Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 27-07-2026

Onbekend bedrijf · KVK 30068352 ·F.16/11/294
Verslagdatum
27-07-2026
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Midden-Nederland

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 16_mne_11_294_F_V_48 ·Tekst verwerkt op 25-09-2026 01:20

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Betreft

Algemene gegevens

Beheermaatschappij Leliveld B.V. 13-01-2020

20

Beheermaatschappij Leliveld B.V., statutair gevestigd te Maarssen, feitelijk

gevestigd te (3641 RV) Mijdrecht, Gemeente de Ronde Venen, aan de Groot

Mijdrechtstraat 11.

13-01-2020

20

Algemeen

In december 2020 hebben curatoren van Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan

de RC verzocht hen te machtigen tot het aangaan van een

vaststellingsovereenkomst (VSO) met Lapidus/VMF en voor zover het betreft

de aandelen KP&P, met J. Leliveld en zijn dochters. Rabobank heeft de RC

verzocht curatoren te verbieden deze VSO te sluiten. Een beslissing van de RC

is te verwachten in de komende verslagperiode. Indien de even bedoelde VSO

definitief wordt, beogen curatoren in de Memid-faillissementen, Bouwbedrijf

Midreth B.V. en Beheermaatschappij Leliveld B.V. ook een VSO te treffen met J.

Leliveld en zijn dochters over de dan nog niet geregelde kwesties. Indien

beide VSO’s definitief worden, kan de eindafwikkeling van alle faillissementen

van Memid, Midreth en Beheermaatschappij Leliveld worden ingezet. De

vooruitzichten in deze faillissementen zijn dan kortgezegd de volgende:

Faillissement Memid Investments B.V.

Verwacht wordt dat de vordering van de Belastingdienst ad circa € 5.4 mio nog

met maximaal circa € 1.2 mio kan afnemen in verband met te verrekenen BTW

met betrekking tot onbetaald gebleven debiteuren van Bouwbedrijf Midreth

B.V. en Memid Investments B.V., welke vennootschappen een fiscale eenheid

voor de omzetbelasting vormden. In dat geval resteert voor de concurrente

12-01-2021

22

Verslagnummer 33

Datum verslag 27-07-2026

Insolventienummer F.16/11/294

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000101148:F003

Datum uitspraak 28-06-2011

R-C mr. P.J. Neijt

Curator mr M.J. Cools

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

crediteuren (waaronder mede begrepen de financiers die een restantvordering

hebben na uitwinning van zekerheden) naar verwachting een kleine uitkering

(maximaal enkele procenten).

Faillissement Bouwbedrijf Midreth B.V.

Het boedelactief is onvoldoende voor enige uitkering aan preferente en

concurrente crediteuren. Slechts een deel van de boedelschuld aan UWV (ter

zake van uitkeringen aan werknemers van Midreth) kan worden voldaan uit

het boedelactief.

Faillissement Beheermaatschappij Leliveld B.V.

Indien de aandelen KP&P (waarop de VSO met Lapidus/VMF mede betrekking

heeft) enig actief opbrengen, zullen concurrente crediteuren (waaronder mede

begrepen de financiers die een restantvordering hebben na uitwinning van

zekerheden) naar verwachting een uitkering van maximaal enkele procenten

ontvangen.

Faillissement Midreth Galgenwaard B.V.

Het actief is onvoldoende om de faillissementskosten te dekken. Crediteuren

zullen derhalve geen uitkering uit dit faillissement ontvangen.

Faillissement Midreth Real Estate B.V.

Slechts een deel van de preferente vordering van de Belastingdienst (minder

dan 25%) kan uit het boedelactief worden voldaan. Overige crediteuren (zowel

preferent, als concurrent) zullen geen uitkering uit dit faillissement ontvangen.

Bij beschikking van 26 januari 2021 heeft de rechter commissaris curatoren van

Leliveld Beheer BV toestemming gegeven de VSO met Lapidus/VMF aan te

gaan.

Vervolgens is deels uitvoering aan deze VSO gegeven waardoor de bij de

notaris in escrow gehouden bedragen ten gunste van de boedel zijn

vrijgevallen, althans 70% daarvan.

Het nog niet uitgevoerde deel van de VSO betreft de verkoop van de aandelen

KP&P en de verdeling van de daaruit te ontvangen koopsom. Verkoop van

deze aandelen wordt nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.

Met J. Leliveld en zijn dochters is geen VSO tot stand gekomen.

Hierover volgt meer onder 1.2 en hoofdstuk 9.

12-07-2021

23

De status quo is gehandhaafd: Verkoop van de aandelen in KP&P wordt

nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.

12-01-2022

24

De verkoop heeft plaatsgevonden in 2023, waarvan toentertijd verslag is

gedaan onder 3.9 van het verslag.

30-01-2025

30

Het deelnemen in-, het samenwerken met-, het financieren van en het voeren

van de directie over andere ondernemingen en vennootschappen;

Het beleggen van vermogen in onroerende goederen, effecten en andere

vermogensbestanddelen;

Het verstrekken van zekerheden ten behoeve van derden.

13-01-2020

20

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2010 € 12.206,00 € 300.148,00 € 74.428.669,00
2009 € 12.471,00 € -11.666.643,00 € 78.028.768,00
2008 € 34.348,00 € 3.090.833,00 € 79.210.712,00

0

Toelichting

Geen.

13-01-2020

20

€ 71.890,27

13-01-2020

20

€ 70.885,88

12-01-2021

22

€ 935.751,15

Toelichting

Als gevolg van de beslechting van de procedure tegen VMF/Lapidus en de met

deze partijen gesloten VSO is een zich in escrow onder de notaris bevindende

som geld vrij gevallen ten gunste van de boedel. Zie ook 1.2 en hoofdstuk 9.

12-07-2021

23

€ 403.132,94

Toelichting

Het saldo is afgenomen als gevolg van de uitkering van het salaris curator

vanaf de aanvang van het faillissement d.d. 28-06-2011 t/m 10 juli 2021.

Het saldo is toegenomen als gevolg van een dividenduitkering uit het belang

van de vennootschap in KP&P.

12-01-2022

24

€ 1.088.889,50

Toelichting

Het saldo is in de verslagperiode toegenomen als gevolg van

dividenduitkeringen uit het belang van de boedel in KP&P (zie ook onder 3.)

een teruggave BTW over 2011 (zie ook onder 4.) en een door de boedel

ontvangen kostenvergoeding.

In mindering op het saldo strekte het salaris van curatoren over 2021.

25-07-2022

25

€ 1.632.528,85

25-01-2023

26

Verslagperiode

Toelichting

Het saldo is toegenomen als gevolg van:

1. dividenduitkeringen door KP&P waarin curanda aandelen heeft.

2. de schikking waarover hierna in 1.2 meer.

€ 7.175.720,34

Toelichting

Het saldo is toegenomen als gevolg van de ontvangst van de

verkoopopbrengst van de aandelen KP&P.

Deze opbrengst wordt in het financiële verslag verantwoord onder 'opbrengst

procedures', omdat de aandelen KP&P via gerechtelijke procedures zijn

teruggebracht in de boedel.

20-07-2023

27

€ 7.175.518,92

22-01-2024

28

€ 7.184.953,76

Toelichting

Het saldo is toegenomen door een boedelbijdrage en afgenomen wegens

kosten procesadvocaat, salaris curator en bankkosten.

22-07-2024

29

€ 7.184.063,33

30-01-2025

30

€ 7.176.637,02

28-07-2025

31

€ 7.176.625,62

28-01-2026

32

€ 3.890.796,52

Toelichting

Het saldo is afgenomen als gevolg van een tussentijdse uitdeling aan de

concurrente crediteuren d.d. heden 27 juli 2026.

27-07-2026

33

van

13-9-2019

t/m

31-12-2019

13-01-2020

20

van

1-1-2020

12-07-2020

21

t/m

5-7-2020

van

6-7-2020

t/m

31-12-2020

12-01-2021

22

van

1-1-2021

t/m

10-7-2021

12-07-2021

23

van

11-7-2021

t/m

31-12-2021

12-01-2022

24

van

1-1-2022

t/m

10-7-2022

25-07-2022

25

van

11-7-2022

t/m

17-1-2023

25-01-2023

26

van

18-1-2023

t/m

17-7-2023

20-07-2023

27

van

18-7-2023

t/m

21-1-2024

22-01-2024

28

van

22-1-2024

t/m

22-07-2024

29

Bestede uren

17-7-2024

van

18-7-2024

t/m

26-1-2025

30-01-2025

30

van

27-1-2025

t/m

25-7-2025

28-07-2025

31

van

26-7-2025

t/m

25-1-2026

28-01-2026

32

van

26-1-2026

t/m

26-7-2026

27-07-2026

33

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

VerslagperiodeBestede uren

20 69 uur 5 min
21 130 uur 6 min
22 267 uur 38 min
23 287 uur 8 min
24 178 uur 58 min
25 91 uur 42 min
26 132 uur 30 min
27 17 uur 6 min
28 18 uur 6 min
29 6 uur 6 min
30 3 uur 18 min
31 7 uur 0 min
32 5 uur 36 min
33 19 uur 6 min

totaal 1.233 uur 25 min

In verband met gewijzigde faillissementsverslag-software zijn de uren van

verslagperiode 1 t/m 19 niet inzichtelijk. In totaal zijn tot heden 69,18 uren

besteed.

Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is

samengesteld, staan curatoren niet in voor de volledigheid en juistheid

daarvan. Mogelijk is immers, dat onder andere bepaalde informatie nog niet

beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden of – achteraf - bijgesteld

dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag

geschetste perspectieven voor de crediteuren, zodat aan dit verslag derhalve

geen rechten kunnen worden ontleend.

13-01-2020

20

In de verslagperiode heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, zijn

processtukken gewisseld en zijn een tussenarrest en een vonnis gewezen.

Hierover meer onder 1.2.

25-07-2022

25

In de verslagperiode is een schikking getroffen als gevolg waarvan aan de

procedure voor het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden een einde is gekomen.

