Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 28-11-2024

Onbekend bedrijf · KVK 57194629 ·F.01/15/60
Verslagdatum
28-11-2024
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Oost-Brabant

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 01_obr_15_60_F_V_43 ·Tekst verwerkt op 28-09-2026 01:36

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Betreft

Algemene gegevens

House of Shoes Nederland B.V. 20-07-2018

4

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid House of Shoes

Nederland B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te (5253 AS)

Nieuwkuijk aan het adres Venbroekstraat 7, ingeschreven bij de Kamer van

Koophandel onder nummer 57194629.

20-07-2018

4

Groothandel in schoenen. Groothandel in overige consumentenartikelen (rest,

non-food).

20-07-2018

4

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2013 € 4.568.174,00 € -802.548,00 € -2.473.125,00

Verslagnummer 20

Datum verslag 28-11-2024

Insolventienummer F.01/15/60

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000008349:F002

Datum uitspraak 27-01-2015

R-C mr. S.J.O. de Vries

Curator mr O.B.J. Poorthuis

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Verslagperiode

7

Toelichting

Met machtiging van de rechter-commissaris is op 29 januari 2015 het ontslag

aangezegd.

20-07-2018

4

€ 4,36

20-07-2018

4

€ 4,42

23-01-2019

5

€ 4,40

22-08-2019

6

€ 4,40

18-02-2022

11

€ -6,20

03-03-2023

13

€ -22,30

04-06-2023

14

€ -38,00

05-09-2023

15

€ 504.384,47

Toelichting

Incasseren van vorderingen op bestuurders uit hoofde van

bestuurdersaansprakelijkheid.

05-12-2023

16

€ 373.929,46

06-03-2024

17

€ 373.913,56

03-06-2024

18

€ 373.897,66

29-08-2024

19

€ 398.995,66

28-11-2024

20

van

18-1-2018

t/m

20-6-2018

20-07-2018

4

van

21-6-2018

t/m

23-9-2019

23-01-2019

5

van

14-1-2019

t/m

6-8-2019

22-08-2019

6

van

7-8-2019

t/m

2-2-2020

20-02-2020

7

van

3-2-2020

t/m

10-8-2020

20-08-2020

8

van

11-8-2020

t/m

22-2-2021

22-02-2021

9

van

23-2-2021

t/m

19-8-2021

20-08-2021

10

van

20-8-2021

t/m

15-2-2022

18-02-2022

11

van 03-03-2023

Bestede uren

8-9-2022

t/m

1-3-2023

13

van

2-3-2023

t/m

31-5-2023

04-06-2023

14

van

1-6-2023

t/m

1-9-2023

05-09-2023

15

van

2-9-2023

t/m

4-12-2023

05-12-2023

16

van

5-2-2026

t/m

2-3-2024

06-03-2024

17

van

3-3-2024

t/m

29-5-2024

03-06-2024

18

van

30-5-2024

t/m

28-8-2024

29-08-2024

19

van

28-8-2024

t/m

22-11-2024

28-11-2024

20

Bestede uren

Toelichting bestede uren

VerslagperiodeBestede uren

4 0 uur 0 min
5 0 uur 0 min
6 4 uur 6 min
7 3 uur 24 min
8 2 uur 48 min
9 6 uur 42 min
10 87 uur 12 min
11 43 uur 18 min
12 13 uur 6 min
13 105 uur 6 min
14 58 uur 48 min
15 74 uur 12 min
16 48 uur 0 min
17 7 uur 0 min
18 19 uur 0 min
19 66 uur 30 min
20 62 uur 48 min
Totaal 602 uur 0 min

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

Totaal aantal bestede uren: 165,40 uur 20-07-2018

4

Totaal aantal bestede uren: 172,20 uur 23-01-2019

5

Totaal aanstal bestede uren: 179,70 uur. 20-02-2020

7

Totaal aanstal bestede uren: 182,50 uur. 20-08-2020

8

Totaal aantal bestede uren: 192,20 uur 22-02-2021

9

Totaal aantal bestede uren: 279,4 uur. 20-08-2021

10

Totaal aantal bestede uren: 322,7 uur.

De bestede uren zien hoofdzakelijk op de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure.

18-02-2022

11

De bestede uren zien hoofdzakelijk op het incasseren van de vordering op de

bestuurders uit hoofde van het arrest dat is gewezen in de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Zie hoofdstuk 7.

05-12-2023

16

De bestede tijd ziet hoofdzakelijk op het incasseren van de vordering op de

bestuurders.

Verslagperiode is 05-12-2023 t/m 27-02-2024.

06-03-2024

17

1. Inventarisatie

Bestuurders van HOS NL zijn de heren W. Harder en J. Harder.

Aandeelhouder van HOS NL zijn Schoenenfabriek Beclere B.V. (349999 gewone

aandelen) en J. Harder (1 gewoon aandeel). Bestuurder van Schoenenfabriek

Beclere B.V. is de heer J.

Harder. Wie aandeelhouders van Beclere B.V. zijn is niet bekend.

HOS NL is bestuurder en enig aandeelhouder van HOS R.

House of Shoes Nederland B.V. (HOS NL) en House of Shoes Retail B.V. (HOS

Retail) zijn

onderdeel van de Harder groep. Een organogram van deze groep is aan het

verslag gehecht

(bijlage 1). Voor zover groepsvennootschappen niet van belang zijn voor het

onderhavige

verslag zijn de namen daarvan weggelaten.

23-01-2019

5

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

De Harder groep bestaat op hoofdlijnen uit een vastgoedtak (Vagomij B.V.),

een lampentak

(Ormalight B.V.) en een schoenentak (Helioform Quality Shoes B.V. (hierna:

Helioform), HOS NL, HOS R, Verkuilen en Vd Pluijm (de laatste staat niet in het

organogram)). Ook de

verschillende Verkuilen en Van der Puijm vennootschappen zijn eind 2014,

begin 2015 failliet verklaard (curator mr. E. v/d Kolk). Dat geldt ook voor Sita

Financial B.V. en Seketho B.V. (curator mr. M.C.H.G. Winkels). Helioform Quality

Shoes B.V., Colly International B.V. (beiden leverancier van HOS NL en HOS R),

Van Baarle Newbolt Holding B.V. en Mattil Schuhvertrieb GmbH verkeren niet in

staat van faillissement.

Helioform Quality Shoes B.V. (groepsvennootschap en grootste leverancier van

HOS NL en

HOS R) is op 10 maart 2015 in staat van faillissement verklaard met benoeming

van mr. K.

van den Dungen tot curator.

Van Baarle Newbolt Holding B.V. (eveneens een groepsvennootschap) is op 29

juni 2015

failliet verklaard, met benoeming van mr. E. v/d Kolk tot curator. Mr. E. v/d Kolk

is eveneens curator van de hiervoor genoemde Verkuilen en Van der Pluijm

vennootschappen.

De verzekeringen zijn opgezegd. 23-01-2019

5

De huurovereenkomsten zijn met machtiging van de rechter-commissaris

opgezegd. Voor het overige verwijst de curator naar hetgeen staat vermeld bij

1.6 van het verslag van 31 januari 2018.

23-01-2019

5

De curator is van mening dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur en dat dit

een belangrijke oorzaak vormt voor het faillissement van de vennootschappen.

Zie 7.5. en het vorige verslag voor een toelichting.

