat vermeld bij 5.6 van het verslag van 31 januari
2018.
23-01-2019
5
Er is geen beroep gedaan op een retentierecht. 23-01-2019
5
Er is geen beroep gedaan op een reclamerecht. 23-01-2019
5
Toelichting
Er bestond discussie over de rechthebbende tot de voorraad. De voorraad is in
het kader van een regeling "verkocht" voor € 100.000,-- aan een
vennootschap van een van de bestuurders van failliet. ABN AMRO heeft de
betaling van dat bedrag van € 100.000,00 aan de boedel gegarandeerd, voor
het geval de koper dit bedrag niet zou voldoen. De koper heeft het bedrag van
€ 100.000,-- aan de boedel voldaan, waarmee genoemde garantie vervallen is.
23-01-2019
5
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
het nadere onderzoek naar bij- en afschrijvingen voor datum
faillissement is afgerond.
20-07-2018
4
Afgerond. 23-01-2019
5
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
De bestuurders hebben alle winkels een dag voor het faillissement gesloten.
Vanwege de uiterst beperkte voorraadposities per winkel was het niet
opportuun om de winkels na faillissement weer te heropenen.
23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Doorstarten onderneming
Een algehele doorstart behoorde niet tot de mogelijkheden. Zie ook 3.8
(beschrijving andere activa).
23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
Toelichting
Niet van toepassing.
23-01-2019
5
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
Toelichting
Niet van toepassing.
23-01-2019
5
Niet van toepassing. 23-01-2019
5
7. Rechtmatigheid
De vennootschap is opgericht op 7 februari 2013.
Vanwege de datum van oprichting van HOS NL en HOS R was er op datum
faillissement nog
geen publicatieplicht voor 2013. De termijn voor de publicatie van de
jaarrekening 2013 liep
een aantal dagen na datum faillissement af. Op 30 januari 2015 is er door de
bestuurder voor
beide vennootschappen een concept jaarrekening gepubliceerd.
23-01-2019
5
In de concept jaarrekening die is gepubliceerd wordt gesproken over een
samenstellingsverklaring.
Vanwege de structuur waarin de vennootschappen zich bevinden lijkt er
sprake te zijn van
controleplichtigheid. Met het oog daarop had er een controleopdracht dienen
te worden
verstrekt. Uit het onderzoek van de curator blijkt dat er slechts een
samenstellingsopdracht is
verstrekt.
23-01-2019
5
De uitkomst van het onderzoek geeft de curator onvoldoende handvatten om
te kunnen concluderen dat er niet reëel is volgestort.
20-07-2018
4
Ja
Toelichting
20-07-2018
4
De curator heeft de bestuurders aansprakelijk gesteld op grond van de
artikelen 2:248 BW en/of 2:9 BW en/of 6:162 BW. Het voorlopige boedeltekort
in de faillissementen van HOS Retail en HOS Nederland samen bedraagt circa
€8.220.000,--.
De curator heeft de bestuurders gedagvaard. De zaak staat voor vonnis op 22
augustus 2018. Zie het vorige verslag en hoofdstuk 9. Procedures voor een
nadere onderbouwing.
De Belastingdienst en enkele curatoren van andere aan de bestuurders
gelieerde
vennootschappen, die allen mogelijk eveneens vorderingen op de bestuurder
en/of op
gelieerde vennootschappen hebben, zijn geïnformeerd over het bestaan van
voornoemde aanspraken van de boedel op de bestuurders.
Inmiddels heeft ook de curator van Helioform de heer J. Harder als bestuurder
aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort in het faillissement van Helioform
van circa € 2.520.000,--.
Ja
Toelichting
Status procedure
Het (tussen)vonnis, dat op 22 augustus 2018 werd verwacht, is een aantal
keren aangehouden. Op 24 oktober 2018 is uiteindelijk het tussenvonnis
gewezen.
Ten aanzien van 2:248 BW heeft de boedel een bewijsopdracht gekregen.