22-07-2024

29

1. Inventarisatie

Beheermaatschappij Leliveld B.V. staat aan het hoofd van een groep waarvan

ten tijde van de surseanceverlening op 30 mei 2011 de volgende entiteiten

onderdeel uitmaakten:

Beheermaatschappij Leliveld (surseance 30 mei 2011; faillissement 28

juni 2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/294F);

Memid Investments B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni

2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer 11/295F);

Midreth Real Estate B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni

2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/297F);

Midreth Galgenwaard B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni

2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/296F);

Memid Galgenwaard B.V. (surseance 30 mei 2011, definitieve verlening

surseance 27 juli 2011, insolventienummer 11/385S);

SARL Midreth France (Frankrijk; niet gefailleerd);

SARL Le Petrarque (Frankrijk, niet gefailleerd);

Bouwbedrijf Midreth B.V. (surseance 28 januari 2011, faillissement

14 februari 2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer 11/71F);

Voor de structuur van de groep wordt verwezen naar het aan het eerste

verslag aangehechte organigram.

Voor nadere informatie omtrent de hiervoor genoemde eveneens failliete dan

wel in surseance verkerende groepsvennootschap(pen) wordt verwezen naar

de beschikbare faillissementsverslagen, die zijn in te zien via

www.rechtspraak.nl en www.lagrogeelkerken.nl.

Curanda is opgericht op 22 december 1982.

Curanda houdt alle aandelen in de besloten vennootschappen Midreth Real

Estate B.V., Memid Investments B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V.. Van deze

vennootschappen is zij ook bestuurder, evenals van Midreth Galgenwaard B.V.,

(een 100% kleindochter) en van Memid Galgenwaard B.V. waarvan de

aandelen worden gehouden door Memid Investments B.V. (75%) en Midreth

Galgenwaard B.V. (25%).

Tot november 2010 was de Stichting Administratiekantoor van aandelen in

Beheermaatschappij Leliveld B.V. enig aandeelhouder van curanda. Vanaf 22

november 2010 zijn 60% van de certificaten van deze aandelen verkocht en

geleverd aan een viertal participanten, hierna: “de Participanten”, te weten:

Goedland Beheer B.V.;

Van Schie Participaties B.V.;

Spelt Vastgoed B.V.;

Rabo Investments B.V.

De Participanten hebben een interim manager aangesteld, de heer A.J.

Zoomers, die – via De Veste Beheer B.V. en De Veste Management en Advies

B.V. – vanaf 1 november 2010, naast de heren Leliveld en Heilig middellijk

bestuurder werd van curanda. Hij was met betrekking tot deze vennootschap

alleen/zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. De heren Leliveld en Heilig

waren vanaf 12 november 2010 nog slechts gezamenlijk bevoegd curanda te

vertegenwoordigen.

Blijkens de gegevens uit het handelsregister is de heer Heilig op 21 maart

2011 uit functie getreden en is de heer A.J. Zoomers vervolgens op 11 april

2011 uit functie getreden. Per 11 april 2011 is de heer S.A.C. Westerhuis via

Westerhuis Executive Management B.V. als statutair bestuurder van curanda

benoemd, waarna op 6 mei 2011 de heer J.J. Leliveld als bestuurder ontslagen

is.

13-01-2020

20

1.2 Lopende procedures

Sedert 15 december 2011 is de statutaire directie van Memid Galgenwaard B.V.

gewijzigd. Thans voert de heer J. Spelt via Spelt Management B.V. de

statutaire directie.

Bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2015 is het

door de directie van Memid Galgenwaard B.V. aangeboden akkoord

gehomologeerd. Er is geen hoger beroep aangetekend binnen de wettelijke

termijn. Daarmee is de surseance van Memid Galgenwaard B.V. per 20 juli 2015

geëindigd.

Ten tijde van de voorlopige surseanceverlening was curanda als gedaagde in

twee procedures betrokken:

1. Een procedure waarin als eiser optreedt H.K. van Moert. Het geldelijk

belang bedraagt

€ 755.160,00. Deze procedure is inmiddels geschorst ex artikel 29 Fw.

2. N.V. Nationale Borgmaatschappij heeft een vordering van € 7.797.450,00

ingesteld, die bij verstek is toegewezen.

3. Voorts hebben curatoren in de faillissementen van Beheermaatschappij

Leliveld B.V., Bouwbedrijf Midreth B.V., Memid Investments B.V. tezamen

met Memid Galgenwaard B.V., met machtiging van de rechter-

commissaris, appel ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht

d.d. 19 april 2011 in de procedure tegen de gemeente Utrecht.

Afgewikkeld. Zie voor historische gegevens het 14e openbaar verslag.

VMF/Lapidus

Curatoren zijn in hun hoedanigheid van curator in de faillissementen van

Beheermaatschappij Leliveld B.V., Memid Investments B.V., Midreth Real Estate

B.V., Midreth Galgenwaard B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V. gedagvaard door

twee schuldeisers (VMF-Holding AG en Lapidus Holding B.V.) tegen de

(rol)zitting van 22 juli 2015. Gevorderd wordt een verklaring voor recht dat de

door deze schuldeisers verkregen pandrechten op aandelen en een vordering

rechtsgeldig zijn gevestigd. Curatoren zullen met machtiging van de rechter-

commissaris verweer voeren in deze procedure.

In deze procedure heeft de Rechtbank Midden-Nederland vonnis gewezen op

21 juni 2017. De rechtbank heeft kort gezegd geoordeeld dat VMF Holding AG

en Lapidus Holding B.V. geen pandrechten hebben verkregen, omdat sprake is

geweest van paulianeuze transacties en zij ter zake geen derdenbescherming

genieten. De rechtbank heeft de vorderingen van Lapidus Holding B.V. en VMF

Holding AG afgewezen en de vorderingen van de curatoren toegewezen. De

curatoren hebben voorts een proceskostenvergoeding toegewezen gekregen

van ruim € 30.000,00. Deze vergoeding is op de faillissementsrekening

ontvangen.

Lapidus Holding B.V. en VMF Holding AG hebben bij het Gerechtshof Arnhem-

Leeuwarden hoger beroep ingesteld. Voor de verdere historie wordt verwezen

naar het 17e openbaar verslag.

Situatie per 1 januari 2019:

De curatoren hebben machtiging verkregen ook in hoger beroep te

procederen. Lapidus Holding B.V. en VMF Holding AG hebben een memorie van

grieven genomen, waarop de curatoren met een memorie van antwoord

hebben gereageerd. Voorts hebben de curatoren zelfstandig incidenteel appel

ingesteld tegen een aantal overwegingen van de rechtbank. De holdings zullen

hierop naar verwachting in de komende verslagperiode middels een memorie

van antwoord in incidenteel appel reageren. Wordt vervolgd.

13-01-2020

20

Situatie per 15 juli 2019:

De situatie is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag. Curatoren zijn

nog in afwachting van de beslissing van het hof over de verdere voortgang van

deze procedure.

Situatie per 31 december 2019:

Het hof heeft in deze zaak een comparitie van partijen gelast, die op 22 april

2020 zal plaatsvinden.

Curatoren Leliveld Beheer/Leliveld

Situatie per 13 maart 2017

Inmiddels zijn de curatoren een procedure gestart tegen de bestuurder, de

heer J.J. Leliveld, ten aanzien van deze kwestie en de rekening-courantschuld

van de heer J.J. Leliveld. In dat kader zijn ook de nodige beslagen gelegd. Voor

de historie wordt verwezen naar het 17e openbaar verslag.

Situatie per 1 januari 2019:

De curatoren zijn in de zaak tegen de heer Leliveld bij vonnis van 19

september 2018 in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de

overdracht van de aandelen en de vordering (voor zover de vordering

überhaupt zou zijn overgedragen) paulianeus is geweest. Voorts is de heer

Leliveld veroordeeld tot betaling van de rekening-courantschuld, ter hoogte

van ruim 3,7 miljoen euro.

De curatoren hebben inmiddels executoriaal beslag gelegd op onroerende

zaken en onder diverse derden.

In het aandelenregister van KP&P Africa B.V. is inmiddels ingeschreven dat de

levering van de aandelen door Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan de heer

Leliveld is vernietigd.

De heer Leliveld heeft inmiddels hoger beroep ingesteld tegen het vonnis,

eveneens bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De curatoren verwachten

dat hij in de komende verslagperiode een memorie van grieven zal nemen. De

curatoren hebben inmiddels machtiging verkregen van de rechter-commissaris

om terzake in hoger beroep op te treden.

Situatie per 15 juli 2019:

De curatoren hebben inmiddels een memorie van antwoord ingediend. Daarbij

hebben zij ook zelfstandig incidenteel appel ingesteld tegen een aantal

overwegingen van de rechtbank. De heer Leliveld zal hierop naar verwachting

in de komende periode reageren. Wordt vervolgd.

Situatie per 31 december 2019:

Op 24 september 2019 is door partij Leliveld de memorie van antwoord in

incidenteel appel ingediend. Op 8 oktober 2019 heeft het Gerechtshof bepaald

dat er een comparitie na memorie van antwoord zal plaatsvinden ten

overstaan van een meervoudige kamer. De zaak is verwezen naar de rol van 7

april 2020 voor datumbepaling comparitie.

Ten aanzien van de procedure tegen de dochters:

De curatoren hebben geconstateerd dat er voor faillissement transacties

hebben plaatsgevonden met familieleden van de heer Leliveld . De curatoren

hebben zich op het standpunt gesteld dat de boedel terzake vorderingen heeft

op deze partijen. Evenwel is van hen geen betaling ontvangen, reden waarom

de curatoren - met machtiging daartoe van de rechter-commissaris - inmiddels

een procedure aanhangig hebben gemaakt, waarbij tevens beslagen zijn

gelegd. De curatoren zijn in afwachting van de conclusie van antwoord.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld B.V. tegen VMF/Lapidus:

Het pleidooi in hoger beroep is bepaald op 7 oktober 2020.

12-07-2020

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:

de zaak is in hoger beroep verwezen naar de rol van 25 augustus 2020 voor

tussenarrest.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en

J. Leliveld.

de procedure is aanhangig gemaakt en staat op de rol van 7 oktober 2020

voor antwoord aan de zijde van gedaagden.

21

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen VMF/Lapidus.

Curatoren hebben in december 2020, onder voorbehoud machtiging RC, een

vaststellingsovereenkomst (VSO) met VMF/Lapidus gesloten. Aan de RC is

verzocht machtiging ex art. 104 Fw voor het aangaan van deze VSO te

verlenen. Rabobank heeft via een art. 69 Fw-verzoek de RC verzocht curatoren

te verbieden de VSO aan te gaan en de beslissing op het art. 104 Fw-verzoek

aan te houden totdat onherroepelijk op het art. 69 Fw-verzoek van Rabo is

beslist.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en

J. Leliveld.

Onderdeel van de VSO met VMF/Lapidus is een gedeeltelijke regeling van de

geschillen met J.J. Leliveld, zijn echtgenote en zijn dochters, eveneens onder

het voorbehoud van machtiging van de RC. De lopende procedures tegen J.J.

