Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 01-09-2025

Oad Business Travel · KVK 27238650 ·F.08/13/844
Verslagdatum
01-09-2025
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Overijssel

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 08_ove_13_844_F_V_35 ·Tekst verwerkt op 26-09-2026 21:50

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Betreft

Algemene gegevens

Reisburo van Staalduinen B.V. h.o.d.n. OAD Business Travel. 31-07-2018

3

Statutair gevestigd te Holten, kantoorhoudende te (2671 GS) Naaldwijk aan

het Wilhelminaplein 34, met nevenvestigingen onder de naam Reisburo Van

Staalduinen B.V., kantoorhoudende te:

(2691 BV) 's-Gravenzande aan het Marktplein 14

(3142 GC) Maassluis aan de Dr. Kuyperkade 21-22

(2291 CC) Wateringen aan het Plein 32A

(2678 CH) De Lier aan de Hoofdstraat 113

(2681 CP) Monster aan de Acaciastraat 1

(2635 EJ) Den Hoorn aan de Dijkshoornseweg 33a

KvK: 27238650

31-07-2018

3

De uitoefening van een reisburobedrijf, alsmede het verzorgen van reis- en

annuleringsverzekeringen.

Bron: uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel.

31-07-2018

3

Verslagnummer 12

Datum verslag 01-09-2025

Insolventienummer F.08/13/844

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000012302:F029

Datum uitspraak 25-09-2013

R-C mr. M.M. Verhoeven

Curator mr J.T. Stekelenburg

mr M.A. Kerkdijk

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2010 € 617.070.000,00 € -21.576.000,00 € 81.602.000,00
2011 € 575.901.000,00 € -3.006.000,00 € 74.293.000,00

Door de directie is aan de curatoren een geconsolideerde (concept)

jaarrekening van OAD Groep Holding B.V. over het boekjaar van 1 november

2011 tot en met 31 oktober 2012 overgelegd. Deze jaarrekening is niet

ondertekend en niet gepubliceerd. In de geconsolideerde jaarrekening zijn de

financiële gegevens verwerkt van de tot de OAD Groep Holding B.V. behorende

maatschappijen, waaronder Oad Groep B.V., alsmede groepsmaatschappijen

waarin OAD Groep Holding B.V. overwegende zeggenschap heeft.

De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2011/2012 € 575.901.000,00.

De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2010/2011 € 617.070.000,00.

Winst en verlies:

Geconsolideerd

€ 3.006.000,00 verlies in het boekjaar 2011/2012

€ 21.576.000,00 verlies in het boekjaar 2010/2011

Balanstotaal:

Geconsolideerd

€ 74.293.000,00 per 31 oktober 2012

€ 81.602.000,00 per 31 oktober 2011

31-07-2018

3

30

31-07-2018

3

Boedelsaldo

Verslagperiode

€ 0,00

31-07-2018

3

€ 59.371,87

29-05-2019

4

€ 59.371,87

28-11-2019

5

€ 59.371,87

02-06-2020

6

€ 58.706,37

31-05-2021

7

€ 58.367,57

31-05-2022

8

€ 58.028,77

30-05-2023

9

€ 57.783,27

01-03-2024

10

€ 57.772,77

01-10-2024

11

€ 57.394,14

01-09-2025

12

van

15-1-2018

t/m

14-7-2018

31-07-2018

3

van

15-7-2018

t/m

19-5-2019

29-05-2019

4

van

20-5-2019

t/m

28-11-2019

5

Bestede uren

15-11-2019

van

16-11-2019

t/m

15-5-2020

02-06-2020

6

van

16-5-2020

t/m

15-5-2021

31-05-2021

7

van

16-5-2021

t/m

15-5-2022

31-05-2022

8

van

16-5-2022

t/m

15-5-2023

30-05-2023

9

van

16-5-2023

t/m

1-3-2024

01-03-2024

10

van

2-3-2024

t/m

15-9-2024

01-10-2024

11

van

16-9-2024

t/m

15-8-2025

01-09-2025

12

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

VerslagperiodeBestede uren

3 0 uur 0 min
4 0 uur 0 min
5 0 uur 31 min
6 0 uur 32 min
7 0 uur 36 min
8 1 uur 1 min
9 0 uur 31 min
10 0 uur 24 min
11 0 uur 24 min
12 0 uur 24 min
Totaal 4 uur 23 min

DISCLAIMER:

Dit verslag strekt ertoe een globaal inzicht te geven over (de stand van

afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording

van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door curatoren. Curatoren leggen

aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de

vereffening van de boedel. Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld.

Desondanks staan curatoren niet in voor de volledigheid, noch voor de

juistheid van het verslag. Dit verslag betreft een momentopname. Het is

mogelijk dat informatie op het moment van publiceren nog niet beschikbaar is,

dan wel niet geopenbaard kan worden, of dat in het verslag weergegeven

informatie achteraf dient te worden bijgesteld. Uiteraard kan dit ingrijpende

gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de eventueel aangehechte

bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de weergegeven vooruitzichten

voor crediteuren, waar het betreft de rangorde, het aantal, de omvang en de

kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag (inclusief eventuele bijlagen)

kunnen geen rechten worden ontleend.

31-07-2018

3

1. Inventarisatie

Enig aandeelhouder van Reisburo Van Staalduinen B.V. is Globe Reisburo B.V.,

waarvan Globe Holding B.V. enig aandeelhouder is, waarvan OAD B.V. enig

aandeelhouder is, waarvan OAD Groep B.V. enig aandeelhouder is, waarvan

OAD Groep Holding B.V. enig aandeelhouder is. De bestuurders van Reisburo

Van Staalduinen B.V. zijn mevrouw Q.F. ter Haar en OAD Groep B.V. De

bestuurders zijn gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurders). De juridische

concernstructuur (organogram) per 1 september 2013, afkomstig van

gefailleerden, is als bijlage bij faillissementsverslag 2 gevoegd.

31-07-2018

3

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

Er zijn geen lopende procedures. 31-07-2018

3

Alle polissen staan op naam van de eveneens gefailleerde vennootschap OAD

Groep Holding B.V. of op naam van Oad Groep B.V. Polissen waarvan de

dekking ziet op het onderhavige faillissement zijn of worden opgezegd. Een

eventuele premierestitutie zal in de boedel vloeien.

31-07-2018

3

De huur van de winkelruimten van vier Globe vestigingen.

De vier vestigingen maken onderdeel uit van de doorstart door D-Reizen. De

huurovereenkomsten van deze vestigingen worden in overleg met de

verhuurder en met D-Reizen opgezegd of gaan middels een indeplaatsstelling

over op D-Reizen. De huurpenningen zijn per 15 oktober 2013 voor rekening

van D-Reizen.

In verslagperiode 4 zijn de bankgaranties die ten behoeve van verhuurders

gesteld zijn, gecontroleerd. Tevens is gecontroleerd of de overeenkomsten met

nutsbedrijven met betrekking tot de gehuurde ruimten beëindigd zijn. Voor

zover thans kan worden nagegaan, zijn alle lopende overeenkomsten m.b.t.

de nutsvoorzieningen beëindigd en zijn door deze crediteuren vorderingen

ingediend, welke tevens zijn beoordeeld. Verder is een vervolg gegeven aan

het beoordelen van de boedel- en concurrente vorderingen die door

verhuurders zijn ingediend. Tevens is in de vierde verslagperiode aandacht

besteed aan het afwikkelen van de bankgaranites. Op dit moment zijn er twee

locaties nog niet definitief afgewikkeld. Bij één locatie bestaat mogelijk nog een

vordering op de verhuurder in verband met de door de verhuurder geclaimde

bankgarantie, terwijl de vordering van de verhuurder lager is dan het bedrag

van de bankgarantie. Eén locatie heeft betrekking op het retourneren van een

bankgarantie. Omdat de Rabobank een groter bedrag onder zich had dan

nodig was als contragarantie voor de bankgaranties, is in verslagperiode 4 een

bedrag van € 15.000,00 bij wijze van voorschot ontvangen.

In verslagperiode 5 zijn de resterende twee locaties definitief afgewikkeld. Van

de Rabobank is een bedrag van € 38.626,50 ontvangen in verband met het

vrijvallen van een creditsaldo, welk saldo als contragarantie diende i.v.m. de

door de Rabobank afgegeven bankgaranties. Dit onderdeel is hiermee

afgewikkeld.

31-07-2018

3

Volgens de bestuurders zijn het slechte economische klimaat en de daardoor

teruglopende omzetten de belangrijkste oorzaken van het faillissement. De

directe oorzaak van het faillissement is volgens de bestuurders de opzegging

van de kredietovereenkomst door de bank. De bank heeft verzocht om een

extra kapitaalinjectie onder een aantal voorwaarden. Aan dit verzoek hebben

de aandeelhouders niet (tijdig) kunnen voldoen. De middelen voor de extra

kapitaalinjectie waren volgens de bestuurders weliswaar beschikbaar doch

voorzagen niet in de mogelijkheid ook tegemoet te komen aan de plotselinge

eis van een crediteur tot het stellen van een bankgarantie.

31-07-2018

3

Na de opzegging van de kredietovereenkomst restte de bestuurders niets

meer dan de aanvraag van het faillissement van Oad Groep B.V. en haar

(klein)dochterondernemingen. Andere bij het faillissement betrokken partijen

noemen andere oorzaken van het faillissement. In de door de curatoren nog

uit te voeren onderzoeken, zal een analyse gemaakt worden van de oorzaak

van de faillissementen. Door curatoren is aan een advocaat van een ander

kantoor dan de kantoren van curatoren verzocht de handelwijze van de

Rabobank voor en bij het beëindigen van het krediet te beoordelen en

curatoren dienaangaande te adviseren. Met het in 7.1 vermelde internationaal

opererende kantoor is een eerste opzet gemaakt voor een onderzoek naar de

oorzaken van de faillissementen, welk onderzoek, zoals te doen gebruikelijk,

verder reikt dan (alleen) het handelen van de bank.

