Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 30-09-2025

Brabant Alucast The Netherlands site Heijen B.V. · KVK 12009786 ·F.03/18/162
Verslagdatum
30-09-2025
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Limburg

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 03_lim_18_162_F_V_37 ·Tekst verwerkt op 26-09-2026 18:35

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Betreft

Algemene gegevens

Brabant Alucast The Netherlands site Heijen BV (hierna: "BAH"). 17-09-2018

1

De Grens 45

6598 DK Heijen

KvK-nummer: 12009786

Verv handelsnamen:

ALU Premetaal BV

Op verzoek van BAH is aan haar op 20 juli 2018 voorlopige surseance van

betaling verleend. Op verzoek van het bestuur en de bewindvoerder tezamen

is deze voorlopige surseance van betaling op 24 juli 2018 ingetrokken en is

gelijktijdig het faillissement van BAH uitgesproken.

17-09-2018

1

Verslagnummer 16

Datum verslag 30-09-2025

Insolventienummer F.03/18/162

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000059156:F001

Datum uitspraak 24-07-2018

R-C mr. G.M. Drenth

Curator mr R.J.C. Geelen

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

BAH exploiteerde een zogenaamd aluminium hoge druk spuit-giet bedrijf en

was gespecialiseerd in het op maat gieten van aluminium producten. Concreet

werden er door BAH aluminium auto- en vrachtwagen onderdelen gegoten die

dikwijls nog door BAH zelf werden nabewerkt of geassembleerd.

Het klantenbestand bestond deels uit bekende auto- en

vrachtwagenfabrikanten en anderzijds uit toeleveranciers die op hun beurt

weer onderdelen (waaronder verwarming of ruitenwisser installaties) aan

bepaalde auto- en vrachtwagenfabrikanten leverden.

BAH maakte tot maart jl. onderdeel uit van een groter, internationaal concern.

Dit concern bestond op dat moment uit nog twee aluminium gieterijen en één

gieterij die naast aluminium ook magnesium goot. Deze gieterijen waren

gevestigd in Nederland (Oss en Heijen), Duitsland (Wendlingen) en Italië

(Verres). In maart jl. zijn de gieterijen in Oss en Verres overgedragen aan een

derde. Reeds eerder (2016) had er al een aandelentransactie plaatsgevonden

waarbij een tot het concern behorende gieterij in Tsjechië (Strakonice) is

overgedragen.

Thans behoren enkel nog de gieterijen te Heijen en Wendlingen tot het

Brabant Alucast concern. Ten aanzien van beide vennootschappen is thans een

insolventieprocedure van toepassing.

17-09-2018

1

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2018 € 8.973.000,00 € -670.000,00 € 8.226.000,00
2017 € 17.478.000,00 € -2.963.000,00 € 8.218.000,00
2016 € 20.904.000,00 € -1.462.000,00 € 9.443.000,00

Deze financiële gegevens zijn ontleend aan de interne administratie van

Brabant Alucast Heijen. Aangezien op Brabant Alucast Heijen geen

deponeringsverplichting rustte, heeft zij ter zake géén jaarcijfers definitief

laten vaststellen. De curator heeft de financiële administratie vooralsnog in

onderzoek. Hiertoe heeft hij de hulp ingeschakeld van een registeraccountant.

Deze registeraccountant zal tevens een zogenoemde 'quick scan' uitvoeren

naar de administratie van het bedrijf.

17-09-2018

1

De quick scan is uitgevoerd en het daaruit voortvloeiende rapport is thans in

concept vorm aan de curator opgeleverd. Zie ook punt 7.1

14-12-2018

2

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

110

Toelichting

Dit betreft het aantal werknemers op datum faillissement. De gegevens van

voorgaande jaren zijn opgevraagd maar nog niet verkregen.

17-09-2018

1

Toelichting

20 juli 2018: 110

31 december 2017: 122

Naast de hiervoor opgenomen cijfers beschikt de curator over overzichten van

alle in- en uitdiensttredingen vanaf 2013 tot en met 2018. De curator acht het

omwille van de daaraan te besteden tijd niet opportuun om deze gegevens

verder te verwerken en hieruit een langjarig gemiddelde te berekenen.

14-12-2018

2

€ 838.773,84

Toelichting

Naast het saldo op de boedelrekening, staat er op de bankrekening van

Brabant Alucast The Netherlands site Heijen BV nog een saldo van EUR

4.835.232,49 (d.d. 13 september 2018). De curator heeft voormelde

bankrekening nog aangehouden in het kader van de voortzetting van de

onderneming. Nadat de voortzetting is geëindigd zal de curator een

eindafrekening maken.

17-09-2018

1

€ 5.125.368,05

Toelichting

Het saldo op de bankrekening van BAH is grotendeels overgeboekt naar de

faillissementsrekening en zal vanaf die rekening worden verdeeld/overgeboekt

naar de partijen die recht hebben op een deel van dit saldo in verband met de

afrekening over de voortzettingsperiode. Per 12 december 2018 bedroeg het

saldo van de boedelrekening EUR 5.125.368,05.

Hiernaast werd door BAH op 12 december 2018 nog een creditsaldo van EUR

768.672.74 aangehouden op haar eigen bankrekening die wordt aangehouden

bij ING Bank NV. Dit saldo komt nagenoeg overeen met het per datum

faillissement (24 juli 2018, niet de datum verlening voorlopige surseance van

20 juli 2018) aangehouden creditsaldo. ING Bank NV weigert op dit moment

voornoemde creditsaldo over te boeken naar de boedelrekening omdat zij –

kort samengevat – het risico wil vermijden dat zij dit saldo aan de pretense

pandhouder uit had moeten keren en dientengevolge tweemaal moet betalen.

De curator zal over de afwikkeling hiervan met zowel ING Bank NV als de

pretense pandhouder in overleg treden.

14-12-2018

2

€ 5.060.918,59

Toelichting

14-03-2019

3

Het saldo van de faillissementsrekening bedroeg op 13 maart 2019, EUR

5.060.918,59. Daarnaast bevindt er zich nog een saldo van EUR 769.592,34 op

haar eigen bankrekening die wordt aangehouden bij ING Bank NV.

€ 1.956.864,24

Toelichting

Het saldo van de faillissementsrekening bedroeg op 27 september 2019, EUR

1.956.864,24. In de achterliggende periode is het volledige saldo dat zich op

de bij ING Bank NV aangehouden rekening bevond, op gezamenlijke instructie

van zowel pandhouder Endless als de boedel overgeboekt naar de

faillissementsrekening Uit het beschikbare saldo is er voorts een zogenaamde

'interim payment' verricht aan de pandhouder, Endless (zie hoofdstuk H.5.1).

