Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Betreft
Algemene gegevens
Beheermaatschappij Leliveld B.V. 13-01-2020
20
Beheermaatschappij Leliveld B.V., statutair gevestigd te Maarssen, feitelijk
gevestigd te (3641 RV) Mijdrecht, Gemeente de Ronde Venen, aan de Groot
Mijdrechtstraat 11.
13-01-2020
20
Algemeen
In december 2020 hebben curatoren van Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan
de RC verzocht hen te machtigen tot het aangaan van een
vaststellingsovereenkomst (VSO) met Lapidus/VMF en voor zover het betreft
de aandelen KP&P, met J. Leliveld en zijn dochters. Rabobank heeft de RC
verzocht curatoren te verbieden deze VSO te sluiten. Een beslissing van de RC
is te verwachten in de komende verslagperiode. Indien de even bedoelde VSO
definitief wordt, beogen curatoren in de Memid-faillissementen, Bouwbedrijf
Midreth B.V. en Beheermaatschappij Leliveld B.V. ook een VSO te treffen met J.
Leliveld en zijn dochters over de dan nog niet geregelde kwesties. Indien
beide VSO’s definitief worden, kan de eindafwikkeling van alle faillissementen
van Memid, Midreth en Beheermaatschappij Leliveld worden ingezet. De
vooruitzichten in deze faillissementen zijn dan kortgezegd de volgende:
Faillissement Memid Investments B.V.
Verwacht wordt dat de vordering van de Belastingdienst ad circa € 5.4 mio nog
met maximaal circa € 1.2 mio kan afnemen in verband met te verrekenen BTW
met betrekking tot onbetaald gebleven debiteuren van Bouwbedrijf Midreth
B.V. en Memid Investments B.V., welke vennootschappen een fiscale eenheid
voor de omzetbelasting vormden. In dat geval resteert voor de concurrente
12-01-2021
22
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
crediteuren (waaronder mede begrepen de financiers die een restantvordering
hebben na uitwinning van zekerheden) naar verwachting een kleine uitkering
(maximaal enkele procenten).
Faillissement Bouwbedrijf Midreth B.V.
Het boedelactief is onvoldoende voor enige uitkering aan preferente en
concurrente crediteuren. Slechts een deel van de boedelschuld aan UWV (ter
zake van uitkeringen aan werknemers van Midreth) kan worden voldaan uit
het boedelactief.
Faillissement Beheermaatschappij Leliveld B.V.
Indien de aandelen KP&P (waarop de VSO met Lapidus/VMF mede betrekking
heeft) enig actief opbrengen, zullen concurrente crediteuren (waaronder mede
begrepen de financiers die een restantvordering hebben na uitwinning van
zekerheden) naar verwachting een uitkering van maximaal enkele procenten
ontvangen.
Faillissement Midreth Galgenwaard B.V.
Het actief is onvoldoende om de faillissementskosten te dekken. Crediteuren
zullen derhalve geen uitkering uit dit faillissement ontvangen.
Faillissement Midreth Real Estate B.V.
Slechts een deel van de preferente vordering van de Belastingdienst (minder
dan 25%) kan uit het boedelactief worden voldaan. Overige crediteuren (zowel
preferent, als concurrent) zullen geen uitkering uit dit faillissement ontvangen.
Bij beschikking van 26 januari 2021 heeft de rechter commissaris curatoren van
Leliveld Beheer BV toestemming gegeven de VSO met Lapidus/VMF aan te
gaan.
Vervolgens is deels uitvoering aan deze VSO gegeven waardoor de bij de
notaris in escrow gehouden bedragen ten gunste van de boedel zijn
vrijgevallen, althans 70% daarvan.
Het nog niet uitgevoerde deel van de VSO betreft de verkoop van de aandelen
KP&P en de verdeling van de daaruit te ontvangen koopsom. Verkoop van
deze aandelen wordt nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.
Met J. Leliveld en zijn dochters is geen VSO tot stand gekomen.
Hierover volgt meer onder 1.2 en hoofdstuk 9.
12-07-2021
23
De status quo is gehandhaafd: Verkoop van de aandelen in KP&P wordt
nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.
12-01-2022
24
De verkoop heeft plaatsgevonden in 2023, waarvan toentertijd verslag is
gedaan onder 3.9 van het verslag.
30-01-2025
30
Het deelnemen in-, het samenwerken met-, het financieren van en het voeren
van de directie over andere ondernemingen en vennootschappen;
Het beleggen van vermogen in onroerende goederen, effecten en andere
vermogensbestanddelen;
Het verstrekken van zekerheden ten behoeve van derden.
13-01-2020
20
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
0
Toelichting
Geen.
13-01-2020
20
€ 71.890,27
13-01-2020
20
€ 70.885,88
12-01-2021
22
€ 935.751,15
Toelichting
Als gevolg van de beslechting van de procedure tegen VMF/Lapidus en de met
deze partijen gesloten VSO is een zich in escrow onder de notaris bevindende
som geld vrij gevallen ten gunste van de boedel. Zie ook 1.2 en hoofdstuk 9.
12-07-2021
23
€ 403.132,94
Toelichting
Het saldo is afgenomen als gevolg van de uitkering van het salaris curator
vanaf de aanvang van het faillissement d.d. 28-06-2011 t/m 10 juli 2021.
Het saldo is toegenomen als gevolg van een dividenduitkering uit het belang
van de vennootschap in KP&P.
12-01-2022
24
€ 1.088.889,50
Toelichting
Het saldo is in de verslagperiode toegenomen als gevolg van
dividenduitkeringen uit het belang van de boedel in KP&P (zie ook onder 3.)
een teruggave BTW over 2011 (zie ook onder 4.) en een door de boedel
ontvangen kostenvergoeding.
In mindering op het saldo strekte het salaris van curatoren over 2021.
25-07-2022
25
€ 1.632.528,85
25-01-2023
26
Verslagperiode
Toelichting
Het saldo is toegenomen als gevolg van:
1. dividenduitkeringen door KP&P waarin curanda aandelen heeft.
2. de schikking waarover hierna in 1.2 meer.
€ 7.175.720,34
Toelichting
Het saldo is toegenomen als gevolg van de ontvangst van de
verkoopopbrengst van de aandelen KP&P.
Deze opbrengst wordt in het financiële verslag verantwoord onder 'opbrengst
procedures', omdat de aandelen KP&P via gerechtelijke procedures zijn
teruggebracht in de boedel.
20-07-2023
27
€ 7.175.518,92
22-01-2024
28
€ 7.184.953,76
Toelichting
Het saldo is toegenomen door een boedelbijdrage en afgenomen wegens
kosten procesadvocaat, salaris curator en bankkosten.
22-07-2024
29
€ 7.184.063,33
30-01-2025
30
€ 7.176.637,02
28-07-2025
31
€ 7.176.625,62
28-01-2026
32
€ 3.890.796,52
Toelichting
Het saldo is afgenomen als gevolg van een tussentijdse uitdeling aan de
concurrente crediteuren d.d. heden 27 juli 2026.
27-07-2026
33
van
13-9-2019
t/m
31-12-2019
13-01-2020
20
van
1-1-2020
12-07-2020
21
t/m
5-7-2020
van
6-7-2020
t/m
31-12-2020
12-01-2021
22
van
1-1-2021
t/m
10-7-2021
12-07-2021
23
van
11-7-2021
t/m
31-12-2021
12-01-2022
24
van
1-1-2022
t/m
10-7-2022
25-07-2022
25
van
11-7-2022
t/m
17-1-2023
25-01-2023
26
van
18-1-2023
t/m
17-7-2023
20-07-2023
27
van
18-7-2023
t/m
21-1-2024
22-01-2024
28
van
22-1-2024
t/m
22-07-2024
29
Bestede uren
17-7-2024
van
18-7-2024
t/m
26-1-2025
30-01-2025
30
van
27-1-2025
t/m
25-7-2025
28-07-2025
31
van
26-7-2025
t/m
25-1-2026
28-01-2026
32
van
26-1-2026
t/m
26-7-2026
27-07-2026
33
Bestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
VerslagperiodeBestede uren
totaal 1.233 uur 25 min
In verband met gewijzigde faillissementsverslag-software zijn de uren van
verslagperiode 1 t/m 19 niet inzichtelijk. In totaal zijn tot heden 69,18 uren
besteed.
Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is
samengesteld, staan curatoren niet in voor de volledigheid en juistheid
daarvan. Mogelijk is immers, dat onder andere bepaalde informatie nog niet
beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden of – achteraf - bijgesteld
dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag
geschetste perspectieven voor de crediteuren, zodat aan dit verslag derhalve
geen rechten kunnen worden ontleend.
13-01-2020
20
In de verslagperiode heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, zijn
processtukken gewisseld en zijn een tussenarrest en een vonnis gewezen.
Hierover meer onder 1.2.
25-07-2022
25
In de verslagperiode is een schikking getroffen als gevolg waarvan aan de
procedure voor het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden een einde is gekomen.
22-07-2024
29
1. Inventarisatie
Beheermaatschappij Leliveld B.V. staat aan het hoofd van een groep waarvan
ten tijde van de surseanceverlening op 30 mei 2011 de volgende entiteiten
onderdeel uitmaakten:
Beheermaatschappij Leliveld (surseance 30 mei 2011; faillissement 28
juni 2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/294F);
Memid Investments B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni
2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer 11/295F);
Midreth Real Estate B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni
2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/297F);
Midreth Galgenwaard B.V. (surseance 30 mei 2011, faillissement 28 juni
2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer: 11/296F);
Memid Galgenwaard B.V. (surseance 30 mei 2011, definitieve verlening
surseance 27 juli 2011, insolventienummer 11/385S);
SARL Midreth France (Frankrijk; niet gefailleerd);
SARL Le Petrarque (Frankrijk, niet gefailleerd);
Bouwbedrijf Midreth B.V. (surseance 28 januari 2011, faillissement
14 februari 2011, Rechtbank Utrecht, insolventienummer 11/71F);
Voor de structuur van de groep wordt verwezen naar het aan het eerste
verslag aangehechte organigram.
Voor nadere informatie omtrent de hiervoor genoemde eveneens failliete dan
wel in surseance verkerende groepsvennootschap(pen) wordt verwezen naar
de beschikbare faillissementsverslagen, die zijn in te zien via
www.rechtspraak.nl en www.lagrogeelkerken.nl.
Curanda is opgericht op 22 december 1982.