Leliveld en zijn dochters zijn in verband met het vorenstaande aangehouden.

Curatoren streven naar een regeling van alle geschillen met J.J. Leliveld en zijn

dochters.

12-01-2021

22

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen VMF/Lapidus.

Bij beschikking van 26 januari 2021 heeft de rechter commissaris curatoren van

Leliveld Beheer BV toestemming gegeven de VSO met Lapidus/VMF aan te

gaan.

Vervolgens is deels uitvoering aan deze VSO gegeven waardoor de bij de

notaris in escrow gehouden bedragen ten gunste van de boedel zijn

vrijgevallen, althans het aan de boedel toekomende deel daarvan.

Het nog niet uitgevoerde deel van de VSO betreft de verkoop van de aandelen

KP&P en de verdeling van de daaruit te ontvangen koopsom. Verkoop van

deze aandelen wordt nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.

De procedure in hoger beroep is uit hoofde van de VSO beëindigd door

royement.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld.

In de VSO met VMF/Lapidus is het onderdeel losgelaten dat inhield dat ook een

VSO werd gesloten met J. Leliveld en zijn dochters. Met J. Leliveld en zijn

dochters is geen VSO tot stand gekomen.

In het hoger beroep van J.J. Leliveld tegen curatoren heeft op 31 maart 2021

voor het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden een comparitie van Partijen

plaatsgevonden.

J.J. Leliveld heeft in dit hoger beroep zijn vorderingen over de aandelen in en

de vordering op KP&P ingetrokken waarmee het vonnis van de rechtbank

Midden Nederland in het voordeel van curatoren voor dat deel onherroepelijk is

geworden. Resteert het dispuut over de rekening courant verhouding. Het Hof

wijst op 28 juli 2021 arrest over de resterende vorderingen in hoger beroep.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en

J. Leliveld.

Deze procedure staat voor antwoord in eerste aanleg voor de rechtbank

Midden Nederland.

Nu er met J.J. Leliveld en de dochters geen VSO is gesloten is de reden om

12-07-2021

23

nader uitstel te verlenen komen te vervallen.

De procedure staat nu per emptoir voor conclusie van antwoord aan de zijde

van J.J. Leliveld en de dochters.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:

Het gerechtshof heeft het wijzen van arrest diverse keren aangehouden tot

inmiddels 25-01-2022.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en

J. Leliveld:

In deze procedure is een conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie

genomen en hebben curatoren in een conclusie van antwoord in reconventie

gereageerd.

Op de rolzitting van 01-12-2021 is de zaak aangehouden in afwachting van

zittingsruimte.

12-01-2022

24

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 22-02-2022 tussenarrest

gewezen.

Het Hof heeft de zaak voor zes maanden aangehouden waarna eerst J.J.

Leliveld en daarna Curatoren zich kunnen uitlaten over de status van de

schadestaatprocedure die namens J.J.Leliveld tegen Rabobank aanhangig zal

worden gemaakt (doch tot op de dag van vandaag niet aanhangig is), welke

schadestaatprocedure gevolgen uit hoofde van regres kan hebben voor de

procedure die Curatoren voeren.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en

J. Leliveld:

de mondelinge behandeling vond plaats op 14-02-2022. Vonnis werd gewezen

op 08-06-2022.

De rechtbank Midden Nederland heeft twee gedaagden veroordeeld tot

betaling aan de boedel van - ieder - € 100.000,- te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 27-05-2014.

De veroordeling is niet uitvoerbaar bij voorraad, omdat gedaagden tegenover

de boedel het risico lopen dat zij het betaalde niet terugkrijgen wanneer zij in

hoger beroep zouden worden veroordeeld tot minder dan voornoemde

bedragen.

Afgewacht zal moeten worden of gedaagden tegen het oordeel van de

rechtbank in hoger beroep komen.

25-07-2022

25

1. Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:

Op 22 februari 2022 heeft het Gerechtshof een tussenarrest gewezen.

Daarbij heeft het Hof vastgesteld dat de Curatoren van

Beheermaatschappij Leliveld B.V. een vordering hebben op J.J. Leliveld

van ruim

€ 3,7 miljoen euro uit hoofde van de rekening-courantvordering.

Ter verdere beoordeling stond nog het beroep op verrekening van de

regresvordering - die J.J. Leliveld stelt te hebben of te zullen verkrijgen

op Beheermaatschappij als gevolg van de verrekening van zijn

schadevergoedingsvordering op Rabobank met zijn schuld aan Rabobank

uit hoofde van borgstelling

voor kredieten van Rabobank aan Beheermaatschappij - met de

vordering van de curatoren. Het hof

heeft de zaak toen zes maanden aangehouden opdat partijen zich

konden uitlaten over de stand

van zaken in de schadestaatprocedure, die op dat moment nog niet door

J.J. Leliveld aanhangig was gemaakt tegen Rabobank.

Inmiddels heeft J.J. Leliveld - althans de pandhouders aan wie hij zijn

25-01-2023

26

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

vordering op Rabobank heeft verpand - d.d. 26 september 2022 wel een

schadestaatprocedure tegen Rabobank aanhangig gemaakt.

Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten

de procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst

van de schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De

procedure is verwezen naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating

partijen.

2. Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.

Leliveld en J. Leliveld:

Gedaagden zijn in de afgelopen verslagperiode in hoger beroep

gekomen, maar hebben - voordat de zaak bij het Gerechtshof werd

aangebracht - een voorstel tot schikking gedaan. De schikking is tot

stand gekomen met goedkeuring van de rechter commissaris. de

schikking behelst de voldoening van de hoofdsommen met rente. De

bedragen zijn op de faillissementsrekening ontvangen en de procedure in

hoger beroep is niet aangebracht en dus van de baan.

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld voor Gerechtshof

Arnhem/Leeuwarden

De in verslag 26 gemelde situatie is actueel:

Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten de

procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst van de

schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De procedure is verwezen

naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating partijen.

20-07-2023

27

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona

c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende

procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen

zonder erkenning van het bestaan van schade.

Op 20 februari 2024 is de procedure tussen de heer Leliveld en de boedel bij

het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op eenstemmig verzoek doorgehaald.

22-07-2024

29

afgewikkeld. 28-01-2026

32

Niet van toepassing. 13-01-2020

20

Curanda is geen huurder van onroerende zaken, maar maakt gebruik van het

bedrijfspand van Memid Investments B.V. aan de Groot Mijdrechtstraat 11-13

te Mijdrecht.

13-01-2020

20

afgewikkeld. 12-07-2020

21

Het onderstaande is gebaseerd op informatie die curatoren hebben ontvangen

van (onder meer) de huidige bestuurder (ir. S.A.C. Westerhuis), de voormalige

bestuurder (de heer J.J. Leliveld), de belangrijkste financier (Coöperatieve

13-01-2020

20

Rabobank Rijn en Veenstromen U.A.), de Participanten en derden.

Zoals gezegd staat Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan het hoofd van de

groep vennootschappen die onder 1.1 nader is toegelicht (hierna: “de Groep”).

Tussen de groepsvennootschappen bestaan diverse financiële kruisverbanden.

Hierdoor is enerzijds van belang dat Memid Investments B.V. mede heeft zorg

gedragen voor de financiering van curanda. In 2011 was sprake van een

negatieve rekening-courant aan de zijde van curanda van ruim € 5.000.000,00.

Anderzijds heeft curanda garanties aan derden (met name leveranciers van

Bouwbedrijf Midreth B.V.) verstrekt voor betaling van schulden van gelieerde

vennootschappen (hoofdzakelijk Bouwbedrijf Midreth B.V.). Bouwbedrijf Midreth

B.V. raakte in 2009 in financiële problemen. Eén van haar grote

opdrachtgevers, DSB Bank waarvoor Bouwbedrijf Midreth B.V. het Scheringa

Museum bouwde, ging failliet, Midreth bleef achter met een vordering op DSB

van meer dan € 10.000.000,00. Daarnaast raakte Bouwbedrijf Midreth B.V. met

de Gemeente Amsterdam in discussie omtrent meer/minder werk voor het

Stedelijk Museum. Bouwbedrijf Midreth B.V. claimde circa € 9.500.000,00; de

Gemeente Amsterdam wees deze claim van de hand.

Ook is de Groep verwikkeld in een procedure met de Gemeente Utrecht, waarin

schadevergoeding van de Gemeente Utrecht wordt gevorderd ter hoogte van

ruim € 22.000.000,00 als compensatie voor het niet nakomen van afspraken

die volgens de Groep met de Gemeente Utrecht zijn gemaakt in verband met

reddingsoperatie die de Groep heeft ondernomen ten gunste van FC Utrecht.

Curanda, Memid Investments B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V. maken

daarnaast met elkaar onderdeel uit van een fiscale eenheid voor de

vennootschapsbelasting.

De Groep kwam ten gevolge van de liquiditeitsproblemen die bij Bouwbedrijf

Midreth B.V. als eerste manifest werden, in ernstig financiële problemen.

Ondanks een kapitaalinjectie van € 20.000.000,00 die in oktober 2010

plaatsvond, moest Bouwbedrijf Midreth B.V. in januari 2011 surséance van

betaling aanvragen, welke op 14 februari 2011 in faillissement werd omgezet.

Na het faillissement van Bouwbedrijf Midreth B.V. zijn de overige entiteiten van

de Groep “doorgegaan”. In de praktijk bleek voortzetting van de

ondernemingen van deze vennootschappen steeds moeilijker omdat het

faillissement van Bouwbedrijf Midreth B.V. in de dagelijkse gang van zaken ook

repercussies had voor de overige leden van de Groep en bovendien diverse tot

de Groep behorende vennootschappen door crediteuren van Bouwbedrijf

Midreth B.V. werden aangesproken, mede in verband met afgegeven concern-

garanties en het bestaan van fiscale eenheden, waarvan Bouwbedrijf Midreth

deel uitmaakte.

In de surseance-periode is gebleken dat de financiers en Participanten – mede

gelet op de negatieve cashflow van de Groepsvennootschappen (met

uitzondering van Memid Galgenwaard B.V.) - niet bereid waren nieuwe

kapitaalsinjecties aan deze vennootschappen te verstrekken, waarna de

bewindvoerders om intrekking van de surseance van betaling en omzetting in

faillissement hebben verzocht. Op 28 juni 2011 is het faillissement van curanda

en de overige Groepsmaatschappijen – Bouwbedrijf Midreth B.V. en Memid

Galgenwaard B.V. daarvan uitgezonderd – uitgesproken.