20-07-2018

4

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

2. Personeel

Personeelsleden

7

23-01-2019

5

Toelichting

In het jaar voorafgaand aan het faillissement is reeds afscheid genomen van

diverse

personeelsleden. Er werd gewerkt met tijdelijke contracten. De contracten van

een deel van

het personeel dat ten tijde van het faillissement nog in dienst was eindigde

kort daarna van

rechtswege.

23-01-2019

5

Datum AantalToelichting

29-1-20157 Met machtiging van de rechter-commissaris is op 29 januari 2015

het ontslag aangezegd.

totaal 7

Afgerond. 07-09-2022

12

3. Activa

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

De curator verwijst naar hetgeen staat vermeld bij 3.8 van het verslag van 31

januari 2018.

23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

De werzkaamheden zijn afgerond. 23-01-2019

5

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Garantie ABN AMRO € 100.000,00
totaal € 0,00 € 100.000,00

De curator verwijst naar hetgeen staat vermeld bij 3.11 en 3.12 van het

verslag van 31 januari 2018.

23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

Bankrente: € 34,79
Restituties: € 270,88

20-07-2018

4

De werkzaamheden zijn afgerond. 23-01-2019

5

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

4. Debiteuren

De curator heeft NIC Finance Projecten (hierna NIC) verzocht om in HOS Retail,

op basis van no cure - no pay (50/50 verdeling van de opbrengst), onderzoek

te doen naar het betalingsverkeer richting crediteuren in het zicht van

faillissement. De focus daarbij ligt onder meer op dubbele betalingen (twee

keer dezelfde factuur).

Uit het onderzoek van NIC volgen 79 vraagposten met een totaalbedrag van

circa

€ 141.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd.

Status Aantal posten Waarde

Afgevallen 3 € 8.585,98
Toezegging leverancier 1 € 3.319,57
In behandeling 75 € 129.359,42
Eindtotaal 79 € 141.264,97

Afgevallen:

Dit zijn de leveranciers waarbij het niet mogelijk is een bedrag te innen.

Hiervan is een leverancier (De Kinderschoenen B.V.) failliet verklaard en bleek

bij leverancier (Ecocalza S.L.) het bedrag al gecorrigeerd.

Toezegging leverancier/Ontvangen betalingen

Van K-Swiss Europe B.V. is inmiddels een betaling van € 3.319,57 op de

boedelrekening ontvangen.

Er wordt nog nader onderzoek verricht naar de de overige posten.

20-07-2018

4

Naast voornoemde betaling van K-Swiss Europe B.V. heeft het onderzoek van

NIC naar de overige posten geen resultaat in geld opgeleverd. Dit is er met

name in gelegen dat voor zover er sprake was van betalingen/ontvangsten die

vragen opriepen, deze niet met externe partijen, maar met eveneens failliete

groepsvennootschappen plaatsvonden. Voor de boedel is daarbij derhalve

geen zicht op het realiseren van enig actief, zodat de curator dit verder heeft

laten rusten.

De betaling van K-Swiss is ontvangen. In het kader van de 50/50 (no-cure no-

pay) afspraak is de helft daarvan doorgestort aan NIC.

22-08-2019

6

Afgerond. 22-08-2019

6

5. Bank / Zekerheden

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

Toelichting vordering van bank(en)

ABN AMRO heeft een vordering ingediend van € 3,9 miljoen.

De curator heeft zich ten opzichte van ABN AMRO op het standpunt gesteld dat

ABN AMRO geen vordering op de failliete vennootschap heeft.

ABN AMRO heeft op basis van de argumenten van de curator besloten om de

vordering in te trekken. De ABN AMRO pretendeert dan ook niet langer een

vordering op de failliete vennootschappen te hebben.

23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

De curator heeft zich tegenover ABN AMRO Bank met succes op een pauliana

beroepen. ABN AMRO heeft weliswaar de pauliana niet erkend, maar bevestigd

dat zij zich niet zal verzetten tegen de door de boedel ingeroepen vernietiging

van de aanvaarding van de hoofdelijke aansprakelijkheid door House of Shoes

Retail B.V. en House of Shoes Nederland B.V.

De curator heeft nader onderzoek verricht naar bij- en afschrijvingen voor

datum faillissement. Dit heeft niet geleid tot een aanvullende vordering op ABN

AMRO.

20-07-2018

4

ABN AMRO pretendeerde pandrechten op de voorraden en vorderingen van de

failliete vennootschappen. Zie 5.1. en 5.4.

23-01-2019

5

De eigendomsvoorbehouden zijn afgewikkeld. Voor het overige verwijst de

curator naar 5.6 van het verslag van 31 januari 2018.

23-01-2019

5

Er is geen beroep gedaan op een retentierecht. 23-01-2019

5

Er is geen beroep gedaan op een reclamerecht. 23-01-2019

5

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

Toelichting

Er bestond discussie over de rechthebbende tot de voorraad. De voorraad is in

het kader van een regeling "verkocht" voor € 100.000,-- aan een

vennootschap van een van de bestuurders van failliet. ABN AMRO heeft de

betaling van dat bedrag van € 100.000,00 aan de boedel gegarandeerd, voor

het geval de koper dit bedrag niet zou voldoen. De koper heeft het bedrag van

€ 100.000,-- aan de boedel voldaan, waarmee genoemde garantie

vervallen is.

De opbrengst van € 100.000,-- is toegerekend aan de boedel van House of

Shoes Retail B.V. omdat daarin in de optiek van de curator ook de voorraad

aanwezig was.

23-01-2019

5

Afgerond. 23-01-2019

5

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

De bestuurders hebben alle winkels een dag voor het faillissement gesloten.

Vanwege de

uiterst beperkte voorraadposities per winkel was het niet opportuun om de

winkels na

faillissement weer te heropenen.

23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

Doorstarten onderneming

Een algehele doorstart behoort niet tot de mogelijkheden. Zie 3.8 (beschrijving

andere activa).

23-01-2019

5

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

Toelichting

Niet van toepassing.

23-01-2019

5

Toelichting

Niet van toepassing.

23-01-2019

5

Niet van toepassing. 23-01-2019

5

7. Rechtmatigheid

Opgericht op 7 februari 2013.

Vanwege de datum van oprichting van HOS NL en HOS R was er op datum

faillissement nog

geen publicatieplicht voor 2013. De termijn voor de publicatie van de

jaarrekening 2013 liep

een aantal dagen na datum faillissement af. Op 30 januari 2015 is er door de

bestuurder voor

beide vennootschappen een concept jaarrekening gepubliceerd.

23-01-2019

5

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

In de concept jaarrekening die is gepubliceerd wordt gesproken over een

samenstellingsverklaring.

Vanwege de structuur waarin de vennootschappen zich bevinden lijkt er

sprake te zijn van

controleplichtigheid. Met het oog daarop had er een controleopdracht dienen

te worden

verstrekt. Uit het onderzoek van de curator blijkt dat er slechts een

samenstellingsopdracht is

verstrekt.

23-01-2019

5

De uitkomst van het onderzoek geeft de curator onvoldoende handvatten om

te kunnen concluderen dat er niet reëel is volgestort.