Ten aanzien van de 2:9 BW vordering concludeert de rechtbank in het
tussenvonnis dat de curator aan de bestuurders terecht het verwijt maakt dat
zij op 7 juli 2014 de activiteiten niet hadden mogen voortzetten en dat het
bestuur haar taak onbehoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:9 BW door
toch door te gaan. De curator zal de schade die respectievelijk HOS NL en HOS
Retail daardoor hebben geleden nog dienen te begroten. Die begroting komt
evenwel eerst aan bod indien de 2:248 BW vordering - na bewijslevering door
de curator - niet wordt toegewezen.
In geval van aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW zijn de
bestuurders in beginsel aansprakelijk voor het volledige boedeltekort. In het
geval de 2:248 BW vordering wordt afgewezen en louter de 2:9 BW vordering
zou worden toegewezen dient de hoogte van de schade nog te worden
vastgesteld.
Het bewijs zal de curator onder meer leveren middels het horen van getuigen.
Het getuigenverhoor staat gepland op 11 april 2019.
Financiering procedure
Volledigheidshalve merkt de curator nog op dat de
bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure wordt gefinancierd via de
Garantstellingsregeling (derhalve door de Staat der Nederlanden,
vertegenwoordigd door de Minister van Rechtsbescherming).
23-01-2019
5
Ja
Toelichting
22-08-2019
6
De curator heeft een akte met producties ingediend. Op 11 april 2019 heeft het
getuigenverhoor zijdens de curator plaatsgevonden. Vervolgens is er door de
bestuurders nog een akte met producties ingediend. De contra-enquête
zijdens de bestuurder heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2019. Er zijn vier
van de opgeroepen zes getuigen gehoord. Twee van de zijdens de
bestuurders opgeroepen getuigen zijn niet komen opdagen. Er wordt een
nieuwe datum gepland om ook hen te horen. Daarna zullen naar verwacht nog
conclusies na enquête worden genomen. Het eindvonnis in de
bodemprocedure zal derhalve nog de nodige tijd op zich laten wachten.
Toelichting
In de onderhavige verslagperiode zijn ook de twee getuigen gehoord, die
eerder niet kwamen opdagen. De enquête is daarna gesloten.
Op 22 januari jl. is er zijdens de curator een conclusie na enquête genomen.
De zaak staat nu voor conclusie van antwoord na enquête zijdens gedaagden
op 4 maart a.s. Vervolgens zal er vonnis worden gewezen. Een
termijn/einddatum daarvoor valt niet te geven.
20-02-2020
7
Ja
Toelichting
Op 12 augustus 2020 is het eindvonnis gewezen in de
bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Het vonnis is in het openbaar
uitgesproken en gepubliceerd via: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?
id=ECLI:NL:RBOBR:2020:3958
De curator is in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat
de bestuurders op grond van artikel 2:248 lid 2 BW hoofdelijk aansprakelijk
zijn voor het boedeltekort in de faillissementen van House of Shoes Nederland
en House of Schoes Retail.
Ten tijd van het onderhavige verslag bedraagt het gezamenlijke voorlopige
boedeltekort in deze faillissementen circa € 8 miljoen, waarvan circa € 2,5
miljoen aan (preferente) fiscale vorderingen. Verificatie dient nog plaats te
vinden.
Voor de motivering van de rechtbank verwijst de curator naar bovengenoemde
link. De beslissing van de rechtbank luidt woordelijk als volgt:
"In conventie
3.1.
verklaart voor recht dat [gedaagden] op grond van artikel 2:248 lid 2 BW
hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort in de faillissementen van
HOS Retail en HOS NL,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, aldus dat indien de een betaalt de ander
is bevrijd, tot betaling van dit boedeltekort aan de curator, welk boedeltekort
dient te worden opgemaakt bij staat,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt
ook de ander zal zijn bevrijd, om aan de curator te betalen een bedrag van €
300.000,00 (zegge: driehonderdduizend euro) als voorschot op het door
[gedaagden] uit hoofde van de veroordeling onder 3.2. te betalen bedrag,
3.4.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt
ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op €
20-08-2020
8
7.478,89,
3.5.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt
ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van de curator
tot op heden begroot op € 16.979,31, te vermeerderen met de wettelijke rente
als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende
dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op €
157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat
[gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft
voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,
met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van
betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als
bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na
de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.7.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met dien
verstande dat de betalingen door [gedaagden] in verband met het
restitutierisico alleen hoeven plaats te vinden op een door de curator aan
[gedaagden] op te geven geblokkeerde derdengeldrekening en de betalingen
die daarop worden gedaan op die rekening blijven staan totdat dit vonnis
onherroepelijk is geworden,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in voorwaardelijke reconventie
3.9.
verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft."