Ten aanzien van de ontwikkelingen in verslagperiode 5 betreffende het

onderzoek naar het optreden van de Rabobank en ten aanzien van de andere

onderzoeken, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting, welke door

hen is opgesteld. De Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding heeft

per dagvaarding van 17 december 2014 een procedure aangespannen tegen

de Rabobank strekkende tot betaling van € 80.000.000,00. De boedels van de

OAD vennootschappen staan daar buiten. Curatoren doen zelfstandig

onderzoek naar het handelen van de Rabobank (zie algemene toelichting;

bijlage 1 bij het vijfde verslag).

In verslagperiode 6 zijn diverse onderzoeken opgestart, waaronder naar het

optreden van de Rabobank. Verwezen wordt naar de algemene toelichting die

door curatoren is opgesteld en die als bijlage 1 bij het zesde verslag is

gevoegd.

In verslagperiode 7 zijn deze onderzoeken voortgezet.

In verslagperiode 8 hebben curatoren de rechter-commissaris op

vertrouwelijke wijze geïnformeerd over hun bevindingen tot dusverre. De

onderzoeken worden vervolgd.

De vorderingen van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding zijn

door de rechtbank Midden Nederland afgewezen. Genoemde Stichting heeft

hoger beroep aangetekend. De procedure in hoger beroep loopt nog; er is nog

geen uitspraak gedaan.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Curatoren hebben hun claim op Rabobank overgedragen aan de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Voor wat betreft de achtergronden

waaronder en de voorwaarden waartegen deze overdracht heeft

plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting die op de

websites van de advocatenkantoren van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De rechtbank Midden Nederland heeft op 3 juli 2019 uitspraak gedaan. Daarbij

heeft de rechtbank (kort gezegd) aan de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding (STAK) opgedragen te bewijzen:

a) dat de toezegging die de heer van Nieuwenhuizen van Rabobank op 20

september 2013 aan mevrouw Bijleveld (toenmalig commissaris van de koning)

deed om "OAD voldoende tijd te gunnen om de transactie met de Twentse

Investeerders rond te krijgen" niet alleen zag op het daarop volgende

weekend maar ook op de tijd om de transactie feitelijk uit te voeren;

b) dat die dag (20 september 2013) een soortgelijke uitspraak is gedaan door

de heer Schat van Rabobank in de richting van OAD;

c) dat een paar dagen later, op 24 september 2013, een telefoongesprek heeft

plaatsgevonden tussen Rabobank en OAD waarin OAD om twee weken uitstel

heeft gevraagd om de transactie te voltooien hetgeen Rabobank heeft

geweigerd;

STAK heeft de rechtbank laten weten dit bewijs te willen leveren door middel

van het horen van een aantal direct betrokkenen, waaronder mevrouw

Bijleveld, als getuigen. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de

getuigenverhoren op 16 en 19 december 2019 zullen plaatsvinden.

Hoewel curatoren niet ontevreden zijn over het verloop van de procedure tot

dusverre, waartoe gerekend het tussenvonnis van 3 juli 2019 (het feit dat de

rechtbank het relevant acht nader geïnformeerd te worden over hetgeen dat is

voorgevallen in de laatste dagen voorafgaande aan het faillissement en in het

bijzonder het optreden van Rabobank in die periode), is het nog te vroeg om

te speculeren over het vervolg (in het bijzonder: de uitspraak van de

rechtbank die volgt mocht STAK in haar bewijsopdracht slagen).

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank

van de zijde van de STAK diverse getuigen gehoord. Rabobank heeft te kennen

gegeven dat ook zij getuigen wenst te horen. Zover is het nog niet gekomen

doordat de procedure, als gevolg van de corona crisis, stil is komen te liggen.

Onduidelijk is op welke termijn de procedure zal worden vervolgd.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank,

nadat deze procedure weer was opgestart, van de zijde van Rabobank diverse

getuigen gehoord. Nadat de verhoren waren afgerond heeft de rechtbank

STAK en Rabobank in de gelegenheid gesteld om, naar aanleiding van de

verhoren, schriftelijk te reageren. Dit is inmiddels gebeurd. Over het vervolg

van de procedure is op dit moment nog niets bekend. Curatoren verwachten

dat de rechtbank, desgevraagd, opnieuw vonnis zal gaan wijzen.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode heeft de rechtbank vonnis gewezen in de

procedure tussen STAK en Rabobank. Daarbij zijn de vorderingen van STAK

afgewezen. STAK is inmiddels in hoger beroep gekomen van het vonnis van de

31-05-2022

8

rechtbank. Dit hoger beroep loopt. Binnen afzienbare tijd zal STAK bij het hof

een memorie van grieven indienen waarbij STAK een aantal klachten richt

tegen het vonnis van de rechtbank.

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Zoals gemeld in het vorige verslag is STAK in hoger beroep gekomen van het

vonnis van de rechtbank Midden Nederland waarbij de vorderingen van STAK

tegen Rabobank zijn afgewezen. De stand van zaken in dit hoger beroep is als

volgt: STAK heeft in de voorbije verslagperiode een memorie van grieven

tevens eiswijziging genomen; Rabobank heeft daarop middels een memorie

van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel schriftelijk

gereageerd. STAK heeft vervolgens middels een memorie van antwoord in

incidenteel appel gereageerd op de grieven die Rabobank heeft aangevoerd

tegen het vonnis van de rechtbank Midden Nederland. Het hof Arnhem-

Leeuwarden heeft vervolgens bij tussenarrest van 21 februari 2023 bepaald

dat er een mondelinge behandeling komt waarbij partijen dienen te

verschijnen voor de meervoudige kamer van genoemd hof. De mondelinge

behandeling staat gepland voor 13 september 2023.

30-05-2023

9

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in het door STAK tegen Rabobank

aangespannen hoger beroep tegen de het vonnis van de rechtbank Midden

Nederland bij eindarrest d.d. 20 februari 2024 de vorderingen van STAK

afgewezen met veroordeling van STAK in de kosten van de procedure. Het hof

heeft ook het door Rabobank ingestelde incidenteel appel tegen het vonnis

van de rechtbank Midden-Nederland afgewezen waarbij Rabobank door het

hof veroordeeld is in de kosten van het incidenteel appel. STAK beraadt zich op

de vraag of men in cassatie gaat. Omdat het arrest van het hof dateert van

vlak voor het moment van het leggen van dit verslag is de uitkomst van deze

beraadslaging ten tijde leggen van het verslag nog niet bekend.

01-03-2024

10

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

STAK heeft de voorbije verslagperiode, na het verkrijgen van een positief

cassatieadvies, besloten om cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het

gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2024. De cassatieprocedure

loopt inmiddels. Het zal naar verwachting nog zeker een jaar duren voordat de

Hoge Raad uitspraak doet.

01-10-2024

11

Verslagperiode 20 - d.d. 1 september 2025:

In overleg met de rechter-commissaris is besloten om, gezien het beperkt

aantal zaken dat nog speelt, niet langer in elk afzonderlijk faillissement

uitgebreid verslag te leggen maar in plaats dat nog maar slechts te doen in

twee faillissementen: Oad Groep B.V. (voor alle ontwikkelingen, behalve de

ontwikkelingen in de procedure tegen SGR) en Oad Reizen B.V. (voor wat

betreft de ontwikkelingen in de procedure tegen SGR).

Dit met uitzondering van de bijzonderheden betreffende elk faillissement:

bestede uren in de afgelopen verslagperiode;

het actuele boedelsaldo;

de actuele stand van zaken met betrekking tot de crediteuren;

datum indiening volgende verslag.

Voor de ontwikkelingen in de afgelopen verslagperiode in dit faillissement

wordt dan ook verwezen naar de verslagen in de faillissementen van Oad

Groep B.V. en Oad Reizen B.V.

01-09-2025

12

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

2. Personeel

Personeelsleden

30

31-07-2018

3

Personeelsleden

30

31-07-2018

3

Datum AantalToelichting

26-9-201330

totaal 30

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Aan alle (voormalige) werknemers zijn in opdracht van de curatoren

jaaropgaven verstrekt.

Curatoren hebben geconstateerd dat een aantal (voormalig) werknemers, die

woonachtig zijn in het buitenland, en een aantal (voormalig) stagiaires niet

onder het (Nederlandse) sociaal verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling

vallen en om die reden geen aanspraken geldend kunnen maken in de richting

van het UWV. Een enkeling heeft zich inmiddels tot curatoren gewend met het

verzoek de aanspraak in behandeling te nemen.

Curatoren onderzoeken momenteel hoe omgegaan dient te worden met

dergelijke vorderingen, onder meer wat betreft de vraag welke status aan

deze vorderingen dient te worden toegekend. Een en ander is van belang,

aangezien er, afhankelijk van de status, geen of een (kleine) kans op uitkering

bestaat. Na onderzoek te hebben gedaan, zijn de curatoren tot de conclusie

gekomen dat de vorderingen van deze crediteuren, die betrekking hebben op

de periode na datum faillissement (grotendeels), moeten worden bestempeld

als zogenaamde "bijzondere faillissementskosten", althans als kosten die

(indirect) in opdracht van de curatoren zijn gemaakt. Gedurende dit onderzoek

hebben de curatoren overleg gevoerd met de rechter-commissaris en

(beslissers bij) het UWV. Beiden hebben te kennen gegeven zich (in de

onderhavige situatie) te kunnen vinden in deze conclusie van de curatoren. De

betreffende crediteuren zullen, mits er sprake is van een rechtsgeldige

vordering en deze betrekking heeft op de periode na datum faillissement, bij

voorrang (op onder andere het UWV) worden betaald.