20-07-2018

4

Ja

Toelichting

De curator heeft de bestuurders aansprakelijk gesteld op grond van de

artikelen 2:248 BW en/of 2:9 BW en/of 6:162 BW. Het voorlopige boedeltekort

in de faillissementen van HOS Retail en HOS Nederland samen bedraagt circa

€8.220.000,--.

De curator heeft de bestuurders gedagvaard. De zaak staat voor vonnis op 22

augustus 2018. Zie het vorige verslag en hoofdstuk 9. Procedures voor een

nadere onderbouwing.

De Belastingdienst en enkele curatoren van andere aan de bestuurders

gelieerde

vennootschappen, die allen mogelijk eveneens vorderingen op de bestuurder

en/of op

gelieerde vennootschappen hebben, zijn geïnformeerd over het bestaan van

voornoemde aanspraken van de boedel op de bestuurders.

Inmiddels heeft ook de curator van Helioform de heer J. Harder als bestuurder

aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort in het faillissement van Helioform

van circa € 2.520.000,--.

20-07-2018

4

Ja

Toelichting

Status procedure

Het (tussen)vonnis, dat op 22 augustus 2018 werd verwacht, is een aantal

keren aangehouden. Op 24 oktober 2018 is uiteindelijk het tussenvonnis

gewezen.

Ten aanzien van 2:248 BW heeft de boedel een bewijsopdracht gekregen.

Ten aanzien van de 2:9 BW vordering concludeert de rechtbank in het

tussenvonnis dat de curator aan de bestuurders terecht het verwijt maakt

dat zij op 7 juli 2014 de activiteiten niet hadden mogen voortzetten en dat

het bestuur haar taak onbehoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:9 BW

23-01-2019

5

door toch door te gaan. De curator zal de schade die respectievelijk HOS NL

en HOS Retail daardoor hebben geleden nog dienen te begroten. Die

begroting komt evenwel eerst aan bod indien de 2:248 BW vordering - na

bewijslevering door de curator - niet wordt toegewezen.

In geval van aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW zijn de

bestuurders in beginsel aansprakelijk voor het volledige boedeltekort. In het

geval de 2:248 BW vordering wordt afgewezen en louter de 2:9 BW

vordering zou worden toegewezen dient de hoogte van de schade nog te

worden vastgesteld.

Het bewijs zal de curator onder meer leveren middels het horen van

getuigen. Het getuigenverhoor staat gepland op 11 april 2019.

Financiering procedure

Volledigheidshalve merkt de curator nog op dat de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure wordt gefinancierd via de

Garantstellingsregeling (derhalve door de Staat der Nederlanden,

vertegenwoordigd door de Minister van Rechtsbescherming)

Ja

Toelichting

De curator heeft een akte met producties ingediend. Op 11 april 2019 heeft het

getuigenverhoor zijdens de curator plaatsgevonden. Vervolgens is er door de

bestuurders nog een akte met producties ingediend. De contra-enquête

zijdens de bestuurder heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2019. Er zijn vier

van de opgeroepen zes getuigen gehoord. Twee van de zijdens de

bestuurders opgeroepen getuigen zijn niet komen opdagen. Er wordt een

nieuwe datum gepland om ook hen te horen. Daarna zullen naar verwacht nog

conclusies na enquête worden genomen. Het eindvonnis in de

bodemprocedure zal derhalve nog de nodige tijd op zich laten wachten.

22-08-2019

6

Ja

Toelichting

In de onderhavige verslagperiode zijn ook de twee getuigen gehoord, die

eerder niet kwamen opdagen. De enquête is daarmee gesloten.

Op 22 januari jl. is er zijdens de curator een conclusie na enquête genomen.

De zaak staat nu voor conclusie van antwoord na enquête zijdens gedaagden

op 4 maart a.s. Vervolgens zal er vonnis worden gewezen. Een

termijn/einddatum daarvoor valt niet te geven.

20-02-2020

7

Ja

Toelichting

Op 12 augustus 2020 is het eindvonnis gewezen in de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Het vonnis is in het openbaar

uitgesproken en gepubliceerd via: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?

id=ECLI:NL:RBOBR:2020:3958

De curator is in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat

de bestuurders op grond van artikel 2:248 lid 2 BW hoofdelijk aansprakelijk

zijn voor het boedeltekort in de faillissementen van House of Shoes Nederland

en House of Schoes Retail.

20-08-2020

8

Ten tijd van het onderhavige verslag bedraagt het gezamenlijke voorlopige

boedeltekort in deze faillissementen circa € 8 miljoen, waarvan circa € 2,5

miljoen aan (preferente) fiscale vorderingen. Verificatie dient nog plaats te

vinden.

Voor de motivering van de rechtbank verwijst de curator naar bovengenoemde

link. De beslissing van de rechtbank luidt woordelijk als volgt:

"In conventie

3.1.

verklaart voor recht dat [gedaagden] op grond van artikel 2:248 lid 2 BW

hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort in de faillissementen van

HOS Retail en HOS NL,

3.2.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, aldus dat indien de een betaalt de ander

is bevrijd, tot betaling van dit boedeltekort aan de curator, welk boedeltekort

dient te worden opgemaakt bij staat,

3.3.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt

ook de ander zal zijn bevrijd, om aan de curator te betalen een bedrag van €

300.000,00 (zegge: driehonderdduizend euro) als voorschot op het door

[gedaagden] uit hoofde van de veroordeling onder 3.2. te betalen bedrag,

3.4.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt

ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op €

7.478,89,

3.5.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt

ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van de curator

tot op heden begroot op € 16.979,31, te vermeerderen met de wettelijke rente

als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende

dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.6.

veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op €

157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat

[gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft

voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van

betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als

bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na

de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

3.7.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met dien

verstande dat de betalingen door [gedaagden] in verband met het

restitutierisico alleen hoeven plaats te vinden op een door de curator aan

[gedaagden] op te geven geblokkeerde derdengeldrekening en de betalingen

die daarop worden gedaan op die rekening blijven staan totdat dit vonnis

onherroepelijk is geworden,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in voorwaardelijke reconventie

3.9.

verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft."

Tegen dit vonnis staat hoger beroep open. Ten tijde van het onderhavige

verslag is de curator nog niet bekend of de bestuurders in hoger beroep zullen

gaan.

Ja

Toelichting

De bestuurders hebben tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep

ingesteld. De curator zal verweer voeren. De curator heeft zich in de procedure

gesteld. De zaak staat thans op de rol van 23 maart 2021 voor memorie van

grieven zijdens de bestuurders.

22-02-2021

9

Ja

Toelichting

Op 25 mei 2021 is de memorie van grieven genomen zijdens de bestuurders.

De zaak staat voor memorie van antwoord zijdens de curator op 31 augustus

2021.

20-08-2021

10

Toelichting

-De memorie van antwoord is zijdens de curator genomen op 31 augustus

2021.

-Op 14 september 2021 stond de zaak voor beraad partijen. Partijen hebben

pleidooi gevraagd.

-Het gerechtshof heeft partijen in overweging gegeven om een

mediationtraject te starten. Partijen hebben het hof bericht dat er (vooralsnog)

geen mediationtraject wordt gestart.

-De zaak staat thans op de rol van 29 maart 2022 voor opgave verhinderdata

van partijen in de periode juli t/m december 2022. Het pleidooi zal derhalve

ergens in die maanden gaan plaatsvinden.

18-02-2022

11

Toelichting

-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.