Tegen dit vonnis staat hoger beroep open. Ten tijde van het onderhavige
verslag is de curator nog niet bekend of de bestuurders in hoger beroep zullen
gaan.
Ja
Toelichting
De bestuurders hebben tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep
ingesteld. De curator zal verweer voeren. De curator heeft zich in de procedure
gesteld. De zaak staat thans op de rol van 23 maart 2021 voor memorie van
grieven zijdens de bestuurders.
22-02-2021
9
Ja
Toelichting
Op 25 mei 2021 is de memorie van grieven genomen zijdens de bestuurders.
De zaak staat voor memorie van antwoord zijdens de curator op 31 augustus
2021.
20-08-2021
10
Ja
Toelichting
-De memorie van antwoord is zijdens de curator genomen op 31 augustus
2021.
-Op 14 september 2021 stond de zaak voor beraad partijen. Partijen hebben
18-02-2022
11
pleidooi gevraagd.
-Het gerechtshof heeft partijen in overweging gegeven om een
mediationtraject te starten. Partijen hebben het hof bericht dat er (vooralsnog)
geen mediationtraject wordt gestart.
-De zaak staat thans op de rol van 29 maart 2022 voor opgave verhinderdata
van partijen in de periode juli t/m december 2022. Het pleidooi zal derhalve
ergens in die maanden gaan plaatsvinden.
Toelichting
-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.
17-08-2022
12
Toelichting
-Op 27 september 2022 heeft het pleidooi in het hoger beroep
plaatsgevonden.
-Op 6 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen.
Het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is in het openbaar
uitgesproken en gepubliceerd via:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:4179
Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat er sprake is van onbehoorlijk
bestuur ex artikel 2:248 lid 1 BW. De curator is daarmee wederom in het gelijk
gesteld.
Hof is wel van mening dat de marktomstandigheden ook een oorzaak van het
faillissement zijn en wel zodanig dat de aansprakelijkheid - overigens zonder
nadere onderbouwing van dat percentage - tot 25% van het
faillissementstekort wordt gematigd. Daarbij speelt voor het hof ook een rol
dat de bestuurders zichzelf niet zouden hebben verrijkt ten koste van de
crediteuren.
Voor de uitgebreide motivering van het hof verwijst de curator naar
bovengenoemde link. De beslissing van het hof luidt woordelijk als volgt:
*Is aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur van [appellanten] een
belangrijke oorzaak is van het faillissement van HOS c.s.?
3.6.1.
Naar het oordeel van het hof is het aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke
bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement van HOS c.s. Het feit
dat er van meet af aan sprake was van een liquiditeitstekort dat niet was
gedekt door adequate financiering, betekent immers dat HOS c.s. van meet af
aan niet in staat was om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Uit de
door de curator overgelegde e-mailberichten van leveranciers blijkt dat er al
vanaf mei 2013 werd aangemaand en dat uit stukken van de fiscus blijkt dat
HOS c.s. vanaf september 2013 niet meer aan haar betalingsverplichtingen
jegens de fiscus kon voldoen.
3.6.2.
Volgens [appellanten] is het faillissement van HOS c.s. niet veroorzaakt door
het gebrek aan financiering van het liquiditeitstekort, maar doordat de
geprognosticeerde omzet niet werd gehaald. Het hof is het met [appellanten]
eens dat aannemelijk is dat het feit dat de omzet achterbleef bij hetgeen was
geprognosticeerd, heeft bijgedragen aan het faillissement van HOS c.s. Dit
betekent echter niet dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur niet (ook) een
belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Vast staat immers dat
ook als de geprognosticeerde omzet wel was gehaald, er direct na de start
03-03-2023
13
van de activiteiten van HOS c.s. in maart 2013 liquiditeitsproblemen zouden
zijn ontstaan. Dit volgt uit het cashstroomoverzicht februari 2013. Dit betekent
dat, naast een onvoldoende dekkende financiering, HOS c.s. ook geen buffer
had om eventuele tegenvallers zoals achterblijvende omzet op te vangen.