Aan de hand van door hen ontvangen opgaven hebben curatoren vastgesteld

dat de hiervoor beschreven problematiek, naar het zich laat aanzien, in het

faillissement van Reisburo Van Staalduinen B.V. niet speelt (geen van de

werknemers die een vordering bij curatoren heeft ingediend, was bij Reisburo

Van Staalduinen B.V. in dienst).

31-07-2018

3

3. Activa

Er zijn geen onroerende zaken aangetroffen in deze vennootschap. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00

Kantoorinventaris van de vier Globe (Staalduinen) vestigingen.

In verslagperiode 2 hebben curatoren onderzoek gedaan naar de

verkoopmogelijkheden voor de bedrijfsmiddelen die zich in het pand van Oad

c.s. te Holten bevinden. De zaken betroffen met name: kantoormeubilair,

computerapparatuur, travelcards, domeinnamen, vreemde valuta en

(klassieke) voertuigen. Besloten is om toe te werken naar een online-veiling.

Daartoe is inmiddels opdracht verstrekt aan Troostwijk Veilingen B.V. (hierna:

Troostwijk). De veiling staat gepland voor eind april/begin mei en wordt op dit

moment voorbereid.

In verslagperiode 3 heeft de veiling plaatsgevonden. Op de 676 kavels in deze

veiling werden in totaal 7.039 biedingen uitgebracht door 820 internationale

bieders. Van de 271 kopers komen de meesten uit Nederland (250). Andere

kopers zijn afkomstig uit België (8), Duitsland (7), Roemenië (3), Spanje (1),

Frankrijk (1) en Luxemburg (1). De opbrengst van de veiling bedraagt, zonder

rekening te houden met de veilingkosten, € 353.672,00. Dit bedrag dient nog

op de boedelrekening te worden ontvangen.

Daarnaast heeft nagenoeg gelijktijdig een veiling plaatsgevonden van

domeinnamen en een (na)veiling van travelcards en vreemde valuta, voor

zover deze niet tijdens de eerdere veilingen waren verkocht. Op de 336 kavels

in deze veilingen werden 459 biedingen uitgebracht door 51 internationale

bieders. De opbrengst van deze veilingen bedraagt, zonder rekening te

houden met de veilingkosten, € 22.200,00, resp. € 22.316,00. Ook deze

bedragen dienen nog op de boedelrekening te worden ontvangen.

In verslagperiode 4 is op de boedelrekening van Oad Groep B.V. een bedrag

van € 433.378,99 ontvangen.

Het gaat daarbij om de opbrengst van de diverse veilingen.

De afrekening van deze veilingen luidt aldus: € 400.613,00 (opbrengst) -/- €

30.045,98 (commissie) -/- € 9.560,28 (overige kosten) = € 361.006,75

(subtotaal), te vermeerderen met BTW (21% over een deel gedeelte van de

koopsom, te weten: € 344.629,75), zijnde € 72.372,25, waardoor de

opbrengst, incl. BTW uitkomt op: € 433.378,99.

Curatoren merken op dat de totale (bruto) opbrengst van de diverse veilingen

ad € 400.613,00 iets hoger is dan het totaal van de bedragen die in het derde

faillissementsverslag zijn genoemd. Het totaal van die bedragen sloot op een

bedrag van € 397.988,00. Het verschil tussen beide bedragen betreft de

opbrengst van een aantal roerende zaken die zijn na-geveild.

De curatoren merken verder op dat over een opbrengst van € 16.377,00 geen

BTW berekend is, daar deze opbrengst ziet op de verkoop van vreemde valuta.

Curatoren merken op dat de opbrengst van de veilingen, waar nodig, nog

toegerekend dient te worden aan de diverse boedels van Oad.

31-07-2018

3

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

Parallel aan de voorbereiding van de veiling van de roerende zaken hebben

curatoren zich in verslagperiode 2 beziggehouden met het veiligstellen van de

digitale en fysieke administratie. Hierover wordt onder punt 7.1 van dit verslag

nader bericht. Met Troostwijk is overeengekomen dat zij ervoor zorgdraagt dat

alle digitale systemen, alvorens zij ter veiling worden aangeboden,

gecertificeerd worden gewist. Troostwijk heeft alle digitale systemen, alvorens

zij ter veiling zijn aangeboden, in opdracht van curatoren gewist. Curatoren

hebben daarvan een bewijs ontvangen.

Toelichting bedrijfsmiddelen:

Verkoopopbrengst:

-Kantoorinventaris Globe (Staalduinen) vestigingen: € 7.792,00.

-€ 400.613,00 (zie hiervoor).

Curatoren merken op dat genoemde opbrengsten nog verdeeld dienen te

worden over de diverse boedels van Oad. Zie hiervoor.

Toelichting bedrijfsmiddelen:

Boedelbijdrage:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

Onduidelijk is of dit voorrecht van toepassing is (zie de discussie als vermeld in

5.1). Afhankelijk van de vraag of de vordering van de fiscus kan worden

voldaan uit het vrij boedelactief, geldt het voorrecht van de fiscus ten aanzien

van bodemzaken.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Er zijn geen voorraden/onderhanden werk aangetroffen in deze vennootschap.31-07-2018

3

Geen 31-07-2018

3

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

Kasgeld: € 21.699,63 (gestort op de Rabobankrekeningen van de Globe

vestigingen; de Rabobank rekent dit nog af met de boedel). De Rabobank

heeft haar uit de storting resulterende schuld ter zake het creditsaldo

verrekend met haar vordering op de hoofdelijk aansprakelijke gefailleerde

concernvennootschappen. Reisburo Van Staalduinen B.V. heeft aldus €

21.699,63 bijgedragen in de aflossing van de hoofdelijke schuld van de

concernvennootschappen. Mogelijk heeft Reisburo Staalduinen B.V. een

regresvordering op concernvennootschappen. Daartoe zal eerst de draagplicht

van elke vennootschap bepaald moeten worden. Omdat de Rabobank als

contra garantie een groter bedrag onder zich had dan nodig was voor de

bankgaranties, is (bij wijze van voorschot) een bedrag van € 15.000,00 door

de betreffende Rabobank aan de boedel van onderhavige gefailleerde betaald.

Van de Rabobank is een aanvullend bedrag van € 38.626,50 ontvangen i.v.m.

het vrijvallen van creditsaldo dat diende als contragarantie i.v.m. door de

Rabobank afgegeven bankgaranties.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

4. Debiteuren

Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00 € 0,00

De debiteuren van Reisburo van Staalduinen B.V. zijn gefactureerd door Globe

Reisburo B.V. Uit de administratie valt niet af te leiden welke debiteuren van

Reisburo van Staalduinen zijn. De opbrengst van de debiteuren zal in eerste

instantie in de boedel van Globe Reisburo B.V. vloeien.

In verslagperiode 2 is het onderzoek gestart ten aanzien van de mogelijkheid

om debiteuren te incasseren. In dat kader zijn de voor een behoorlijke incasso

benodigde gegevens uit de (digitale en fysieke) administratie zekergesteld (zie

in dit verslag onder punt 7.1). Ten aanzien van voormeld onderzoek, daarmee

verband houdende / daaruit voortvloeiende acties, zijn op dit moment geen

ontwikkelingen te melden, buiten het feit dat curatoren in verslagperiode 4 aan

hen bekende zakenpartners een brief hebben gezonden waarin curatoren, in

voorkomend geval, betrokkenen te kennen hebben gegeven aanspraak te

maken op een klantvergoeding (voor zover er sprake is van agentuur) en voor

het overige alle aanspraken/vorderingen hebben gestuit. Dit alles is gedaan

vanuit het oogpunt van het behoud van rechten.

In verslagperiode 5 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

31-07-2018

3

van debiteuren voortgezet.

In verslagperiode 6 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

van debiteuren voortgezet. In deze periode is een aantal vliegmaatschappijen

gedagvaard. Het is niet uitgesloten dat een of meer van de OAD

vennootschappen een vordering heeft c.q. hebben op een of meer

vliegmaatschappijen in verband met de reservering van stoelen. Deze

vordering zou betrekking kunnen hebben op een bonus, commissie,

marketingbijdrage, cumulatieve bezetting of segmentenvergoeding. De

dagvaardingen zijn uitgebracht ter voorkoming van verval van rechten; er is op

langere termijn gedagvaard.

In verslagperiode 7 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

van debiteuren voortgezet. In verslagperiode 7 hebben daarnaast diverse

besprekingen met vliegmaatschappijen plaatsgevonden teneinde duidelijkheid

te verkrijgen of een of meer van de boedels (per saldo) een vordering heeft op

een of meer vliegmaatschappijen.

In verslagperiode 8 is ten aanzien van enkele vliegmaatschappijen gebleken

dat de boedels geen vordering hebben op deze vliegmaatschappijen. De

verhouding met de resterende vliegmaatschappijen wordt onderzocht.

Tot slot wordt met één debiteur, een ticketingbureau, die betrokken is

geweest bij de uitgifte van vliegtickets, gesproken over afrekening van

bonussen e.d. Het geldelijk belang van deze kwestie bedraagt, volgens een

eerste beoordeling van curatoren, een aantal honderdduizenden euro's. In

verslagperiode 8 zijn curatoren erin geslaagd om met het ticketingbureau

overeenstemming te bereiken over de afwikkeling van bonussen e.d.. In dat

kader heeft genoemd bureau aan curatoren een bedrag van € 320.650,00

betaald. Daarmee is deze kwestie afgedaan.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

De aanspraken op de overige vliegmaatschappijen zijn onderzocht. Het

onderzoek heeft plaatsgevonden in overleg met een van de bestuurders en

aan de hand van de gegevens uit de dataroom. Gebleken is dat er geen

vorderingen op de overige vliegmaatschappijen zijn. Voor het overige is de

incasso van de debiteuren ook in verslagperiode 9 voortgezet.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben de curatoren de incassowerkzaamheden

voortgezet. Gebleken is dat een aantal debiteuren niet bereid lijkt te betalen.