Curanda houdt alle aandelen in de besloten vennootschappen Midreth Real
Estate B.V., Memid Investments B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V.. Van deze
vennootschappen is zij ook bestuurder, evenals van Midreth Galgenwaard B.V.,
(een 100% kleindochter) en van Memid Galgenwaard B.V. waarvan de
aandelen worden gehouden door Memid Investments B.V. (75%) en Midreth
Galgenwaard B.V. (25%).
Tot november 2010 was de Stichting Administratiekantoor van aandelen in
Beheermaatschappij Leliveld B.V. enig aandeelhouder van curanda. Vanaf 22
november 2010 zijn 60% van de certificaten van deze aandelen verkocht en
geleverd aan een viertal participanten, hierna: “de Participanten”, te weten:
Goedland Beheer B.V.;
Van Schie Participaties B.V.;
Spelt Vastgoed B.V.;
Rabo Investments B.V.
De Participanten hebben een interim manager aangesteld, de heer A.J.
Zoomers, die – via De Veste Beheer B.V. en De Veste Management en Advies
B.V. – vanaf 1 november 2010, naast de heren Leliveld en Heilig middellijk
bestuurder werd van curanda. Hij was met betrekking tot deze vennootschap
alleen/zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. De heren Leliveld en Heilig
waren vanaf 12 november 2010 nog slechts gezamenlijk bevoegd curanda te
vertegenwoordigen.
Blijkens de gegevens uit het handelsregister is de heer Heilig op 21 maart
2011 uit functie getreden en is de heer A.J. Zoomers vervolgens op 11 april
2011 uit functie getreden. Per 11 april 2011 is de heer S.A.C. Westerhuis via
Westerhuis Executive Management B.V. als statutair bestuurder van curanda
benoemd, waarna op 6 mei 2011 de heer J.J. Leliveld als bestuurder ontslagen
is.
13-01-2020
20
1.2 Lopende procedures
Sedert 15 december 2011 is de statutaire directie van Memid Galgenwaard B.V.
gewijzigd. Thans voert de heer J. Spelt via Spelt Management B.V. de
statutaire directie.
Bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2015 is het
door de directie van Memid Galgenwaard B.V. aangeboden akkoord
gehomologeerd. Er is geen hoger beroep aangetekend binnen de wettelijke
termijn. Daarmee is de surseance van Memid Galgenwaard B.V. per 20 juli 2015
geëindigd.
Ten tijde van de voorlopige surseanceverlening was curanda als gedaagde in
twee procedures betrokken:
1. Een procedure waarin als eiser optreedt H.K. van Moert. Het geldelijk
belang bedraagt
€ 755.160,00. Deze procedure is inmiddels geschorst ex artikel 29 Fw.
ingesteld, die bij verstek is toegewezen.
3. Voorts hebben curatoren in de faillissementen van Beheermaatschappij
Leliveld B.V., Bouwbedrijf Midreth B.V., Memid Investments B.V. tezamen
met Memid Galgenwaard B.V., met machtiging van de rechter-
commissaris, appel ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht
d.d. 19 april 2011 in de procedure tegen de gemeente Utrecht.
Afgewikkeld. Zie voor historische gegevens het 14e openbaar verslag.
VMF/Lapidus
Curatoren zijn in hun hoedanigheid van curator in de faillissementen van
Beheermaatschappij Leliveld B.V., Memid Investments B.V., Midreth Real Estate
B.V., Midreth Galgenwaard B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V. gedagvaard door
twee schuldeisers (VMF-Holding AG en Lapidus Holding B.V.) tegen de
(rol)zitting van 22 juli 2015. Gevorderd wordt een verklaring voor recht dat de
door deze schuldeisers verkregen pandrechten op aandelen en een vordering
rechtsgeldig zijn gevestigd. Curatoren zullen met machtiging van de rechter-
commissaris verweer voeren in deze procedure.
In deze procedure heeft de Rechtbank Midden-Nederland vonnis gewezen op
21 juni 2017. De rechtbank heeft kort gezegd geoordeeld dat VMF Holding AG
en Lapidus Holding B.V. geen pandrechten hebben verkregen, omdat sprake is
geweest van paulianeuze transacties en zij ter zake geen derdenbescherming
genieten. De rechtbank heeft de vorderingen van Lapidus Holding B.V. en VMF
Holding AG afgewezen en de vorderingen van de curatoren toegewezen. De
curatoren hebben voorts een proceskostenvergoeding toegewezen gekregen
van ruim € 30.000,00. Deze vergoeding is op de faillissementsrekening
ontvangen.
Lapidus Holding B.V. en VMF Holding AG hebben bij het Gerechtshof Arnhem-
Leeuwarden hoger beroep ingesteld. Voor de verdere historie wordt verwezen
naar het 17e openbaar verslag.
Situatie per 1 januari 2019:
De curatoren hebben machtiging verkregen ook in hoger beroep te
procederen. Lapidus Holding B.V. en VMF Holding AG hebben een memorie van
grieven genomen, waarop de curatoren met een memorie van antwoord
hebben gereageerd. Voorts hebben de curatoren zelfstandig incidenteel appel
ingesteld tegen een aantal overwegingen van de rechtbank. De holdings zullen
hierop naar verwachting in de komende verslagperiode middels een memorie
van antwoord in incidenteel appel reageren. Wordt vervolgd.
13-01-2020
20
Situatie per 15 juli 2019:
De situatie is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag. Curatoren zijn
nog in afwachting van de beslissing van het hof over de verdere voortgang van
deze procedure.
Situatie per 31 december 2019:
Het hof heeft in deze zaak een comparitie van partijen gelast, die op 22 april
2020 zal plaatsvinden.
Curatoren Leliveld Beheer/Leliveld
Situatie per 13 maart 2017
Inmiddels zijn de curatoren een procedure gestart tegen de bestuurder, de
heer J.J. Leliveld, ten aanzien van deze kwestie en de rekening-courantschuld
van de heer J.J. Leliveld. In dat kader zijn ook de nodige beslagen gelegd. Voor
de historie wordt verwezen naar het 17e openbaar verslag.
Situatie per 1 januari 2019:
De curatoren zijn in de zaak tegen de heer Leliveld bij vonnis van 19
september 2018 in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de
overdracht van de aandelen en de vordering (voor zover de vordering
überhaupt zou zijn overgedragen) paulianeus is geweest. Voorts is de heer
Leliveld veroordeeld tot betaling van de rekening-courantschuld, ter hoogte
van ruim 3,7 miljoen euro.
De curatoren hebben inmiddels executoriaal beslag gelegd op onroerende
zaken en onder diverse derden.
In het aandelenregister van KP&P Africa B.V. is inmiddels ingeschreven dat de
levering van de aandelen door Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan de heer
Leliveld is vernietigd.
De heer Leliveld heeft inmiddels hoger beroep ingesteld tegen het vonnis,
eveneens bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De curatoren verwachten
dat hij in de komende verslagperiode een memorie van grieven zal nemen. De
curatoren hebben inmiddels machtiging verkregen van de rechter-commissaris
om terzake in hoger beroep op te treden.
Situatie per 15 juli 2019:
De curatoren hebben inmiddels een memorie van antwoord ingediend. Daarbij
hebben zij ook zelfstandig incidenteel appel ingesteld tegen een aantal
overwegingen van de rechtbank. De heer Leliveld zal hierop naar verwachting
in de komende periode reageren. Wordt vervolgd.
Situatie per 31 december 2019:
Op 24 september 2019 is door partij Leliveld de memorie van antwoord in
incidenteel appel ingediend. Op 8 oktober 2019 heeft het Gerechtshof bepaald
dat er een comparitie na memorie van antwoord zal plaatsvinden ten
overstaan van een meervoudige kamer. De zaak is verwezen naar de rol van 7
april 2020 voor datumbepaling comparitie.
Ten aanzien van de procedure tegen de dochters:
De curatoren hebben geconstateerd dat er voor faillissement transacties
hebben plaatsgevonden met familieleden van de heer Leliveld . De curatoren
hebben zich op het standpunt gesteld dat de boedel terzake vorderingen heeft
op deze partijen. Evenwel is van hen geen betaling ontvangen, reden waarom
de curatoren - met machtiging daartoe van de rechter-commissaris - inmiddels
een procedure aanhangig hebben gemaakt, waarbij tevens beslagen zijn
gelegd. De curatoren zijn in afwachting van de conclusie van antwoord.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld B.V. tegen VMF/Lapidus:
Het pleidooi in hoger beroep is bepaald op 7 oktober 2020.
12-07-2020
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:
de zaak is in hoger beroep verwezen naar de rol van 25 augustus 2020 voor
tussenarrest.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en
J. Leliveld.
de procedure is aanhangig gemaakt en staat op de rol van 7 oktober 2020
voor antwoord aan de zijde van gedaagden.
21
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen VMF/Lapidus.
Curatoren hebben in december 2020, onder voorbehoud machtiging RC, een
vaststellingsovereenkomst (VSO) met VMF/Lapidus gesloten. Aan de RC is
verzocht machtiging ex art. 104 Fw voor het aangaan van deze VSO te
verlenen. Rabobank heeft via een art. 69 Fw-verzoek de RC verzocht curatoren
te verbieden de VSO aan te gaan en de beslissing op het art. 104 Fw-verzoek
aan te houden totdat onherroepelijk op het art. 69 Fw-verzoek van Rabo is
beslist.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en
J. Leliveld.
Onderdeel van de VSO met VMF/Lapidus is een gedeeltelijke regeling van de
geschillen met J.J. Leliveld, zijn echtgenote en zijn dochters, eveneens onder
het voorbehoud van machtiging van de RC. De lopende procedures tegen J.J.
Leliveld en zijn dochters zijn in verband met het vorenstaande aangehouden.
Curatoren streven naar een regeling van alle geschillen met J.J. Leliveld en zijn
dochters.
12-01-2021
22
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen VMF/Lapidus.
Bij beschikking van 26 januari 2021 heeft de rechter commissaris curatoren van
Leliveld Beheer BV toestemming gegeven de VSO met Lapidus/VMF aan te
gaan.
Vervolgens is deels uitvoering aan deze VSO gegeven waardoor de bij de
notaris in escrow gehouden bedragen ten gunste van de boedel zijn
vrijgevallen, althans het aan de boedel toekomende deel daarvan.