07-09-2022

12

Ja

Toelichting

-Op 27 september 2022 heeft het pleidooi in het hoger beroep

plaatsgevonden.

-Op 6 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen.

Het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is in het openbaar

uitgesproken en gepubliceerd via:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:4179

Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat er sprake is van onbehoorlijk

bestuur van Harder c.s. ex artikel 2:248 lid 1 BW. De curator is daarmee

wederom in het gelijk gesteld.

Hof is wel van mening dat de marktomstandigheden ook een oorzaak van het

faillissement zijn en wel zodanig dat de aansprakelijkheid - overigens zonder

nadere onderbouwing van dat percentage - tot 25% van het

faillissementstekort wordt gematigd. Daarbij speelt voor het hof ook een rol

dat de bestuurders zichzelf niet zouden hebben verrijkt ten koste van de

crediteuren.

Voor de uitgebreide motivering van het hof verwijst de curator naar

bovengenoemde link. De beslissing van het hof luidt woordelijk als volgt:

03-03-2023

13

*Is aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur van [appellanten] een

belangrijke oorzaak is van het faillissement van HOS c.s.?

3.6.1.

Naar het oordeel van het hof is het aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke

bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement van HOS c.s. Het feit

dat er van meet af aan sprake was van een liquiditeitstekort dat niet was

gedekt door adequate financiering, betekent immers dat HOS c.s. van meet af

aan niet in staat was om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Uit de

door de curator overgelegde e-mailberichten van leveranciers blijkt dat er al

vanaf mei 2013 werd aangemaand en dat uit stukken van de fiscus blijkt dat

HOS c.s. vanaf september 2013 niet meer aan haar betalingsverplichtingen

jegens de fiscus kon voldoen.

3.6.2.

Volgens [appellanten] is het faillissement van HOS c.s. niet veroorzaakt door

het gebrek aan financiering van het liquiditeitstekort, maar doordat de

geprognosticeerde omzet niet werd gehaald. Het hof is het met [appellanten]

eens dat aannemelijk is dat het feit dat de omzet achterbleef bij hetgeen was

geprognosticeerd, heeft bijgedragen aan het faillissement van HOS c.s. Dit

betekent echter niet dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur niet (ook) een

belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Vast staat immers dat

ook als de geprognosticeerde omzet wel was gehaald, er direct na de start

van de activiteiten van HOS c.s. in maart 2013 liquiditeitsproblemen zouden

zijn ontstaan. Dit volgt uit het cashstroomoverzicht februari 2013. Dit betekent

dat, naast een onvoldoende dekkende financiering, HOS c.s. ook geen buffer

had om eventuele tegenvallers zoals achterblijvende omzet op te vangen.

Hierbij komt dat het zeer wel mogelijk is dat het achterblijven van de omzet

niet alleen door de marktomstandigheden is veroorzaakt, maar ook door het

feit dat HOS c.s. door de liquiditeitsproblemen niet in staat was de voorraad op

peil te houden, en dus door het kennelijke onbehoorlijke bestuur door

[appellanten] Het hof wijst op het rapport van [XY] , waarin wordt vastgesteld

dat er in 2013 veel minder voorraad is ingekocht dan was gepland (€

1.600.000,- in plaats van € 3.850.000,-). Het hof wijst in dit verband voorts op

hetgeen [persoon A] heeft verklaard in zijn getuigenverklaring:

“In 2013 was wat mij betreft de kern dat de omzet die was geprognosticeerd

niet kon worden gehaald, omdat er simpelweg te weinig werd ingekocht. Dat

betekende dat de onderneming daarom ook niet winstgevend kon zijn.”

3.6.3.

[appellanten] hebben in dit verband nog aangevoerd dat de belastingdienst de

BTW-aangiftes van HOS c.s. trager dan verwacht heeft afgewikkeld, hetgeen

volgens hen heeft gezorgd voor liquiditeitsproblemen. Nog daargelaten dat dit

door [appellanten] niet is onderbouwd, is het hof van oordeel dat dit mogelijk

extra heeft bijgedragen aan de liquiditeitsproblemen maar dat dit op zichzelf,

mede gezien hetgeen hiervoor in rov. 3.6.1 en 3.6.2. is overwogen, niet

betekent dat het kennelijke onbehoorlijke bestuur niet een belangrijke

oorzaak voor het faillissement is geweest.

3.6.4.

De conclusie is dan ook dat [appellanten] hun taak als bestuurder van HOS c.s.

kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is

van het faillissement van HOS c.s. Dit betekent dat zij in beginsel jegens de

boedel aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van HOS c.s.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het tekort circa €

8.200.000,- bedraagt.

Het beroep op matiging

3.7.

Op grond van artikel 2:248 lid 4 BW kan de rechter het bedrag waarvoor de

bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien dit hem bovenmatig

voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling

door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement en/of de wijze

waarop dit is afgewikkeld. Naar het oordeel van het hof zijn de

marktomstandigheden ook een oorzaak van het faillissement. De

schoenendetailhandel had in de betreffende periode te maken met een zwak

economisch tij, met een krimpende vraag, stijgende inkoopkosten en BTW. Dit

blijkt uit de marktanalyses van Rabobank en ING uit die periode. Het hof

verwijst in dit verband ook naar het rapport van de Rabobank over cijfers en

trends in de schoenendetailhandel en naar het feit van algemene bekendheid

dat in 2015 veel winkels in de mode- en schoenendetailhandel in financiële

moeilijkheden kwamen en failliet gingen. Dit maakt dat aangenomen moet

worden dat de marktomstandigheden hebben bijgedragen aan het

faillissement van HOS c.s. en de omvang van het tekort. Ook indien er wel in de

financieringsbehoefte was voorzien, was er vanwege deze omstandigheden

een behoorlijke kans op faillissement geweest. Hierbij komt dat de door het

hof vastgestelde onbehoorlijke taakvervulling van [appellanten] er kort gezegd

uit bestaat dat zij bij de start van de onderneming weliswaar een

onverantwoord risico hebben genomen, maar dat niet is gebleken dat

[appellanten] zich daarbij hebben verrijkt ten koste van de schuldeisers dan

wel persoonlijk voordeel hebben genoten van hun handelwijze. Het hof ziet in

het voorgaande dan ook aanleiding om het bedrag waarvoor [appellanten]

jegens de boedel aansprakelijk zijn te matigen tot 25% van het uiteindelijke

boedeltekort.

Conclusie en afwikkeling

3.8.1.

Uit het voorgaande volgt dat [appellanten] hun taak als bestuurder van HOS

c.s. kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is

van het faillissement van HOS c.s., en dat zij hoofdelijk jegens de boedel

aansprakelijk zijn voor 25% van het tekort in het faillissement van HOS c.s. Dit

betekent dat het hof het eindvonnis zal vernietigen voor wat betreft het

oordeel dat [appellanten] aansprakelijk zijn voor het volledige

faillissementstekort, en het eindvonnis voor het overige zal bekrachtigen. Het

hof zal ook het tussenvonnis bekrachtigen.

3.8.2.

De door [appellanten] voorgestelde grieven falen, dan wel behoeven in het

licht van het oordeel van het hof geen verdere bespreking. Het beroep van

[appellanten] op artikel 2:248 lid 4 BW slaagt wel. Om die reden zal het hof de

curator veroordelen in de proceskosten van [appellanten] in het hoger beroep.