30-09-2019

4

€ 1.730.554,51

30-03-2020

5

€ 1.632.420,86

29-09-2020

6

€ 1.564.579,26

26-03-2021

7

€ 1.517.998,02

05-10-2021

8

€ 1.233.903,80

05-04-2022

9

€ 1.218.317,79

04-10-2022

10

€ 1.153.801,77

03-04-2023

11

€ 1.082.953,21

02-10-2023

12

€ 1.045.904,22

02-04-2024

13

€ 1.023.898,69

01-10-2024

14

€ 987.203,45

01-04-2025

15

€ 1.006.429,80

30-09-2025

16

Verslagperiode

van

20-7-2018

t/m

13-9-2018

17-09-2018

1

van

14-9-2018

t/m

13-12-2018

14-12-2018

2

van

14-12-2018

t/m

13-3-2019

14-03-2019

3

van

14-3-2019

t/m

29-9-2019

30-09-2019

4

van

29-9-2019

t/m

29-3-2020

30-03-2020

5

van

30-3-2020

t/m

28-9-2020

29-09-2020

6

van

29-9-2020

t/m

21-3-2021

26-03-2021

7

van

22-3-2021

t/m

3-10-2021

05-10-2021

8

van

4-10-2021

t/m

1-4-2022

05-04-2022

9

van

2-4-2022

t/m

3-10-2022

04-10-2022

10

van

4-10-2022

t/m

2-4-2023

03-04-2023

11

van

3-4-2023

t/m

29-9-2023

02-10-2023

12

van

30-9-2023

t/m

1-4-2024

02-04-2024

13

van

3-4-2024

t/m

29-9-2024

01-10-2024

14

van

30-9-2024

t/m

31-3-2025

01-04-2025

15

van

1-4-2025

t/m

29-9-2025

30-09-2025

16

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

VerslagperiodeBestede uren

1 0 uur 0 min
2 0 uur 0 min
3 0 uur 0 min
4 355 uur 36 min
5 268 uur 12 min
6 109 uur 30 min
7 112 uur 48 min
8 80 uur 6 min
9 165 uur 48 min
10 173 uur 6 min
11 120 uur 24 min
12 80 uur 48 min
13 38 uur 30 min
14 43 uur 6 min
15 30 uur 42 min
16 31 uur 0 min

totaal 1.609 uur 36 min

- 17-09-2018

1

1. Inventarisatie

Enig aandeelhouder van BAH is de vennootschap Brabant Alucast Services BV.

Een organogram van de groep waartoe BAH behoort zal als openbaar

document ge-upload worden.

UBO van de groep waartoe BAH behoort is het Engelse private equity fonds,

Endless LLP. Daarnaast trad zij uiteindelijk ook op als financier van de volledige

groep, waaronder BAH.

De statutaire directie van BAH bestaat uit de bestuurders de heer J.K. Brundell

en de vennootschap Brabant Alucast International BV (hierna: "BAI"). BAI

wordt op haar beurt bestuurd door haar statutaire directie die bestaat uit de

heer J.K. Brundell en de vennootschap BAI Holding BV, welke vennootschap

eveneens wordt bestuurd door de heer J.K. Brundell. Feitelijk wordt de heer

17-09-2018

1

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

J.K. Brundell bijgestaan door de heer J. McComasky die zich presenteert als

CFO van BAI en daardoor, middellijk ook van BAH maar niet als zodanig is

geregistreerd en/of benoemd.

Naast haar statutaire directie heeft BAH drie gevolmachtigden in het

handelsregister geregistreerd, namelijk de heer J.A.M. de Ridder, mevrouw A.

Lachello en de heer J.W.P.C.M. Vorstenbosch.

De curator heeft vastgesteld dat de heren J.K. Brundell en J. McComasky géén

werknemer van BAH zijn.

Op 18 december 2018 is enig aandeelhouder van BAH, Brabant Alucast

Services BV samen met haar enig aandeelhouder, BAI, op eigen verzoek in

staat van faillissement verklaard. Tot curator van deze vennootschappen is mr.

C.W.M. Slegers aangesteld.

14-03-2019

3

Voor zover bekend was BAH niet betrokken bij een lopende procedure op

datum faillissement.

17-09-2018

1

De curator heeft de lopende verzekeringen geïnventariseerd, een

dekkingstandpunt bij de betreffende verzekeringsmaatschappij c.q. assuradeur

gevraagd en deze verzekeringen voor zover relevant gecontinueerd vanwege

de voortzetting van de activiteiten door BAH en haar medewerkers gedurende

enige tijd (zie ook hierna).

17-09-2018

1

Diverse verzekeringen zijn na faillissement gecontinueerd in verband met de

tijdelijke voortzetting van de onderneming van BAH (zie H6) en vervolgens

totdat de activa van BAH waren verkocht.

De volgende verzekeringen zijn geroyeerd per 5 november 2018:

1. Aansprakelijkheid

2. Brand

3. Transport

4. Landmateriaal

5. Reisverzekering

6. Schadeverzekering Verkeersdeelnemers

Hiermee zijn de laatste verzekeringen premievrij danwel doorgehaald en zijn

er thans, behoudens de uitloopdekking van de

bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, geen verzekeringen actief.

14-12-2018

2

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

De lopende huurovereenkomsten zijn door de curator geïnventariseerd.

Gebleken is dat BAH zowel roerende als onroerende zaken van derden huurde.

Het betrof:

Onroerende zaken

Bedrijfspand (De Grens 45, 6598 DK Heijen): de huurovereenkomst is

opgezegd.

Bedrijfspand (De Grens 35, 6598 DK Heijen): de huurovereenkomst is

opgezegd.

Roerende zaken

Gascilinders en bijbehorende opslagbenodigdheden

Compressoren en vriesdroger

Heftrucks

Warmtewisselaars

Laserunit

Frisdrank- /koffieautomaten

Bedrijfskleding

Sanitaire inrichting en -benodigdheden

Printers

Afvalcontainers

Verpakkingsmateriaal

Leaseauto's

Gelet op de plaatsgevonden doorstartonderhandelingen en de voortzetting

van de bedrijfsactiviteiten door de curator, heeft de curator een aantal

huurovereenkomsten vooralsnog laten voortduren. Inmiddels zijn met de

meeste verhuurders afspraken gemaakt over de beëindiging van de

huurovereenkomst en het terugnemen van hun eigendom(men).

17-09-2018

1

De huurovereenkomsten van beide gehuurde locaties zijn in onderling overleg

beëindigd en (correcte) oplevering heeft plaatsgevonden.

Met de verhuurders van de diverse roerende zaken zijn afspraken gemaakt

over de beëindiging van de huurovereenkomst. De rechthebbende(n) van de

uit hoofde van deze huurovereenkomsten aanwezige eigendommen zijn in de

gelegenheid gesteld hun eigendom(men) terug te nemen en hebben zulks ook

gedaan.

Om voorlopig de toegang tot en de beschikking te behouden tot een aantal

software programma's die werden gebruikt in het kader van de boekhouding

en financiële administratie van BAH, is er een huurovereenkomst voor bepaalde

tijd overeengekomen met een Engelse partij die de daartoe benodigde server

in gebruik heeft gegeven aan BAH.

14-12-2018

2

In haar verzoekschrift waarbij BAH voorlopige surseance van betaling verzocht

heeft zij de volgende toelichting hieromtrent gegeven:

Quote.

"Endless LLP ("Endless") heeft de Alucast Groep, waar Alucast Heijen deel van

uit maakt overgenomen in januari 2016.

17-09-2018

1

Vanaf dat moment heeft Endless zwaar geïnvesteerd in de Alucast Groep en

heeft een significante herstructurering doorgevoerd van de ondernemingen

van de Alucast Groep, waaronder Alucast Heijen. Ondanks deze investeringen

hebben de grote OEM-klanten van de groep het aantal nieuwe

offerteaanvragen beperkt, hetgeen heeft geleid tot een daling van de

verkoopcijfers van de groep.

In reactie op deze ontwikkeling heeft Endless in maart 2017 PwC aangesteld

om een verkoop van de Alucast Groep te onderzoeken. Als onderdeel van dit

verkoopproces zijn meer dan 60 potentiële kopers benaderd, waaronder

internationale handelaren en beleggers. Ondanks het uitgebreide

verkoopproces was het niet mogelijk om een koper te vinden voor de gehele

Alucast Groep. Uiteindelijk zijn enkele groepsmaatschappijen verkocht in maart

2018. Hier behoorde Alucast Heijen niet toe.

Nadien is het bestuur van Alucast Heijen, ondersteund door PwC, een

afzonderlijk verkoopproces gestart met betrekking tot Alucast Heijen. Tot op

heden heeft het bestuur echter geen koper kunnen vinden voor Alucast Heijen

die gelet op de aanwezige tijdsdruk tot een tijdige overname in staat zou zijn.