Curatoren hebben deze debiteuren recent, onder toezending van een concept-

dagvaarding, voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om tot betaling

over te gaan. Mocht dit niet tot betaling leiden, zullen via een gerechtelijke

procedure de weigerachtige debiteuren tot betaling worden gedwongen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

De afrekening met Oad Bus B.V. heeft in de voorbije verslagperiode

plaatsgevonden. Curatoren zijn er in geslaagd om zelf de nodige vorderingen

te incasseren. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van € 65.276,09. Ten

aanzien van een paar debiteuren, die weigeren te betalen, zijn procedures

gestart. Een enkeling heeft zich, onder druk van de procedure, alsnog bereid

getoond om te betalen, zij het dat deze debiteur niet alles in één keer kan

betalen. Curatoren hebben met deze debiteur een betalingsregeling getroffen.

Tegen een enkele debiteur wordt geprocedeerd.

Toelichting boedelbijdrage:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Curatoren hebben kans gezien om in verslagperiode 12 de incasso van

debiteuren af te ronden. In dat kader is een bedrag van € 25.272,53

ontvangen. Daarmee is deze kwestie afgewikkeld.

29-05-2019

4

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie debiteuren; besprekingen met vliegmaatschappijen, overleg

met een van de bestuurders en raadplegen van de dataroom alsmede

correspondentie en overleg met de betreffende vliegmaatschappijen.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met debiteuren, opstellen van concept-dagvaardingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening; correspondentie met

debiteuren; opstellen van processtukken.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met debiteuren.

29-05-2019

4

5. Bank / Zekerheden

€ 11.912.089,00

Toelichting vordering van bank(en)

Rabobank (concernfinanciering), € 11.912.089,00 per datum faillissement. De

vordering bestaat met name uit getrokken bankgaranties. Er was per datum

uitspraak faillissement een positief banksaldo van ruim € 4.000.000,00.

De curatoren hebben uit de opbrengst van de doorgestarte onderdelen van de

gehele Oad Groep en met het nog aanwezige positieve banksaldo de bank

gelost. De verdere opbrengsten vallen vrij. In een later stadium zal worden

gekeken naar de draagplicht van afzonderlijke Oad vennootschappen en

mogelijke regresrechten. De rechtsgeldigheid van de vorderingen en

zekerheden van de Rabobank worden onderzocht. Laatstgenoemd onderzoek

loopt nog. Er zijn nog diverse punten c.q. onduidelijkheden met betrekking tot

de zekerheden. Dit brengt met zich mee dat de curatoren tot op heden de

zekerheden nog niet hebben kunnen erkennen. De Rabobank en de curatoren

dienen nog te overleggen over de wijze waarop en of deze punten en

onduidelijkheden kunnen worden opgelost respectievelijk weggenomen.

In verslagperiode 3 is uitvoerig met de Rabobank gesproken. Gebleken is dat

de door de bank ingediende vordering geheel bestaat uit door de bank ten

behoeve van schuldeisers van de OAD vennootschappen gestelde

bankgaranties en een verlies op een rentederivaat. Twee bankgaranties met

aanzienlijke bedragen zijn getrokken. Nog niet alle bankgaranties zijn door de

betreffende schuldeisers getrokken. De vordering van de bank zou door het

31-07-2018

3

niet trekken van de bankgaranties uiteindelijk iets lager kunnen zijn. Na

onderzoek is gebleken dat de bank veel meer onder zich heeft dan nodig is

voor de betaling van de vordering van € 1.912.089,00. Er is, mede door de

ontvangst van een groot aantal debiteurenbetalingen, inmiddels een surplus

gekweekt van minstens € 5.319.628,06. De Rabobank is verder verzocht om €

2.000.000,00 over te boeken naar de boedelrekening van OAD B.V. Dit is de

opbrengst van de onroerende zaak te Goor, die OAD B.V. in eigendom

toebehoorde en die de bank, als hypotheekhouder betreffende genoemde

onroerende zaak, in eerste instantie had opgeëist. De bank heeft de €

2.000.000,00 in verslagperiode 3 daadwerkelijk gestort op de aangegeven

boedelrekening. De resterende € 5.319.628,06 is desgevraagd door de bank

gestort op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. De opbrengst

van de OAD Touringcar Bedrijf B.V. in eigendom toebehorende bussen ad €

8.060.000,00 is na verkoop onder voorbehoud van alle rechten afgedragen

aan de Rabobank. Door overboeking van voormelde bedragen worden

eventuele regresvorderingen geringer. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de

toedeling van opbrengsten nog plaats dient te vinden.

Vooruitlopend op de definitieve toedeling van opbrengsten aan de diverse

boedels hebben curatoren in verslagperiode 4 een bedrag van € 275.368,94

overgemaakt van de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. naar de

boedelrekening van Oad Busbedrijf B.V. De reden hiertoe is gelegen in het feit

dat naast OAD Touringcar Bedrijf B.V. ook Oad Busbedrijf B.V. door de

Rabobank was aangesproken tot inlossing van de schulden aan de bank.

Naast het bedrag dat OAD Touringcar Bedrijf B.V. in dat kader aan de bank

heeft betaald (zijnde het eerder genoemde bedrag van € 8.060.000,00), heeft

Oad Busbedrijf B.V. een bedrag van € 440.000,00 aan de bank betaald,

waardoor het totaalbedrag dat aan de bank is betaald uitkomt op €

8.500.000,00. Uiteindelijk heeft de bank, op aandringen van de curatoren,

zoals eerder gemeld, een bedrag van € 5.319.628,06 terugbetaald. Dit bedrag

is ontvangen op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. Omdat in

dit bedrag ook een bedrag zit, dat geacht wordt aan Oad Busbedrijf B.V. toe te

komen, hebben curatoren, naar rato van een ieders bijdrage in hetgeen aan

de bank is betaald, berekend dat van het bedrag dat is terugbetaald Oad

Busbedrijf B.V. recht heeft op een bedrag van € 275.368,94.

Aan saldi van de diverse boedelrekeningen kan door geen enkele schuldeiser

enig recht worden ontleend.

De door curatoren ingeschakelde externe advocaat die de handelwijze van de

bank in het kader van de kredietopzegging zal onderzoeken, zal curatoren ook

adviseren aangaande de rechtsgeldigheid van de door de bank

gepretendeerde zekerheden. In verslagperiode 3 is daartoe door curatoren

opdracht gegeven. Dit onderzoek is nog gaande. Verwezen wordt naar

hetgeen daarover is opgemerkt in de algemene toelichting.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

In deze verslagperiode is het onderzoek naar het optreden van de Rabobank

afgerond. Curatoren hebben naar aanleiding daarvan besloten om hun claim

op Rabobank over te dragen aan de Stichting Administratiekantoor OAD Groep

Holding. Voor wat betreft de achtergronden waaronder en de voorwaarden

waartegen deze overdracht heeft plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar

de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 13 - 28 november 2019:

Voor de ontwikkelingen in de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

28-11-2019

5

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 14 – 2 juni 2020:

Voor nadere informatie over de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

Op bij de Rabobank door meerdere OAD vennootschappen aangehouden

bankrekeningen zijn na faillissementsdatum de nodige betalingen (door

derden) ontvangen. Deze betalingen zijn grotendeels ontvangen na het

moment dat door de Rabobank de bedragen van € 5.319.625,06 en €

2.000.000,- zijn overgeboekt naar de betreffende OAD vennootschappen (zie

hiervoor). De door de betalingen door derden ontstane creditsaldi bij de

betreffende OAD vennootschappen bedragen samen afgerond € 415.000,-. De

Rabobank heeft voormeld bedrag op een zogenaamde tussenrekening op haar

eigen naam geplaatst. De Rabobank wenst dit totaalbedrag onder zich te

houden om daaruit de kosten van de door haar ingeschakelde advocaten in de

procedure tegen Stichting Administratiekantoor OAD Holding te voldoen. De

Rabobank baseert haar standpunt op een tweetal argumenten. Curatoren

menen dat de Rabobank zich niet kan verhalen op genoemd bedrag van €

415.000,- omdat de door de Rabobank aangedragen argumenten volgens hen

niet valide zijn. Curatoren wensen dat de Rabobank voormeld bedrag aan de

boedels van de betreffende OAD vennootschappen betaalt. In de afgelopen

verslagperiode heeft overleg plaatsgevonden met de Rabobank met als doel

een oplossing voor dit verschil van mening te vinden.

02-06-2020

6

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode heeft Rabobank een bedrag van EUR 414.455,38

op de boedelrekening overgemaakt. Deze betaling ziet op diverse creditsaldi

die ontstaan zijn na datum faillissement. In eerste instantie wilde Rabobank

deze saldi niet aan curatoren overmaken omdat zij daaruit de kosten van de

31-05-2021

7

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

door haar ingeschakelde advocaten in de procedure tegen STAK wilde voldoen.

Uiteindelijk hebben curatoren met Rabobank een regeling getroffen,

inhoudende dat Rabobank het totaal aan creditsaldi aan curatoren overmaakt,

in ruil waarvoor curatoren - onder strikte voorwaarden - voor maximaal een

bedrag van EUR 15.000 instaan voor de proceskosten, mocht STAK de

procedure tegen Rabobank verliezen (zie 1.5) en STAK de proceskosten

(gedeeltelijk) niet mocht voldoen. De tussen curatoren en Rabobank getroffen

regeling, die is goedgekeurd door de rechter-commissaris, is vastgelegd in een

vaststellingsovereenkomst. Daarmee is de kwestie creditsaldi, op genoemde

(beperkte) proceskostengarantie na, afgerond.