Curatoren zullen de gang van zaken voor de surseance nog nader

onderzoeken, in samenhang met de hierna onder 7 vermelde punten.

Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,

waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen

voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren

overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken

kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal

gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de

Midreth/Memid-groep (zie 1.1).

Curatoren hebben het definitieve rapport ontvangen op 15 februari 2018. De

beslissing over de vervolgacties zal worden genomen zodra het vonnis inzake

de procedure Leliveld bekend is. Voor de verdere historie wordt verwezen naar

het 17e openbaar verslag.

Situatie per 1 januari 2019:

Curatoren hebben in het kader van de aansprakelijkheid van de bestuurder

een dagvaarding ex artikel 2:248 BW in voorbereiding.

Situatie per 15 juli 2019:

Verwezen wordt naar het gestelde sub 1.2 (procedure Curatoren

Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld).

Situatie per 31 december 2019:

J.J. Leliveld heeft recent aan curatoren bericht dat hij een all-in regeling met

curatoren zou willen treffen. Curatoren beraden zich.

Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal

oplossing.

12-07-2020

21

Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal

oplossing. Zie ook hiervoor ad 1.2.

12-01-2021

22

De gesprekken met de bestuurder over een totaaloplossing - waarin oorzaken,

rechtmatigheid, Pauliana en de aansprakelijkheid daarvoor zouden zijn

meegenomen - zijn vooralsnog van de baan. Bij die totaaloplossing zijn

vorderingen van de boedel op de bestuurder betrokken waarop pandrechten

van Rabobank rusten. Omdat de bestuurder op zijn beurt een vordering (nader

op te maken bij staat) heeft op Rabobank maken de pandrechten onderdeel uit

van een groter geheel, dat alleen in samenspraak tussen Rabobank, boedel en

bestuurder kan worden opgelost. De tijd daarvoor lijkt nog niet rijp.

12-07-2021

23

De in verslag 23 beschreven situatie is per ultimo 2021 nog actueel. 12-01-2022

24

afgewikkeld. zie 1.2 28-07-2025

31

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

2. Personeel

Personeelsleden

0

Toelichting

Ten tijde van de surseance waren geen werknemers bij curanda in dienst.

13-01-2020

20

3. Activa

Beheermaatschappij Leliveld B.V. is geen eigenaar van onroerende zaken. 13-01-2020

20

Beheermaatschappij Leliveld heeft geen bedrijfsmiddelen. 13-01-2020

20

Van voorraden en/of onderhanden werk is geen sprake. 13-01-2020

20

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

geldlening KP&P/LTWP + dividend € 609.701,91 € 609.701,91
opbrengst uit beslag € 135.963,53 € 25.995,30
totaal € 745.665,44 € 635.697,21

Blijkens de administratie houdt Beheermaatschappij Leliveld B.V. een vijftal

deelnemingen in besloten vennootschappen die als volgt zijn geadministreerd:

Deelname Bouwbedrijf Midreth B.V. (100%) ter waarde van €

23.632.756,00 (waarde 2011).

Deelname Midreth Real Estate B.V. (100%) ter waarde van € 1,00

(waarde 2011).

Deelname Memid Investments B.V. (100%) ter waarde van €

35.767.875,00 (waarde 2011)

Deelname DJ Power Benelux B.V. (5%) ter waarde van € 434.128,00

(waarde 2011)

Deelneming KP& P Afrika B.V. (50%) ter waarde van € 150.000,00

(waarde 2010)

Deelneming in Avalon Media Group B.V. (27.783 aandelen C) ter waarde

van nominaal

€ 277,83.

Naar de drie laatstgenoemde deelnemingen zal nader onderzoek plaatsvinden.

Bouwbedrijf Midreth B.V., Midreth Real Estate B.V. en Memid Investments B.V.

maken deel uit van de hiervoor genoemde Groep en verkeren allen eveneens

in staat van faillissement.

Daarnaast is curanda eigenaar van bij een derde geïnstalleerde pin-

lockapparatuur (kledingkluizen in een saunacomplex). Deze apparatuur wordt

verhuurd aan het sportcomplex alwaar hij is geïnstalleerd. Deze roerende zaak

is getaxeerd. Thans vindt overleg plaats met de eigenaar van het sportcomplex

over mogelijke verkoop. Momenteel wordt 50% van de opbrengst van deze

lockers aan de boedel van curanda afgedragen hetgeen maandelijks

overeenkomt met circa € 1.000,00.

De huurder heeft de huurovereenkomst aan curatoren opgezegd. Curatoren

zullen trachten de pinlockapparatuur te verkopen.

Curatoren hebben een bieding ontvangen op het Pinlocksysteem. Deze bieding

zal worden voorgelegd aan de Rechter-Commissaris.

De rechter-commissaris heeft de benodigde toestemming voor de verkoop van

het pinlock systeem verleend. De koopsom terzake ad € 4.000,-- exclusief BTW

is op 23 april 2013 door koper voldaan.

Ook zou sprake zijn van in eigendom verworven kunst. Nader onderzoek vindt

plaats.

Dit onderzoek zal worden meegenomen in het hiervoor (sub 1.7) beschreven

forensisch onderzoek.

Situatie per 1 augustus 2016

Inmiddels is de kunstcollectie van gefailleerde geveild. De opbrengst ad €

10.643,50 is bijgeschreven op de faillissementsrekening van gefailleerde.

In de afgelopen verslagperiode is gebleken dat curanda ook aandelen houdt in

13-01-2020

20

Avalon Media Group B.V. Uitgezocht dient te worden voor hoeveel procent en

welke waarde deze aandelen vertegenwoordigen. Deze vennootschap is

verlieslatend.

Onderzoek wijst uit dat Avalon Media Group ernstig verlieslatend is en

curatoren houden het er voor dat de deelneming geen waarde

vertegenwoordigt. Overigens zal ook deze deelneming worden betrokken in

het forensisch onderzoek.

Voorts is in de afgelopen verslagperiode gebleken van restitutiebetalingen

door de Belastingdienst naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad d.d.

30 september 2011 (vergoeding van heffingsrente). Het betreft hier een

bedrag ad in totaal € 20.106,--. De Rabobank stelt zich op standpunt dat deze

bedragen uit hoofde van haar pandrecht aan haar toekomen. Curatoren

stellen zich op het standpunt dat deze bedragen toekomen aan de boedel,

gelet op het feit dat deze vorderingen eerst zijn ontstaan na datum

faillietverklaring.

Rabobank heeft de curatoren bericht dat zij het standpunt van de boedel deelt

en dat aldus de restitutiebetalingen niet verpand zijn. Inmiddels is het bedrag

ad € 20.106,-- overgemaakt op de faillissementsrekening van gefailleerde.

Over de deelname in KP&P Afrika B.V. wordt door curatoren geprocedeerd

tegen J.J. Leliveld, die eigendomsrechten op de aandelen claimt.

Tevens wordt geprocedeerd tegen VMF/Lapidus die claimen pandrechten te

hebben verkregen op de aandelen KP&P Africa B.V.

Na door de rechtbank Midden Nederland gewezen vonnissen zijn zowel J.

Leliveld als VMF/Lapidus in hoger beroep gekomen. Deze beroepsprocedures

worden vervolgd. Zie onder 1.2 en onder 9.

12-07-2020

21

Over de deelname in KP&P Afrika B.V. wordt door curatoren geprocedeerd

tegen J.J. Leliveld, die eigendomsrechten op de aandelen claimt.

Tevens wordt geprocedeerd tegen VMF/Lapidus die claimen pandrechten te

hebben verkregen op de aandelen KP&P Africa B.V.

Na door de rechtbank Midden Nederland gewezen vonnissen zijn zowel J.

Leliveld als VMF/Lapidus in hoger beroep gekomen. Deze beroepsprocedures

worden vervolgd. Zie verder onder 1.2.

Voorts is in het verleden melding gemaakt dat curanda ook aandelen hield in

Avalon Media Group B.V. Uitgezocht diende te worden voor hoeveel procent en

welke waarde deze aandelen vertegenwoordigden.

Onderzoek wees uit dat Avalon Media Group ernstig verlieslatend was en dat

de deelneming geen waarde vertegenwoordigde. Deze deelneming is ook

betrokken in het forensisch onderzoek. Voorheen heette Avalon Media Group

B.V. D.J. Power Benelux B.V.

Dit item is in een voorgaande verslagperiode afgewikkeld, maar daarvan is

toen abusievelijk geen melding gemaakt.

12-01-2021

22

In aansluiting op hetgeen hiervoor onder 1.2 gesteld:

J.J. Leliveld heeft in het hoger beroep zijn aanspraken op het eigendomsrecht

van de aandelen KP&P en op de vordering uit hoofde van een geldlening aan

KP&P ('de Vordering') prijsgegeven.

Hierdoor staat het eigendomsrecht van de boedel op de aandelen KP&P en op

de Vordering vast. Die aandelen en de vordering uit hoofde van de geldlening

worden geacht de boedel van Beheermaatschappij Leliveld nooit te hebben

verlaten.

Over de geclaimde pandrechten van VMF/Lapidus hebben curatoren met

VMF/Lapidus een VSO gesloten.

Als gevolg daarvan konden de zich onder de notaris in escrow gehouden

bedragen terzake de Vordering en de op de aandelen KP&P uitgekeerde

12-07-2021

23

3.9 Werkzaamheden andere activa

dividenden worden vrijgegeven ten gunste van de boedel en VMF/Holding. De

boedel ontving uit dien hoofde in de afgelopen verslagperiode EUR 609.701,91.

Voorts is sindsdien opnieuw een dividenduitkering ontvangen en ingevolge de

VSO met VMF/Holdings gedeeld. Uit hoofde hiervan ontving de boedel EUR

255.281,74.

De boedel ontving in de verslagperiode een aanvullende dividenduitkering van

KP&P van € 91.868,46.

12-01-2022

24

De boedel ontving in de verslagperiode aanvullende dividenduitkeringen van

KP&P van resp. € 12.495,12 en € 553.528,61

25-07-2022

25

De boedel ontving in de verslagperiode een aanvullende dividenduitkering van

KP&P van € 487.261,10.

25-01-2023

26

De van KP&P ontvangen dividenden worden in het financiële verslag

verantwoord onder 'opbrengst procedures', omdat de aandelen KP&P via

gerechtelijke procedures zijn teruggebracht in de boedel.