Hierbij komt dat het zeer wel mogelijk is dat het achterblijven van de omzet
niet alleen door de marktomstandigheden is veroorzaakt, maar ook door het
feit dat HOS c.s. door de liquiditeitsproblemen niet in staat was de voorraad op
peil te houden, en dus door het kennelijke onbehoorlijke bestuur door
[appellanten] Het hof wijst op het rapport van [XY] , waarin wordt vastgesteld
dat er in 2013 veel minder voorraad is ingekocht dan was gepland (€
1.600.000,- in plaats van € 3.850.000,-). Het hof wijst in dit verband voorts op
hetgeen [persoon A] heeft verklaard in zijn getuigenverklaring:
“In 2013 was wat mij betreft de kern dat de omzet die was geprognosticeerd
niet kon worden gehaald, omdat er simpelweg te weinig werd ingekocht. Dat
betekende dat de onderneming daarom ook niet winstgevend kon zijn.”
3.6.3.
[appellanten] hebben in dit verband nog aangevoerd dat de belastingdienst de
BTW-aangiftes van HOS c.s. trager dan verwacht heeft afgewikkeld, hetgeen
volgens hen heeft gezorgd voor liquiditeitsproblemen. Nog daargelaten dat dit
door [appellanten] niet is onderbouwd, is het hof van oordeel dat dit mogelijk
extra heeft bijgedragen aan de liquiditeitsproblemen maar dat dit op zichzelf,
mede gezien hetgeen hiervoor in rov. 3.6.1 en 3.6.2. is overwogen, niet
betekent dat het kennelijke onbehoorlijke bestuur niet een belangrijke
oorzaak voor het faillissement is geweest.
3.6.4.
De conclusie is dan ook dat [appellanten] hun taak als bestuurder van HOS c.s.
kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is
van het faillissement van HOS c.s. Dit betekent dat zij in beginsel jegens de
boedel aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van HOS c.s.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het tekort circa €
8.200.000,- bedraagt.
Het beroep op matiging
3.7.
Op grond van artikel 2:248 lid 4 BW kan de rechter het bedrag waarvoor de
bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien dit hem bovenmatig
voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling
door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement en/of de wijze
waarop dit is afgewikkeld. Naar het oordeel van het hof zijn de
marktomstandigheden ook een oorzaak van het faillissement. De
schoenendetailhandel had in de betreffende periode te maken met een zwak
economisch tij, met een krimpende vraag, stijgende inkoopkosten en BTW. Dit
blijkt uit de marktanalyses van Rabobank en ING uit die periode. Het hof
verwijst in dit verband ook naar het rapport van de Rabobank over cijfers en
trends in de schoenendetailhandel en naar het feit van algemene bekendheid
dat in 2015 veel winkels in de mode- en schoenendetailhandel in financiële
moeilijkheden kwamen en failliet gingen. Dit maakt dat aangenomen moet
worden dat de marktomstandigheden hebben bijgedragen aan het
faillissement van HOS c.s. en de omvang van het tekort. Ook indien er wel in de
financieringsbehoefte was voorzien, was er vanwege deze omstandigheden
een behoorlijke kans op faillissement geweest. Hierbij komt dat de door het
hof vastgestelde onbehoorlijke taakvervulling van [appellanten] er kort gezegd
uit bestaat dat zij bij de start van de onderneming weliswaar een
onverantwoord risico hebben genomen, maar dat niet is gebleken dat
[appellanten] zich daarbij hebben verrijkt ten koste van de schuldeisers dan
wel persoonlijk voordeel hebben genoten van hun handelwijze. Het hof ziet in
het voorgaande dan ook aanleiding om het bedrag waarvoor [appellanten]
jegens de boedel aansprakelijk zijn te matigen tot 25% van het uiteindelijke
boedeltekort.