Het nog niet uitgevoerde deel van de VSO betreft de verkoop van de aandelen
KP&P en de verdeling van de daaruit te ontvangen koopsom. Verkoop van
deze aandelen wordt nagestreefd, maar is nog niet aan de orde.
De procedure in hoger beroep is uit hoofde van de VSO beëindigd door
royement.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld.
In de VSO met VMF/Lapidus is het onderdeel losgelaten dat inhield dat ook een
VSO werd gesloten met J. Leliveld en zijn dochters. Met J. Leliveld en zijn
dochters is geen VSO tot stand gekomen.
In het hoger beroep van J.J. Leliveld tegen curatoren heeft op 31 maart 2021
voor het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden een comparitie van Partijen
plaatsgevonden.
J.J. Leliveld heeft in dit hoger beroep zijn vorderingen over de aandelen in en
de vordering op KP&P ingetrokken waarmee het vonnis van de rechtbank
Midden Nederland in het voordeel van curatoren voor dat deel onherroepelijk is
geworden. Resteert het dispuut over de rekening courant verhouding. Het Hof
wijst op 28 juli 2021 arrest over de resterende vorderingen in hoger beroep.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en
J. Leliveld.
Deze procedure staat voor antwoord in eerste aanleg voor de rechtbank
Midden Nederland.
Nu er met J.J. Leliveld en de dochters geen VSO is gesloten is de reden om
12-07-2021
23
nader uitstel te verlenen komen te vervallen.
De procedure staat nu per emptoir voor conclusie van antwoord aan de zijde
van J.J. Leliveld en de dochters.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:
Het gerechtshof heeft het wijzen van arrest diverse keren aangehouden tot
inmiddels 25-01-2022.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en
J. Leliveld:
In deze procedure is een conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie
genomen en hebben curatoren in een conclusie van antwoord in reconventie
gereageerd.
Op de rolzitting van 01-12-2021 is de zaak aangehouden in afwachting van
zittingsruimte.
12-01-2022
24
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 22-02-2022 tussenarrest
gewezen.
Het Hof heeft de zaak voor zes maanden aangehouden waarna eerst J.J.
Leliveld en daarna Curatoren zich kunnen uitlaten over de status van de
schadestaatprocedure die namens J.J.Leliveld tegen Rabobank aanhangig zal
worden gemaakt (doch tot op de dag van vandaag niet aanhangig is), welke
schadestaatprocedure gevolgen uit hoofde van regres kan hebben voor de
procedure die Curatoren voeren.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B. Leliveld en
J. Leliveld:
de mondelinge behandeling vond plaats op 14-02-2022. Vonnis werd gewezen
op 08-06-2022.
De rechtbank Midden Nederland heeft twee gedaagden veroordeeld tot
betaling aan de boedel van - ieder - € 100.000,- te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 27-05-2014.
De veroordeling is niet uitvoerbaar bij voorraad, omdat gedaagden tegenover
de boedel het risico lopen dat zij het betaalde niet terugkrijgen wanneer zij in
hoger beroep zouden worden veroordeeld tot minder dan voornoemde
bedragen.
Afgewacht zal moeten worden of gedaagden tegen het oordeel van de
rechtbank in hoger beroep komen.
25-07-2022
25
1. Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld:
Op 22 februari 2022 heeft het Gerechtshof een tussenarrest gewezen.
Daarbij heeft het Hof vastgesteld dat de Curatoren van
Beheermaatschappij Leliveld B.V. een vordering hebben op J.J. Leliveld
van ruim
€ 3,7 miljoen euro uit hoofde van de rekening-courantvordering.
Ter verdere beoordeling stond nog het beroep op verrekening van de
regresvordering - die J.J. Leliveld stelt te hebben of te zullen verkrijgen
op Beheermaatschappij als gevolg van de verrekening van zijn
schadevergoedingsvordering op Rabobank met zijn schuld aan Rabobank
uit hoofde van borgstelling
voor kredieten van Rabobank aan Beheermaatschappij - met de
vordering van de curatoren. Het hof
heeft de zaak toen zes maanden aangehouden opdat partijen zich
konden uitlaten over de stand
van zaken in de schadestaatprocedure, die op dat moment nog niet door
J.J. Leliveld aanhangig was gemaakt tegen Rabobank.
Inmiddels heeft J.J. Leliveld - althans de pandhouders aan wie hij zijn
25-01-2023
26
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
vordering op Rabobank heeft verpand - d.d. 26 september 2022 wel een
schadestaatprocedure tegen Rabobank aanhangig gemaakt.
Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten
de procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst
van de schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De
procedure is verwezen naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating
partijen.
2. Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.
Leliveld en J. Leliveld:
Gedaagden zijn in de afgelopen verslagperiode in hoger beroep
gekomen, maar hebben - voordat de zaak bij het Gerechtshof werd
aangebracht - een voorstel tot schikking gedaan. De schikking is tot
stand gekomen met goedkeuring van de rechter commissaris. de
schikking behelst de voldoening van de hoofdsommen met rente. De
bedragen zijn op de faillissementsrekening ontvangen en de procedure in
hoger beroep is niet aangebracht en dus van de baan.
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld voor Gerechtshof
Arnhem/Leeuwarden
De in verslag 26 gemelde situatie is actueel:
Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten de
procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst van de
schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De procedure is verwezen
naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating partijen.
20-07-2023
27
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona
c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende
procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen
zonder erkenning van het bestaan van schade.
Op 20 februari 2024 is de procedure tussen de heer Leliveld en de boedel bij
het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op eenstemmig verzoek doorgehaald.
22-07-2024
29
afgewikkeld. 28-01-2026
32
Niet van toepassing. 13-01-2020
20
Curanda is geen huurder van onroerende zaken, maar maakt gebruik van het
bedrijfspand van Memid Investments B.V. aan de Groot Mijdrechtstraat 11-13
te Mijdrecht.
13-01-2020
20
afgewikkeld. 12-07-2020
21
Het onderstaande is gebaseerd op informatie die curatoren hebben ontvangen
van (onder meer) de huidige bestuurder (ir. S.A.C. Westerhuis), de voormalige
bestuurder (de heer J.J. Leliveld), de belangrijkste financier (Coöperatieve
13-01-2020
20
Rabobank Rijn en Veenstromen U.A.), de Participanten en derden.
Zoals gezegd staat Beheermaatschappij Leliveld B.V. aan het hoofd van de
groep vennootschappen die onder 1.1 nader is toegelicht (hierna: “de Groep”).
Tussen de groepsvennootschappen bestaan diverse financiële kruisverbanden.
Hierdoor is enerzijds van belang dat Memid Investments B.V. mede heeft zorg
gedragen voor de financiering van curanda. In 2011 was sprake van een
negatieve rekening-courant aan de zijde van curanda van ruim € 5.000.000,00.
Anderzijds heeft curanda garanties aan derden (met name leveranciers van
Bouwbedrijf Midreth B.V.) verstrekt voor betaling van schulden van gelieerde
vennootschappen (hoofdzakelijk Bouwbedrijf Midreth B.V.). Bouwbedrijf Midreth
B.V. raakte in 2009 in financiële problemen. Eén van haar grote
opdrachtgevers, DSB Bank waarvoor Bouwbedrijf Midreth B.V. het Scheringa
Museum bouwde, ging failliet, Midreth bleef achter met een vordering op DSB
van meer dan € 10.000.000,00. Daarnaast raakte Bouwbedrijf Midreth B.V. met
de Gemeente Amsterdam in discussie omtrent meer/minder werk voor het
Stedelijk Museum. Bouwbedrijf Midreth B.V. claimde circa € 9.500.000,00; de
Gemeente Amsterdam wees deze claim van de hand.
Ook is de Groep verwikkeld in een procedure met de Gemeente Utrecht, waarin
schadevergoeding van de Gemeente Utrecht wordt gevorderd ter hoogte van
ruim € 22.000.000,00 als compensatie voor het niet nakomen van afspraken
die volgens de Groep met de Gemeente Utrecht zijn gemaakt in verband met
reddingsoperatie die de Groep heeft ondernomen ten gunste van FC Utrecht.
Curanda, Memid Investments B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V. maken
daarnaast met elkaar onderdeel uit van een fiscale eenheid voor de
vennootschapsbelasting.
De Groep kwam ten gevolge van de liquiditeitsproblemen die bij Bouwbedrijf
Midreth B.V. als eerste manifest werden, in ernstig financiële problemen.
Ondanks een kapitaalinjectie van € 20.000.000,00 die in oktober 2010
plaatsvond, moest Bouwbedrijf Midreth B.V. in januari 2011 surséance van
betaling aanvragen, welke op 14 februari 2011 in faillissement werd omgezet.
Na het faillissement van Bouwbedrijf Midreth B.V. zijn de overige entiteiten van
de Groep “doorgegaan”. In de praktijk bleek voortzetting van de
ondernemingen van deze vennootschappen steeds moeilijker omdat het
faillissement van Bouwbedrijf Midreth B.V. in de dagelijkse gang van zaken ook
repercussies had voor de overige leden van de Groep en bovendien diverse tot
de Groep behorende vennootschappen door crediteuren van Bouwbedrijf
Midreth B.V. werden aangesproken, mede in verband met afgegeven concern-
garanties en het bestaan van fiscale eenheden, waarvan Bouwbedrijf Midreth
deel uitmaakte.
In de surseance-periode is gebleken dat de financiers en Participanten – mede
gelet op de negatieve cashflow van de Groepsvennootschappen (met
uitzondering van Memid Galgenwaard B.V.) - niet bereid waren nieuwe
kapitaalsinjecties aan deze vennootschappen te verstrekken, waarna de
bewindvoerders om intrekking van de surseance van betaling en omzetting in
faillissement hebben verzocht. Op 28 juni 2011 is het faillissement van curanda
en de overige Groepsmaatschappijen – Bouwbedrijf Midreth B.V. en Memid
Galgenwaard B.V. daarvan uitgezonderd – uitgesproken.
Curatoren zullen de gang van zaken voor de surseance nog nader
onderzoeken, in samenhang met de hierna onder 7 vermelde punten.
Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,
waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen
voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren
overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken
kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal
gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de
Midreth/Memid-groep (zie 1.1).
Curatoren hebben het definitieve rapport ontvangen op 15 februari 2018. De
beslissing over de vervolgacties zal worden genomen zodra het vonnis inzake
de procedure Leliveld bekend is. Voor de verdere historie wordt verwezen naar
het 17e openbaar verslag.