Endless kan Alucast Heijen geen nieuwe financiering meer verstrekken om het

bedrijf te ondersteunen, vooral niet nu de belangrijkste klanten hun wens

kenbaar hebben gemaakt voor een nieuwe eigenaar van de onderneming. Het

bestuur van Alucast Heijen heeft veelvuldig met haar klanten gecommuniceerd

ten einde hen in de gelegenheid te stellen potentiële kopers aan te bevelen of

de onderneming zelf over te nemen, maar dit is tot op heden niet succesvol

gebleken.

Alucast Heijen heeft thans geen financiële middelen meer tot haar beschikking

die haar in staat stellen de onderneming te continueren en haar schuldeisers

te voldoen. […].

Alucast Heijen verkeert mistdien in de toestand dat zij heeft opgehouden te

betalen en wenst derhalve surseance van betaling aan te vragen."

Unquote.

De curator heeft de hiervoor geciteerde en door BAH c.q. haar directie

aangegeven oorzaken van het faillissement in onderzoek. Dit onderzoek is in

verslagperiode 1 (aanvangsverslag) van start gegaan en bestaat uit enerzijds

een feitenonderzoek waarbij binnen de organisatie van BAH met diverse

betrokkenen zoals de directieleden, leden van het MT en leden van de OR

interviews zijn afgenomen en, voor zover nog niet in handen van de curator en

relevant, nadere bescheiden zijn opgevraagd. Anderzijds zal er een financieel

onderzoek plaatsvinden onder leiding van een ter zake deskundige

registeraccountant verbonden aan Fagro Consultancy BV dat in eerste

instantie zal resulteren in een rapport van feitelijke bevindingen c.q. 'quick-

scan'.

Het rapport zal te zijner tijd met het bestuur van BAH worden besproken.

Het oorzakenonderzoek is gedurende de tweede verslagperiode op basis van

het plan van aanpak gecontinueerd. Het onderzoek is nog niet afgerond,

bepaalde betrokkenen dienen nog te worden geïnterviewd. Het voornemen

bestaat om (in ieder geval) alle interviews in de aankomende verslagperiode af

te ronden en een aanvang te maken met het (concept) rapport.

14-12-2018

2

In de derde verslagperiode zijn alle interviews afgerond. De

gespreksverslagen van de laatste interviews zijn in het kader van hoor en

wederhoor voorgelegd aan de betrokkenen. De reactie op de laatste

14-03-2019

3

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

gespreksverslagen wordt op korte termijn verwacht. Vervolgens zal worden

toegewerkt naar afronding van het (concept) rapport.

De gespreksverslagen zijn in de achterliggende verslagperiode zoveel als

mogelijk afgerond. Ofschoon in de meeste gevallen overeenstemming bestaat

over de inhoud van het gespreksverslag, is met een enkele partijen geen

overeenstemming bereikt over de feitelijke vastlegging c.q. hebben niet alle

partijen het gespreksverslag ondertekend. Een van de partijen die niet instemt

is Endless. Uiteindelijk zijn de pogingen om consensus te bereiken, gestaakt,

aangezien er van het gesprek met Endless een bandopname is gemaakt

waardoor een letterlijke reconstructie van dit gesprek mogelijk blijft.

30-09-2019

4

In de achterliggende verslagperiode zijn de e-mailbestanden van de directie

ontvangen (zie H.5.1). Aan de hand daarvan is het onderzoek voortgezet.

Deze bestanden zijn een belangrijk onderdeel van de administratie en van

belang voor het (verder) afronden van het oorzakenonderzoek.

30-03-2020

5

Het onderzoek is voortgezet, nog niet volledig afgerond en zal in de komende

verslagperiode worden voortgezet (zie H.7.1).

29-09-2020

6

Het onderzoek is voortgezet, nog niet volledig afgerond en zal in de komende

verslagperiode worden voortgezet (zie H.7.1).

26-03-2021

7

Het onderzoek naar de oorzaken is, tezamen met het onderzoek naar de

rechtmatigheden afgerond. Voor een toelichting wordt verwezen naar H.7.1.

05-04-2022

9

2. Personeel

Personeelsleden

110

Toelichting

Per faillissementsdatum waren er 110 werknemers bij BAH in dienst.

De curator heeft de arbeidsovereenkomst van 109 werknemers opgezegd.

Eén werknemer is van rechtswege uit dienst getreden in verband met een

arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

17-09-2018

1

Toelichting

Op of omstreeks 10 september 2018 is gebleken dat er nog twee werknemers

bij BAH in dienst waren. Deze werknemers stonden niet vermeld op de

aangeleverde personeelslijst. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat zij

per datum surseance langdurig arbeidsongeschikt waren en derhalve geen

recht op loonbetaling meer hadden.

De dienstverbanden zijn alsnog beëindigd.

14-12-2018

2

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

Personeelsleden

110

Toelichting

Aantal werknemers (personen) in week 52 van 2017.

17-09-2018

1

Datum AantalToelichting

29-1-2020108 Zie werkzaamheden personeel

2

totaal 110

Toelichting ontslagaanzegging:

Daags na het uitspreken van het faillissement is de curator overgegaan tot

opzegging van alle hem bekende arbeidsovereenkomsten met een beroep op

artikel 40 Fw. Vanwege het ontbreken van enig (vrij) actief was het voor de

curator onmogelijk om de salarissen te betalen die eigenlijk op vrijdag 20 juli

2018 moesten worden uitbetaald.

Op 10 september 2018 heeft de curator de arbeidsovereenkomst van twee

werknemers opgezegd die niet vermeld stonden op de oorspronkelijke vanuit

BAH aangeleverde personeelslijst. Deze werknemers hadden per datum

faillissement geen recht op loon in verband langdurige arbeidsongeschiktheid

(meer dan 104 weken).

Werkzaamheden personeel:

De werkzaamheden met betrekking tot het personeel zijn relatief bewerkelijk

gebleken. Dat heeft meerdere oorzaken. De omvang van het

personeelsbestand vereiste dat er een melding op grond van de Wet Melding

Collectief Ontslag werd gedaan aan de betrokken vakbonden. De curator heeft

ook na de WMCO-melding nog overleg gevoerd met het FNV.

Relatief veel werkzaamheden op het gebied van personeel hangen samen met

de voortzetting van de onderneming (zie H6). Het in goede banen leiden

daarvan vereiste doorlopende communicatie met het personeel en afstemming

met het management. Bovendien was een aanzienlijk deel van het

personeelsbestand de Nederlandse taal niet machtig. Dat noopte de curator

ertoe om schriftelijke berichtgeving zowel in het Nederlands als in het Duits of

Engels te verspreiden.

Diverse (pensioen)verzekeraars hanteren het beleid dat de polissen worden

geroyeerd zodra zij kennis nemen van het faillissement. Het continueren van

de verzekeringspolissen (o.a WIA-bodem, WIA-hiaat, WIA-excedent,

ongevallen) en pensioen (ANW-hiaat en pensioenexcedent) gedurende de

voortzettingsperiode vereiste uitgebreide correspondentie en telefonisch

overleg.

In het kader van de afronden van diverse zaken zijn 14 werknemers na het

einde van de voor hun geldende opzegtermijn voor bepaalde tijd in dienst

getreden van BAH (het merendeel tot en met 5 oktober 2018). De curator heeft

een van het gebruikelijke model van BAH afwijkende arbeidsovereenkomst

17-09-2018

1

gehanteerd om de werknemers in dienst te nemen van BAH. De werknemers

ontvangen een bonus van 25% over hun brutoloon ter stimulering van hun

motivatie om door te werken na de uitdiensttreding van hun ex-collega's.