20-07-2023

27

In het kader van de totaaloplossing (zie hiervoor onder 1.2) is door de boedel

een aandeel in de overwaarde van een verkocht appartement (waarop door

de boedel namens de pandhouder beslag was gelegd) ontvangen en na aftrek

van de overeengekomen boedelbijdrage aan de pandhouder afgedragen.

22-07-2024

29

afgewikkeld. 28-01-2026

32

In de afgelopen verslagperiode is intensief gewerkt aan de verkoop van de

aandelen KP&P.

25-01-2023

26

De verkoop van de aandelen KP&P heeft in de afgelopen verslagperiode zijn

beslag gekregen.

De boedel heeft van de totale koopsom haar aandeel ontvangen ter hoogte

van € 5.640.954,97.

Er volgt nu een periode van enkele jaren voor de afwikkeling van de door de

verkoper afgegeven garanties.

Voor haar aandeel in de kosten van de afwikkelingswerkzaamheden die de

daartoe opgerichte stichting verricht heeft de boedel een voorschot voldaan.

Een eindafrekening volgt derhalve in de komende jaren.

De curator wacht de periode van de afwikkeling van de meest vergaande

garanties af voordat zij aan de rechter commissaris een voorstel tot een

tussentijdse uitdeling aan de crediteuren van Beheermaatschappij Leliveld B.V.

doet.

20-07-2023

27

Inmiddels is ruim een jaar verstreken sinds de overdracht van de aandelen

KP&P d.d. 24 mei 2023.

Zoals in het 27e verslag opgemerkt, zijn door de verkopers (waaronder de

boedel) garanties aan de koper afgegeven, die nog niet zijn uitgewerkt.

Nu in de afgelopen verslagperiode de gerechtelijke procedure voor het

gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is doorgehaald, is het wachten nog slechts

op de afloop van de hiervoor bedoelde garanties.

22-07-2024

29

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

De curator neemt zich voor op korte termijn overleg te plegen met de Stichting

Afwikkeling KP&P Africa om te vernemen tegen welke eerstvolgende datum op

veilige wijze een uitdeling aan crediteuren kan plaatsvinden.

De boedel ontving in 2023 ruim € 7 mln. voor de verkoop van haar aandelen in

een deelneming te Afrika.

Deze aandelen vertegenwoordigden een deel van het totale aandelenkapitaal

in deze vennootschap.

De belangen van de gezamenlijke verkopers - waaronder de boedel - worden

behartigd door de Stichting Afwikkeling KP&P Africa. Als één van de verkopers

heeft de boedel aan de koper fiscale- en balansgaranties verstrekt die

aflopend zijn.

De curator heeft vragen gesteld aan het bestuur van de Stichting Afwikkeling

KP&P Africa om te bezien of

de gegeven garanties intussen zodanig zijn afgenomen dat een aanmerkelijke

tussentijdse uitdeling kan worden gedaan aan de schuldeisers.

Hierin verwacht de curator spoedig actie te kunnen ondernemen.

Zie m.b.t. een tussentijdse uitdeling eveneens onder 8. (crediteuren).

30-01-2025

30

De curator heeft vernomen van het bestuur van de Stichting Afwikkeling KP&P

Africa.

De geboden garanties strekken zich uit over een periode van 1 tot 7 jaar na

voltooiing van de transactie. De fundamentele en ABC garanties zijn na 5 jaar

uitgewerkt (april 2028), de fiscale garanties na 7 jaar.

Er is sprake van een afnemend risico dat de garanties worden aangesproken.

Omdat er in 2028 een eindafrekening volgt van de Stichting Afwikkeling KP&P

Africa en pas per die datum een eindsituatie ontstaat, kan er op dit moment

slechts een voorlopige uitdeling worden overwogen.

De curator legt dit voor aan de rechter commissaris.

28-07-2025

31

De rc heeft toestemming verleend aan de voorgestelde voorlopige uitdeling.

Deze is in voorbereiding.

Er is contact gelegd met alle bekende crediteuren.

28-01-2026

32

de tussentijdse uitdeling heeft plaatsgevonden d.d. heden 27 juli 2026. 27-07-2026

33

4. Debiteuren

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

De (handels)debiteurenpositie van curanda is verwaarloosbaar.

Uit de administratie van curanda volgt, dat aan de heer Leliveld een

omvangrijke langlopende lening is verstrekt. Hiernaar zal in de komende

verslagperiode nader onderzoek worden gedaan.

Ten titel van rekening courant heeft curanda blijkens haar administratie

een vordering op Atoomweg B.V.. Daarnaast zou - afgezien van

intercompany vorderingen, waarover hierna meer - nog een zestal

leningen verstrekt zijn aan derden. Volgens de administratie zouden

deze leningen in totaal een waarde van € 5.881.810,00

vertegenwoordigen. Deze posities dienen nog nader onderzocht te

worden.

Op een bij Dexia aangehouden termijn depositorekening wordt een saldo

aangehouden. Het saldo op deze rekening per 24 juni 2011 bedraagt €

3.193.952,00. Curanda heeft zich mede verbonden als borg voor een

door Dexiabank aan CD Properties te Frankrijk verstrekte hypotheek. CD

Properties - zo volgt uit de geconsolideerde balans per 31 december

2008 – is eigenaar van 28 villa’s op het park Chateau de Barbet te

Lombez en tevens exploitant van een park en golfbaan te Frankrijk.

Mogelijk betreft het saldo van de depositorekening een contragarantie.

Blijkens de administratie per juli 2011 zou sprake zijn van een nog niet

ontvangen B.T.W.-teruggave ad € 110.529,00. Of de administratie bij de

aangiften aansluit dient te worden onderzocht, terwijl ook gerekend

dient te worden met de nog te verwachten aanslag ex artikel 29 lid 2 OB.

Daarnaast zou nog een bedrag aan Vpb ten bedrage van € 817.053,00

terug ontvangen moeten worden. Deze posities dienen nader te worden

onderzocht.

Tenslotte zou nog sprake zijn van diverse effectenposities, waaronder

een optie contract en (beperkte) buitenlandse investeringen.

Dit onderzoek zal worden meegenomen in het hiervoor (sub 1.5)

beschreven forensisch onderzoek.

13-01-2020

20

Over de rekening courant vordering op de bestuurder wordt door curatoren

geprocedeerd. Tegen het gewezen eindvonnis van de rechtbank Midden

Nederland is J.J. Leliveld in hoger beroep gekomen. Zie onder 1.2 en 9.

12-07-2020

21

Het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden wijst op 28 juli 2021 arrest in het hoger

beroep van J.J. Leliveld tegen curatoren t.a.v de rc verhouding.

12-07-2021

23

Het arrest is een aantal keren aangehouden en nu bepaald op 25-01-2022. 12-01-2022

24

Zie hiervoor onder 1.2.

Voorts is in de verslagperiode een teruggave BTW m.b.t. 2011 ontvangen van

€ 108.413,- (Zie hiervoor verslag 20 vijfde bullitpoint).

25-07-2022

25

afgewikkeld.

De BTW teruggave of afdracht wordt meegenomen in het financiële verslag.

28-01-2026

32

5.1 Vordering van bank(en)

5. Bank / Zekerheden

Toelichting vordering van bank(en)

Curanda, Memid Investments B.V., Midreth Real Estate B.V. en Midreth

Galgenwaard B.V. bankieren bij diverse banken. Zij hebben kredieten bij:

Coöperatieve Rabobank Rijn en Veenstromen U.A. (hierna: “Rabobank”);

SNS Property Finance B.V.;

ABN AMRO Bank N.V. (voorheen Fortis Bank (Nederland) N.V.);

Deutsche Bank Nederland N.V. (voorheen ABN AMRO Bank N.V.);

Friesland Bank N.V., FGH Bank N.V. en DSB Bank N.V.

Ook zijn er kredieten bij:

Vijfbim B.V.;

gemeente Utrecht;

Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V.

In oktober 2010 werd in het kader van een reddingsoperatie een

kredietfaciliteit aangetrokken bij vier marktpartijen, waaronder Rabo Invest

B.V., die sindsdien deelnemen in het aandelenkapitaal van Beheermaatschappij

Leliveld B.V.

De bovengenoemde kredietfaciliteiten zijn vrijwel alle verstrekt aan meerdere

groepsvennootschappen en/of met groepsvennootschappen die hoofdelijk

aansprakelijk dan wel borg zijn. Naast bovengenoemde vennootschappen is

ondermeer ook Bouwbedrijf Midreth B.V. in verscheidene

kredietovereenkomsten (mede-)kredietnemer en/of (mede-) hoofdelijk

aansprakelijk. Bij een beperkt aantal van deze financieringen is ook een

borgstelling/aansprakelijkheid van de heer Leliveld in privé bedongen.

Door Rabobank is aan Memid Investments B.V. en een aantal aan haar

gelieerde vennootschappen een kredietfaciliteit verstrekt van € 32,5 miljoen en

een derivatenfaciliteit van € 3,6 miljoen, waarvoor door Beheermaatschappij

Leliveld B.V. een hoofdelijke medeverbintenis werd afgegeven. Voorts is door

Rabobank een bankgarantiefaciliteit verstrekt van € 15 miljoen aan

Bouwbedrijf Midreth B.V. en is aan Bouwbedrijf Midreth B.V. een lening

verstrekt waarvan het pro resto saldo € 5,4 miljoen bedraagt. De Rabobank

heeft de door haar verstrekte kredieten opgezegd.

In het kader van de in oktober 2010 ondernomen reddingsoperatie heeft Rabo

Invest B.V. tezamen met drie investeerders € 16,4 miljoen additioneel geleend

aan Memid Investments B.V..

De kredietfaciliteit van bovengenoemde curandi bij SNS Property Finance B.V. is

door deze financier opgezegd. De vordering van SNS Property Finance B.V. op

bovengenoemde curandi bedraagt € 3.0 miljoen. Op het in surseance

verkerende Memid Galgenwaard B.V. heeft SNS Property Finance B.V.

aanzienlijke vorderingen waarvoor curanda voor € 40,7 miljoen hoofdelijk

aansprakelijk is.

De kredietfaciliteit bij ABN AMRO Bank N.V. is door deze financier opgezegd.

ABN AMRO Bank N.V. heeft vorderingen ingediend voor een totaal van € 22,5

miljoen exclusief rente en kosten.

Door Deutsche Bank Nederland N.V. is een krediet verstrekt aan Memid

Investments B.V. en twee andere groepsvennootschappen. Dit krediet is door

deze bank opgezegd. Deutsche Bank Nederland N.V. heeft een vordering

13-01-2020

20

5.2 Leasecontracten

ingediend ad € 10,0 miljoen exclusief rente en kosten.