Situatie per 1 januari 2019:
Curatoren hebben in het kader van de aansprakelijkheid van de bestuurder
een dagvaarding ex artikel 2:248 BW in voorbereiding.
Situatie per 15 juli 2019:
Verwezen wordt naar het gestelde sub 1.2 (procedure Curatoren
Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld).
Situatie per 31 december 2019:
J.J. Leliveld heeft recent aan curatoren bericht dat hij een all-in regeling met
curatoren zou willen treffen. Curatoren beraden zich.
Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal
oplossing.
12-07-2020
21
Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal
oplossing. Zie ook hiervoor ad 1.2.
12-01-2021
22
De gesprekken met de bestuurder over een totaaloplossing - waarin oorzaken,
rechtmatigheid, Pauliana en de aansprakelijkheid daarvoor zouden zijn
meegenomen - zijn vooralsnog van de baan. Bij die totaaloplossing zijn
vorderingen van de boedel op de bestuurder betrokken waarop pandrechten
van Rabobank rusten. Omdat de bestuurder op zijn beurt een vordering (nader
op te maken bij staat) heeft op Rabobank maken de pandrechten onderdeel uit
van een groter geheel, dat alleen in samenspraak tussen Rabobank, boedel en
bestuurder kan worden opgelost. De tijd daarvoor lijkt nog niet rijp.
12-07-2021
23
De in verslag 23 beschreven situatie is per ultimo 2021 nog actueel. 12-01-2022
24
afgewikkeld. zie 1.2 28-07-2025
31
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
2. Personeel
Personeelsleden
0
Toelichting
Ten tijde van de surseance waren geen werknemers bij curanda in dienst.
13-01-2020
20
3. Activa
Beheermaatschappij Leliveld B.V. is geen eigenaar van onroerende zaken. 13-01-2020
20
Beheermaatschappij Leliveld heeft geen bedrijfsmiddelen. 13-01-2020
20
Van voorraden en/of onderhanden werk is geen sprake. 13-01-2020
20
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Blijkens de administratie houdt Beheermaatschappij Leliveld B.V. een vijftal
deelnemingen in besloten vennootschappen die als volgt zijn geadministreerd:
Deelname Bouwbedrijf Midreth B.V. (100%) ter waarde van €
23.632.756,00 (waarde 2011).
(waarde 2011).
Deelname Memid Investments B.V. (100%) ter waarde van €
35.767.875,00 (waarde 2011)
(waarde 2011)
(waarde 2010)
Deelneming in Avalon Media Group B.V. (27.783 aandelen C) ter waarde
van nominaal
€ 277,83.
Naar de drie laatstgenoemde deelnemingen zal nader onderzoek plaatsvinden.
Bouwbedrijf Midreth B.V., Midreth Real Estate B.V. en Memid Investments B.V.
maken deel uit van de hiervoor genoemde Groep en verkeren allen eveneens
in staat van faillissement.
Daarnaast is curanda eigenaar van bij een derde geïnstalleerde pin-
lockapparatuur (kledingkluizen in een saunacomplex). Deze apparatuur wordt
verhuurd aan het sportcomplex alwaar hij is geïnstalleerd. Deze roerende zaak
is getaxeerd. Thans vindt overleg plaats met de eigenaar van het sportcomplex
over mogelijke verkoop. Momenteel wordt 50% van de opbrengst van deze
lockers aan de boedel van curanda afgedragen hetgeen maandelijks
overeenkomt met circa € 1.000,00.
De huurder heeft de huurovereenkomst aan curatoren opgezegd. Curatoren
zullen trachten de pinlockapparatuur te verkopen.
Curatoren hebben een bieding ontvangen op het Pinlocksysteem. Deze bieding
zal worden voorgelegd aan de Rechter-Commissaris.
De rechter-commissaris heeft de benodigde toestemming voor de verkoop van
het pinlock systeem verleend. De koopsom terzake ad € 4.000,-- exclusief BTW
is op 23 april 2013 door koper voldaan.
Ook zou sprake zijn van in eigendom verworven kunst. Nader onderzoek vindt
plaats.
Dit onderzoek zal worden meegenomen in het hiervoor (sub 1.7) beschreven
forensisch onderzoek.
Situatie per 1 augustus 2016
Inmiddels is de kunstcollectie van gefailleerde geveild. De opbrengst ad €
10.643,50 is bijgeschreven op de faillissementsrekening van gefailleerde.
In de afgelopen verslagperiode is gebleken dat curanda ook aandelen houdt in
13-01-2020
20
Avalon Media Group B.V. Uitgezocht dient te worden voor hoeveel procent en
welke waarde deze aandelen vertegenwoordigen. Deze vennootschap is
verlieslatend.
Onderzoek wijst uit dat Avalon Media Group ernstig verlieslatend is en
curatoren houden het er voor dat de deelneming geen waarde
vertegenwoordigt. Overigens zal ook deze deelneming worden betrokken in
het forensisch onderzoek.
Voorts is in de afgelopen verslagperiode gebleken van restitutiebetalingen
door de Belastingdienst naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad d.d.
30 september 2011 (vergoeding van heffingsrente). Het betreft hier een
bedrag ad in totaal € 20.106,--. De Rabobank stelt zich op standpunt dat deze
bedragen uit hoofde van haar pandrecht aan haar toekomen. Curatoren
stellen zich op het standpunt dat deze bedragen toekomen aan de boedel,
gelet op het feit dat deze vorderingen eerst zijn ontstaan na datum
faillietverklaring.
Rabobank heeft de curatoren bericht dat zij het standpunt van de boedel deelt
en dat aldus de restitutiebetalingen niet verpand zijn. Inmiddels is het bedrag
ad € 20.106,-- overgemaakt op de faillissementsrekening van gefailleerde.
Over de deelname in KP&P Afrika B.V. wordt door curatoren geprocedeerd
tegen J.J. Leliveld, die eigendomsrechten op de aandelen claimt.
Tevens wordt geprocedeerd tegen VMF/Lapidus die claimen pandrechten te
hebben verkregen op de aandelen KP&P Africa B.V.
Na door de rechtbank Midden Nederland gewezen vonnissen zijn zowel J.
Leliveld als VMF/Lapidus in hoger beroep gekomen. Deze beroepsprocedures
worden vervolgd. Zie onder 1.2 en onder 9.
12-07-2020
21
Over de deelname in KP&P Afrika B.V. wordt door curatoren geprocedeerd
tegen J.J. Leliveld, die eigendomsrechten op de aandelen claimt.
Tevens wordt geprocedeerd tegen VMF/Lapidus die claimen pandrechten te
hebben verkregen op de aandelen KP&P Africa B.V.
Na door de rechtbank Midden Nederland gewezen vonnissen zijn zowel J.
Leliveld als VMF/Lapidus in hoger beroep gekomen. Deze beroepsprocedures
worden vervolgd. Zie verder onder 1.2.
Voorts is in het verleden melding gemaakt dat curanda ook aandelen hield in
Avalon Media Group B.V. Uitgezocht diende te worden voor hoeveel procent en
welke waarde deze aandelen vertegenwoordigden.
Onderzoek wees uit dat Avalon Media Group ernstig verlieslatend was en dat
de deelneming geen waarde vertegenwoordigde. Deze deelneming is ook
betrokken in het forensisch onderzoek. Voorheen heette Avalon Media Group
B.V. D.J. Power Benelux B.V.
Dit item is in een voorgaande verslagperiode afgewikkeld, maar daarvan is
toen abusievelijk geen melding gemaakt.
12-01-2021
22
In aansluiting op hetgeen hiervoor onder 1.2 gesteld:
J.J. Leliveld heeft in het hoger beroep zijn aanspraken op het eigendomsrecht
van de aandelen KP&P en op de vordering uit hoofde van een geldlening aan
KP&P ('de Vordering') prijsgegeven.
Hierdoor staat het eigendomsrecht van de boedel op de aandelen KP&P en op
de Vordering vast. Die aandelen en de vordering uit hoofde van de geldlening
worden geacht de boedel van Beheermaatschappij Leliveld nooit te hebben
verlaten.
Over de geclaimde pandrechten van VMF/Lapidus hebben curatoren met
VMF/Lapidus een VSO gesloten.
Als gevolg daarvan konden de zich onder de notaris in escrow gehouden
bedragen terzake de Vordering en de op de aandelen KP&P uitgekeerde
12-07-2021
23
3.9 Werkzaamheden andere activa
dividenden worden vrijgegeven ten gunste van de boedel en VMF/Holding. De
boedel ontving uit dien hoofde in de afgelopen verslagperiode EUR 609.701,91.
Voorts is sindsdien opnieuw een dividenduitkering ontvangen en ingevolge de
VSO met VMF/Holdings gedeeld. Uit hoofde hiervan ontving de boedel EUR
255.281,74.
De boedel ontving in de verslagperiode een aanvullende dividenduitkering van
KP&P van € 91.868,46.
12-01-2022
24
De boedel ontving in de verslagperiode aanvullende dividenduitkeringen van
25-07-2022
25
De boedel ontving in de verslagperiode een aanvullende dividenduitkering van
KP&P van € 487.261,10.
25-01-2023
26
De van KP&P ontvangen dividenden worden in het financiële verslag
verantwoord onder 'opbrengst procedures', omdat de aandelen KP&P via
gerechtelijke procedures zijn teruggebracht in de boedel.
20-07-2023
27
In het kader van de totaaloplossing (zie hiervoor onder 1.2) is door de boedel
een aandeel in de overwaarde van een verkocht appartement (waarop door
de boedel namens de pandhouder beslag was gelegd) ontvangen en na aftrek
van de overeengekomen boedelbijdrage aan de pandhouder afgedragen.
22-07-2024
29
afgewikkeld. 28-01-2026
32
In de afgelopen verslagperiode is intensief gewerkt aan de verkoop van de
aandelen KP&P.
25-01-2023
26
De verkoop van de aandelen KP&P heeft in de afgelopen verslagperiode zijn
beslag gekregen.
De boedel heeft van de totale koopsom haar aandeel ontvangen ter hoogte
van € 5.640.954,97.
Er volgt nu een periode van enkele jaren voor de afwikkeling van de door de
verkoper afgegeven garanties.
Voor haar aandeel in de kosten van de afwikkelingswerkzaamheden die de
daartoe opgerichte stichting verricht heeft de boedel een voorschot voldaan.
Een eindafrekening volgt derhalve in de komende jaren.