Conclusie en afwikkeling
3.8.1.
Uit het voorgaande volgt dat [appellanten] hun taak als bestuurder van HOS
c.s. kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is
van het faillissement van HOS c.s., en dat zij hoofdelijk jegens de boedel
aansprakelijk zijn voor 25% van het tekort in het faillissement van HOS c.s. Dit
betekent dat het hof het eindvonnis zal vernietigen voor wat betreft het
oordeel dat [appellanten] aansprakelijk zijn voor het volledige
faillissementstekort, en het eindvonnis voor het overige zal bekrachtigen. Het
hof zal ook het tussenvonnis bekrachtigen.
3.8.2.
De door [appellanten] voorgestelde grieven falen, dan wel behoeven in het
licht van het oordeel van het hof geen verdere bespreking. Het beroep van
[appellanten] op artikel 2:248 lid 4 BW slaagt wel. Om die reden zal het hof de
curator veroordelen in de proceskosten van [appellanten] in het hoger beroep.
Deze zullen worden vastgesteld op
griffierecht € 1.756,-
salaris advocaat € 8.128,- (2 punten x tarief VI)
De door [appellanten] gevorderde wettelijke rente over de
proceskostenveroordeling zal op de na te melden wijze worden toegewezen.
Het hof ziet geen aanleiding om de curator alsnog in de proceskosten in eerste
aanleg van [appellanten] te veroordelen. Indien de rechtbank het bedrag
waarvoor [appellanten] jegens de boedel aansprakelijk zijn had verminderd,
zou dit immers voor de proceskostenveroordeling in eerste aanleg geen
verschil hebben gemaakt.*
Regeling
De curator heeft tijdens de pleidooizitting aan de bestuurders een voorstel
gedaan om tot een regeling te komen. Dat voorstel is afgewezen. De curator
heeft vervolgens nog getracht om op basis van het arrest met de bestuurders
tot een oplossing te komen. Daarop is door de bestuurders niet gereageerd.
Plan van aanpak
De curator heeft de cassatiemogelijkheden in onderzoek en ter zake
cassatieadvies ingewonnen. Indien de curator af zou zien van cassatie zal de
curator in ieder geval de cassatietermijn van 6 maart 2023 af dienen te
wachten om te bezien of de bestuurders in cassatie gaan.
Ja
Toelichting
De curator heeft op basis van het ingewonnen cassatieadvies besloten om
geen cassatie in te stellen. De bestuurders hebben ook geen cassatie
ingesteld.
De curator heeft het voorlopige boedeltekort berekend. Ten gevolge van het
Paperlinx arrest zijn de boedel-huurschulden aanzienlijk opgelopen en deze
04-06-2023
14
7.6 Paulianeus handelen
lopen iedere dag nog verder op. Het boedeltekort in HOS Retail is daardoor
opgelopen tot circa EUR 9,5 miljoen + PM en inzake HOS Nederland tot circa
EUR 7,9 miljoen. In totaal bedraagt het boedeltekort in de faillissementen
samen derhalve circa EUR 17,4 miljoen + PM. De bestuurders zijn veroordeeld
tot vergoeding van 25% van dit tekort. Dat komt derhalve neer op circa EUR
4,35 miljoen + PM, waarvoor de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.
De curator heeft de bestuurders in de gelegenheid gesteld om een voorstel te
doen om aan het arrest te voldoen. Daarop hebben de bestuurders in eerste
instantie nog de hoogte van het tekort betwist en de integrale schuldenlast ter
discussie willen stellen. Om te beginnen stelden zij ter discussie de hoogte van
de boedel-huurschulden en de preferente vordering van de Belastingdienst. De
boedel-huurvordering is echter bij aanvang van de onderhavige faillissementen
door c.q. namens de bestuurders zelf - vanuit zustervennootschap Helioform -
ter verificatie ingediend. Bovendien zijn de preferente vorderingen van de
Belastingdienst gebaseerd op aanslagen die zijn opgelegd op basis van de
door c.q. namens de bestuurders destijds gedane aangiftes.