De kredietfaciliteit bij Friesland Bank N.V. is door deze financier opgezegd.

Friesland Bank N.V. heeft een vordering ingediend ad € 1,7 miljoen exclusief

rente en kosten.

De kredietfaciliteit bij FGH Bank N.V. is door deze financier opgezegd. De

vordering van FGH Bank N.V. bedraagt € 13,6 miljoen.

De vordering van DSB Bank N.V. bedraagt € 6,7 miljoen.

Met Vijfbim B.V. is in maart 2010 een geldleningovereenkomst gesloten met

een limiet van € 11 miljoen ten behoeve van de gedeeltelijke (her)financiering

van een onroerend goed project. Vijfbim B.V. heeft een vordering ingediend

van € 14,6 miljoen.

Met de gemeente Utrecht is in juni 2003 een geldleningovereenkomst gesloten

met een hoofdsom van € 25 miljoen en een looptijd van 15 jaar.

De vordering van de gemeente Utrecht bedraagt € 22,25 miljoen exclusief

rente en kosten.

Met Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V. is in september 2008 een

geldleningovereenkomst gesloten met een hoofdsom van € 0,92 miljoen en

een looptijd van 25 jaar. De vordering van Nationale Nederlanden Financiële

Diensten B.V. bedraagt € 0,85 miljoen exclusief rente en kosten.

Vijfbim heeft in het kader van de levering van de onroerende zaken in het

project Oranjehof te Alkmaar (inzake het faillissement van Memid Investments)

de vordering met de daaraan verbonden hypothecaire zekerheid van DSB Bank

N.V. overgenomen; de verkoopopbrengst van dit project (€ 17.640.000,--) is

toegekomen aan Vijfbim, waarmee deze vorderingen grotendeels zijn voldaan.

Toelichting vordering van bank(en)

De toelichting bij verslag 20. is nog actueel, zij het dat door het uitwinnen van

zekerheden wijzigingen zijn opgetreden in de hoogte van de vorderingen van

deze kredietinstellingen.

12-07-2020

21

Toelichting vordering van bank(en)

Zoals in het vorige verslag is opgemerkt, is de hoogte van de vordering van

een aantal financiers verminderd door het uitwinnen van zekerheden. Daar kan

nog aan worden toegevoegd dat de gemeente Utrecht haar vordering op

gefailleerde heeft overgedragen aan Rabo.

Vijfbim heeft na de levering van onroerende zaken in het project Oranjehof

geen vordering meer op gefailleerde.

12-01-2021

22

Toelichting vordering van bank(en)

De rest-bedragen (na uitwinning van zekerheden) waarvoor de banken als

concurrente crediteuren meedelen in het actief worden vermeld in de

crediteuren paragraaf 8.

28-01-2026

32

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

5.4 Separatistenpositie

Tussen BNP Paribas Leasing Solutions N.V. (voorheen Fortis Lease (Nederland)

N.V. en Memid Investments B.V. loopt een leasefinancieringsovereenkomst in

hoofdsom groot € 1,9 miljoen ten behoeve van een onroerend goed project te

Harich. Het leasecontract is opgezegd. De vordering van BNP Paribas Leasing

Solutions N.V. bedraagt € 1,16 miljoen. Curanda en Bouwbedrijf Midreth B.V.

zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen jegens

BNP Paribas Leasing Solutions N.V.

13-01-2020

20

Als zekerheid voor de kredietfaciliteit van de Groep heeft de Rabobank de

navolgende zekerheden bedongen van curandi:

hoofdelijke aansprakelijkheid van diverse groepsmaatschappijen;

hypotheken op diverse onroerende zaken;

verpanding van de bedrijfsinventaris en machines;

verpanding van de bedrijfs- en handelsvoorraden;

verpanding van alle rechten/vorderingen op derden (inclusief

handelsvorderingen en intercompany-vorderingen);

verpanding auteursrechten (w.o. software), merkrecht,

internetdomeinnamen;

verpanding aandelen van diverse groepsmaatschappijen.

Als zekerheid voor de kredietfaciliteiten van Memid Investments B.V. c.s.

hebben SNS Property Finance, ABN-AMRO Bank, Deutsche Bank, Friesland Bank,

FGH Bank, DSB Bank, Vijfbim, de gemeente Utrecht en Nationale Nederlanden

Financiële Diensten hypotheekinschrijvingen bedongen op één of meerdere

onroerende zaken. Tevens hebben deze financiers vrijwel allen pandrechten

bedongen op de rechten uit de huurovereenkomsten van de aan hen

verbonden onroerende zaken.

De leasefinancieringsovereenkomst met BNP Paribas Lease Solutions vermeldt

een opstalrecht, pandrecht op de rechten uit hoofde van de betreffende

huurovereenkomst, pandrecht op vorderingen uit hoofde van de betreffende

verzekeringen en een borgtocht.

De beoordeling van de geldigheid van bovengenoemde zekerheden is nog niet

afgerond. Ter zake diverse zekerheden staan vragen open bij de betreffende

bank(en).

Het zekerhedenonderzoek is in een vergevorderd stadium en zal - gezien de

nauwe verwevenheid - worden gecombineerd met het onderzoek naar

zekerheden in de Memid/Midreth-groep en het hiervoor (sub 1.7) beschreven

forensisch oorzakenonderzoek.

13-01-2020

20

Het zekerhedenonderzoek is in een voorgaande verslagperiode afgerond, doch

daarvan is abusievelijk toen geen verslag gedaan.

Volledigheidshalve vermelden curatoren dat met betrekking tot de gevestigde

zekerheden van de hiervoor genoemde bankinstellingen geen

onregelmatigheden zijn geconstateerd.

12-07-2020

21

afgewikkeld. 28-01-2026

32

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Zie 5.3. 13-01-2020

20

afgewikkeld. 28-01-2026

32

Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020

20

Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020

20

Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020

20

€ 69.731,50

Toelichting

In de afgelopen verslagperiode werd een schikking getroffen (zie hiervoor 1.2)

waarvan de opbrengst onder aftrek van de boedelbijdrage werd afgedragen

aan de pandhouder.

Deze boedelbijdrage bestaat voor een deel uit een vergoeding voor gemaakte

kosten waarover BTW dient te worden afgedragen door de boedel.

25-01-2023

26

€ 25.995,30

Toelichting

In het kader van de totaaloplossing (zie hiervoor onder 1.2) is in de afgelopen

verslagperiode door de boedel een aandeel in de overwaarde van een

verkocht appartement (waarop door de boedel namens de pandhouder beslag

was gelegd) ontvangen en na aftrek van de overeengekomen boedelbijdrage

aan de pandhouder afgedragen.

22-07-2024

29

Toelichting

afgewikkeld.

28-01-2026

32

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

De curatoren hebben contact opgenomen met de banken, de crediteuren en de

huurders van de onroerende zaken. In de komende verslagperiode zullen nog

verschillende werkzaamheden plaatsvinden.

Met de diverse banken is overleg gepleegd en zijn (zo mogelijk) afspraken

gemaakt gericht op de verkoop van de onroerend goed projecten en verdeling

van de daaruit te genereren opbrengsten.

Met huurders is overleg gepleegd en zijn (zo nodig) afspraken gemaakt over

de betaling van de huurpenningen.

13-01-2020

20

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

Niet van toepassing. 13-01-2020

20

Doorstarten onderneming

7. Rechtmatigheid

Curatoren beschikken over de digitale administratie van het totale concern,

waaronder curanda, en zullen die in een later stadium (laten) onderzoeken.

Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,

waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen

voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren

13-01-2020

20

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken

kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal

gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de

Midreth/Memid-groep (zie 1.1).

Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.7 is gesteld rond het forensisch

onderzoek.

Zie 1.5 en hierna onder 7.6. 12-07-2020

21

Zie 1.5 en hierna onder 7.6. 12-01-2021

22

Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024

29

2009: niet gedeponeerd, mitsdien niet voldaan aan de publicatievereisten

ex art. 2:394 BW;

2008: gedeponeerd op 5 november 2009, mitsdien tijdig;

2007: gedeponeerd op 23 juli 2008, mitsdien tijdig.

13-01-2020

20

Uit het handelsregister is niet gebleken van een gedeponeerde jaarrekening

over 2009. De jaarrekening 2008 kent een door Van Kempen en Co Audit B.V.

afgegeven goedkeurende verklaring.

13-01-2020

20

zie 1.5 en 7.6. 12-07-2020

21

zie 1.5 en 7.6. 12-01-2021

22

Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024

29

Curanda is opgericht op 22 december 1982; een eventuele vordering ter zake

de volstortingsverplichting is, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17

oktober 2003, verjaard.

13-01-2020

20

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

Toelichting

Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,

waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen

voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren

overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken

kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal

gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de

Midreth/Memid-groep (zie 1.1).

Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.5 is gesteld rond het forensisch

onderzoek.

13-01-2020

20

Toelichting

Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal

oplossing.

12-07-2020

21

Toelichting

Zie onder 1.2.

12-01-2021

22

Toelichting

Afgewikkeld. Zie 1.2.

22-07-2024

29

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

Toelichting

Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,

waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen

voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren

overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken

kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal

gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de

Midreth/Memid-groep (zie 1.1).

Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.5 is gesteld.

13-01-2020

20

Ja

Toelichting

Hierover worden procedures gevoerd. Zie hiervoor 1.2.

12-07-2020

21

Ja

Toelichting

Ongewijzigd.

12-07-2021

23

Ja

Toelichting

De procedures zijn gaande. Zie onder 1.2.

12-01-2022

24

Ja

Toelichting

Afgewikkeld. Zie 1.2.

22-07-2024

29

zie hiervoor onder 1.5. 12-07-2021

23

zie hiervoor onder 1.5. 12-01-2022

24

Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024

29

8.1 Boedelvorderingen

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8. Crediteuren

Toelichting

Salaris en kosten bewindvoerders en curatoren, kosten door curatoren

ingeschakelde derden.

13-01-2020

20

€ 820,00

Toelichting

griffierecht tussentijdse uitdelingslijst.

27-07-2026

33

Toelichting

De fiscus heeft de navolgende vorderingen ingediend:

vennootschapsbelasting 2007 € 440.802,--
omzetbelasting € 17.702,--
Totaal € 458.504,--

Situatie per 1 december 2017

Op 23 november 2017 hebben curatoren overleg gepleegd met de

belastingdienst en gezamenlijk een marsroute uitgestippeld voor de

afwikkeling van de totale fiscale positie van de fiscale eenheid waartoe

afgezien van Leliveld Beheer BV ook Memid Investments BV en Bouwbedrijf

Midreth BV behoren.