De curator wacht de periode van de afwikkeling van de meest vergaande
garanties af voordat zij aan de rechter commissaris een voorstel tot een
tussentijdse uitdeling aan de crediteuren van Beheermaatschappij Leliveld B.V.
doet.
20-07-2023
27
Inmiddels is ruim een jaar verstreken sinds de overdracht van de aandelen
KP&P d.d. 24 mei 2023.
Zoals in het 27e verslag opgemerkt, zijn door de verkopers (waaronder de
boedel) garanties aan de koper afgegeven, die nog niet zijn uitgewerkt.
Nu in de afgelopen verslagperiode de gerechtelijke procedure voor het
gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is doorgehaald, is het wachten nog slechts
op de afloop van de hiervoor bedoelde garanties.
22-07-2024
29
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
De curator neemt zich voor op korte termijn overleg te plegen met de Stichting
Afwikkeling KP&P Africa om te vernemen tegen welke eerstvolgende datum op
veilige wijze een uitdeling aan crediteuren kan plaatsvinden.
De boedel ontving in 2023 ruim € 7 mln. voor de verkoop van haar aandelen in
een deelneming te Afrika.
Deze aandelen vertegenwoordigden een deel van het totale aandelenkapitaal
in deze vennootschap.
De belangen van de gezamenlijke verkopers - waaronder de boedel - worden
behartigd door de Stichting Afwikkeling KP&P Africa. Als één van de verkopers
heeft de boedel aan de koper fiscale- en balansgaranties verstrekt die
aflopend zijn.
De curator heeft vragen gesteld aan het bestuur van de Stichting Afwikkeling
KP&P Africa om te bezien of
de gegeven garanties intussen zodanig zijn afgenomen dat een aanmerkelijke
tussentijdse uitdeling kan worden gedaan aan de schuldeisers.
Hierin verwacht de curator spoedig actie te kunnen ondernemen.
Zie m.b.t. een tussentijdse uitdeling eveneens onder 8. (crediteuren).
30-01-2025
30
De curator heeft vernomen van het bestuur van de Stichting Afwikkeling KP&P
Africa.
De geboden garanties strekken zich uit over een periode van 1 tot 7 jaar na
voltooiing van de transactie. De fundamentele en ABC garanties zijn na 5 jaar
uitgewerkt (april 2028), de fiscale garanties na 7 jaar.
Er is sprake van een afnemend risico dat de garanties worden aangesproken.
Omdat er in 2028 een eindafrekening volgt van de Stichting Afwikkeling KP&P
Africa en pas per die datum een eindsituatie ontstaat, kan er op dit moment
slechts een voorlopige uitdeling worden overwogen.
De curator legt dit voor aan de rechter commissaris.
28-07-2025
31
De rc heeft toestemming verleend aan de voorgestelde voorlopige uitdeling.
Deze is in voorbereiding.
Er is contact gelegd met alle bekende crediteuren.
28-01-2026
32
de tussentijdse uitdeling heeft plaatsgevonden d.d. heden 27 juli 2026. 27-07-2026
33
4. Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
De (handels)debiteurenpositie van curanda is verwaarloosbaar.
Uit de administratie van curanda volgt, dat aan de heer Leliveld een
omvangrijke langlopende lening is verstrekt. Hiernaar zal in de komende
verslagperiode nader onderzoek worden gedaan.
Ten titel van rekening courant heeft curanda blijkens haar administratie
een vordering op Atoomweg B.V.. Daarnaast zou - afgezien van
intercompany vorderingen, waarover hierna meer - nog een zestal
leningen verstrekt zijn aan derden. Volgens de administratie zouden
vertegenwoordigen. Deze posities dienen nog nader onderzocht te
worden.
Op een bij Dexia aangehouden termijn depositorekening wordt een saldo
aangehouden. Het saldo op deze rekening per 24 juni 2011 bedraagt €
3.193.952,00. Curanda heeft zich mede verbonden als borg voor een
door Dexiabank aan CD Properties te Frankrijk verstrekte hypotheek. CD
Properties - zo volgt uit de geconsolideerde balans per 31 december
2008 – is eigenaar van 28 villa’s op het park Chateau de Barbet te
Lombez en tevens exploitant van een park en golfbaan te Frankrijk.
Mogelijk betreft het saldo van de depositorekening een contragarantie.
Blijkens de administratie per juli 2011 zou sprake zijn van een nog niet
ontvangen B.T.W.-teruggave ad € 110.529,00. Of de administratie bij de
aangiften aansluit dient te worden onderzocht, terwijl ook gerekend
dient te worden met de nog te verwachten aanslag ex artikel 29 lid 2 OB.
terug ontvangen moeten worden. Deze posities dienen nader te worden
onderzocht.
Tenslotte zou nog sprake zijn van diverse effectenposities, waaronder
een optie contract en (beperkte) buitenlandse investeringen.
Dit onderzoek zal worden meegenomen in het hiervoor (sub 1.5)
beschreven forensisch onderzoek.
13-01-2020
20
Over de rekening courant vordering op de bestuurder wordt door curatoren
geprocedeerd. Tegen het gewezen eindvonnis van de rechtbank Midden
Nederland is J.J. Leliveld in hoger beroep gekomen. Zie onder 1.2 en 9.
12-07-2020
21
Het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden wijst op 28 juli 2021 arrest in het hoger
beroep van J.J. Leliveld tegen curatoren t.a.v de rc verhouding.
12-07-2021
23
Het arrest is een aantal keren aangehouden en nu bepaald op 25-01-2022. 12-01-2022
24
Zie hiervoor onder 1.2.
Voorts is in de verslagperiode een teruggave BTW m.b.t. 2011 ontvangen van
€ 108.413,- (Zie hiervoor verslag 20 vijfde bullitpoint).
25-07-2022
25
afgewikkeld.
De BTW teruggave of afdracht wordt meegenomen in het financiële verslag.
28-01-2026
32
5.1 Vordering van bank(en)
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
Curanda, Memid Investments B.V., Midreth Real Estate B.V. en Midreth
Galgenwaard B.V. bankieren bij diverse banken. Zij hebben kredieten bij:
Coöperatieve Rabobank Rijn en Veenstromen U.A. (hierna: “Rabobank”);
SNS Property Finance B.V.;
ABN AMRO Bank N.V. (voorheen Fortis Bank (Nederland) N.V.);
Deutsche Bank Nederland N.V. (voorheen ABN AMRO Bank N.V.);
Friesland Bank N.V., FGH Bank N.V. en DSB Bank N.V.
Ook zijn er kredieten bij:
Vijfbim B.V.;
gemeente Utrecht;
Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V.
In oktober 2010 werd in het kader van een reddingsoperatie een
kredietfaciliteit aangetrokken bij vier marktpartijen, waaronder Rabo Invest
B.V., die sindsdien deelnemen in het aandelenkapitaal van Beheermaatschappij
Leliveld B.V.
De bovengenoemde kredietfaciliteiten zijn vrijwel alle verstrekt aan meerdere
groepsvennootschappen en/of met groepsvennootschappen die hoofdelijk
aansprakelijk dan wel borg zijn. Naast bovengenoemde vennootschappen is
ondermeer ook Bouwbedrijf Midreth B.V. in verscheidene
kredietovereenkomsten (mede-)kredietnemer en/of (mede-) hoofdelijk
aansprakelijk. Bij een beperkt aantal van deze financieringen is ook een
borgstelling/aansprakelijkheid van de heer Leliveld in privé bedongen.
Door Rabobank is aan Memid Investments B.V. en een aantal aan haar
gelieerde vennootschappen een kredietfaciliteit verstrekt van € 32,5 miljoen en
een derivatenfaciliteit van € 3,6 miljoen, waarvoor door Beheermaatschappij
Leliveld B.V. een hoofdelijke medeverbintenis werd afgegeven. Voorts is door
Rabobank een bankgarantiefaciliteit verstrekt van € 15 miljoen aan
Bouwbedrijf Midreth B.V. en is aan Bouwbedrijf Midreth B.V. een lening
verstrekt waarvan het pro resto saldo € 5,4 miljoen bedraagt. De Rabobank
heeft de door haar verstrekte kredieten opgezegd.
In het kader van de in oktober 2010 ondernomen reddingsoperatie heeft Rabo
Invest B.V. tezamen met drie investeerders € 16,4 miljoen additioneel geleend
aan Memid Investments B.V..
De kredietfaciliteit van bovengenoemde curandi bij SNS Property Finance B.V. is
door deze financier opgezegd. De vordering van SNS Property Finance B.V. op
bovengenoemde curandi bedraagt € 3.0 miljoen. Op het in surseance
verkerende Memid Galgenwaard B.V. heeft SNS Property Finance B.V.
aanzienlijke vorderingen waarvoor curanda voor € 40,7 miljoen hoofdelijk
aansprakelijk is.
De kredietfaciliteit bij ABN AMRO Bank N.V. is door deze financier opgezegd.
ABN AMRO Bank N.V. heeft vorderingen ingediend voor een totaal van € 22,5
miljoen exclusief rente en kosten.
Door Deutsche Bank Nederland N.V. is een krediet verstrekt aan Memid
Investments B.V. en twee andere groepsvennootschappen. Dit krediet is door
deze bank opgezegd. Deutsche Bank Nederland N.V. heeft een vordering
13-01-2020
20
5.2 Leasecontracten
ingediend ad € 10,0 miljoen exclusief rente en kosten.
De kredietfaciliteit bij Friesland Bank N.V. is door deze financier opgezegd.
Friesland Bank N.V. heeft een vordering ingediend ad € 1,7 miljoen exclusief
rente en kosten.
De kredietfaciliteit bij FGH Bank N.V. is door deze financier opgezegd. De
vordering van FGH Bank N.V. bedraagt € 13,6 miljoen.
De vordering van DSB Bank N.V. bedraagt € 6,7 miljoen.
Met Vijfbim B.V. is in maart 2010 een geldleningovereenkomst gesloten met
een limiet van € 11 miljoen ten behoeve van de gedeeltelijke (her)financiering
van een onroerend goed project. Vijfbim B.V. heeft een vordering ingediend
van € 14,6 miljoen.
Met de gemeente Utrecht is in juni 2003 een geldleningovereenkomst gesloten
met een hoofdsom van € 25 miljoen en een looptijd van 15 jaar.
De vordering van de gemeente Utrecht bedraagt € 22,25 miljoen exclusief
rente en kosten.