Diverse werknemers hebben (boedel)vorderingen uit hoofde van onder meer

verlofsaldi en declaraties. Daarover zijn relatief veel vragen gesteld door

werknemers. De curator heeft overleg gepleegd met het UWV om inzichtelijk te

krijgen welke vorderingen geheel of gedeeltelijk door het UWV zouden worden

uitgekeerd op de grond van de loongarantieregeling, mede ter vaststelling van

eventuele boedelvorderingen.

Ook gedurende de tweede verslagperiode bleek de afwikkeling van personeel

gerelateerde kwesties bewerkelijk. Nog afgezien van administratieve kwesties

heeft het personeel in het kader van de voortzetting van de onderneming

relatief veel aandacht van het curatorenteam gevraagd. Enkele in het oog

springende kwesties in dit verband worden hierna toegelicht. Omgekeerd was

het voor het curatorenteam van belang om het personeel tevreden en

comfortabel te houden en zodoende te waarborgen dat er werd gewerkt

conform planning. Dat laatste komt uiteindelijk weer ten goede aan de

gezamenlijke crediteuren.

Het bestuur van de personeelsvereniging van BAH heeft namens de

verenigingsleden vanaf meet af aan bij de curator aangedrongen op afstorting

van het aangehouden kassaldo van de vereniging. Dit saldo bedroeg per

datum surseance EUR 19.603,71. Het kassaldo was echter feitelijk slechts een

grootboekpost op de balans van BAH, vormde geen afgescheiden vermogen en

maakte onderdeel uit van het per datum surseance aangehouden creditsaldo

op de bankrekening. Zoals in dit verslag toegelicht, wordt er een pandrecht op

het per die datum aangehouden creditsaldo geclaimd. In goed overleg met de

pandhouder en de personeelsvereniging is deze kwestie afgewikkeld.

Overeengekomen is dat voor zover het creditsaldo verpand blijkt te zijn, de

uitkering ten laste van de pandhouder wordt gebracht. Blijkt het saldo niet

verpand te zijn en valt het creditsaldo derhalve in de boedel, dan komt de

uitkering ten laste van de boedel. Het saldo van de personeelskas is

uiteindelijk met goedkeuring van de rechter-commissaris uitgekeerd aan de

(71) leden van de personeelsvereniging, met inhouding van loonheffing.

Diverse werknemers hadden een verlofsaldo dat niet volledig door het UWV is

uitgekeerd op grond van de loongarantieregeling. In overleg met de

vakbonden, de ondernemingsraad en het personeel heeft de curator zijn

standpunt ten aanzien van de eventuele (boedel)vorderingen van werknemers

uit hoofde van verlofrechten aan de individuele werknemers bekendgemaakt.

De curator heeft overleg gepleegd met diverse werknemers ten aanzien van

ingediende vorderingen, bijvoorbeeld uit hoofde van het fietsplan, opleidingen,

leaseauto's en declaraties.

Verder is de curator in overleg getreden met diverse (pensioen)verzekeraars

om de doorlopende dekking van werknemersverzekeringen en

pensioenopbouw te continueren.

De curator heeft de aanwezigheid van persoonsgegevens geïnventariseerd.

De aanwezige personeelsadministratie is op deugdelijke wijze extern

gearchiveerd, waarbij verouderde personeelsadministratie is vernietigd.

Naar de inschatting van de curator is het merendeel van de personeel

gerelateerde kwesties inmiddels afgewikkeld.

14-12-2018

2

Tijdens verslagperiode 3 is er geregeld contact geweest met individuele

personeelsleden. Daarnaast zijn diverse vorderingen ingediend en beoordeeld.

14-03-2019

3

Verder heeft de curator in overleg met de Belastingdienst opnieuw aangifte

loonheffing gedaan over oktober 2018 in verband met administratieve

problemen bij de eerder gedane aangifte loonheffing. De betrokken

werknemers zijn daarover geïnformeerd door de curator.

Tijdens verslagperiode 4 is er geregeld contact geweest met individuele

personeelsleden. Voorts zijn er diverse vorderingen ingediend en beoordeeld.

30-09-2019

4

Tijdens verslagperiode 5 is er contact geweest met individuele

personeelsleden in verband met vragen over (betaling van de) vorderingen die

de betreffende werknemers hebben ingediend.

30-03-2020

5

Tijdens verslagperiode 9 zijn voorbereidingen getroffen om over te gaan tot

(gedeeltelijke) betaling van de boedelschulden, waaronder een aanzienlijk

aantal werknemersvorderingen. Deze vorderingen bestaan hoofdzakelijk uit

eindafrekeningen van verlofdagen voor zover deze niet eerder zijn betaald

door het UWV. Het was aanvankelijk de verwachting dat deze vorderingen

volledig konden worden voldaan.

In verband met de voorgenomen uitkering zijn de ingediende

boedelvorderingen gecontroleerd, onder meer omdat deze in veel gevallen

waren ingediend vóórdat de UWV de loonbetaling had overgenomen en de

eindafrekening dienaangaande had verstrekt. Naar aanleiding hiervan zijn de

werknemers aangeschreven. Hen is tevens verzocht om aan te geven op welk

rekeningnummer zij betaling wensen te ontvangen.

In beginsel zal er loonheffing worden ingehouden over de aan de werknemers

te betalen loon (in de vorm van eindafrekeningen). Dit is ook medegedeeld aan

de ex-werknemers. Hierover vindt overleg plaats met de Belastingdienst en zal

ondersteuning worden gevraagd van externe partij die deze

salarisadministratie zal verzorgen.

Enkele werknemers hebben aanspraak gemaakt op betaling van

(vertragings)rente over hun vordering. De curator onderzoekt wat hiervan het

gevolg is, met inachtneming van recente jurisprudentie van de Hoge Raad (HR

24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1994). Voorts hebben enkelen de curator

er (mondeling) op gewezen dat de 'wettelijke verhoging' ex artikel 7:625 BW

(ten aanzien van hen) verschuldigd zou zijn.

Hoewel het arrest van de Hoge Raad ten aanzien van de rente duidelijk lijkt,

zijn er nog tal van vragen onbeantwoord. Zo is het niet meteen helder met

welke rente er gerekend moet worden en hoe exact moet (of kan) worden

vastgesteld vanaf wanneer de rentevergoeding dan verschuldigd is. Voorts

geldt dat het UWV (als grootste belanghebbende in dit kader) nog geen

standpunt heeft bepaald, noch zich ervan bewust lijkt dat aan haar mogelijk

rente verschuldigd is. Ten aanzien van beide grondslagen geldt dat niet

zondermeer vaststaat of een dergelijke vergoeding ambtshalve verschuldigd

is, of dat de betreffende werknemer hier expliciet een beroep op moet doen.

Tenslotte geldt in meer algemene zin dat beide standpunten op gespannen

voet staan met het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers dat in beginsel

ook voor boedelschuldeisers geldt; de vraag of, en zo ja, in hoeverre de Hoge

Raad dit heeft beoogd.

De curator neemt gedurende de tiende verslagperiode een standpunt in over

een en ander. Dit standpunt zal vooraf worden voorgelegd aan de rechter-

commissaris. Hierna zullen de mogelijke (financiële) gevolgen van de

voornoemde ontwikkelingen worden gecommuniceerd aan de ex-werknemers.

05-04-2022

9

Het vraagstuk met betrekking tot de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW

en de wettelijke rente maakt de afwikkeling van het faillissement in potentie

aanmerkelijk complexer.