De bestuurders weigerden in eerste instantie ook nog om het depot van circa
EUR 327.000,-- vrij te geven, dat op basis van het vonnis in eerste aanleg door
hen was gestort. Nu het tekort waartoe zij veroordeeld zijn in alle gevallen
substantieel hoger is dan het depotbedrag viel niet in te zien op basis van
welk argument men vrijgave van het depot weigerde. De curator heeft de
bestuurders kenbaar gemaakt vrijgave van het depot alsmede een voorschot
op het boedeltekort in kortgeding te zullen gaan vorderen en daartoe een
concept dagvaarding opgesteld.
Het is nog niet nodig gebleken om de kortgeding dagvaarding uit te brengen.
Er is een overleg op gang gekomen. Inmiddels is het depotbedrag vrijgegeven
en op de boedelrekening van HOS Retail bijgeschreven.
De curator is nog in overleg met de bestuurders ter zake de betaling van
hetgeen waartoe zij veroordeeld zijn. Indien dit niet tot een oplossing leidt zal
de curator alsnog een procedure starten en een voorschot vorderen.
Toelichting
Het is niet gelukt om met de bestuurders een minnelijke regeling te bereiken.
De bestuurders waren niet bereid om een voorschot te betalen dat in een
redelijke verhouding staat tot de uiteindelijke veroordeling. De curator heeft
daarom medio juli 2023 een kort geding jegens de bestuurders aangespannen
en een voorschot gevorderd op de veroordeling tot betaling van 25% van het
boedeltekort. De behandeling van het kort geding heeft op 31 augustus 2023
plaatsgevonden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant zal
op 14 september 2023 een vonnis wijzen. Afhankelijk van de uitkomst van het
vonnis zal de curator de benodigde (rechts)maatregelen treffen.
05-09-2023
15
Toelichting
De bestuurders zijn in kortgeding veroordeeld om een (aanvullend) voorschot
te betalen van EUR 500.000,--. Uiteindelijk is dit bedrag door de bestuurders
op de boedelrekening van HOS NL voldaan, nadat de curator
noodzakelijkerwijs de eerste executiemaatregelen had getroffen. De curator
heeft hoger beroep ingesteld tegen het kortgeding vonnis met als doel in
hoger beroep een hoger voorschotbedrag toegewezen te krijgen. Daarnaast
zal de curator de rechtbank verzoeken een verificatievergadering te houden.
05-12-2023
16
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
Ja
20-07-2018
4
het onderzoek naar de stortingsplicht op de aandelen is afgerond.
in afwachting vonnis procedure bestuurdersaansprakelijkheid
20-07-2018
4
De werkzaamheden genoemd in het vorige verslag zijn afgerond
-Bewijslevering in de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure.
23-01-2019
5
-Voortzetting procedure in hoger beroep. 20-08-2021
10
-Voortzetting procedure in hoger beroep. 18-02-2022
11
-Voortzetting procedure in hoger beroep.
-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.
17-08-2022
12
-Onderzoek cassatie.
-Afwachten cassatietermijn.
03-03-2023
13
-Regeling bestuurders.
-Incasseren vordering op bestuurders.
04-06-2023
14
-Incasseren vordering op bestuurders. 05-12-2023
16
8. Crediteuren
€ 0,00
20-07-2018
4
€ 861.122,34
22-08-2019
6
€ 874.155,49
20-08-2021
10
€ 1.004.078,28
17-08-2022
12
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
€ 890.793,16
03-03-2023
13
€ 1.004.078,28
04-06-2023
14
€ 1.423.370,00
20-07-2018
4
€ 1.423.362,00
03-03-2023
13
€ 188.062,74
20-07-2018
4
€ 75,20
Toelichting
Belastingsamenwerking Oost-Brabant.
20-07-2018
4
41
20-07-2018
4
35
20-08-2021
10
35
Toelichting
Daarnaast zijn er 15 betwiste crediteuren.
18-02-2022
11
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
€ 2.690.945,57
20-07-2018
4
€ 2.690.945,57
Toelichting
Daarnaast is het bedrag van de betwiste crediteuren € 16.209,31.