Met Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V. is in september 2008 een
geldleningovereenkomst gesloten met een hoofdsom van € 0,92 miljoen en
een looptijd van 25 jaar. De vordering van Nationale Nederlanden Financiële
Diensten B.V. bedraagt € 0,85 miljoen exclusief rente en kosten.
Vijfbim heeft in het kader van de levering van de onroerende zaken in het
project Oranjehof te Alkmaar (inzake het faillissement van Memid Investments)
de vordering met de daaraan verbonden hypothecaire zekerheid van DSB Bank
N.V. overgenomen; de verkoopopbrengst van dit project (€ 17.640.000,--) is
toegekomen aan Vijfbim, waarmee deze vorderingen grotendeels zijn voldaan.
Toelichting vordering van bank(en)
De toelichting bij verslag 20. is nog actueel, zij het dat door het uitwinnen van
zekerheden wijzigingen zijn opgetreden in de hoogte van de vorderingen van
deze kredietinstellingen.
12-07-2020
21
Toelichting vordering van bank(en)
Zoals in het vorige verslag is opgemerkt, is de hoogte van de vordering van
een aantal financiers verminderd door het uitwinnen van zekerheden. Daar kan
nog aan worden toegevoegd dat de gemeente Utrecht haar vordering op
gefailleerde heeft overgedragen aan Rabo.
Vijfbim heeft na de levering van onroerende zaken in het project Oranjehof
geen vordering meer op gefailleerde.
12-01-2021
22
Toelichting vordering van bank(en)
De rest-bedragen (na uitwinning van zekerheden) waarvoor de banken als
concurrente crediteuren meedelen in het actief worden vermeld in de
crediteuren paragraaf 8.
28-01-2026
32
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
Tussen BNP Paribas Leasing Solutions N.V. (voorheen Fortis Lease (Nederland)
N.V. en Memid Investments B.V. loopt een leasefinancieringsovereenkomst in
hoofdsom groot € 1,9 miljoen ten behoeve van een onroerend goed project te
Harich. Het leasecontract is opgezegd. De vordering van BNP Paribas Leasing
Solutions N.V. bedraagt € 1,16 miljoen. Curanda en Bouwbedrijf Midreth B.V.
zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen jegens
BNP Paribas Leasing Solutions N.V.
13-01-2020
20
Als zekerheid voor de kredietfaciliteit van de Groep heeft de Rabobank de
navolgende zekerheden bedongen van curandi:
hoofdelijke aansprakelijkheid van diverse groepsmaatschappijen;
hypotheken op diverse onroerende zaken;
verpanding van de bedrijfsinventaris en machines;
verpanding van de bedrijfs- en handelsvoorraden;
verpanding van alle rechten/vorderingen op derden (inclusief
handelsvorderingen en intercompany-vorderingen);
verpanding auteursrechten (w.o. software), merkrecht,
internetdomeinnamen;
verpanding aandelen van diverse groepsmaatschappijen.
Als zekerheid voor de kredietfaciliteiten van Memid Investments B.V. c.s.
hebben SNS Property Finance, ABN-AMRO Bank, Deutsche Bank, Friesland Bank,
FGH Bank, DSB Bank, Vijfbim, de gemeente Utrecht en Nationale Nederlanden
Financiële Diensten hypotheekinschrijvingen bedongen op één of meerdere
onroerende zaken. Tevens hebben deze financiers vrijwel allen pandrechten
bedongen op de rechten uit de huurovereenkomsten van de aan hen
verbonden onroerende zaken.
De leasefinancieringsovereenkomst met BNP Paribas Lease Solutions vermeldt
een opstalrecht, pandrecht op de rechten uit hoofde van de betreffende
huurovereenkomst, pandrecht op vorderingen uit hoofde van de betreffende
verzekeringen en een borgtocht.
De beoordeling van de geldigheid van bovengenoemde zekerheden is nog niet
afgerond. Ter zake diverse zekerheden staan vragen open bij de betreffende
bank(en).
Het zekerhedenonderzoek is in een vergevorderd stadium en zal - gezien de
nauwe verwevenheid - worden gecombineerd met het onderzoek naar
zekerheden in de Memid/Midreth-groep en het hiervoor (sub 1.7) beschreven
forensisch oorzakenonderzoek.
13-01-2020
20
Het zekerhedenonderzoek is in een voorgaande verslagperiode afgerond, doch
daarvan is abusievelijk toen geen verslag gedaan.
Volledigheidshalve vermelden curatoren dat met betrekking tot de gevestigde
zekerheden van de hiervoor genoemde bankinstellingen geen
onregelmatigheden zijn geconstateerd.
12-07-2020
21
afgewikkeld. 28-01-2026
32
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
Zie 5.3. 13-01-2020
20
afgewikkeld. 28-01-2026
32
Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020
20
Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020
20
Hierop is geen beroep gedaan. 13-01-2020
20
€ 69.731,50
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode werd een schikking getroffen (zie hiervoor 1.2)
waarvan de opbrengst onder aftrek van de boedelbijdrage werd afgedragen
aan de pandhouder.
Deze boedelbijdrage bestaat voor een deel uit een vergoeding voor gemaakte
kosten waarover BTW dient te worden afgedragen door de boedel.
25-01-2023
26
€ 25.995,30
Toelichting
In het kader van de totaaloplossing (zie hiervoor onder 1.2) is in de afgelopen
verslagperiode door de boedel een aandeel in de overwaarde van een
verkocht appartement (waarop door de boedel namens de pandhouder beslag
was gelegd) ontvangen en na aftrek van de overeengekomen boedelbijdrage
aan de pandhouder afgedragen.
22-07-2024
29
Toelichting
afgewikkeld.
28-01-2026
32
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
De curatoren hebben contact opgenomen met de banken, de crediteuren en de
huurders van de onroerende zaken. In de komende verslagperiode zullen nog
verschillende werkzaamheden plaatsvinden.
Met de diverse banken is overleg gepleegd en zijn (zo mogelijk) afspraken
gemaakt gericht op de verkoop van de onroerend goed projecten en verdeling
van de daaruit te genereren opbrengsten.
Met huurders is overleg gepleegd en zijn (zo nodig) afspraken gemaakt over
de betaling van de huurpenningen.
13-01-2020
20
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Niet van toepassing. 13-01-2020
20
Doorstarten onderneming
7. Rechtmatigheid
Curatoren beschikken over de digitale administratie van het totale concern,
waaronder curanda, en zullen die in een later stadium (laten) onderzoeken.
Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,
waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen
voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren
13-01-2020
20
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken
kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal
gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de
Midreth/Memid-groep (zie 1.1).
Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.7 is gesteld rond het forensisch
onderzoek.
Zie 1.5 en hierna onder 7.6. 12-07-2020
21
Zie 1.5 en hierna onder 7.6. 12-01-2021
22
Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024
29
2009: niet gedeponeerd, mitsdien niet voldaan aan de publicatievereisten
ex art. 2:394 BW;
2008: gedeponeerd op 5 november 2009, mitsdien tijdig;
2007: gedeponeerd op 23 juli 2008, mitsdien tijdig.
13-01-2020
20
Uit het handelsregister is niet gebleken van een gedeponeerde jaarrekening
over 2009. De jaarrekening 2008 kent een door Van Kempen en Co Audit B.V.
afgegeven goedkeurende verklaring.
13-01-2020
20
zie 1.5 en 7.6. 12-07-2020
21
zie 1.5 en 7.6. 12-01-2021
22
Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024
29
Curanda is opgericht op 22 december 1982; een eventuele vordering ter zake
de volstortingsverplichting is, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17
oktober 2003, verjaard.
13-01-2020
20
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
Toelichting
Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,
waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen
voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren
overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken
kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal
gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de
Midreth/Memid-groep (zie 1.1).
Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.5 is gesteld rond het forensisch
onderzoek.
13-01-2020
20
Toelichting
Curatoren zijn in gesprek met de bestuurder en zijn raadsman over een totaal
oplossing.
12-07-2020
21
Toelichting
Zie onder 1.2.
12-01-2021
22
Toelichting
Afgewikkeld. Zie 1.2.
22-07-2024
29
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
Toelichting
Curatoren hebben besloten een forensisch onderzoek te laten verrichten,
waartoe zij drie daartoe geëquipeerde deskundigen/bureaus zullen benaderen
voor het uitbrengen van een offerte. Na ontvangst daarvan zullen curatoren
overleg plegen met de rechter-commissaris omtrent de hiervoor te maken
kosten en te verwachten baten voor de boedel. Dit onderzoek zal
gecombineerd worden met het onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen van de overige gefailleerde rechtspersonen van de
Midreth/Memid-groep (zie 1.1).
Verwezen wordt naar hetgeen onder 1.5 is gesteld.
13-01-2020
20
Ja
Toelichting
Hierover worden procedures gevoerd. Zie hiervoor 1.2.
12-07-2020
21
Ja
Toelichting
Ongewijzigd.
12-07-2021
23
Ja
Toelichting
De procedures zijn gaande. Zie onder 1.2.
12-01-2022
24
Ja
Toelichting
Afgewikkeld. Zie 1.2.
22-07-2024
29
zie hiervoor onder 1.5. 12-07-2021
23
zie hiervoor onder 1.5. 12-01-2022
24
Afgewikkeld. Zie 1.2. 22-07-2024
29
8.1 Boedelvorderingen
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8. Crediteuren
Toelichting
Salaris en kosten bewindvoerders en curatoren, kosten door curatoren
ingeschakelde derden.
13-01-2020
20
€ 820,00
Toelichting
griffierecht tussentijdse uitdelingslijst.
27-07-2026
33
Toelichting
De fiscus heeft de navolgende vorderingen ingediend:
Situatie per 1 december 2017
Op 23 november 2017 hebben curatoren overleg gepleegd met de
belastingdienst en gezamenlijk een marsroute uitgestippeld voor de
afwikkeling van de totale fiscale positie van de fiscale eenheid waartoe
afgezien van Leliveld Beheer BV ook Memid Investments BV en Bouwbedrijf
Midreth BV behoren.
Dit overleg geldt zowel de OB als de VPB van de Fe. Ten aanzien van de OB
handelt dit om zowel de teruggaaf van btw op oninbare vorderingen op
debiteuren van de gefailleerde als om de afdracht van btw op de vorderingen
van crediteuren van de gefailleerde als om de teruggave en afdracht van
boedel btw.