Meerdere werknemers hebben een niet-begrote vordering wegens

gezondheidsschade bij de curator ingediend. Zij menen gezondheidsschade te

hebben geleden wegens de arbeidsomstandigheden bij failliet. De curator

onderzoekt eerst of deze vorderingen in aanmerking zouden komen voor

betaling met inachtneming van de wettelijke rangorde voor de voldoening van

schulden. Dit vóórdat de vorderingen inhoudelijk worden beoordeeld.

Tijdens verslagperiode 10 heeft de curator uitgebreid onderzoek gedaan naar

de hiervoor omschreven renteproblematiek en de vraag of het UWV en/of de

individuele werknemers aanspraak kunnen maken op de wettelijke verhoging

ex artikel 7:625 BW. Zijn bevindingen zijn vervolgens gedeeld en besproken

met de rechter-commissaris. Gelet op de complexiteit van de betreffende

vraagstukken alsmede de omstandigheid dat het hier juridisch gezien

grotendeels volstrekt onontgonnen terrein betreft, heeft de curator

voorgesteld een hoogleraar in te schakelen voor een legal opinion ter zake. De

rechter-commissaris heeft hiermee ingestemd.

De ingeschakelde hoogleraar heeft zijn bevindingen gedeeld met de curator.

Daarop heeft er overleg plaatsgevonden. Hoewel het advies degelijk en goed

is onderbouwd, zijn de conclusies vanwege de eerder genoemde

omstandigheden niet op alle punten hard.

Met inachtneming van het advies van de hoogleraar zijn verschillende

scenario's doorgerekend naar gelang de mogelijke uitkomsten. Daaruit is

gebleken dat iedere beslissing leidt tot een hogere dan wel lagere uitbetaling

aan de individuele werknemers of het UWV. Een hogere betaling aan het UWV

leidt tot een lagere betaling aan de werknemers en omgekeerd. Het is daarom

van belang om de standpunten van de werknemers en het UWV te vernemen.

Het is dus hoofdzakelijk in het belang van deze partijen zaak om de juiste

conclusie(s) te trekken.

De curator heeft in dat kader contact gezocht met de FNV vakbond. Dit

vanwege het feit dat een aanzienlijk deel van de werknemers die bij BAH in

dienst waren (+/- 30-40%) bij FNV Metaal waren aangesloten. Met FNV heeft

er overleg plaatsgevonden. Binnen het team van juridische beleidsadviseurs

van FNV heeft er overleg ter zake plaatsgevonden. De curator is in afwachting

van terugkoppeling op dit punt.

Een en ander kan ertoe leiden dat er met iedere werknemer die een

boedelvordering heeft, een individuele afspraak wordt gemaakt. Deels zou dat

via de vakbond kunnen plaatsvinden (want lid), maar deels ook niet. Een

andere optie zou het maken van procesafspraken kunnen zijn, waarbij de

verschillende vragen via de weg van de prejudiciële procedure aan de Hoge

Raad wordt voorgelegd. Zodra hierover duidelijkheid bestaat zal de curator

met de rechter-commissaris in overleg treden.

04-10-2022

10

De achterliggende verslagperiode heeft er uitvoerig overleg plaatsgevonden

met het FNV over de hiervoor omschreven problematiek. Gebleken is dat het

treffen van een collectieve schikking niet realistisch is. Hoewel FNV een relatief

groot deel van de medewerkers kan vertegenwoordigen, zijn zij de lang niet

allemaal. Tegelijkertijd geeft FNV aan voorshands geen aanleiding te zien in

het treffen van een regeling waarbij werknemers hun mogelijke vordering uit

hoofde van een wettelijke verhoging, matigen.

Met FNV is de afspraak gemaakt in goed overleg een procedure te starten in

welk kader FNV (namens haar leden) de curator dagvaart en waarin beide

03-04-2023

11

partijen sturen op het stellen van prejudiciële vragen door de rechtbank. Aan

de hand van het antwoord op deze vragen kunnen de wettelijke lacunes waar

partijen thans tegenaanlopen en hetgeen hiervoor is omschreven, worden

ingevuld en wordt de curator in staat gesteld het faillissement ordentelijk af te

wikkelen.

De boedel zal in deze procedure worden vertegenwoordigd door de prof. mr.

T.T. van Zanten. FNV heeft zich als mede belanghebbende bij het verkrijgen

van de antwoorden zoals voornoemd bereid verklaart een boedelbijdrage van

EUR 12.500,- (inclusief BTW) te betalen. De boedelbijdrage is intussen op de

boedelrekening ontvangen.

Tussen FNV en de boedel is voorts een procesovereenkomst gesloten. Deze

overeenkomst bepaalt onder meer welke feiten en omstandigheden partijen

tot uitgangspunt nemen bij het voeren van de procedure zoals voornoemd. Op

dit moment is de boedel in afwachting van het dagvaarding die door het FNV

zal worden uitgebracht.

De procedure tussen de boedel en het FNV, e.e.a. zoals hiervoor uiteengezet

is gestart. In dat kader heeft FNV haar dagvaarding uitgebracht waarop de

boedel middels conclusie van antwoord heeft gereageerd. Zie voor het overige

hoofdstuk 9 van dit verslag.

Tijdens de onderhavige verslagperiode is er met een aantal personeelsleden

contact geweest. Zij hebben zich tot de boedel gewend met uiteenlopende

vragen over (bijvoorbeeld) de hoogte van de vordering zoals in het

faillissement genoteerd.

02-10-2023

12

De rechtbank Limburg heeft in de hiervoor beschreven procedure een

mondelinge behandeling bepaald. Deze behandeling stond gepland op 8

februari 2024. In dat kader is er door (de advocaat van) de curator een

pleitnotitie voorbereid. Twee dagen voor de mondelinge behandeling heeft de

rechtbank de mondelinge behandeling afgelast en de procedure verwezen

naar de rol van 20 maart 2024 voor het wijzen van een tussenvonnis. Deze

roldatum is aangehouden tot 17 april 2024.

Tijdens de onderhavige verslagperiode is er met een aantal personeelsleden

contact geweest. Zij hebben zich tot de boedel gewend met uiteenlopende

vragen over (bijvoorbeeld) de hoogte van de vordering zoals in het

faillissement genoteerd.

02-04-2024

13

De rechtbank Limburg heeft op 14 augustus 2024 (tussen)vonnis gewezen in

de hiervoor beschreven procedure. Ten aanzien van één van de vragen, zoals

partijen aan de rechtbank ter doorgeleiding aan de Hoge Raad hebben

voorgelegd, vraagt de rechtbank zich af of het stellen daarvan noodzakelijk is

voor het beslissen op de vordering van het FNV. Het FNV is in de gelegenheid

gesteld daarop te reageren.

Partijen hebben naar aanleiding van het tussenvonnis overleg gevoerd en

gezamenlijk een akte opgesteld. Deze akte is tegen de roldatum van 11

september 2024 ingediend. De curator heeft zich vervolgens bij de inhoud van

dit stuk aangesloten.

De rechtbank heeft de procedure voor vonnis verwezen naar de rol van 30

oktober 2024.

Zolang de hiervoor omschreven procedure voortduurt, blijven (voormalig)

werknemers vragen stellen en vorderingen indienen. Daarop dient te worden

geantwoord. De vorderingen worden beoordeeld en het SFV daarop

aangepast.  

01-10-2024

14

De rechtbank Limburg heeft op 11 december 2024 vonnis gewezen waarin zij

de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad heeft gesteld:

1. Is de boedel wettelijke rente verschuldigd vanwege de niet-tijdige

voldoening van het loon dat op grond van art. 40 lid 2 Fw als

boedelschuld wordt aangemerkt en valt onder de aanspraken die op

grond van de loongarantieregeling door het UWV worden overgenomen?