Deze zullen worden vastgesteld op

explootkosten € 100,89

griffierecht € 1.756,-

salaris advocaat € 8.128,- (2 punten x tarief VI)

totaal € 9.984,89

De door [appellanten] gevorderde wettelijke rente over de

proceskostenveroordeling zal op de na te melden wijze worden toegewezen.

Het hof ziet geen aanleiding om de curator alsnog in de proceskosten in eerste

aanleg van [appellanten] te veroordelen. Indien de rechtbank het bedrag

waarvoor [appellanten] jegens de boedel aansprakelijk zijn had verminderd,

zou dit immers voor de proceskostenveroordeling in eerste aanleg geen

verschil hebben gemaakt.*

Regeling

De curator heeft tijdens de pleidooizitting aan de bestuurders een voorstel

gedaan om tot een regeling te komen. Dat voorstel is afgewezen. De curator

heeft vervolgens nog getracht om op basis van het arrest met de bestuurders

tot een oplossing te komen. Daarop is door de bestuurders niet gereageerd.

Plan van aanpak

De curator heeft de cassatiemogelijkheden in onderzoek en ter zake

cassatieadvies ingewonnen. Indien de curator af zou zien van cassatie zal de

curator in ieder geval de cassatietermijn van 6 maart 2023 af dienen te

wachten om te bezien of de bestuurders in cassatie gaan.

Ja

Toelichting

De curator heeft op basis van het ingewonnen cassatieadvies besloten om

geen cassatie in te stellen. De bestuurders hebben ook geen cassatie

ingesteld.

De curator heeft het voorlopige boedeltekort berekend. Ten gevolge van het

Paperlinx arrest zijn de boedel-huurschulden aanzienlijk opgelopen en deze

lopen iedere dag nog verder op. Het boedeltekort in HOS Retail is daardoor

opgelopen tot circa EUR 9,5 miljoen + PM en inzake HOS Nederland tot circa

EUR 7,9 miljoen. In totaal bedraagt het boedeltekort in de faillissementen

samen derhalve circa EUR 17,4 miljoen + PM. De bestuurders zijn veroordeeld

tot vergoeding van 25% van dit tekort. Dat komt derhalve neer op circa EUR

4,35 miljoen + PM, waarvoor de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.

De curator heeft de bestuurders in de gelegenheid gesteld om een voorstel te

doen om aan het arrest te voldoen. Daarop hebben de bestuurders in eerste

instantie nog de hoogte van het tekort betwist en de integrale schuldenlast ter

discussie willen stellen. Om te beginnen stelden zij ter discussie de hoogte van

de boedel-huurschulden en de preferente vordering van de Belastingdienst. De

boedel-huurvordering is echter bij aanvang van de onderhavige faillissementen

door c.q. namens de bestuurders zelf - vanuit zustervennootschap Helioform -

ter verificatie ingediend. Bovendien zijn de preferente vorderingen van de

Belastingdienst gebaseerd op aanslagen die zijn opgelegd op basis van de

door c.q. namens de bestuurders destijds gedane aangiftes.

De bestuurders weigerden in eerste instantie ook nog om het depot van circa

EUR 327.000,-- vrij te geven, dat op basis van het vonnis in eerste aanleg door

hen was gestort. Nu het tekort waartoe zij veroordeeld zijn in alle gevallen

substantieel hoger is dan het depotbedrag viel niet in te zien op basis van

welk argument men vrijgave van het depot weigerde. De curator heeft de

bestuurders kenbaar gemaakt vrijgave van het depot alsmede een voorschot

op het boedeltekort in kortgeding te zullen gaan vorderen en daartoe een

concept dagvaarding opgesteld.

Het is nog niet nodig gebleken om de kortgeding dagvaarding uit te brengen.

Er is een overleg op gang gekomen. Inmiddels is het depotbedrag vrijgegeven

en op de boedelrekening van HOS Retail bijgeschreven.

De curator is nog in overleg met de bestuurders ter zake de betaling van

hetgeen waartoe zij veroordeeld zijn. Indien dit niet tot een oplossing leidt zal

de curator alsnog een procedure starten en een voorschot vorderen.

04-06-2023

14

Toelichting

Het is niet gelukt om met de bestuurders een minnelijke regeling te bereiken.

De bestuurders waren niet bereid om een voorschot te betalen dat in een

redelijke verhouding staat tot de uiteindelijke veroordeling. De curator heeft

daarom medio juli 2023 een kort geding jegens de bestuurders aangespannen

en een voorschot gevorderd op de veroordeling tot betaling van 25% van het

boedeltekort. De behandeling van het kort geding heeft op 31 augustus 2023

plaatsgevonden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant zal

op 14 september 2023 een vonnis wijzen. Afhankelijk van de uitkomst van het

vonnis zal de curator de benodigde (rechts)maatregelen treffen.

05-09-2023

15

Toelichting

De bestuurders zijn in kortgeding veroordeeld om een (aanvullend) voorschot

te betalen van EUR 500.000,--. Uiteindelijk is dit bedrag door de bestuurders

op de boedelrekening van HOS NL voldaan, nadat de curator

noodzakelijkerwijs de eerste executiemaatregelen had getroffen. De curator

heeft hoger beroep ingesteld tegen het kortgeding vonnis met als doel in

hoger beroep een hoger voorschotbedrag toegewezen te krijgen. Daarnaast

zal de curator de rechtbank verzoeken een verificatievergadering te houden.

05-12-2023

16

Ja

Toelichting

Het hoger beroep tegen het kortgeding vonnis staat op de rol van 12 maart

a.s. De curator gaat er vanuit dat zich dan een advocaat namens de

bestuurders zal stellen.

De curator heeft de rechtbank verzocht om een datum voor de

verificatievergadering te bepalen.

06-03-2024

17

Toelichting

Op 29 mei 2024 heeft in het hoger beroep tegen het kortgedingvonnis bij het

Gerechtshof 's-Hertogenbosch een comparitie na aanbrengen plaatsgevonden.

Partijen zijn opnieuw in overleg getreden over een mogelijke regeling. Indien

een regeling kan worden getroffen zou daarmee worden voorkomen dat er

nog jaren moet worden doorgeprocedeerd. Al die tijd kunnen de

faillissementen niet worden afgewikkeld. Met het oog op het overleg is de

behandeling van het hoger beroep tegen het kortgeding vonnis twee weken

aangehouden. Afhankelijk van de uitkomt van het overleg zou er al dan niet

worden doorgeprocedeerd.

Het is niet mogelijk gebleken met de bestuurders tot een regeling te komen.

De bestuurders betwisten nagenoeg alle schulden om op die manier het tekort

te beperken waarvan zij op basis van de veroordeling 25% dienen te betalen.

Zij betwisten tegen beter weten in. Zo betwisten zij bijvoorbeeld de preferente

vordering van de Belastingdienst in HOS NL en HOS R (circa EUR 2,5 miljoen),

terwijl de Belastingdienst bevestigd heeft dat de betreffende aanslagen zijn

opgelegd op grond van aangiftes die door de bestuurders zelf zijn gedaan.