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Let op: de hierna genoemde zekerheden zijn alle zekerheden die de Rabobank

ten tijde van de uitspraak van het faillissement had op vennootschappen in de

Oad Groep. Niet alle zekerheden hebben betrekking op het onderhavige

faillissement.

De zekerheden van de Rabobank bestaan uit:

een pandrecht op:

-alle huidige en toekomstige inventaris;

-alle huidige en toekomstige voorraden;

-alle huidige en toekomstige rechten van intellectueel eigendom;

-alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen op de Stichting Internet

Domein Registratie

Nederland (SIDN) uit hoofde van de bij SIDN geregistreerde domeinnamen;

-alle ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechten/vorderingen op derden en alle rechten/vorderingen die worden

verkregen uit ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechtsverhoudingen;

een hypotheekrecht op

-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot het hebben van een

overkapping ten behoeve van een overdekte opstapplaats voor passagiers en

autobussen op het perceel, gelegen aan de Sint Jansgildestraat te Beek

(gemeente Montferland), kadastraal bekend gemeente Bergh, sectie L nummer

813;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7671 HA Neede, Borculoseweg 36a en 38, kadastraal bekend

gemeente Neede, sectie C nummer 8474;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 6881 SM Velp, Emmastraat 7, kadastraal bekend gemeente Velp,

sectie H nummer 2131;

-een perceel grond, gelegen aan de Enterseweg te Goor, kadastraal bekend

gemeente Goor, sectie A nummer 2463;

-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7471 ST Goor, Breukersweg 2, kadastraal bekend gemeente Goor,

sectie A nummer 3171;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7471 BR Goor, Grotestraat 72 en 72b, kadastraal bekend gemeente

Goor, sectie C nummer 3431;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

31-07-2018

3

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 5, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3374;

-een perceel grond, gelegen aan de Burgemeester van der Borchstraat te

Holten, kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3575;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 1, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3476;

-het bedrijfspand met woning, ondergrond en verdere aanhorigheden, staande

en gelegen te 7451 CH Holten, Burgemeester van der Borchstraat 2, 4 en 6,

kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3492;

-een perceel grond, gelegen aan de Oude Deventerweg te Holten, kadastraal

bekend gemeente Holten, sectie F nummer 5748;

-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot hebben en houden van

gebouwen en opstallen (bedrijfspand met bedrijfswoning) op het perceel

gelegen te 7462 BA Rijssen, Walstraat 1, 5 en 9, kadastraal bekend gemeente

Rijssen, sectie F nummer 3799;

-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 1381 BA Weesp, Slijkstraat 20, kadastraal bekend gemeente

Weesp, sectie A nummer 5359.

Zie hiervoor, punt 5.1. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Toelichting

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage).

31-07-2018

3

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie en besprekingen met door curatoren ingeschakelde advocaat,

correspondentie met extern bureau, correspondentie met rechter-commissaris,

correspondentie en besprekingen met vertegenwoordigers Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding en de advocaten van genoemde

Stichting. Opstellen/beoordelen diverse contractstukken verband houdende

met de overdracht van de claim van curatoren op de Rabobank.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met procesadvocaat waar het betreft de introductie van de

procedure tegen Rabobank bij de rechtbank en de overname van deze

procedure door de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor

OAD Groep Holding.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Bestudering/beoordeling van de

processtukken en het bijwonen van de pleidooien in de procedure tussen

Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding en Rabobank.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het tussenvonnis van de

rechtbank Midden Nederland, op 3 juli 2019 gewezen in de procedure tussen

STAK en Rabobank, in het bijzonder over de invulling van de door de rechtbank

aan STAK gegeven bewijsopdracht (zie hiervoor, punt 1.5.)

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het (verloop van het)

getuigenverhoor; het bijwonen van de diverse verhoren.

Overleg en uitvoerige correspondentie met de Rabobank over de creditsaldi op

de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen (zie 5.1).

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Overleg en correspondentie met Rabobank en rechter-commissaris over de

creditsaldi op de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen

(zie 5.1).

31-05-2021

7

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

D-Reizen heeft een doorstart gemaakt met de vier reiswinkels, als onderdeel

van de overname van de Globe Reisburo's. Zie voor een nadere toelichting het

faillissementsverslag van Globe Reisburo B.V.

31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Doorstarten onderneming

Zie 6.1. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Toelichting

Niet van toepassing.

31-07-2018

3

Toelichting

Niet van toepassing.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

7. Rechtmatigheid

7.1 Boekhoudplicht

Art 2:10 Burgerlijk Wetboek. Het bestuur dient een administratie te voeren

zodanig dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon

kunnen worden gekend. Of aan de boekhoudplicht is voldaan zal worden

onderzocht door de curatoren.

In verslagperiode 2 is aan een internationaal opererend kantoor met

forensisch accountants opdracht gegeven om een "quick scan" uit te voeren

naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Voordat deze "quick

scan" kan worden uitgevoerd dient de fysieke en digitale administratie te

worden zeker gesteld.

In verslagperiode 3 is de fysieke en digitale administratie veilig gesteld (zie

hierna). Dit maakt het mogelijk om de aankomende verslagperiode de "quick

scan" te starten. Gezien het feit dat er verschillende onderzoeken naast elkaar

lopen, menen curatoren er verstandig aan te doen om met de verschillende

onderzoekers afspraken te maken omtrent de coördinatie van diverse

onderzoeken, zulks met het doel te voorkomen dat op onderdelen dubbel werk

wordt gedaan. Daarnaast dient tussen de diverse onderzoekers afstemming

plaats te vinden ten aanzien van het (gelijktijdig) gebruik van diverse bronnen,

waaruit geput moet worden (waartoe te rekenen: de (fysieke en digitale)

administratie). Het onderzoek ten aanzien van de wijze waarop afstemming

het best kan plaatsvinden loopt nog. Ten aanzien van de ontwikkelingen op dit

punt verwijzen curatoren naar de algemene toelichting (onder punt 3).

Fysieke administratie

Op diverse plaatsen in het pand te Holten is een behoorlijke hoeveelheid

administratie aangetroffen. Het betreft ondermeer financiële administratie,

managementinformatie, jaarverslagen, notulen maar ook gedetailleerde

(project)administratie van bepaalde afdelingen van Oad c.s., zoals

Groepsreizen, Sports & Incentives, Disney, etc. Daarnaast is sprake van een

grote hoeveelheid archief, dat tot nu toe in het pand te Holten ligt opgeslagen

(onder meer "Oad Archief" en directiearchief). Omdat curatoren op dit moment

niet goed kunnen inschatten welke administratie bij de afwikkeling van het

faillissement relevant is c.q. kan worden, is besloten om de administratie

grotendeels te bewaren. Daarbij dient ook te worden zeker gesteld dat de

betreffende administratie goed, snel en gemakkelijk terug te vinden is.

Geconstateerd is dat het om een grote hoeveelheid te archiveren materiaal

gaat, zodat de opslag en indexering daarvan complex is en forse kosten met

zich mee zal brengen.

Curatoren hebben een drietal partijen gevraagd een offerte te maken voor het

zekerstellen, indexeren en opslaan van de administratie. Uiteindelijk is aan

Vada Archieven B.V. te Nijverdal opdracht gegeven deze werkzaamheden uit te

voeren. Ten aanzien van de indexering zullen curatoren een lijst ontvangen

waarop de administratie (ordnerruggen/dossiernaam) en een

locatieaanduiding worden vermeld. Tevens worden foto's genomen van de

administratie en de opstelling zoals deze was, zodat aan de hand daarvan kan

worden gereconstrueerd welke administratie waar stond (welke kamer / plek

in de kamer / kast). Curatoren proberen op deze wijze zeker te stellen dat op

zoveel mogelijk manieren relevante administratie kan worden teruggevonden.

Voorts hebben curatoren met Vada Archieven B.V. afspraken gemaakt over het

raadplegen van de gearchiveerde informatie, bij Vada dan wel middels het

toezenden (digitaal/fysiek) van de betreffende stukken.

Op het moment van verslaglegging betreffende het derde verslag heeft Vada

Archieven B.V. twee/derde van de totale administratie geïnventariseerd en

gerubriceerd, zodat die op elk gewenst moment door curatoren en

31-07-2018

3

onderzoekers, die in opdracht van curatoren werkzaamheden verrichten,

opvraagbaar is. Het gaat daarbij om meer dan 15.000 items (mappen c.q.

ordners). Het streven is om de aankomende weken het geheel af te ronden.

Aan het eind van de rit zullen uiteindelijk ruim 22.000 items zijn

geïnventariseerd en gerubriceerd.

In verslagperiode 4 heeft Vada Archieven B.V. de aan haar opgedragen

werkzaamheden afgerond. De totale administratie is geïnventariseerd en

gerubriceerd. Aan de hand van door Vada opgestelde inventarislijsten kunnen

diverse items behorende tot de administratie op eenvoudige wijze worden

opgevraagd.

In verslagperiode 5 zijn uit de administratie de relevante delen geselecteerd

aan de hand van selectiecriteria. Ongeveer 1.600 ordners zijn aldus als zijnde

relevant gesepareerd. De inhoud van deze ordners diende gescand te worden

opdat deze aan de dataroom toegevoegd kunnen worden. Het proces van het

scannen is recent voltooid. Op het moment van opmaken van dit verslag wordt

de digitale inhoud van de ongeveer 1.600 ordners in de dataroom gebracht

(zie algemene toelichting als bijlage 1 bij dat verslag).