Voorts is afgesproken dat tussen de boedel en de belastingdienst een
vaststellingsovereenkomst wordt gesloten ter voorkoming van de gevolgen
van het verstrijken van de vijfjarentermijn zoals nader toegelicht in de brief
van de belastingdienst aan alle curatoren van 1 maart 2017.
Situatie per 1 juni 2018
Curatoren hebben na daartoe ingewonnen fiscaal advies een verzoek tot
ambtshalve vermindering van de VPB 2009 gedaan voor curanda die samen
met Bouwbedrijf Midreth B.V. en Memid Investments B.V. een fiscale eenheid
vormt. Het voornemen van curatoren is om de uitkomst van dit verzoek mee te
nemen in de totale afwikkeling met de belastingdienst voor de procedurele
aspecten waarvan curatoren en de belastingdienst in een eerder stadium een
vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.
Situatie per 1 januari 2019:
De Belastingdienst heeft het verzoek tot ambtshalve vermindering van de VPB
2009 afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Het
onderzoek met betrekking tot de hoogte van de omzetbelasting wordt intern
voortgezet. Vervolgens zullen curatoren zich beraden over het inschakelen van
een financieel deskundige met betrekking tot de berekening van de
omzetbelasting.
13-01-2020
20
Situatie per 15 juli 2019:
Dit item is ongewijzigd sinds de vorige verslagperiode.
Situatie per 31 december 2019:
Het interne onderzoek met betrekking tot de omvang van de
omzetbelastingclaim is inmiddels afgerond. Curatoren zullen een accountant
verzoeken hen te begeleiden bij de verdere afwikkeling van de
omzetbelasting-claim.
€ 458.504,00
Toelichting
De fiscus heeft de navolgende vorderingen ingediend:
In het kader van de BTW-herzieningsclaim, die curatoren hebben toegelicht in
verslag 20 onder 8.2, zullen Curatoren de RC verzoeken hen machtiging te
verlenen om de door hen benaderde accountant in te schakelen op basis van
de door deze uitgebrachte offerte.
12-07-2020
21
€ 458.504,00
Toelichting
Situatie per 31 december 2020:
Curatoren hebben een accountant ingeschakeld bij de afwikkeling van de
omzetbelasting-claim. Inmiddels heeft de Belastingdienst met betrekking tot
een toegelichte claim meegedeeld dat deze tot een vermindering van de BTW-
claim zal leiden bij de fiscale eenheid Memid-Midreth. De verwachting bestaat
dat geen wijziging ontstaat in de vordering van de Belastingdienst, zoals
ingediend in het faillissement van Beheermaatschappij Leliveld B.V.
12-01-2021
22
€ 440.802,00
12-07-2021
23
€ 440.802,00
Toelichting
Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
12-01-2022
24
€ 440.802,00
Toelichting
Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
25-07-2022
25
Toelichting
Het bedrag is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
25-01-2023
26
€ 440.802,00
22-01-2024
28
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
Toelichting
Ongewijzigd.
€ 440.802,00
Toelichting
Ongewijzigd.
22-07-2024
29
€ 440.802,00
Toelichting
Deze vordering zal vanwege diens rangorde volledig worden voldaan ter
gelegenheid van de tussentijdse uitdeling die op korte termijn wordt verwacht.
28-01-2026
32
€ 0,00
Toelichting
Ter gelegenheid van de tussentijdse uitdeling d.d. heden, 27 juli 2026, werd
de preferente vordering van de fiscus integraal voldaan.
27-07-2026
33
Toelichting
Niet van toepassing
13-01-2020
20
Toelichting
Daarvan is niet gebleken.
13-01-2020
20
10
Toelichting
Naast de hiervoor sub 5.1 weergegeven vorderingen van financiers hebben 6
crediteuren concurrente vorderingen ter verificatie ingediend.
Stand per 1 juni 2018:
10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.
Situatie per 31 december 2018:
10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.
Situatie per 15 juli 2019:
10 crediteuren hebben hun concurrente vordering ter verificatie ingediend.
Situatie per 31 december 2019:
Ongewijzigd.
13-01-2020
20
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
15
Toelichting
Op 17 december 2021 vond een verificatievergadering plaats waarvoor alle
crediteuren tijdig zijn opgeroepen.
12-01-2022
24
15
25-07-2022
25
15
Toelichting
Het aantal crediteuren is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
25-01-2023
26
18
Toelichting
De (verpande) rekening courant vorderingen van dochtervennootschappen zijn
toegevoegd.
22-01-2024
28
18
22-07-2024
29
Toelichting
zie hierna onder 8.6.
30-01-2025
30
15
Toelichting
Drie crediteuren zijn volledig voldaan uit anderen hoofden.
Zij verdwijnen van de crediteurenlijst.
28-07-2025
31
14
28-01-2026
32
Toelichting
Het totaal aan ingediende concurrente vorderingen beloopt, naast de hiervoor
sub 5.1 weergegeven vorderingen van financiers, per 31 december 2019: €
minus de uitkering ad € 410.180,12 die in het kader van de beëindiging van de
surseance van Memid Galgenwaard B.V. (middels een akkoord) heeft
plaatsgevonden) betrekking op de door Nationale Borgmaatschappij
ingediende vorderingen uit hoofde van verstrekte concerngaranties en €
5.903.933,-- ziet op intercompany vorderingen (rekening-courant schulden aan
Memid Investments B.V., Midreth Real Estate B.V. en Bouwbedrijf Midreth B.V.).
13-01-2020
20
€ 10.367.194,45
Toelichting
waarvan
handelscrediteuren: € 101.616,58;
rek courant schulden aan groepsmaatschappijen: € 5.903.933,00;
12-07-2020
21
€ 58.056.356,84
Toelichting
handelscrediteuren: € 101.616,58;
schulden aan groepsmaatschappijen: € 5.903.933,00;
Nationale Borgmaatschappij wegens concerngaranties: € 4.771.824,99;
Atradius in het kader van hoofdelijkheid Midreth/Memid: € 4.538.000,00;
vordering gemeente Utrecht (gecedeerd aan Rabo): € 21.750.000,00;
FGH Bank + Frieslandbank + Rabo: PM;
participanten: PM;
Deutsche Bank: € 6.974.029,19.
12-01-2021
22
Toelichting
De bedragen zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het vorige verslag.
12-07-2021
23
€ 114.091.934,86
Toelichting
De toename t.o.v. het bedrag dat in verslag 22 werd gerapporteerd is gelegen
in de PM posten die ter gelegenheid van de verificatievergadering van 17
december 2021 concreet zijn ingevuld.
12-01-2022
24
€ 114.091.934,86
Toelichting
Ongewijzigd sinds 17 december 2021.
25-07-2022
25
€ 124.445.909,86
Toelichting
De vordering van de Rabobank is gewijzigd en dat maakt dat de totale
concurrente schuldenlast verhoogd is.
25-01-2023
26
€ 130.362.019,86
22-01-2024
28
€ 130.362.019,86
22-07-2024
29
Toelichting
30-01-2025
30
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
Diverse crediteuren van Beheermaatschappij Leliveld BV hebben hoofdelijkheid
bedongen van meerdere deelnemers aan het concern die eveneens failliet zijn
(Miderth cluster).
Recent is ter gelegenheid van de afwikkeling van een tot het cluster behorend
faillissement gebleken dat twee schuldeisers reeds geheel zijn voldaan uit de
verkoop van hun aandelen in de vennootschap die als enige van het cluster is
gered middels een geslaagde surseance van betaling (Memid Galgenwaard
BV).
Een derde crediteur heeft gemeld dat hij geen vordering meer claimt in de
faillissementen van het cluster.
Tezamen vertegenwoordigen deze drie een aanmerkelijk deel van de
crediteurenlast (€ 12,5 mln).
De curator overweegt een nieuwe verificatievergadering te beleggen in
verband met deze ontwikkelingen en een tussentijdse (of definitieve) uitdeling
aan concurrente crediteuren.
€ 117.862.019,86
Toelichting
Een nieuwe verificatievergadering is niet nodig.
De drie crediteuren verdwijnen van de crediteurenlijst.
28-07-2025
31
€ 117.861.897,06
28-01-2026
32
€ 117.861.897,06
Toelichting
Ongewijzigd.
27-07-2026
33
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
De stand van de boedelrekening luidt: € 71.890,27.
De verwachting is gewettigd dat, tenzij het actief toeneemt uit hoofde van 7.1,
7.5 en/of 7.6, sprake zal zijn van een vereenvoudigde afwikkeling en
concurrente crediteuren geen uitkering tegemoet kunnen zien.
13-01-2020
20
De verwachting is gewettigd dat, tenzij het actief toeneemt uit hoofde van de
onder 1.2 genoemde procedures sprake zal zijn van een vereenvoudigde
afwikkeling en concurrente crediteuren geen uitkering tegemoet kunnen zien.
12-07-2020
21
Indien de VSO met Lapidus/VMF na verkrijging van machtiging van de RC
definitief wordt, zullen concurrente crediteuren mogelijk een kleine uitkering uit
het faillissement ontvangen, namelijk indien de verkoop van de aandelen KP&P
of uitkeringen door KP&P dat mogelijk maken.
12-01-2021
22
De VSO met VMF/Lapidus is in de afgelopen verslagperiode definitief geworden
en deels uitgevoerd.
De verkoop van de aandelen KP&P ligt in de toekomst. Afhankelijk van de voor
die aandelen door de boedel te realiseren koopsom kunnen concurrente
crediteuren mogelijk een kleine uitkering uit het faillissement ontvangen.
12-07-2021
23
idem als verslag 23. 12-01-2022
24
idem als verslag 23. 25-07-2022
25
In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 22-01-2024
28
In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 22-07-2024
29
In dit faillissement volgt een uitdeling aan concurrente crediteuren. 30-01-2025
30
Een tussentijdse uitdeling is in voorbereiding. 28-01-2026
32
In de afgelopen verslagperiode werd een tussentijdse uitdelingslijst
gedeponeerd. Alle crediteuren werden hiervan op de hoogte gesteld.
Er werd geen verzet aangetekend en de uitdelingslijst werd verbindend.
Op heden, 27 juli 2026, werd aan tien concurrente crediteuren totaal €
3.280.727,00 uitgekeerd.
Van vier crediteuren is de boedel nog in afwachting van bankgegevens.
En slotuitdeling voor ongeveer hetzelfde bedrag volgt in 2028 wanneer de
mede door de boedel afgegeven balansgaranties zijn uitgewerkt.