Ook betwisten de bestuurders de boedelvordering en concurrente vordering

vanuit zustervennootschap Helioform B.V. (circa EUR 1,7 miljoen) terwijl ook die

vorderingen destijds -vóór het faillissement van Helioform B.V.- door de

bestuurders, die ook bestuurders van Helioform B.V. zijn, zelf werden

ingediend bij HOS NL en HOS R en gedetailleerd werden onderbouwd met

overzichten en onderliggende facturen voor leveranties en huurtermijnen. De

29-08-2024

19

huurtermijnen werden daarbij ook uitgesplitst in een concurrente schuld over

de periode voor het faillissement van HOS NL en HOS R en -in verband met de

huuropzegging door de curator ex 39 Fw- een boedelschuld over de drie

maanden vanaf het faillissement van HOS NL en HOS R.

De bestuurders stellen op basis van hun betwistingen dat de schulden in HOS

NL en HOS R dus veel lager zijn dan thans genoteerd door de curator en dat zij

dus veel minder zouden moeten betalen.

Door deze gang van zaken worden de boedels genoodzaakt om meer kosten

te maken. Die kosten verhogen het tekort. Daarvan dienen de bestuurders op

hun beurt in ieder geval 25% te betalen. Per saldo worden de boedels dan

uitgehold met 75% van deze aanvullende kosten. De vraag is rechtens

opportuun of de bestuurders van deze bijkomende incassokosten in plaats van

25% wellicht 100% dienen te betalen.

De curator heeft een memorie van grieven ingediend. De procedure staat voor

Memorie van Antwoord op 10 september 2024.

De verificatievergadering in zowel HOS NL als HOS R is bepaald op 19 september

2024 te 09:30 uur bij de rechtbank Oost-Brabant aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-

Hertogenbosch. De schuldvorderingen op HOS NL en HOS R kunnen bij de curator

worden ingediend tot uiterlijk d.d. 5 september 2024.

De bekende crediteuren zijn op 3 juli 2024 aangeschreven. De bestuurders zijn

bij brief van 15 augustus 2024 opgeroepen de verificatievergadering bij te

wonen. De crediteurenlijsten zijn op 16 augustus 2024 door de curator aan de

rechtbank gestuurd om tijdig ter inzage te worden gelegd.

In de brief aan de bekende crediteuren is toegelicht dat zich in deze een

bijzondere situatie voordoet. Dit is het gevolg van de beslissing van het hof om

de bestuurdersaansprakelijkheid te matigen tot 25% van het tekort. Normaliter

wordt een verificatievergadering alleen gehouden wanneer er ook

daadwerkelijk een uitkering aan de concurrente crediteuren kan worden

gedaan. In dit geval is dat echter niet zo. Voorzienbaar is dat 25% van het

totale tekort onvoldoende zal zijn om de boedelcrediteuren en preferente

crediteuren te betalen. Dat houdt in dat er niet kan worden toegekomen aan

de concurrente crediteuren.

De toestand van de boedel wijst er dus op dat er geen uitkering aan de -

concurrente - crediteuren kan plaatsvinden, terwijl er wel een

verificatievergadering dient plaats te vinden om het tekort te kunnen

vaststellen waarvan de bestuurders 25% aan de boedel dienen te betalen.

Ja

Toelichting

De procedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is voortgezet. De

bestuurders hebben een memorie van antwoord ingediend en in incidenteel

appel vernietiging van het kortgedingvonnis gevorderd. De curator zal voor

de rolzitting van 3 december 2024 een memorie van antwoord in incidenteel

appel nemen.

Op basis van veroordeling in de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure

dienen de bestuurders 25% van het tekort te betalen. Kort gezegd houdt dat

in 25% van iedere concurrente vordering.

Hoewel er door de hoogte van de boedelschulden en preferente schulden,

samen met de veroordeling tot betaling van 25% van het tekort, voor de

concurrente crediteuren geen vooruitzicht is op een uitkering op hun

28-11-2024

20

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

vorderingen, zijn hun concurrente vorderingen wel relevant voor de

vaststelling van het tekort. Verificatie van vorderingen is daarom wel

opportuun.

Op 19 november 2024 heeft de verificatievergadering in HOS NL en HOS R

plaatsgevonden.

De bestuurders hebben tot op heden en ook ter vergadering in beide

faillissementen nagenoeg alle ingediende vorderingen (zowel boedel-,

preferente- als concurrente crediteuren) integraal betwist.

Zo worden bijvoorbeeld de door de Belastingdienst opgelegde aanslagen OB

van in totaal EUR 2,5 miljoen door de bestuurders betwist, terwijl die

aanslagen zijn opgelegd op basis van aangiftes die de bestuurders destijds

zelf hebben ingediend. Preferente vorderingen worden niet geverifieerd

zodat deze betwisting er in de verificatieprocedure niet toe doet.

Ook de concurrente vordering van het UWV wordt bijvoorbeeld betwist.

Alsmede de vorderingen vanuit zustervennootschap Helioform Quality Shoes

B.V. (failliet per 10-03-2015) worden door de bestuurders betwist, terwijl zij

ook daar bestuurder zijn en nota bene vanuit die positie op 3 maart 2015 zelf

de vorderingen van Helioform Quality Shoes B.V. op HOS NL en HOS R hebben

ingediend, voorzien van een uitgebreide onderbouwing en onderliggende

facturen.

Tijdens de verificatievergadering is er overleg geweest. De discussie is thans

beperkt tot de negen grootste concurrente crediteuren, waaronder Helioform

Quality Shoes B.V. Ten aanzien van de overige, lagere, vorderingen hebben

de bestuurders bevestigd deze niet langer te zullen betwisten.

De verificatievergadering is aangehouden voor de duur van 2 maanden.

Ja

20-07-2018

4

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

het onderzoek naar de stortingsplicht op de aandelen is afgerond.

in afwachting vonnis procedure bestuurdersaansprakelijkheid

20-07-2018

4

De werkzaamheden genoemd in het vorige verslag zijn afgerond

-Bewijslevering in de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure.

23-01-2019

5

-Voortzetting procedure in hoger beroep. 20-08-2021

10

-Voortzetting procedure in hoger beroep.

-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.

07-09-2022

12

-Onderzoek cassatie.

-Afwachten cassatietermijn.

03-03-2023

13

-Regeling bestuurders.

-Incasseren vordering op bestuurders.

04-06-2023

14

-Incasseren vordering op bestuurders. 05-09-2023

15

-Incasseren vordering op bestuurders. 05-12-2023

16

8. Crediteuren

€ 62.592,68

20-07-2018

4

€ 60.667,86

23-01-2019

5

€ 60.654,02

20-08-2021

10

€ 92.668,38

07-09-2022

12

€ 77.045,97

03-03-2023

13

€ 79.607,92

04-06-2023

14

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

€ 68.076,96

Toelichting

De curator heeft op basis van het Paperlinx arrest een berekening gemaakt

van de vordering van Helioform in hoedanigheid van verhuurder van HOS NL

resp. HOS R. Ten gevolge van dit arrest en de duur van het onderhavige

faillissement -een rechtstreeks gevolg van de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure- is er sprake van een aanzienlijke

stijging van de boedelvordering vanuit Helioform op HOS NL en HOS R. Vanuit

Helioform bezien zal er ook sprake zijn van een verhoging van de vordering

van diens verhuurders over de betreffende boedelperiode, na de opzegging

van de huurovereenkomsten door de curator kort nadat het faillissement van

Helioform is uitgesproken. De hoogte van deze vorderingen is onderdeel van

de discussie met de bestuurders over de hoogte van het boedeltekort.