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de dataroom afgerond. In de

dataroom is onder andere een grote hoeveelheid scans van de relevante

stukken uit de fysieke administratie opgenomen. Het is voor curatoren en door

hen ingeschakelde derden mogelijk om via een beveiligde verbinding de

informatie die zich in de dataroom bevindt (waartoe gerekend scans van

stukken uit de fysieke administratie) op afstand te raadplegen.

Digitale administratie

Curatoren zijn tijdens verslagperiode 2 bezig geweest met het zeker stellen

van de digitale administratie van Oad. Dit is onder meer van belang voor het

incasseren van debiteuren, voor het uitfactureren van onderhanden werk (voor

zover nog niet gebeurd) en voor het reguliere onderzoek naar de

administratie.

Teneinde de ICT-infrastructuur in kaart te brengen, is een sessie belegd met

als deelnemers (1) een vertegenwoordiging namens curatoren, (2) 3 oud-ICT-

medewerkers van Oad en (3) forensisch accountants, die voor curatoren van

de digitale administratie een backup zullen maken. Tijdens die bespreking is

gebleken dat de ICT-structuur en infrastructuur zeer omvangrijk en complex is,

onder meer omdat een veeltal aan verschillende systemen (deels zelfbouw,

deels op de markt beschikbare pakketten) gebruikt werden/worden en aan

elkaar gekoppeld zijn. Daarbij is bovendien van belang dat het serverpark

(fysiek) deels in het pand te Holten en deels bij een externe partij te Enschede

aanwezig is.

Omdat op het moment van het leggen van het tweede verslag niet geheel

duidelijk was welke data in het kader van de afwikkeling van het faillissement

relevant zal zijn, is besloten om het traject in meerdere fasen op te knippen. In

fase 1 worden de data "sec" zekergesteld. In fase 2 wordt essentiële

bedrijfsinformatie, zoals de financiële administratie, toegankelijk en

raadpleegbaar gemaakt. In de daarop volgende fasen kunnen de betreffende

data vervolgens, voor zover dit nodig mocht blijken te zijn, worden ontsloten

en geraadpleegd.

Met het zekerstellen van de data (en, in de volgende fase, ook met het

raadplegen daarvan), zijn, vanwege de complexiteit en de omvang van het

systeem en de daarin vervatte data, forse kosten gemoeid. Het belang van

een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen brengt met zich dat deze

investering niettemin noodzakelijk is.

In verslagperiode 3 is de eerste fase (het veilig stellen van de digitale

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

administratie) afgerond en is het bedrijf dat in opdracht van curatoren de

administratie heeft veilig gesteld begonnen met de tweede fase: het ontsluiten

van een deel van de veilig gestelde gegevens (met name: de administratie),

door deze gegevens in bruikbare vorm te exporteren. Tevens wordt door dit

bedrijf, in opdracht van curatoren, onderzoek gedaan naar het live brengen

van de oude systemen, zodat via die weg de veilig gestelde gegevens kunnen

worden benaderd (de derde fase). Ten tijde van het leggen van het derde

verslag liep dat onderzoek nog.

In verslagperiode 4 zijn de belangrijkste digitale systemen live gebracht en is

(mede daardoor) een groot deel van de digitale administratie ontsloten. Een

en ander is van groot belang voor de verdere onderzoeken en discussie met

bepaalde partijen (debiteuren én zakenpartners) over de gehoudenheid tot

betaling.

In verslagperiode 5 zijn de voor de onderzoeken relevante delen uit de digitale

administratie geselecteerd. Dit proces is op het moment van opmaken van dit

verslag nagenoeg voltooid. Na voltooiing zullen de onderzoeken gestart

kunnen worden.

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de data-room afgerond. Het

is voor curatoren en door hen ingeschakelde derden mogelijk via een

beveiligde verbinding op afstand informatie uit de dataroom te raadplegen,

zulks ten behoeve van door hen te verrichten onderzoek.

In verslagperiode 7 is veelvuldig gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 8 is gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 9 is gebruik gemaakt van de dataroom.

Het boekjaar van Oad loopt van 1 november tot 31 oktober. Uit het online

handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de

groepsjaarrekening over het boekjaar 2010-2011 op 6 december 2012 door

OAD Groep Holding B.V. is gedeponeerd. Dat is een overschrijding van de

wettelijke termijn met 6 dagen. In de rechtspraak wordt een dergelijke

overschrijding niet aangemerkt als onbehoorlijk bestuur dat geacht wordt een

belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De jaarrekening over het

boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de uitspraak van het faillissement nog

niet gepubliceerd. De curatoren onderzoeken of de wettelijke publicatietermijn

voor de jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 is overschreden en zo ja,

wat daarvan de gevolgen zijn.

31-07-2018

3

Voor de jaarrekening over het boekjaar 2010-2011 is een controleverklaring

afgegeven door een onafhankelijk accountant. Voor de jaarrekening over het

boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de uitspraak van het faillissement nog

geen controleverklaring afgegeven door een onafhankelijk accountant.

31-07-2018

3

Door de curatoren zal worden onderzocht of is voldaan aan de verplichting tot

volstorting van de aandelen.

31-07-2018

3

7.5 Onbehoorlijk bestuur

Toelichting

Door de curatoren zal worden onderzocht of bestuurders hun taak kennelijk

onbehoorlijk hebben vervuld en zo ja, of aannemelijk is dat dit een belangrijke

oorzaak is van het faillissement (als bedoeld in art 2:248 Burgerlijk Wetboek),

dan wel of bestuurders anderszins aansprakelijk zijn te achten. In het kader

van het faillissement zullen de curatoren de gebruikelijke onderzoeken doen.

Gelet op de omvang van de onderneming en de met het faillissement gemoeide

belangen, zullen de curatoren bij het doen van onderzoek gebruik maken van

forensisch accountants en externe advocaten. De verwachting is dat het

onderzoek geruime tijd in beslag zal nemen. Zoals hiervoor onder 7.1 al

gemeld is aan een extern kantoor opdracht geven om een "quick scan" uit te

voeren naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Tevens wordt

met een extern advocatenkantoor gewerkt aan een opzet voor een onderzoek

naar de oorzaken van de faillissementen.

Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is in de derde

verslagperiode een eerste opzet voor een onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen en het optreden van het bestuur en toezichthouders, in de

periode voorafgaande aan het faillissement, gemaakt. De verwachting is dat in

het volgende verslag meer hieromtrent te melden zal zijn.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 5 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van de faillissementen en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 6 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 7 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 8 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2022

8

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij het vorige verslag (verslagnummer

16) die op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. Hangende het hoger beroep in de

procedure tussen STAK en Rabobank zijn er, om redenen als gemeld in

genoemde toelichting, geen zaken te melden. Zie voor een nadere toelichting

van de stand van zaken ten aanzien van de hoger beroepsprocedure hetgeen

daarover vermeld staat aan het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

30-05-2023

9

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16 dat op de

website van het kantoor van één van de curatoren, te weten: Benthem

Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren- kort gezegd

- aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank nog loopt er,

om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken worden gemeld.

Hoewel in de afgelopen verslagperiode het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet automatisch dat daarmee de procedure is geëindigd.

STAK kan immers besluiten om in cassatie te gaan. Zolang niet bekend is of en

in hoeverre de procedure wordt gevolgd houden curatoren vast aan de in het

verleden gekozen lijn. Zie voor een nadere toelichting over de uitkomst van de

hoger beroepsprocedure en het vervolg hetgeen daarover vermeld staat aan

het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

01-03-2024

10

Toelichting

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt

teruggegrepen op de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16

dat op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren -

kort gezegd - aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank

nog loopt er, om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken

worden gemeld. Hoewel begin dit jaar het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet dat daarmee de procedure is geëindigd. STAK heeft

immers, zoals eerder in dit verslag gemeld (zie hiervoor hoofdstuk 1.5),

besloten om cassatie in te stellen. Zolang de uitkomst van de procedure

tussen STAK en Rabobank nog niet definitief bekend is, houden curatoren vast

aan de in het verleden gekozen insteek.

01-10-2024

11

Toelichting

Door de curatoren zal onderzoek worden gedaan naar rechtshandelingen die

mogelijk een of meerdere schuldeisers benadeeld hebben, zo nodig worden

deze rechtshandelingen door een buitengerechtelijke verklaring vernietigd. Dit

onderdeel zal mede betrokken worden in het boekenonderzoek.

31-07-2018

3

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Geen. Voor wat betreft de redenen waarom wordt verwezen naar de

algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de rechter-commissaris over de nadere opzet en

inrichting van het oorzakenonderzoek; opstellen en invullen van een matrix,

waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal interviews, op systematische

wijze worden geordend/gerubriceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Invullen van een matrix, waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal

interviews, op systematische wijze worden geordend/gerubriceerd;

Correspondentie met de rechter-commissaris over de uitkomst van het

onderzoek en het vervolg.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek.

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek; correspondentie/overleg met de door curatoren

ingeschakelde forensisch accountant.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2022

8

8. Crediteuren

€ 106.084,93

Toelichting

31-07-2018

3

Nog niet bekend, er wordt overleg gevoerd met diverse verhuurders over het

moment van oplevering. Waar mogelijk worden de winkelpanden eerder

opgeleverd dan aan het eind van de opzegtermijn om zo de boedelvorderingen

zoveel mogelijk te beperken.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Tot en met de 9 verslagperiode is een 1 boedelvordering ter zake huur op de

lijst van (nog niet erkende) boedelvorderingen geplaatst ter hoogte van €

842,44. Daarnaast is door een andere crediteur een boedelvordering

ingediend ter hoogte van € 416,16. Door het UWV zijn tot en met de 9e

verslagperiode boedelvorderingen ingediend wegens overgenomen

loonverplichtingen ter hoogte van in totaal € 104.826,33.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode

13 geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen

wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

31-05-2022

8

€ 106.084,93

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

30-05-2023

9

8.2 Pref. vord. van de fiscus

€ 106.084,93

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

01-03-2024

10

€ 548.989,00

Toelichting

Een fiscalist die kantoor houdt in het kantoor van een van de curatoren, mr.