27-07-2026
33
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
In de verslagperiode werd een verificatievergadering voorbereid en gehouden
op 17-12-2021.
12-01-2022
24
De crediteuren werden aangeschreven, de uitdelingslijst werd gedeponeerd
en bij gebreke aan verzet verbindend en de uitdeling vond plaats op 27 juli
2026.
27-07-2026
33
9. Procedures
Verwezen wordt naar alinea 1.2. 13-01-2020
20
Zie 1.2 voor de naam van de wederpartijen. 12-07-2020
21
Pauliana's, verpanding, schenkingen. 12-07-2020
21
Zie 1.2 voor de actuele stand van zaken. 12-07-2020
21
zie 1.2. 25-01-2023
26
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona
c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende
procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen
zonder erkenning van het bestaan van schade.
Op 20 februari 2024 is de procedure tussen de heer Leliveld en de boedel bij
het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op eenstemmig verzoek doorgehaald.
Hiermee is de nog enige in deze boedel lopende procedure afgewikkeld.
22-07-2024
29
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
In de verslagperiode is een conclusie van antwoord in reconventie genomen in
de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld tegen J.J. Leliveld en B.
Leliveld en J. Leliveld.
12-01-2022
24
Zie hiervoor onder 1.2. 25-07-2022
25
zie hiervoor onder 1.2. In de procedure voor het Gerechtshof
Arnhem/Leeuwarden zijn aktes gewisseld en is arrest gewezen.
In de procedure tegen J.J. Leliveld en zijn dochters is onderhandeld over een
minnelijke regeling die in een schikking is uitgemond. De opbrengst daarvan is
in de afgelopen verslagperiode ontvangen en deels doorbetaald aan de
pandhouder.
25-01-2023
26
Procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld voor Gerechtshof
Arnhem/Leeuwarden.
zie (ook) hiervoor onder 1.2.
De in verslag 26 gemelde situatie is actueel:
Bij tussenarrest d.d. 27 december 2022 heeft het Gerechtshof besloten de
procedure van curatoren aan te houden in afwachting van de uitkomst van de
schadestaatprocedure tussen Leliveld en Rabobank. De procedure is verwezen
naar de rol van 19 december 2023 voor uitlating partijen.
20-07-2023
27
In de afgelopen verslagperiode is overleg gepleegd tussen de boedel en de
verschillende raadslieden zowel in de hiervoor bedoelde procedure als in de
procedure tussen de bestuurder privé en de financier waarvan de afloop i.v.m.
regresrechten voor de afwikkeling van het faillissement van belang is.
Deze ontwikkelingen geven uitzicht op beëindiging van de procedure bij het
Gerechtshof te Arnhem/Leeuwarden.
De procedure in het faillissement is op verzoek van partijen op de rol van 16-
01-2024 verwezen naar de rol van 16-07-2024 .
Indien dit doorgang vindt kunnen de faillissementen in dit cluster worden
afgewikkeld.
22-01-2024
28
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met Leliveld c.s., Montecorona
c.s. en Rabobank afspraken gemaakt over de beëindiging van de lopende
procedures. Overeengekomen is een minnelijke regeling met gesloten beurzen
zonder erkenning van het bestaan van schade.
22-07-2024
29
afgewikkeld. 28-01-2026
32
10. Overig
Verwezen wordt naar het vermelde onder 1.2 (lopende procedures) en 1.5. 13-01-2020
20
Het vervolgen van de drie gerechtelijke procedures en het voeren van 12-07-2020
schikkingsonderhandelingen. 21
1. Het vervolgen van de resterende twee gerechtelijke procedures (hoger
beroep tegen J.J. Leliveld en eerste aanleg tegen J.J. Leliveld en zijn
beide dochters).
2. De verkoop van de aandelen KP&P.
12-07-2021
23
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld wordt het
arrest afgewacht (roldatum 25-01-2022)
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.
Leliveld en J. Leliveld. wordt een datum voor de Comparitie na antwoord
afgewacht.
12-01-2022
24
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is een
tussenarrest gewezen. De procedure wordt vervolgd op roldatum 6 september
2022.
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.
Leliveld en J. Leliveld is vonnis gewezen ( zie 1.2). Een eventueel in te stellen
hoger beroep wordt afgewacht.
25-07-2022
25
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is opnieuw
d.d. 27-12-2022 een tussenarrest gewezen. De procedure wordt vervolgd op
roldatum 19 december 2023.
De curator gaat met Rabobank in conclaaf om de doorlooptijd van het
faillissement niet afhankelijk te laten zijn van de uitkomst van de
schadestaatprocedure tussen haar en J.J. Leliveld.
In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld en B.
Leliveld en J. Leliveld is een schikking getroffen waarmee die is afgedaan.
Over de (te verkopen) aandelen KP&P kan geen mededeling worden gedaan.
25-01-2023
26
1. In de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J. Leliveld is
uitstel verleend tot 16-07-2024 i.v.m. schikkingsonderhandelingen. Indien
die slagen komt het faillissement in de fase van afwikkeling.
2. aangaande de verkoop van de aandelen in KP&P moet een
garantietermijn worden afgewacht. Het risico daarvan is deels gedekt
door een verzekering.
22-01-2024
28
1. de in de voorgaande verslagperiode gemelde onderhandelingen zijn
uitgemond in een schikking. De procedure Curatoren Beheermaatschappij
Leliveld/J.J. Leliveld is doorgehaald op eenstemmig verzoek.
Hiermee is dit onderdeel afgewikkeld.
2. In de komende verslagperiode pleegt de curator overleg met de Stichting
Afwikkeling KP&P Africa om te vernemen wat de stand van zaken is m.b.t.
de nog lopende verkoper-garanties en om te bezien in hoeverre in dit
stadium veilig, d.w.z. zonder risico op restitutie van een deel van de door
de boedel gerealiseerde koopprijs, een uitdeling kan volgen aan de
crediteuren in dit faillissement.
22-07-2024
29
1. De curator bereid een tussentijdse uitdeling voor.
30-01-2025
30
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
In het kader van een tussentijdse uitdeling heeft de curator onderzocht in
hoeverre de boedel het risico loopt dat in de toekomst garanties aangaande
de verkoop van de aandelen KP&P Africa worden ingeroepen en de boedel een
deel van de door haar ontvangen koopsom zou moeten restitueren.
De Stichting Afwikkeling KP&P Africa heeft de curator in de afgelopen
verslagperiode laten weten dat tot nu toe van de koper geen claims zijn
ontvangen, en zij ook niet over aanwijzingen beschikt dat van de koper wel
claims worden ontvangen. Garanties kan de Stichting uiteraard niet bieden.
De geboden garanties strekken zich uit over een periode van 1 tot 7 jaar na
voltooiing van de transactie. De fundamentele en ABC garanties zijn na 5 jaar
uitgewerkt (april 2028), de fiscale garanties na 7 jaar. De fiscale garanties zijn
overigens verzekerd (de maximale liability bedraagt EUR 1).
Omdat mag worden aangenomen dat evenementen die onder de garanties
vallen zich binnen een afzienbare tijd na de closing openbaren en inmiddels
twee jaren na de closing zijn verstreken, zal de curator de rechter commissaris
verzoeken een tussentijdse uitkering toe te staan. Dit verzoek wordt heden
gedaan.
28-07-2025
31
De rechter commissaris heeft toestemming verleend voor de voorgestelde
tussentijdse uitdeling.
Deze is in voorbereiding.
28-01-2026
32
De tussentijdse uitdeling aan concurrente crediteuren heeft heden, 27 juli
2026, plaatsgevonden.
27-07-2026
33
Nog niet bekend. Dit is met name afhankelijk de afwikkeling van de
gerechtelijke procedures.
13-01-2020
20
Nog niet bekend. Dit is met name afhankelijk de afwikkeling van de
gerechtelijke procedures.
12-07-2020
21
Ongewijzigd.
Daarenboven is de afwikkeling afhankelijk van de verkoop van de aandelen
KP&P.
12-07-2021
23
De termijn van afwikkeling is afhankelijk van het verloop van de twee
hangende procedures en de verkoop van de aandelen KP&P.
Hierop is nog geen uitzicht.
12-01-2022
24
Ongewijzigd sinds verslag 24. 25-07-2022
25
Ongewis, immers vooralsnog afhankelijk van i) de verkoop van de aandelen
KP&P en ii) de schadestaatprocedure tussen Rabobank en J.J. Leliveld.
25-01-2023
26
Nu de verkoop van de aandelen in KP&P is gerealiseerd, is de afwikkeling van
het faillissement nog afhankelijk van:
1. het vervallen van de garanties die in het kader van de verkoop van de
aandelen KP&P aan de koper zijn gegeven.
2. de afloop van de procedure Curatoren Beheermaatschappij Leliveld/J.J.
Leliveld voor het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden.
3. ter gelegenheid van de afwikkeling zal een afweging moeten worden
20-07-2023
27
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
gemaakt omtrent de verdeling van de kosten in dit faillissementscluster.
Zo zijn de kosten van de procedures voornamelijk gedragen door de
boedel van Memid Investments B.V., terwijl de revenuen daarvan zijn
terechtgekomen in de boedel van Beheermaatschappij Leliveld b.V.
Het verhandelde in verslag nr 27 is actueel. 22-01-2024
28
Hierover kan de curator concreter zijn na raadpleging van de Stichting
Afwikkeling KP&P Africa.
Zie hiervoor 10.1
22-07-2024
29
De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)
zijn uitgewerkt. Voordien wordt een tussentijdse uitdeling overwogen die in
2025 kan plaatsvinden.
30-01-2025
30
De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)
zijn uitgewerkt. Voordien wordt een tussentijdse uitdeling overwogen die in
2025 kan plaatsvinden.
28-07-2025
31
Een tussentijdse uitdeling is in voorbereiding.
De definitieve afwikkeling volgt nadat alle verkoopgaranties (zie hiervoor 3.9)
zijn uitgewerkt.
28-01-2026
32
De tussentijdse uitdeling vond heden plaats.
De tweede uitdeling, tevens slotuitdeling, vindt plaats in 2028 wanneer de -
mede door de boedel - afgegeven bankgaranties zijn uitgewerkt.
Daarna kan het faillissement worden afgewikkeld.
27-07-2026
33
27-1-2027 27-07-2026
33
Bijlagen