06-03-2024

17

€ 497.920,83

29-08-2024

19

€ 1.010.038,75

20-07-2018

4

€ 1.016.297,75

23-01-2019

5

€ 1.010.038,75

22-08-2019

6

€ 1.011.936,75

20-08-2021

10

€ 991.234,75

07-09-2022

12

€ 32.794,69

20-07-2018

4

€ 0,00

Toelichting

Tot op heden zijn er geen andere preferente crediteuren bekend.

20-07-2018

4

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

18

20-07-2018

4

17

22-08-2019

6

17

Toelichting

Er zijn daarnaast 6 betwiste concurrente crediteuren.

18-02-2022

11

16

29-08-2024

19

€ 2.274.308,04

20-07-2018

4

€ 2.274.308,04

Toelichting

Daarnaast bedragen de zes vorderingen van betwiste concurrente crediteuren

€ 7.285,22.

18-02-2022

11

€ 3.411.658,74

29-08-2024

19

€ 3.381.688,22

28-11-2024

20

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

9.1 Naam wederpartijen

De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden

afgewikkeld.

20-02-2020

7

De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden

afgewikkeld.

18-02-2022

11

De curator kan nog niet aangeven op welke wijze het faillissement zal worden

afgewikkeld.

03-03-2023

13

De verificatievergadering in zowel HOS NL als HOS R is bepaald op 19 september

2024 te 09:30 uur bij de rechtbank Oost-Brabant aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-

Hertogenbosch. De schuldvorderingen op HOS NL en HOS R kunnen bij de curator

worden ingediend tot uiterlijk d.d. 5 september 2024.

De bekende crediteuren zijn op 3 juli 2024 aangeschreven. De bestuurders zijn

bij brief van 15 augustus 2024 opgeroepen de vergadering bij te wonen. De

crediteurenlijsten zijn op 16 augustus 2024 door de curator aan de rechtbank

gestuurd om ter inzage te worden gelegd.

In de brief aan de bekende crediteuren is toegelicht dat zich in deze een

bijzondere situatie voordoet. Dit is het gevolg van de beslissing van het hof om

de bestuurdersaansprakelijkheid te matigen tot 25% van het tekort. Normaliter

wordt een verificatievergadering alleen gehouden wanneer er ook

daadwerkelijk een uitkering aan de concurrente crediteuren kan worden

gedaan. In dit geval is dat echter niet zo. Voorzienbaar is dat 25% van het

totale tekort onvoldoende zal zijn om de boedelcrediteuren en preferente

crediteuren te betalen. Dat houdt in dat er niet kan worden toegekomen aan

de concurrente crediteuren.

De toestand van de boedel wijst er dus op dat er geen uitkering aan de -

concurrente - crediteuren kan plaatsvinden, terwijl er wel een

verificatievergadering dient plaats te vinden om het tekort te kunnen

vaststellen waarvan de bestuurders 25% aan de boedel dienen te betalen.

29-08-2024

19

De curator heeft op basis van het Paperlinx arrest een berekening gemaakt

van de vordering van Helioform in hoedanigheid van verhuurder van HOS NL

resp. HOS R. Ten gevolge van dit arrest en de duur van het onderhavige

faillissement -een rechtstreeks gevolg van de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure- is er sprake van een aanzienlijke

stijging van de vordering vanuit Helioform op HOS NL en HOS R. Vanuit

Helioform bezien zal er ook sprake zijn van een verhoging van de vordering

van diens verhuurders over de betreffende boedelperiode, na de opzegging

van de huurovereenkomsten door de curator kort nadat het faillissement van

Helioform is uitgesproken.

05-12-2023

16

9. Procedures

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

Gedaagde sub 1: J. Harder.

Gedaagde sub 2: W. Harder.

20-07-2018

4

Bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. 20-07-2018

4

In de verslagperiode is een akte na comparitie ingediend. Tijdens de comparitie

hebben de bestuurders diverse nieuwe feiten en omstandigheden naar voren

gebracht. Die gaven aanleiding tot nader onderzoek. Voor zover daartoe door

de rechtbank gelegenheid werd geboden is de uitkomst van dit onderzoek

opgenomen in de akte na comparitie.

Harder c.s. zijn in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.

De procedure staat thans voor vonnis op 22 augustus 2018.

20-07-2018

4

Zie hiervoor onder 7. Rechtmatigheid. 22-08-2019

6

Op 12 augustus 2020 is het eindvonnis gewezen in de

bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Het vonnis is in het openbaar

uitgesproken en gepubliceerd via: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?

id=ECLI:NL:RBOBR:2020:3958.

De curator is in eerste aanleg in het gelijk gesteld. Tegen het vonnis staat

hoger beroep open. Op dit moment is de curator nog niet bekend of de

bestuurders in hoger beroep zullen gaan.

Zie ook hiervoor onder 7. Rechtmatigheid.

20-08-2020

8

De bestuurders hebben tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep

ingesteld. De curator zal verweer voeren. De curator heeft zich in de procedure

gesteld. De zaak staat thans op de rol van 23 maart 2021 voor memorie van

grieven zijdens de bestuurders.

22-02-2021

9

Op 25 mei 2021 is de memorie van grieven genomen zijdens de bestuurders.

De zaak staat voor memorie van antwoord zijdens de curator op 31 augustus

2021.

20-08-2021

10

-De memorie van antwoord is zijdens de curator genomen op 31 augustus

2021.

-Op 14 september 2021 stond de zaak voor beraad partijen. Partijen hebben

pleidooi gevraagd.

-Het gerechtshof heeft partijen in overweging gegeven om een

mediationtraject te starten. Partijen hebben het hof bericht dat er (vooralsnog)

geen mediationtraject wordt gestart.

-De zaak staat thans op de rol van 29 maart 2022 voor opgave verhinderdata

van partijen in de periode juli t/m december 2022. Het pleidooi zal derhalve

ergens in die maanden gaan plaatsvinden.

18-02-2022

11

-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022. 07-09-2022

12

9.4 Werkzaamheden procedures

-Op 6 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen.

-De cassatietermijn loopt tot 6 maart 2023.

03-03-2023

13

Zie hiervoor onder 7. De curator tracht in hoger beroep een hoger voorschot te

realiseren. Het hoger beroep tegen het kortgeding vonnis staat op de rol van

12 maart a.s. De curator gaat er vanuit dat zich dan een advocaat namens de

bestuurders zal stellen.

06-03-2024

17

Op 29 mei 2024 heeft bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch een comparitie na

aanbrengen plaatsgevonden. Partijen zijn opnieuw in overleg getreden over

een mogelijke regeling. Indien een regeling kan worden getroffen zou daarmee

worden voorkomen dat er nog jaren moet worden doorgeprocedeerd. Al die

tijd kunnen de faillissementen niet worden afgewikkeld. Met het oog op het

overleg is de behandeling van het hoger beroep tegen het kortgeding vonnis

twee weken aangehouden. Afhankelijk van de uitkomt van het overleg zal er al

dan niet worden doorgeprocedeerd.