G.W. Luesink, is doende de fiscale positie van de vennootschappen in beeld te

brengen. Hij voert daartoe overleg met de belastingdienst. Onder meer is er

een geschil over de vraag of een of meer van de gefailleerde vennootschappen

terecht scholingsaftrek genoten hebben.

In verslagperiode 4 hebben curatoren, na verkregen toestemming van de

rechter-commissaris, KPMG Meijburg & Co ingeschakeld om hen bij te staan in

de discussie met de belastingdienst betreffende door Oad genoten fiscale

voordelen, verband houdende met scholingsaftrek. De belastingdienst stelt

zich op het standpunt dat deze aftrek ten onrechte is genomen en heeft om

die reden aan diverse vennootschappen, behoren tot het OAD concern een

aanslag loonbelasting van in totaal ruim € 2.400.000,00 opgelegd. Deze

aanslagen loonheffing zijn vooralsnog aan andere gefailleerde

vennootschappen opgelegd, te weten: Globe Reisburo B.V. (€ 2.118.000,00),

Brooks Reisburo B.V. (€ 230.000,00), Reisburo Van Staalduinen B.V. (€

91.659,00) en Oad Reizen B.V. (€ 3.104,00).

In verslagperiode 5 heeft er overleg plaatsgevonden tussen de functionaris

van Meijburg & Co en de belastingdienst. Dit overleg heeft nog niet tot een

uitkomst geleid. Curatoren hebben in verslagperiode 5 tevens degenen die

indertijd een (advies)rol hebben vervuld terzake van de scholingsaftrek

aansprakelijk gesteld voor de schade die de diverse boedels zullen lijden,

mocht blijken dat ten onrechte scholingsaftrek is genoten. Het betreffen hier

partijen die zelf ook in staat van faillissement verkeren. Curatoren hebben

niets anders gekund dan hun vordering ter verificatie aan te melden.

In verslagperiode 6 heeft KPMG Meijburg & Co diverse informatie aan de

belastingdienst gezonden, die de wijze staven waarop Oad haar opleidingen

had ingericht en de manier waarop Oad is omgegaan met de fiscale

regelgeving op dit punt. De documenten bevestigen naar het oordeel van

KPMG Meijburg & Co dat Oad serieus is omgegaan met het onderwijs en de

daaraan verbonden voorwaarden, dat de opleidingen dan ook realiteitswaarde

hebben gehad en dat de belastingdienst dus ten onrechte stelt dat een en

ander niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen om in aanmerking te komen

voor scholingsaftrek. Afgewacht dient te worden of en in hoeverre de

belastingdienst de namens curatoren gegeven uitleg accepteert.

In verslagperiode 7 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Op basis

van de huidige stand van zaken, verwachten curatoren dat over deze kwestie

geprocedeerd gaat worden.

Ook in verslagperiode 8 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek voortgezet, tot op heden zonder resultaat. De aankomende

31-07-2018

3

verslagperiode zal genoemde discussie worden vervolgd. Voorts moet de

verschuldigdheid van buitenlandse omzetbelasting gecontroleerd worden. Ook

aspecten ter zake de vennootschapsbelasting worden bezien. Dit fiscaal

onderzoek loopt nog. Door de fiscus zijn tot en met de 8e verslagperiode

preferente vorderingen ingediend ter hoogte van in totaal € 557.239,00. Dit

bedrag bevat een vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. c.s. ter

hoogte van € 452.706,00.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Ook in verslagperiode 9 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet. Tijdens de 9e

verslagperiode is de eerder door de fiscus ingediende preferente vordering op

de fiscale eenheid OAD Groep B.V. van € 452.706,00 verminderd tot €

441.230,00. Daarnaast is de een aanvullende vordering ingediend ter zake

omzetbelasting. De preferente vorderingen van de fiscus komen hiermee in

totaal uit op € 548.989,00.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet. De totale

preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige

verslag.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Ook in verslagperiode 11 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.

De totale vordering van de belastingdienst is ongewijzigd gebleven ten

opzichte van het vorige verslag.

€ 594.503,00

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De discussie met de belastingdienst over de scholingsaftrek is nagenoeg

afgerond. De verwachting is dat een compromis met de belastingdienst

getroffen zal kunnen worden. In het volgende verslag zal daar nader op

ingegaan worden.

Tijdens de twaalfde verslagperiode heeft de fiscus twee vorderingen ingediend

op de fiscale eenheid Volvere GXXI B.V., Reisburo van Staalduinen B.V. C.S. ter

zake omzetbelasting ter hoogte van in totaal € 45.514,-. De totale preferente

vordering van de fiscus komt hiermee op € 594.503,-.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, na verkregen goedkeuring

van de rechter-commissaris, met de belastingdienst een regeling getroffen (en

als uitvloeisel daarvan met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst

gesloten), op grond waarvan een groot aantal opgelegde naheffingsaanslagen

is verminderd.

Concreet betekent dit dat de aan Globe Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad

€ 2.118.000 zijn verminderd tot een totaalbedrag € 963.173; de aan Brooks

Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad € 230.000 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 104.327; de aan Reisburo Van Staalduinen B.V. opgelegde

28-11-2019

5

aanslagen ad € 91.659 zijn verminderd tot een totaalbedrag van € 41.648; de

aan OAD Reizen B.V. opgelegde aanslagen ad € 3.104 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 1.400.

Dit betekent dat van het totaalbedrag aan aanslagen dat indertijd, in het

kader van de scholingsaftrek discussie, door de belastingdienst aan diverse

vennootschappen behorende tot de OAD groep is opgelegd (zijnde een bedrag

van € ruim 2.400.000), thans nog een bedrag van € 1.110.548 resteert

(exclusief heffingsrente, invorderingsrente en kosten).

Kort en goed: de inspanningen van curatoren én de door hen ingeschakelde

adviseur (KPMG Meiburg) hebben geleid tot een vermindering van de

opgelegde aanlagen met meer dan de helft.

Als uitvloeisel van de getroffen regeling hebben curatoren recent een groot

aantal berichten "vermindering loonheffing" van de belastingdienst ontvangen.

Die moeten nog gecontroleerd worden, voordat in de verschillende

faillissementen de uiteindelijke vordering van de belastingdienst, verband

houdende met de scholingsaftrek, genoteerd kan worden.

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn de berichten "vermindering loonheffing",

welke berichten verband houden met en volgen op de met de belastingdienst

getroffen regeling omtrent de scholingsaftrek gecontroleerd en akkoord

bevonden.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

De totale vordering van de belastingdienst is ongewijzigd gebleven ten

opzichte van het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

De totale vordering van de belastingdienst is ongewijzigd gebleven ten

opzichte van het vorige verslag.

31-05-2022

8

€ 594.503,00

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

De totale vordering van de belastingdienst is ongewijzigd gebleven ten

opzichte van het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 594.503,00

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

De totale vordering van de belastingdienst is ongewijzigd gebleven ten

opzichte van het vorige verslag.

01-03-2024

10

8.3 Pref. vord. UWV

€ 41.157,88

Toelichting

Door het UWV zijn tot op heden preferente vorderingen ingediend wegens

overgenomen loonverplichtingen ter hoogte van in totaal € 41.157,88.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: De totale preferente vordering

van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2022

8

€ 41.157,88

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 41.157,88

01-03-2024

10

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

Toelichting

Voor zover bekend zijn er geen andere preferente crediteuren.

Ten aanzien van de ontwikkelingen met betrekking tot aanspraken van

voormalige personeelsleden en stagiaires verwijzen curatoren naar hetgeen

hiervoor, onder punt 2, staat gemeld.

31-07-2018

3

34

Toelichting

Uit de financiële administratie van Reisburo van Staalduinen B.V. blijkt niet van

concurrente crediteuren. De inkopen werden gedaan op naam van Globe

Reisburo B.V., waardoor de crediteurenvorderingen ook in dit faillissement

vallen.

Curatoren merken op dat vlak voor het leggen van het vierde verslag door SGR

een vordering is aangemeld in het faillissement van Reisburo van Staalduinen

B.V. ten bedrage van € 144.996,99. Deze vordering zou, volgens opgave van

SGR, mede betrekking hebben op de faillissementen van Brooks Reisburo B.V.

en Globe Reisburo B.V.

In verslagperiode 5 zijn curatoren doende geweest om de (grondslag van de)

vorderingen van SGR te beoordelen. Ten tijde van het leggen van het verslag

bestaat daarover nog geen duidelijkheid. Reden waarom deze vorderingen

nog niet zijn opgenomen op de lijst van ingediende schuldvorderingen.

In de zesde verslagperiode is het onderzoek van curatoren naar de (grondslag

van de) vorderingen van SGR voortgezet. Dit heeft tot op heden nog niet

geleid tot een voorlopige erkenning van genoemde vorderingen.

In verslagperiode 7 is het onderzoek ten aanzien van de vorderingen van SGR

voortgezet. In verslagperiode 8 verwachten curatoren een definitief oordeel te

kunnen vellen over genoemde vorderingen, waarbij curatoren uitdrukkelijk

opmerken dat het in alle gevallen zal gaan om een eerste, voorlopige

beoordeling, omdat de vorderingen van SGR nu eenmaal eerst ter gelegenheid

van de verificatievergadering (als die er komt) definitief zullen worden

vastgesteld.