18-02-2022
11
De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden
afgewikkeld.
20-02-2020
7
De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden
afgewikkeld.
03-03-2023
13
De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden
afgewikkeld.
18-02-2022
11
De curator heeft op basis van het Paperlinx arrest een berekening gemaakt
van de vordering van Helioform in hoedanigheid van verhuurder van HOS NL
resp. HOS R. Ten gevolge van dit arrest en de duur van het onderhavige
faillissement -een rechtstreeks gevolg van de
bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure- is er sprake van een aanzienlijke
stijging van de vordering vanuit Helioform op HOS NL en HOS R. Vanuit
Helioform bezien zal er ook sprake zijn van een verhoging van de vordering
van diens verhuurders over de betreffende boedelperiode, na de opzegging
van de huurovereenkomsten door de curator kort nadat het faillissement van
Helioform is uitgesproken.
05-12-2023
16
9. Procedures
Gedaagde sub 1: J. Harder.
Gedaagde sub 2: W. Harder.
20-07-2018
4
Bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. 20-07-2018
4
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
In de verslagperiode is een akte na comparitie ingediend. Tijdens de comparitie
hebben de bestuurders diverse nieuwe feiten en omstandigheden naar voren
gebracht. Die gaven aanleiding tot nader onderzoek. Voor zover daartoe door
de rechtbank gelegenheid werd geboden is de uitkomst van dit onderzoek
opgenomen in de akte na comparitie.
Harder c.s. zijn in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.
De procedure staat thans voor vonnis op 22 augustus 2018.
20-07-2018
4
Zie hiervoor onder 7. Rechtmatigheid. 22-08-2019
6
Zie hiervoor onder 7. Rechtmatigheid. 20-02-2020
7
Op 12 augustus 2020 is het eindvonnis gewezen in de
bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Het vonnis is in het openbaar
uitgesproken en gepubliceerd via: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?
id=ECLI:NL:RBOBR:2020:3958.
De curator is in eerste aanleg in het gelijk gesteld. Tegen het vonnis staat
hoger beroep open. Op dit moment is de curator nog niet bekend of de
bestuurders al dan niet in hoger beroep zullen gaan.
Zie ook hiervoor onder 7. Rechtmatigheid.
20-08-2020
8
De bestuurders hebben tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep
ingesteld. De curator zal verweer voeren. De curator heeft zich in de procedure
gesteld. De zaak staat thans op de rol van 23 maart 2021 voor memorie van
grieven zijdens de bestuurders.
22-02-2021
9
Op 25 mei 2021 is de memorie van grieven genomen zijdens de bestuurders.
De zaak staat voor memorie van antwoord zijdens de curator op 31 augustus
2021.
20-08-2021
10
-De memorie van antwoord is zijdens de curator genomen op 31 augustus
2021.
-Op 14 september 2021 stond de zaak voor beraad partijen. Partijen hebben
pleidooi gevraagd.
-Het gerechtshof heeft partijen in overweging gegeven om een
mediationtraject te starten. Partijen hebben het hof bericht dat er (vooralsnog)
geen mediationtraject wordt gestart.
-De zaak staat thans op de rol van 29 maart 2022 voor opgave verhinderdata
van partijen in de periode juli t/m december 2022. Het pleidooi zal derhalve
ergens in die maanden gaan plaatsvinden.
18-02-2022
11
-Op 6 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen.
-De cassatietermijn loopt tot 6 maart 2023.
03-03-2023
13
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
Voortzetting procedure
20-07-2018
4
-Afwachten vonnis. 20-02-2020
7
-Afwachten mogelijk hoger beroep/in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.20-08-2020
8
-Voortzetting procedure in hoger beroep. 22-02-2021
9
-Voortzetting procedure in hoger beroep. 20-08-2021
10
-Voortzetting procedure in hoger beroep. 18-02-2022
11
-Voortzetting procedure in hoger beroep.
-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.
17-08-2022
12
-Onderzoek cassatie.
-Afwachten cassatietermijn.
03-03-2023
13
-Afgerond. Er is geen cassatie ingesteld.