03-06-2024

18

Het overleg heeft niet tot enig resultaat geleid. De procedure bij het

Gerechtshof 's-Hertogenbosch is voortgezet. De curator dient voor de

rolzitting van 3 december 2024 een memorie van antwoord in incidenteel

appel te nemen. De bestuurders hebben bij incidenteel appel vernietiging van

het kortgedingvonnis gevorderd.

Tevens heeft op 19 november 2024 een verificatievergadering

plaatsgevonden. Voor meer informatie hieromtrent verwijst de curator naar

punt 7.5 van onderhavig verslag.

28-11-2024

20

9.4 Werkzaamheden procedures

voortzetting procedure

20-07-2018

4

-Afwachten vonnis. 20-02-2020

7

-Afwachten mogelijk hoger beroep/in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.20-08-2020

8

-Voortzetting procedure in hoger beroep. 22-02-2021

9

-Voortzetting procedure in hoger beroep. 20-08-2021

10

-Voortzetting procedure in hoger beroep. 18-02-2022

11

-Voortzetting procedure in hoger beroep.

-Het pleidooi in het hoger beroep zal plaatsvinden op 27 september 2022.

07-09-2022

12

-Onderzoek cassatie.

-Afwachten cassatietermijn.

03-03-2023

13

-Afgerond. Er is geen cassatie ingesteld.

-Indien er geen oplossing wordt bereikt met de bestuurders, dan zal de

curator in kortgeding een voorschot op het boedeltekort vorderen.

04-06-2023

14

-Hoger beroep tegen kortgedingvonnis.

-Schadestaatprocedure.

05-12-2023

16

-Hoger beroep tegen kortgedingvonnis.

-Schadestaatprocedure.

06-03-2024

17

-Overleg over regeling.

-Voortzetting hoger beroep tegen kortgedingvonnis indien er geen regeling tot

stand komt.

-Schadestaatprocedure.

03-06-2024

18

-Verificatievergadering.

-Voortzetting hoger beroep tegen kortgedingvonnis indien er geen regeling tot

stand komt.

-Schadestaatprocedure.

29-08-2024

19

-Voorzetting verificatievergadering.

-Voortzetting hoger beroep tegen kortgedingvonnis.

-Schadestaatprocedure.

28-11-2024

20

10. Overig

10.1 Plan van aanpak

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

-Onderzoek cassatie.

-Afwachten cassatietermijn.

03-03-2023

13

-Afgerond. Er is geen cassatie ingesteld.

-Indien er geen oplossing wordt bereikt met de bestuurders, dan zal de

curator in kortgeding een voorschot op het boedeltekort vorderen.

04-06-2023

14

Afwachten vonnis kort geding.

Treffen benodigde (rechts)maatregelen ter executie van het arrest.

Oplossing bereiken met de bestuurders.

05-09-2023

15

Overleg over regeling.

Voortzetting hoger beroep tegen kortgedingvonnis indien er geen

regeling tot stand komt.

Schadestaatprocedure.

03-06-2024

18

De curator bewaakt de voortvarende afwikkeling van het faillissement. Een

termijn van afwikkeling valt evenwel nog niet te geven.

De uitkomst van de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure dient te worden

afgewacht. Afhankelijk van de uitkomst zal er mogelijk hoger beroep worden

ingesteld door de curator of de bestuurders, in welk geval de afwikkeling van

het faillissement langer op zich zal laten wachten.

20-07-2018

4

De curator bewaakt de voortvarende afwikkeling van het faillissement. Een

termijn van afwikkeling valt evenwel nog niet te geven.

Indien er door de bestuurders hoger beroep worden ingesteld tegen het

vonnis in eerste aanleg, dan zal de afwikkeling van het faillissement aanzienlijk

langer op zich zal laten wachten.

20-08-2020

8

Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling

langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het

faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur van de

gerechtelijke procedure.

22-02-2021

9

Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling

langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het

faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur en de

uitkomst van de gerechtelijke procedure.

20-08-2021

10

Aangezien de bestuurders hoger beroep hebben ingesteld, zal de afwikkeling

langer op zich laten wachten. Een termijn voor de afwikkeling van het

faillissement kan niet worden gegeven. Dit is afhankelijk van de duur en de

uitkomst van de gerechtelijke procedure.

18-02-2022

11

Indien er in cassatie wordt gegaan zal de afwikkeling in ieder geval langer op

zich laten wachten. Ook indien er geen cassatie wordt ingesteld en het arrest

in kracht van gewijsde gaat lijken de bestuurders vooralsnog niet genegen om

03-03-2023

13

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

tot een regeling te komen. In dat geval zal het tekort in het faillissement

worden vastgesteld en een executietraject worden opgestart. Dat zal ook

geruime tijd in beslag gaan nemen.

Een termijn voor de afwikkeling van het faillissement kan niet worden gegeven.

De termijn van afwikkeling is afhankelijk van de voornoemde punten.

Zie 7.5. De curator is in overleg met de bestuurders ter zake de nakoming door

hen van het arrest van het hof (betaling van 25% van het tekort). Indien er

met de bestuurders tot een oplossing kan worden gekomen kunnen de

onderhavige faillissementen sneller worden afgewikkeld. Indien dit niet lukt,

zal het incasseren van de vordering op de bestuurders naar het zich laat

aanzien de nodige tijd gaan kosten. In dat geval zal de afwikkeling nog

geruime tijd op zich laten wachten.

04-06-2023

14

Aangezien tot op heden geen overeenstemming met de bestuurders is bereikt,

zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten wachten.

05-09-2023

15

Aangezien het noodzakelijk blijkt om de vordering op de bestuurders middels

procedures te incasseren, zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten

wachten.

05-12-2023

16

Aangezien het noodzakelijk blijkt om de vordering op de bestuurders middels

procedures te incasseren, zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten

wachten.

06-03-2024

17

Indien er alsnog een regeling tot stand komt met de bestuurders dan kunnen

de faillissementen op korte termijn worden afgewikkeld. Komt er geen regeling

tot stand zal er worden doorgeprocedeerd. Dan kan het nog jaren duren

voordat het faillissement kan worden afgewikkeld.

03-06-2024

18

Aangezien het noodzakelijk blijkt om de vordering op de bestuurders middels

procedures te incasseren, zal de afwikkeling nog geruime tijd op zich laten

wachten.

29-08-2024

19

De situatie is onveranderd. Het zal nog geruime tijd op zich laten wachten

voordat tot afwikkeling kan worden overgegaan.

28-11-2024

20

28-2-2025 28-11-2024

20

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

Vanaf april 2018 hanteert de rechtbank een nieuw format voor

faillissementsverslagen. In verband hiermee worden in dit verslag louter de

wijzigingen ten opzichte van het vorige verslag weergegeven. Voor alle

andere informatie, wordt verwezen naar de inhoud van de voorgaande

verslagen.

-Doordat lopende het faillissement de digitalisering via KEI Toezicht is

gerealiseerd zijn verslagen in de onderhavige faillissementen vanaf enig

moment ook gedigitaliseerd. Ten gevolge daarvan vermeld het systeem dat

dit het 4e verslag is, maar dit is dus niet juist.

Het verslag dat in juli 2018 is ingediend betreft het 8e woordelijke verslag.

20-07-2018

4

Het verslag dat in januari 2019 is ingediend betreft het 9e woordelijke verslag.23-01-2019

5

n.v.t. 29-08-2024

19

Bijlagen

20-07-2018

4