2. Is de boedel de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW verschuldigd

vanwege de niet-tijdige voldoening van het loon dat op grond van art. 40

lid 2 Fw als boedelschuld wordt aangemerkt?

3. Is voor het antwoord op vraag 2 relevant of:

a. het aanspraken betreft die op grond van de loongarantieregeling door het

UWV worden overgenomen; en/of

b. onzeker is of de boedel ten tijde van de slotuitdeling voldoende middelen zal

hebben om met inachtneming van de tussen de boedelschuldeisers geldende

onderlinge rangorde, de boedelschuld ex art. 40 lid 2 Fw te voldoen?

c. Indien en voor zover liet antwoord op vraag 1 en/of 2 bevestigend luidt:

welke rang komt toe aan de desbetreffende vordering?

d. Indien en voor zover het antwoord op vraag 2 bevestigend luidt: in

hoeverre is de omstandigheid dat sprake is van een faillissement een grond

voor matiging als bedoeld in de laatste volzin van art. 7:625 lid 1 BW?

e. Is een curator uit hoofde van zijn wettelijke taak gehouden werknemers uit

eigen beweging omtrent hun aanspraak op de boedel uit hoofde van wettelijke

rente en/of de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW te informeren?

De prejudiciële vragen van de rechtbank zijn gebaseerd op de vragen zoals

geformuleerd door FNV in de dagvaarding. De vragen onder 3, sub c, d en e,

zijn door FNV echter als vragen 4, 5 en 6 genummerd. Vraag 3 luidt namelijk of

voor het antwoord op de vraag 2 “relevant is of …”, waarna onder sub a en b

twee omstandigheden worden genoemd. In vraag 3 onder c, d en e worden

geen omstandigheden genoemd waarvan de vraag is of zij relevant zijn voor

het antwoord op vraag 2. Deze vragen staan op zichzelf.

Zowel het FNV als de boedel zijn door de Hoge Raad in de gelegenheid gesteld

om op het vonnis zoals voornoemd schriftelijke opmerkingen te maken. Beide

partijen hebben zulks tegen de roldatum van 21 maart 2025 gedaan waarbij

de Hoge Raad ook op de het aspect van de nummering (zie hiervoor) hebben

gewezen.

Zolang de hiervoor omschreven procedure voortduurt, blijven (voormalig)

werknemers vragen stellen en vorderingen indienen. Daarop dient te worden

geantwoord. De vorderingen worden beoordeeld en het SFV daarop

aangepast.

01-04-2025

15

Op 4 juli 2025 heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad ("PG") mr. R.H.

de Bock haar conclusie genomen. De conclusie is ook op rechtspraak.nl

gepubliceerd: ECLI:NL:PHR:2025:752, Parket bij de Hoge Raad, 24/04506

De PG meent dat de boedel wettelijke rente (die kwalificeert als een

concurrente boedelschuld) en de wettelijke verhoging (die kwalificeert als

preferente boedelschuld) verschuldigd is over de loonaanspraken. Voor de

verschuldigdheid van de wettelijke verhoging maakt het volgens de PG niet

uit of het gaat om loonaanspraken die op grond van de loongarantieregeling

door het UWV worden overgenomen en is evenmin relevant of onzeker is of

de boedel voldoende middelen zal hebben om de boedelschuld ex art. 40 lid

30-09-2025

16

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

2 Fw te voldoen. De wettelijke verhoging kan wel worden gematigd en

daarbij kan volgens de PG relevant zijn of de boedel al dan niet voldoende

actief heeft om alle boedelschuldeisers te voldoen. Tot slot meent de PG dat

de norm van goed werkgeverschap waar ook de curator aan gebonden is,

meebrengt dat de curator verplicht is om werknemers erop te wijzen dat zij

mogelijk aanspraak hebben op wettelijke rente en de wettelijke verhoging

over hun loonvordering.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld door middel van een zogenaamde

"Borgersbrief" te reageren op voornoemde conclusie. Namens de boedel is

deze Borgersbrief op 31 juli 2025 aan de Hoge Raad verstuurd. Het

partijdebat is thans gesloten en deze procedure staat voor arrest.

De achterliggende verslagperiode is er contact geweest met enkele

personeelsleden. Zij hebben de curator bevraagd over de stand van zaken in

de eerder omschreven procedure en navraag gedaan over de hoogte van de

door hen ingediende vorderingen. De curator heeft deze werknemers tekst

en uitleg gegeven en met hen naar de eerder opgegeven vorderingen

gekeken.

3. Activa

BAH heeft geen onroerend goed in eigendom. 17-09-2018

1

Recherche Kadaster. 17-09-2018

1

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Bedrijfsmiddelen en voorraad € 1.060.000,00 € 104.261,11
Audi assembly line € 1.750,00 € 0,00
TFT machine € 330.000,00 € 30.000,00
Leasezaken Horizon € 200.000,00 € 19.671,91
Restwaarde incourante matrijzen € 19.243,20 € 0,00
totaal € 1.610.993,20 € 153.933,02

BAH heeft zowel een uitgebreide bedrijfsinventaris (tafels, stoelen, computers

etc.) als een machinepark met toebehoren (spuitgiet machines,

bewerkingsmachines, transportmaterieel etc.) in eigendom. Daarnaast

beschikte zij per datum faillissement over een voorraad gereed product en

halffabricaat, maar ook een uitgebreide voorraad verbruiksgoederen die nader

valt onder te verdelen in enerzijds een assemblagevoorraad en anderzijds een

technische voorraad. Tenslotte bevonden eveneens veel eigendommen van

derden bij BAH, waaronder zogenoemde product specifieke 'toolings' van

klanten, machines die op basis van operational lease ter beschikking zijn

gesteld, maar ook bijvoorbeeld verbruiksgoederen die onder

eigendomsvoorbehoud aan BAH zijn geleverd.

De bedrijfsinventaris is tezamen met het machinepark door Troostwijk

Waardering en Advies BV getaxeerd. De onderhandse verkoopwaarde van de

genoemde zaken bedraagt EUR 4.100.000,-. Na taxatie is gebleken dat in de

getaxeerde zaken ook eigendommen van derden zijn opgenomen zodat de

onderhandse waarde lager zal zijn.

De voorraden gereed product en halffabricaat zijn per faillissementsdatum in

kaart gebracht. Aangezien deze voorraad voor een bepaalde klant op maat is

gemaakt en klanten zelf geen assemblage- of bewerkingsafdelingen (meer)

hebben, heeft de voorraad in beginsel enkel waarde wanneer de voorraad aan

de betreffende klant waarvoor hij is vervaardigd kan worden verkocht en, daar

waar het halffabricaat betreft, deze voorraad kan worden afgewerkt tot

gereed product. De potentiële, commerciële waarde van de aangetroffen

voorraad berekend op basis van de overeengekomen prijzen, mits volledig

afgewerkt tot gereed product, bedroeg EUR 3.092.070,-.

De assemblagevoorraad en de technische voorraad zijn eveneens per

faillissementsdatum in kaart gebracht. De waarde van deze voorraden is niet

getaxeerd omdat dit gelet op de omvang zeer bewerkelijk en derhalve

kostbaar is, een deel van deze voorraad is/wordt verbruikt in het kader van de

voortzetting én naar verwachting een substantieel deel hiervan onder

eigendomsvoorbehoud is geleverd. Zodra de voortzetting is geëindigd en de

geclaimde rechten van derden in kaart zijn gebracht zal voor het overgebleven

restant een passende bestemming worden gezocht. Naar het zich thans laat

aanzien zal een deel van de assemblagevoorraad aan verschillende klanten

kunnen worden verkocht.

17-09-2018

1

Gedurende de tweede verslagperiode zijn alle bedrijfsmiddelen en voorraden

geliquideerd.