-Indien er geen oplossing wordt bereikt met de bestuurders, dan zal de
curator in kortgeding een voorschot op het boedeltekort vorderen.
04-06-2023
14
-Hoger beroep tegen kortgedingvonnis.
-Schadestaatprocedure.
05-12-2023
16
10. Overig
-Onderzoek cassatie.
-Afwachten cassatietermijn.
03-03-2023
13
Afwachten vonnis kort geding.
Treffen benodigde (rechts)maatregelen ter executie van het arrest.
Oplossing bereiken met de bestuurders.
05-09-2023
15
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
De curator bewaakt de voortvarende afwikkeling van het faillissement. Een
termijn van afwikkeling valt evenwel nog niet te geven.
De uitkomst van de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure dient te worden
afgewacht. Afhankelijk van de uitkomst zal er mogelijk hoger beroep worden
ingesteld door de curator of de bestuurders, in welk geval de afwikkeling van
het faillissement langer op zich zal laten wachten.
20-07-2018
4
De curator bewaakt de voortvarende afwikkeling van het faillissement. Een
termijn van afwikkeling valt evenwel nog niet te geven.
Indien er door de bestuurders hoger beroep worden ingesteld tegen het
vonnis in eerste aanleg, dan zal de afwikkeling van het faillissement aanzienlijk
langer op zich zal laten wachten.
20-08-2020
8
Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling
langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het
faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur van de
gerechtelijke procedure.
22-02-2021
9
Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling
langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het
faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur en de
uitkomst van de gerechtelijke procedure.
20-08-2021
10
Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling
langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het
faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur en de
uitkomst van de gerechtelijke procedure.
18-02-2022
11
Indien er in cassatie wordt gegaan zal de afwikkeling in ieder geval langer op
zich laten wachten. Ook indien er geen cassatie wordt ingesteld en het arrest
in kracht van gewijsde gaat lijken de bestuurders vooralsnog niet genegen om
tot een regeling te komen. In dat geval zal het tekort in het faillissement
worden vastgesteld en een executietraject worden opgestart. Dat zal ook
geruime tijd in beslag gaan nemen.
Een termijn voor de afwikkeling van het faillissement kan niet worden gegeven.
De termijn van afwikkeling is afhankelijk van de voornoemde punten.
03-03-2023
13
Zie 7.5. De curator is in overleg met de bestuurders ter zake de nakoming door
hen van het arrest van het hof (betaling van 25% van het tekort). Indien er
met de bestuurders tot een oplossing kan worden gekomen kunnen de
onderhavige faillissementen sneller worden afgewikkeld. Indien dit niet lukt,
zal het incasseren van de vordering op de bestuurders naar het zich laat
aanzien de nodige tijd gaan kosten. In dat geval zal de afwikkeling nog
geruime tijd op zich laten wachten.
04-06-2023
14
Aangezien tot op heden geen overeenstemming met de bestuurders is bereikt,
zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten wachten.
05-09-2023
15
Aangezien het noodzakelijk blijkt om de vordering op de bestuurders middels
procedures te incasseren, zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten
wachten.
05-12-2023
16
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
5-3-2024 05-12-2023
16
Vanaf april 2018 hanteert de rechtbank een nieuw format voor
faillissementsverslagen. In verband hiermee worden in dit verslag louter de
wijzigingen ten opzichte van het vorige verslag weergegeven. Voor alle andere
informatie, wordt verwezen naar de inhoud van de voorgaande verslagen.
Doordat lopende het faillissement de digitalisering via KEI Toezicht is
gerealiseerd zijn verslagen in de onderhavige faillissementen vanaf enig
moment ook gedigitaliseerd. Ten gevolge daarvan vermeld het systeem dat dit
het 4e verslag is, maar dit is dus niet juist.
Het verslag dat in juli 2018 is ingediend betreft het 8e woordelijke verslag.
20-07-2018
4
Het verslag dat in januari 2019 is ingediend betreft het 9e woordelijke verslag.23-01-2019
5
Bijlagen
Bijlage 1 20-07-2018
4