Dit overleg geldt zowel de OB als de VPB van de Fe. Ten aanzien van de OB

handelt dit om zowel de teruggaaf van btw op oninbare vorderingen op

debiteuren van de gefailleerde als om de afdracht van btw op de vorderingen

van crediteuren van de gefailleerde als om de teruggave en afdracht van

boedel btw.

Voorts is afgesproken dat tussen de boedel en de belastingdienst een

vaststellingsovereenkomst wordt gesloten ter voorkoming van de gevolgen

van het verstrijken van de vijfjarentermijn zoals nader toegelicht in de brief

van de belastingdienst aan alle curatoren van 1 maart 2017.

Situatie per 1 juni 2018

Curatoren hebben na daartoe ingewonnen fiscaal advies een verzoek tot

ambtshalve vermindering van de VPB 2009 gedaan voor curanda die samen

met Bouwbedrijf Midreth B.V. en Memid Investments B.V. een fiscale eenheid

vormt. Het voornemen van curatoren is om de uitkomst van dit verzoek mee te

nemen in de totale afwikkeling met de belastingdienst voor de procedurele

aspecten waarvan curatoren en de belastingdienst in een eerder stadium een

vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.

Situatie per 1 januari 2019:

De Belastingdienst heeft het verzoek tot ambtshalve vermindering van de VPB

2009 afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Het

onderzoek met betrekking tot de hoogte van de omzetbelasting wordt intern

voortgezet. Vervolgens zullen curatoren zich beraden over het inschakelen van

een financieel deskundige met betrekking tot de berekening van de

omzetbelasting.

13-01-2020

20

Situatie per 15 juli 2019:

Dit item is ongewijzigd sinds de vorige verslagperiode.

Situatie per 31 december 2019:

Het interne onderzoek met betrekking tot de omvang van de

omzetbelastingclaim is inmiddels afgerond. Curatoren zullen een accountant

verzoeken hen te begeleiden bij de verdere afwikkeling van de

omzetbelasting-claim.

€ 458.504,00

Toelichting

De fiscus heeft de navolgende vorderingen ingediend:

vennootschapsbelasting 2007 € 440.802,--
omzetbelasting € 17.702,--
Totaal € 458.504,--

In het kader van de BTW-herzieningsclaim, die curatoren hebben toegelicht in

verslag 20 onder 8.2, zullen Curatoren de RC verzoeken hen machtiging te

verlenen om de door hen benaderde accountant in te schakelen op basis van

de door deze uitgebrachte offerte.

12-07-2020

21

€ 458.504,00

Toelichting

Situatie per 31 december 2020:

Curatoren hebben een accountant ingeschakeld bij de afwikkeling van de

omzetbelasting-claim. Inmiddels heeft de Belastingdienst met betrekking tot

een toegelichte claim meegedeeld dat deze tot een vermindering van de BTW-

claim zal leiden bij de fiscale eenheid Memid-Midreth. De verwachting bestaat

dat geen wijziging ontstaat in de vordering van de Belastingdienst, zoals

ingediend in het faillissement van Beheermaatschappij Leliveld B.V.

12-01-2021

22

€ 440.802,00

12-07-2021

23

€ 440.802,00

Toelichting

Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

12-01-2022

24

€ 440.802,00

Toelichting

Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

25-07-2022

25

Toelichting

Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

25-01-2023

26

€ 440.802,00

22-01-2024

28

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

Toelichting

Ongewijzigd.

€ 440.802,00

Toelichting

Ongewijzigd.

22-07-2024

29

€ 440.802,00

Toelichting

Deze vordering zal vanwege diens rangorde volledig worden voldaan ter

gelegenheid van de tussentijdse uitdeling die op korte termijn wordt verwacht.

28-01-2026

32

€ 0,00

Toelichting

Ter gelegenheid van de tussentijdse uitdeling d.d. heden, 27 juli 2026, werd

de preferente vordering van de fiscus integraal voldaan.

27-07-2026

33

Toelichting

Niet van toepassing

13-01-2020

20

Toelichting

Daarvan is niet gebleken.

13-01-2020

20

10

Toelichting

Naast de hiervoor sub 5.1 weergegeven vorderingen van financiers hebben 6

crediteuren concurrente vorderingen ter verificatie ingediend.

Stand per 1 juni 2018:

10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.

Situatie per 31 december 2018:

10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.

Situatie per 15 juli 2019:

10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.

Situatie per 31 december 2019:

Ongewijzigd.

13-01-2020

20

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

15

Toelichting

Op 17 december 2021 vond een verificatievergadering plaats waarvoor alle

crediteuren tijdig zijn opgeroepen.

12-01-2022

24

15

25-07-2022

25

15

Toelichting

Het aantal crediteuren is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

25-01-2023

26

18

Toelichting

De (verpande) rekening courant vorderingen van dochtervennootschappen zijn

toegevoegd.

22-01-2024

28

18

22-07-2024

29

Toelichting

zie hierna onder 8.6.

30-01-2025

30

15

Toelichting

Drie crediteuren zijn volledig voldaan uit anderen hoofden.

Zij verdwijnen van de crediteurenlijst.

28-07-2025

31

14

28-01-2026

32

Toelichting

Het totaal aan ingediende concurrente vorderingen beloopt, naast de hiervoor

sub 5.1 weergegeven vorderingen van financiers, per 31 december 2019: €

10.367.194,45. Van dit bedrag heeft € 4.361.644,87 (zijnde € 4.771.824,99

minus de uitkering ad € 410.180,12 die in het kader van de beëindiging van de

surseance van Memid Galgenwaard B.V. (middels een akkoord) heeft

plaatsgevonden) betrekking op de door Nationale Borgmaatschappij

ingediende vorderingen uit hoofde van verstrekte concerngaranties en €

5.903.933,-- ziet op intercompany vorderingen (rekening-courant schulden aan

Memid Investments B.V., Midreth Real Estate B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V.).

13-01-2020

20

€ 10.367.194,45

Toelichting

waarvan

handelscrediteuren: € 101.616,58;

rek courant schulden aan groepsmaatschappijen: € 5.903.933,00;

Nationale Borgmaatschappij wegens concerngaranties € 4.361.644,87

12-07-2020

21

€ 58.056.356,84

Toelichting

handelscrediteuren: € 101.616,58;

schulden aan groepsmaatschappijen: € 5.903.933,00;

Nationale Borgmaatschappij wegens concerngaranties: € 4.771.824,99;

Atradius in het kader van hoofdelijkheid Midreth/Memid: € 4.538.000,00;

vordering gemeente Utrecht (gecedeerd aan Rabo): € 21.750.000,00;

FGH Bank + Frieslandbank + Rabo: PM;

participanten: PM;

ABN AMRO/Fortis: € 14.016.953,08

Deutsche Bank: € 6.974.029,19.

12-01-2021

22

Toelichting

De bedragen zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het vorige verslag.

12-07-2021

23

€ 114.091.934,86

Toelichting

De toename t.o.v. het bedrag dat in verslag 22 werd gerapporteerd is gelegen

in de PM posten die ter gelegenheid van de verificatievergadering van 17

december 2021 concreet zijn ingevuld.

12-01-2022

24

€ 114.091.934,86

Toelichting

Ongewijzigd sinds 17 december 2021.

25-07-2022

25

€ 124.445.909,86

Toelichting

De vordering van de Rabobank is gewijzigd en dat maakt dat de totale

concurrente schuldenlast verhoogd is.

25-01-2023

26

€ 130.362.019,86

22-01-2024

28

€ 130.362.019,86

22-07-2024

29

Toelichting

30-01-2025

30

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

Diverse crediteuren van Beheermaatschappij Leliveld BV hebben hoofdelijkheid

bedongen van meerdere deelnemers aan het concern die eveneens failliet zijn

(Miderth cluster).

Recent is ter gelegenheid van de afwikkeling van een tot het cluster behorend

faillissement gebleken dat twee schuldeisers reeds geheel zijn voldaan uit de

verkoop van hun aandelen in de vennootschap die als enige van het cluster is

gered middels een geslaagde surseance van betaling (Memid Galgenwaard

BV).

Een derde crediteur heeft gemeld dat hij geen vordering meer claimt in de

faillissementen van het cluster.

Tezamen vertegenwoordigen deze drie een aanmerkelijk deel van de

crediteurenlast (€ 12,5 mln).

De curator overweegt een nieuwe verificatievergadering te beleggen in

verband met deze ontwikkelingen en een tussentijdse (of definitieve) uitdeling

aan concurrente crediteuren.

€ 117.862.019,86

Toelichting

Een nieuwe verificatievergadering is niet nodig.

De drie crediteuren verdwijnen van de crediteurenlijst.

28-07-2025

31

€ 117.861.897,06

28-01-2026

32

€ 117.861.897,06

Toelichting

Ongewijzigd.

27-07-2026

33

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

De stand van de boedelrekening luidt: € 71.890,27.

De verwachting is gewettigd dat, tenzij het actief toeneemt uit hoofde van 7.1,

7.5 en/of 7.6, sprake zal zijn van een vereenvoudigde afwikkeling en

concurrente crediteuren geen uitkering tegemoet kunnen zien.

13-01-2020

20

De verwachting is gewettigd dat, tenzij het actief toeneemt uit hoofde van de

onder 1.2 genoemde procedures sprake zal zijn van een vereenvoudigde

afwikkeling en concurrente crediteuren geen uitkering tegemoet kunnen zien.

12-07-2020

21

Indien de VSO met Lapidus/VMF na verkrijging van machtiging van de RC

definitief wordt, zullen concurrente crediteuren mogelijk een kleine uitkering uit

het faillissement ontvangen, namelijk indien de verkoop van de aandelen KP&P

of uitkeringen door KP&P dat mogelijk maken.

12-01-2021

22

De VSO met VMF/Lapidus is in de afgelopen verslagperiode definitief geworden

en deels uitgevoerd.

De verkoop van de aandelen KP&P ligt in de toekomst. Afhankelijk van de voor

die aandelen door de boedel te realiseren koopsom kunnen concurrente

crediteuren mogelijk een kleine uitkering uit het faillissement ontvangen.

12-07-2021

23

idem als verslag 23. 12-01-2022

24

idem als verslag 23. 25-07-2022

25

In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 22-01-2024

28

In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 22-07-2024

29

In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 30-01-2025

30

Een tussentijdse uitdeling is in voorbereiding. 28-01-2026

32

In de afgelopen verslagperiode werd een tussentijdse uitdelingslijst

gedeponeerd. Alle crediteuren werden hiervan op de hoogte gesteld.