In verslagperiode 8 hebben curatoren met (de advocaat van) SGR

gecorrespondeerd over een aantal kwesties, verband houdende met de door

SGR ingediende vorderingen. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden

met de directeur van SGR, waarbij deze de vorderingen van SGR aan curatoren

heeft toegelicht. Vlak voor het leggen van verslag hebben curatoren een grote

hoeveelheid nieuwe informatie van SGR ontvangen. Deze informatie maakt dat

curatoren, tegen de verwachting in, op het moment van het leggen van dit

verslag nog geen verdere mededelingen kunnen doen over de door SGR

ingediende vorderingen.

31-07-2018

3

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Curatoren zijn doende om, aan de hand van de grote hoeveelheid informatie

die door SGR is aangeleverd een concreet oordeel te vellen over de

vorderingen van SGR. Ten tijde van het leggen van dit verslag bestaat

daarover nog geen uitsluitsel. Tot en met de 9e verslagperiode zijn door

crediteuren 34 concurrente vorderingen ingediend ten bedrage van in totaal €

92.680,92.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben curatoren de grote hoeveelheid nieuwe

informatie, die zij ontvangen hadden van SGR, beoordeeld. Dit heeft tot nieuwe

vragen geleid die aan (de advocaat van) SGR zijn gesteld.

Het totaal aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte

van het vorige verslag (34).

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Waar het de discussie met SGR betreft zijn geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

36

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag. Er heeft uitvoerig overleg en uitgebreide correspondentie

plaatsgevonden met SGR over de grondslag van de door haar gepretendeerde

vorderingen.

Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn door schuldeisers 36 concurrente

vorderingen ingediend.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De discussie met SGR is in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder dat

dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

Het aantal concurrente schuldvorderingen in ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

28-11-2019

5

36

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

De discussie met SGR is ook in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder

dat dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

Het totaal aantal concurrente vorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, in overleg met de rechter-

commissaris, besloten om extern advies in te winnen waar het betreft de

(juridische) positie van de boedels ten opzichte van SGR. De door curatoren

ingeschakelde externe deskundige onderschrijft het standpunt van curatoren.

Gesteund/gesterkt door dit advies hebben curatoren de discussie met SGR de

voorbije periode voortgezet. Tot een uitkomst/oplossing heeft dit nog niet

geleid. Om die reden zal de discussie de aankomende verslagperiode worden

voortgezet.

Het totaal aantal concurrente vorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren de discussie met SGR

voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Omdat curatoren niet

verwachten dat deze kwestie in der minne zal worden opgelost, hebben zij de

rechter-commissaris gevraagd hen machtiging te verlenen om een procedure

tegen SGR te starten. In het volgende verslag zal op dit punt nader verslag

worden gedaan.

Het totaal aantal concurrente vorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag (36).

31-05-2022

8

36

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren van de rechter-commissaris

machtiging gekregen om een procedure tegen SGR te starten. De inzet van

deze procedure is de veroordeling van SGR tot (terug)betaling aan de boedels

van OAD van een bedrag van EUR 7.000.000 te vermeerderen met rente en

kosten. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat SGR - naar het oordeel

van curatoren ten onrechte - onder de in het verleden door OAD verstrekte

bankgarantie heeft getrokken. Hangende de procedure tegen SGR achten

curatoren het niet opportuun om zich nader uit te laten over de grondslagen

van hun vorderingen op SGR. Gezien de lange aanloop die deze kwestie heeft

gekend, bestaat er bij curatoren niet de hoop, noch verwachting, dat partijen

er alsnog in zullen slagen om de zaak te schikken. Daarvoor liggen de

standpunten te ver uiteen.

Het totaal aantal concurrente vorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag (36).

30-05-2023

9

36

Toelichting

Verslagperiode 18 – d.d. 1 maart 2024:

In de door curatoren tegen SGR aangespannen procedure heeft SGR in de

afgelopen verslagperiode voor antwoord geconcludeerd. Zoals verwacht heeft

SGR de rechtbank Rotterdam daarbij gevraagd om curatoren niet ontvankelijk

01-03-2024

10

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

te verklaren in hun vorderingen/de vorderingen van curatoren af te wijzen.

Aansluitend heeft de rechtbank Rotterdam een comparitie van partijen gelast.

Deze comparitie zal op 4 april a.s. plaatsvinden.

Het totaal aantal concurrente vorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

Toelichting

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 juli 2024 de vorderingen van

curatoren tegen SGR afgewezen. Curatoren kunnen zich niet verenigen met dit

oordeel van de rechtbank en hebben de rechter-commissaris gevraagd hen

machtiging te verlenen om hoger beroep te komen. Ten tijde van het leggen

van dit verslag dient deze machtiging nog verkregen te worden. In het

volgende verslag zullen curatoren over het verdere beloop van deze kwestie

nader verslag doen.

01-10-2024

11

€ 92.680,92

Toelichting

Er bestaat nog geen overzicht van eventueel ingediende vorderingen door

schuldeisers in deze vennootschap. De ingediende vorderingen in alle OAD-

vennootschappen, meer dan 10.000 in totaal, worden gesorteerd en

genoteerd. Bovendien worden de vorderingen summierlijk gecontroleerd als

het vorderingen betreffen op een vennootschap waarin een uitkering te

verwachten is.

Curatoren verwachten in het volgende verslag een voorlopige opstelling te

kunnen geven van het totaal aan ingediende vorderingen en de daarmee

gemoeide bedragen. Curatoren achten het voor dit moment te vroeg om een

tussentijdse opgave te doen, aangezien dit, gegeven het feit dat nog een

grote hoeveelheid vorderingen moet worden beoordeeld, een onvolledig en

dientengevolge onjuist beeld geeft van het aantal en de omvang van de

ingediende vorderingen. Voor de werkzaamheden, verband houdende met het

crediteuren, zijn twee medewerkers aangetrokken voor de duur van 6

maanden.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Tot en met de 9e verslagperiode is voor een bedrag ad € 92.680,92 aan

concurrente vorderingen ingediend (zie 8.5). Voor wat betreft de vordering van

SGR: zie hiervoor, punt 8.5.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Het totaalbedrag aan concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten

opzichte van het vorige verslag, namelijk € 92.680,92.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-07-2018

3

€ 93.115,32

Toelichting

29-05-2019

4

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €

93.115,32 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

€ 95.941,32

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Tot en met de dertiende

verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van € 95.941,32 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

28-11-2019

5

€ 93.115,32

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Tot en met de veertiende verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €

93.115,32 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen. Tot en met de 16e verslagperiode is voor een

totaalbedrag van € 93.115,32 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

31-05-2022

8

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Er hebben zich in verslagperiode 17 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft de concurrente vorderingen (€ 93.115,32).

30-05-2023

9

€ 93.115,32

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft de concurrente vorderingen (€ 93.115,32).

01-03-2024

10

Het is zeer waarschijnlijk dat onderhavig faillissement opgeheven zal worden

omdat er niet voldoende baten beschikbaar zijn voor de voldoening van de

faillissementskosten en de overige boedelschulden.

31-07-2018

3

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie met de belastingdienst. Er is veel gecorrespondeerd en

getelefoneerd met schuldeisers. Er heeft een bespreking met de functionaris

van KPMG Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie

met de belastingdienst over de scholingsaftrek. Tot slot hebben curatoren

(nader) gecorrespondeerd met (de advocaten van) SGR over de (grondslag van

de) vorderingen van SGR.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de belastingdiensten en de functionaris van KPMG

Meijburg & Co, die curatoren bijstaat in de discussie met de belastingdienst

over de scholingsaftrek. Verder hebben curatoren de nieuwe informatie,

afkomstig van SGR, beoordeeld en (nader) correspondeerd met (de advocaat

van) SGR. Er is tot slot gecorrespondeerd en getelefoneerd met schuldeisers.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie en bespreking met de belastingdienst en de functionaris van

KPMG aangaande de scholingsaftrek. Bespreking met de rechter-commissaris

over standpunt belastingdienst ten aanzien van de scholingsaftrek. Er is

gecorrespondeerd en getelefoneerd met schuldeisers, waaronder (de

advocaten van) SGR.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met de belastingdienst en schuldeisers. Bespreking en

correspondentie met SGR.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie met de belastingdienst, de rechter-commissaris en de door

curatoren ingeschakelde belastingadviseur, waar het betreft de

scholingsaftrek, met SGR, waar het betreft de grondslagen van haar vordering,

en met schuldeisers.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Controle diverse berichten "vermindering loonheffing".

Correspondentie met de advocaten van SGR, waar het betreft de grondslag

van haar vordering.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Inzake SGR: correspondentie met de door curatoren ingeschakelde externe

deskundige en met de advocaten van SGR.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris.

31-05-2022

8

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris; het opstellen van een dagvaarding; contact met de deurwaarder

inzake de betekening van de dagvaarding.

30-05-2023

9

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris; correspondentie met de

rechtbank Rotterdam.

01-03-2024

10

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

Bijwonen van de zitting bij de rechtbank Rotterdam; bestudering van het

vonnis; correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris.

01-10-2024

11

9. Procedures

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Geen. 31-07-2018

3

10.1 Plan van aanpak

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

10. Overig

Incasso debiteuren, beoordeling van de vorderingen van SGR, het uitvoeren

van de in faillissementen te doen gebruikelijke onderzoeken.

31-07-2018

3

Beoordeling van de vorderingen van SGR, het uitvoeren van de in

faillissementen te doen gebruikelijke onderzoeken.

29-05-2019

4

Voortzetting van het geschil met SGR; uitvoeren van de in faillissementen te

doen gebruikelijke onderzoeken.

31-05-2022

8

De verwachting is dat de afwikkeling van de OAD-faillissementen enkele jaren

in beslag zal nemen.

31-07-2018

3

2-3-2026 01-09-2025

12

Opstellen van een faillissementsverslag. 31-07-2018

3

Opstellen van een faillissementsverslag en tussentijds financieel verslag. 01-09-2025

12

Bijlagen