Allereerst betrof het zaken die eigendom van BAH waren ("Bedrijfsmiddelen en

voorraad"). Hieronder moet worden begrepen de kantoorinventaris, de

machines en de technische voorraden die nog aanwezig c.q. niet verbruikt of

op basis van bijvoorbeeld een eigendomsvoorbehoud zijn geretourneerd. Deze

activa zijn in één transactie, tezamen met de door BAH van haar grootmoeder,

Project Horizon Coöperatief U.A. geleasde zaken verkocht aan een derde

("Leasezaken Horizon"). Het betrof operational lease waardoor de boedel

nimmer aanspraak zou kunnen maken op de koopsom c.q. de geleasde zaken

geen eigendom van de boedel zijn of zijn geweest. Daarentegen heeft de

boedel wel een boedelbijdrage bedongen voor haar inspanningen.

Hetzelfde als voor de Leasezaken Horizon geldt, geldt ook voor de TFT

machine; deze was eveneens operational geleased maar via tussenkomst van

de boedel aan klant Opel verkocht ("TFT Machine").

De "Audi assembly line" was eigendom van klant Audi, maar door haar in

overeenstemming met de curator achtergelaten vanwege de (zeer) beperkte

restwaarde. Met Audi is voorts afgesproken dat het de curator vrij stond de

14-12-2018

2

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

assembly line te verkopen en de opbrengst aan de boedel toe te voegen;

zulks is gedurende de tweede verslagperiode ook geschied.

Met incourante matrijzen wordt bedoeld de matrijzen die eigendom van

bepaalde klanten waren, maar door die specifieke klant niet zijn

teruggenomen. Deze matrijzen zijn door de klant in overeenstemming met de

curator achtergelaten onder de voorwaarde dat de curator deze matrijzen zou

verschroten en daardoor de restwaarde (oud ijzer prijs) mocht behouden.

De hoogte van de boedelbijdragen is als volgt bepaald:

Ten aanzien van de Bedrijfsmiddelen en voorraad en de Leasezaken Horizon is

10% overeengekomen te berekenen over de netto-executieopbrengst.

Voormeld is de koopsom zoals in rekening gebracht bij koper. Daarop strekken

in mindering de kosten van taxatie, wissen van gegevensdragers, verzekering

en energie. Deze kosten zijn door de boedel ten behoeve van de

pandhouder/lessor voorgeschoten en worden dus aan haar vergoedt. Over de

daarna resterende netto koopsom is 10% berekend.

Met betrekking tot de TFT Machine is overeengekomen dat van de koopsom

van EUR 330.000, - een bedrag van EUR 30.000,- als boedelbijdrage aan de

boedel toekomt voor haar bemoeienissen.

Met betrekking tot de Audi assembly line is geen boedelbijdrage

overeengekomen omdat de opbrengst op basis van de met Audi gemaakte

afspraken vrij in de boedel vloeit. Hetzelfde geldt voor de opbrengst van de

incourante matrijzen.

Tijdens verslagperiode 3 is er met drie klanten overleg gevoerd over de

financiële eindafwikkeling tussen hen en de boedel en is daar

overeenstemming over bereikt. Zie verder H. 5.1 en 6.1.

14-03-2019

3

Tijdens verslagperiode 4 is er enkel nog met klant DAF gecorrespondeerd over

door DAF aan de boedel verrichtte betalingen, waarop de boedel geen recht

bleek te hebben. Kort samengevat betrof het 'dubbele betalingen' die

veroorzaakt zijn doordat DAF in casu, naast de voorschotnota ('pro forma

nota') uiteindelijk ook de eigenlijke factuur heeft betaald.

Nadat was vastgesteld dat DAF leveringen dubbel had betaald en – samen met

andere vennootschappen die tot hetzelfde concern behoren - aan al haar

(andere) betalingsverplichtingen jegens de boedel had voldaan, is met

toestemming van de rechter-commissaris een gesaldeerd totaalbedrag van

EUR 50.403,96 aan DAF terugbetaald.

Voor zover bekend was de hiervoor omschreven discussie met DAF het laatste

uitstaande punt in voornoemd verband.

30-09-2019

4

Op de bodem van BAH bevonden zich op de faillissementsdatum zogenaamde

bodemzaken. Deze bodemzaken vertegenwoordigden een substantiële

waarde. Nagenoeg de volledige bedrijfsinventaris en het machinepark

kwalificeren namelijk als zodanig.

Volgens de administratie van BAH bedroeg de achterstallige belasting

waarvoor het bodemvoorrecht geldt, EUR 140.249,- op basis van aangegeven,

doch niet (meer) afgedragen Loonheffing over het tijdvak juni 2018. Daarnaast

blijkt uit deze administratie dat in de periode voorafgaand aan het faillissement

voor een bedrag van EUR 96.984,17 aan Omzetbelasting in vooraftrek

genomen terwijl de daartegenover staande betalingsverplichting jegens de

17-09-2018

1

crediteur in kwestie niet meer is nagekomen. Laatstgenoemd bedrag zal,

indien juist, resulteren in een zogenaamde artikel 29 lid 7 OB vordering op

(onder meer BAH) met eenzelfde hoogte. Ook voor deze vordering geldt het

bodemvoorrecht.

BAH maakte tot de faillissementsdatum onderdeel uit van een fiscale eenheid

voor zowel de Omzetbelasting als de Vennootschapsbelasting. Aan het hoofd

van deze fiscale eenheid stond BAI. Het is de curator op dit moment onbekend

of en zo ja, in hoeverre BAI is/wordt aangesproken door de Belastingdienst

voor onbetaald gelaten fiscale schulden van de fiscale eenheid waartoe ook

BAH behoorde. Daarnaast is onbekend of en zo ja, in hoeverre BAI verhaal

biedt op het moment dat zulks een aansprakelijkstelling plaatsvindt.

Voor zover de fiscale achterstanden waarvoor het bodemvoorrecht geldt niet

(volledig) zijn voldaan op het moment dat verkoop van de betroffen

bodemzaken plaatsvindt, zal de curator op basis van artikel 57 lid 3 FW de

belangen van de Belastingdienst behartigen en een bedrag opeisen ter hoogte

van de opbrengst van deze bodemzaken, met een maximum van de fiscale

vordering waarvoor het bodemvoorrecht ten opzichte van BAH kan worden

uitgeoefend.

De belastingdienst heeft tot tweemaal toe bodembeslag gelegd op

eigendommen van de coöperatie Project Horizon U.A. die deze zaken door

middel van financial lease ter beschikking stelde aan BAH.

De advocaat van de coöperatie Project Horizon U.A. en de belastingdienst

hebben vervolgens overleg gevoerd over een oplossing. Deze heeft erin

geresulteerd dat een deel van de opbrengst van de verkochte leaseobjecten

aan de belastingdienst is betaald tegen opheffing van het beslag en een deel

van de opbrengst in depot is gegeven aan de curator. De curator zal deze

gelden uitkeren aan de partij die daarop recht heeft. Hierbij is van belang dat

BAH vermoedelijk recht heeft op een belastingteruggave en er geen, althans

een lagere, belastingschuld zal resteren indien de teruggave wordt toegekend

en de belastingdienst die verrekend met de openstaande aanslagen.

Naar verwachting zal in de derde verslagperiode duidelijk worden of de

teruggave wordt verleend en/of verrekend.

Een en ander heeft tot gevolg dat de belastingdienst verwacht zich volledig op

basis van het bodemrecht te verhalen in plaats van onder haar

bodemvoorrecht. Dat betekent dat er voor opeising van (een deel van) de

koopsom ex artikel 57 lid 3 Fw van de verkochte bodemzaken die eigendom

van BAH waren geen plaats is.