Er werd geen verzet aangetekend en de uitdelingslijst werd verbindend.

Op heden, 27 juli 2026, werd aan tien concurrente crediteuren totaal €

3.280.727,00 uitgekeerd.

Van vier crediteuren is de boedel nog in afwachting van bankgegevens.

En slotuitdeling voor ongeveer hetzelfde bedrag volgt in 2028 wanneer de

mede door de boedel afgegeven balansgaranties zijn uitgewerkt.

27-07-2026

33

8.8 Werkzaamheden crediteuren

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

In de verslagperiode werd een verificatievergadering voorbereid en gehouden

op 17-12-2021.

12-01-2022

24

De crediteuren werden aangeschreven, de uitdelingslijst werd gedeponeerd

en bij gebreke aan verzet verbindend en de uitdeling vond plaats op 27 juli

2026.

27-07-2026

33

9. Procedures

Verwezen wordt naar alinea 1.2. 13-01-2020

20

Zie 1.2 voor de naam van de wederpartijen. 12-07-2020

21

Pauliana's, verpanding, schenkingen. 12-07-2020

21

Zie 1.2 voor de actuele stand van zaken. 12-07-2020

21

zie 1.2. 25-01-2023

26

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona

c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende

procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen

zonder erkenning van het bestaan van schade.

Op 20 februari 2024 is de procedure tussen de heer Leliveld en de boedel bij

het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op eenstemmig verzoek doorgehaald.

Hiermee is de nog enige in deze boedel lopende procedure afgewikkeld.

22-07-2024

29

9.4 Werkzaamheden procedures

10.1 Plan van aanpak

In de verslagperiode is een conclusie van antwoord in reconventie genomen in

de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen J.J. Leliveld en B.

Leliveld en J. Leliveld.

12-01-2022

24

Zie hiervoor onder 1.2. 25-07-2022

25

zie hiervoor onder 1.2. In de procedure voor het Gerechtshof

Arnhem/Leeuwarden zijn aktes gewisseld en is arrest gewezen.

In de procedure tegen J.J. Leliveld en zijn dochters is onderhandeld over een

minnelijke regeling die in een schikking is uitgemond. De opbrengst daarvan is

in de afgelopen verslagperiode ontvangen en deels doorbetaald aan de

pandhouder.

25-01-2023

26

Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld voor Gerechtshof

Arnhem/Leeuwarden.

zie (ook) hiervoor onder 1.2.

De in verslag 26 gemelde situatie is actueel:

Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten de

procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst van de

schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De procedure is verwezen

naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating partijen.

20-07-2023

27

In de afgelopen verslagperiode is overleg gepleegd tussen de boedel en de

verschillende raadslieden zowel in de hiervoor bedoelde procedure als in de

procedure tussen de bestuurder privé en de financier waarvan de afloop i.v.m.

regresrechten voor de afwikkeling van het faillissement van belang is.

Deze ontwikkelingen geven uitzicht op beëindiging van de procedure bij het

Gerechtshof te Arnhem/Leeuwarden.

De procedure in het faillissement is op verzoek van partijen op de rol van 16-

01-2024 verwezen naar de rol van 16-07-2024 .

Indien dit doorgang vindt kunnen de faillissementen in dit cluster worden

afgewikkeld.

22-01-2024

28

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona

c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende

procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen

zonder erkenning van het bestaan van schade.

22-07-2024

29

afgewikkeld. 28-01-2026

32

10. Overig

Verwezen wordt naar het vermelde onder 1.2 (lopende procedures) en 1.5. 13-01-2020

20

Het vervolgen van de drie gerechtelijke procedures en het voeren van 12-07-2020

schikkingsonderhandelingen. 21

1. Het vervolgen van de resterende twee gerechtelijke procedures (hoger

beroep tegen J.J. Leliveld en eerste aanleg tegen J.J. Leliveld en zijn

beide dochters).

2. De verkoop van de aandelen KP&P.

12-07-2021

23

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld wordt het

arrest afgewacht (roldatum 25-01-2022)

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.

Leliveld en J. Leliveld. wordt een datum voor de Comparitie na antwoord

afgewacht.

12-01-2022

24

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is een

tussenarrest gewezen. De procedure wordt vervolgd op roldatum 6 september

2022.

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.

Leliveld en J. Leliveld is vonnis gewezen ( zie 1.2). Een eventueel in te stellen

hoger beroep wordt afgewacht.

25-07-2022

25

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is opnieuw

d.d. 27-12-2022 een tussenarrest gewezen. De procedure wordt vervolgd op

roldatum 19 december 2023.

De curator gaat met Rabobank in conclaaf om de doorlooptijd van het

faillissement niet afhankelijk te laten zijn van de uitkomst van de

schadestaatprocedure tussen haar en J.J. Leliveld.

In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.

Leliveld en J. Leliveld is een schikking getroffen waarmee die is afgedaan.

Over de (te verkopen) aandelen KP&P kan geen mededeling worden gedaan.

25-01-2023

26

1. In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is

uitstel verleend tot 16-07-2024 i.v.m. schikkingsonderhandelingen. Indien

die slagen komt het faillissement in de fase van afwikkeling.

2. aangaande de verkoop van de aandelen in KP&P moet een

garantietermijn worden afgewacht. Het risico daarvan is deels gedekt

door een verzekering.

22-01-2024

28

1. de in de voorgaande verslagperiode gemelde onderhandelingen zijn

uitgemond in een schikking. De procedure Curatoren Beheermaatschappij

Leliveld/J.J. Leliveld is doorgehaald op eenstemmig verzoek.

Hiermee is dit onderdeel afgewikkeld.

2. In de komende verslagperiode pleegt de curator overleg met de Stichting

Afwikkeling KP&P Africa om te vernemen wat de stand van zaken is m.b.t.

de nog lopende verkoper-garanties en om te bezien in hoeverre in dit

stadium veilig, d.w.z. zonder risico op restitutie van een deel van de door

de boedel gerealiseerde koopprijs, een uitdeling kan volgen aan de

crediteuren in dit faillissement.

22-07-2024

29

1. De curator bereid een tussentijdse uitdeling voor.

30-01-2025

30

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

In het kader van een tussentijdse uitdeling heeft de curator onderzocht in

hoeverre de boedel het risico loopt dat in de toekomst garanties aangaande

de verkoop van de aandelen KP&P Africa worden ingeroepen en de boedel een

deel van de door haar ontvangen koopsom zou moeten restitueren.

De Stichting Afwikkeling KP&P Africa heeft de curator in de afgelopen

verslagperiode laten weten dat tot nu toe van de koper geen claims zijn

ontvangen, en zij ook niet over aanwijzingen beschikt dat van de koper wel

claims worden ontvangen. Garanties kan de Stichting uiteraard niet bieden.

De geboden garanties strekken zich uit over een periode van 1 tot 7 jaar na

voltooiing van de transactie. De fundamentele en ABC garanties zijn na 5 jaar

uitgewerkt (april 2028), de fiscale garanties na 7 jaar. De fiscale garanties zijn

overigens verzekerd (de maximale liability bedraagt EUR 1).

Omdat mag worden aangenomen dat evenementen die onder de garanties

vallen zich binnen een afzienbare tijd na de closing openbaren en inmiddels

twee jaren na de closing zijn verstreken, zal de curator de rechter commissaris

verzoeken een tussentijdse uitkering toe te staan. Dit verzoek wordt heden

gedaan.

28-07-2025

31

De rechter commissaris heeft toestemming verleend voor de voorgestelde

tussentijdse uitdeling.

Deze is in voorbereiding.

28-01-2026

32

De tussentijdse uitdeling aan concurrente crediteuren heeft heden, 27 juli

2026, plaatsgevonden.

27-07-2026

33

Nog niet bekend. Dit is met name afhankelijk de afwikkeling van de

gerechtelijke procedures.

13-01-2020

20

Nog niet bekend. Dit is met name afhankelijk de afwikkeling van de

gerechtelijke procedures.

12-07-2020

21

Ongewijzigd.

Daarenboven is de afwikkeling afhankelijk van de verkoop van de aandelen

KP&P.

12-07-2021

23

De termijn van afwikkeling is afhankelijk van het verloop van de twee

hangende procedures en de verkoop van de aandelen KP&P.

Hierop is nog geen uitzicht.

12-01-2022

24

Ongewijzigd sinds verslag 24. 25-07-2022

25

Ongewis, immers vooralsnog afhankelijk van i) de verkoop van de aandelen

KP&P en ii) de schadestaatprocedure tussen Rabobank en J.J. Leliveld.

25-01-2023

26

Nu de verkoop van de aandelen in KP&P is gerealiseerd, is de afwikkeling van

het faillissement nog afhankelijk van:

1. het vervallen van de garanties die in het kader van de verkoop van de

aandelen KP&P aan de koper zijn gegeven.

2. de afloop van de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J.

Leliveld voor het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden.

3. ter gelegenheid van de afwikkeling zal een afweging moeten worden

20-07-2023

27

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

gemaakt omtrent de verdeling van de kosten in dit faillissementscluster.

Zo zijn de kosten van de procedures voornamelijk gedragen door de

boedel van Memid Investments B.V., terwijl de revenuen daarvan zijn

terechtgekomen in de boedel van Beheermaatschappij Leliveld b.V.

Het verhandelde in verslag nr 27 is actueel. 22-01-2024

28

Hierover kan de curator concreter zijn na raadpleging van de Stichting

Afwikkeling KP&P Africa.

Zie hiervoor 10.1

22-07-2024

29

De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)

zijn uitgewerkt. Voordien wordt een tussentijdse uitdeling overwogen die in

2025 kan plaatsvinden.

30-01-2025

30

De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)

zijn uitgewerkt. Voordien wordt een tussentijdse uitdeling overwogen die in

2025 kan plaatsvinden.

28-07-2025

31

Een tussentijdse uitdeling is in voorbereiding.

De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)

zijn uitgewerkt.

28-01-2026

32

De tussentijdse uitdeling vond heden plaats.

De tweede uitdeling, tevens slotuitdeling, vindt plaats in 2028 wanneer de -

mede door de boedel - afgegeven bankgaranties zijn uitgewerkt.

Daarna kan het faillissement worden afgewikkeld.

27-07-2026

33

27-1-2027 27-07-2026

33

Bijlagen