14-12-2018

2

Tijdens verslagperiode 3 zijn er teruggaveverzoeken opgesteld en ingediend

voor wat betreft de betaalde energiebelasting over het gas en de elektriciteit

gedurende 2017 (hele jaar) en 2018 (tot faillissementsdatum).

Op 12 februari 2019 heeft de Belastingdienst de teruggaven energiebelasting

met betrekking tot de elektriciteit toegekend als verzocht. Dat betekent dat er

voor 2017 een teruggaaf komt van EUR 86.521,- en voor 2018 van EUR

58.826,-, dus in totaal van EUR 145.347,-. De teruggaveverzoeken

energiebelasting voor wat betreft het gas zijn niet zondermeer gevolgd;

daarover vindt er op dit moment overleg plaats tussen de curator, de door hem

ingeschakelde deskundige en de Belastingdienst.

Vanwege de fiscale schulden waarvoor BAH aansprakelijk is (zie hiervoor) zal

de Belastingdienst zich naar alle waarschijnlijkheid zoveel mogelijk op

verrekening beroepen bij het uitbetalen van de teruggaven. Gelet op de

14-03-2019

3

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

omvang van de reeds verleende teruggaven is de Belastingdienst verzocht

opgaaf van haar actuele vordering op BAH te doen.

Gebleken is dat de vordering van de Belastingdienst op de fiscale eenheid voor

de omzetbelasting waartoe ook BAH behoorde per 21 februari 2019, EUR

89.279,- bedroeg. De vordering op de fiscale eenheid is vanwege de

verrekening van twee teruggaveverzoeken Omzetbelasting op het niveau van

BAI ten opzichte van het eerder vermelde bedrag dus gedaald. Daarnaast zijn

er nog drie aanslagen Loonheffing ter verificatie ingediend met een

totaalbedrag van EUR 196.009,-.

Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de teruggaven zoals voornoemd

zijn verpand (zie ook H 3.9).

De teruggaven energiebelasting zijn gedurende verslagperiode 4 volledig

afgewikkeld. Kort samengevat zijn er namens BAH, 4 teruggaveverzoeken

ingediend. Deze teruggaveverzoeken zagen op (teveel) betaalde

energiebelasting berekend over het gas en het elektriciteitsverbruik over de

jaren 2017 en 2018 (tot aan faillissementsdatum). De teruggaveverzoeken zijn

goeddeels door de Belastingdienst gevolgd waardoor er in totaal een

teruggaaf van EUR 228.347,- is toegekend.

Zoals in de toelichting bij verslag 3 reeds vermeld liet de fiscale eenheid

waartoe ook BAH behoorde een aanslag omzetbelasting onbetaald. Deze

aanslag bedroeg op het moment dat de teruggaven tot uitkering zouden

komen, EUR 90.844,- en is op dat moment door de Belastingdienst verrekend.

Per saldo is er door BAH een bedrag van EUR 137.512,- ontvangen.

De Belastingdienst heeft na de hiervoor omschreven verrekening met de

teruggaven energiebelasting bevestigd dat daarmee ten aanzien van BAH, alle

belastingschulden zijn voldaan.

30-09-2019

4

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Over de verkoop van de bedrijfsmiddelen is in het kader van een doorstart (zie

hierna) uitvoerig onderhandeld. Daarnaast zijn er werkzaamheden verricht in

het verband met noodzakelijk onderhoud, reparaties, verzekeringen, taxaties

en dergelijke. Het was immers noodzakelijk de bedrijfsmiddelen operationeel

te houden vanwege i) het behoud van waarde voor een eventuele doorstarter

en ii) de voorzettingsperiode waarbij de boedel de bedrijfsmiddelen heeft

gebruikt om voorraden te bewerken en te gieten.

17-09-2018

1

Toen een doorstart niet meer mogelijk bleek (zie hierna onder H6) is er

gekeken naar andere manieren om alle activa van BAH zo goed als mogelijk te

liquideren. In dat verband is gezocht naar kopers voor de bedrijfsmiddelen van

BAH.

Allereerst is de TFT machine aan klant Opel verkocht. Deze machine werd in het

productieproces uitsluitend gebruikt voor producten ten behoeve van Opel.

Opel had een groot belang bij aankoop van deze machine om zodoende haar

belangen op korte termijn bij een andere gieterij onder te kunnen brengen. De

curator heeft namens de leasemaatschappij onderhandeld met Opel over de

koopsom, de (ver)koopovereenkomst opgesteld en de transactie verder

begeleid.

Na betrekkelijk korte tijd ontving de curator ook een bieding die zag op (kort

samengevat) alle roerende zaken van BAH alsmede de leasezaken die BAH van

Project Horizion Coöperatief U.A. leasde, de "Bedrijfsmiddelen en voorraad" en

"Leasezaken Horizon" zoals voornoemd. De hoogte van de bieding – afgezet

tegen de getaxeerde waarden - gaf de curator aanleiding om de afspraken

met de biedende partij zo snel als mogelijk te beklinken.

De bieding zag uitdrukkelijk niet op klant-specifieke voorraad (spare parts,

niet-courante producten gefabriceerd voor klanten etc.), de voorraad

aluminium zoals op dat moment nog aanwezig (deze voorraad heeft de curator

separaat verkocht) en eventuele eigendommen van derden (zaken die

bijvoorbeeld onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd). Deze zaken zijn

afzonderlijk verkocht (zie 3.6) danwel door de boedel afgewikkeld (zie 5.5 t/m

5.7).

Nadat er overeenstemming over de koopsom bestond is er uitvoerig

onderhandeld over de termijn waarop koper de verworven zaken uit het door

BAH van BAI gehuurde bedrijfspand zou verwijderen. Uitgangspunt van de

verhuurder – enkele weken – stond in dat opzicht mijlenver af van het verzoek

van de koper – tot wel 8 maanden -. Naast het uitonderhandelen van de

activaovereenkomst is er veelvuldig overleg geweest tussen de verhuurder, de

koper en de boedel over de modaliteiten waaronder de afwikkeling van de

voornoemde transactie zou plaatsvinden. Uiteindelijk is er tussen de koper en

de verhuurder, BAI, een huurovereenkomst tot stand gekomen en is de

activatransactie zoals voormeld, geeffectueerd.

Daarnaast is er onderhandeld met Audi over haar assembly line.

De werkzaamheden rondom de tooling van klanten – waaronder dus ook de

incourante matrijzen vallen – zijn zeer bewerkelijk gebleken. Verwezen wordt

naar 6.1.

14-12-2018

2

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Niet-courante voorraad aluminium € 17.104,00
Reserveonderdelen modellen € 135.000,00
totaal € 152.104,00 € 0,00

Per faillissementsdatum is de potentiële, commerciële waarde van de op dat

moment aanwezige voorraad berekend op basis van de overeengekomen

prijzen, mits volledig afgewerkt tot gereed product. De potentiële opbrengst

van deze voorraad bedroeg EUR 3.092.070,-.

Op het moment van schrijven van dit faillissementsverslag, worden de laatste

partijen voorraad verkocht en geleverd aan de diverse klanten. Dit geldt

eveneens voor de aanwezig zijnde assemblage voorraad. De curator kan,

zodra dit proces is beëindigd, een definitieve staat opmaken en een

onderverdeling per categorie (gewone voorraad en assemblage voorraad)

maken van het totaal gerealiseerde actief.

17-09-2018

1

Zie ook 6.1. 14-12-2018

2

Zie ook H 6.1. 14-03-2019

3

De werkzaamheden met betrekking tot de verkoop van de voorraden zijn zeer

bewerkelijk gebleken.

Met de financiers (omwille van de eenvoud hierna: "Endless") zijn allereerst

afspraken gemaakt over de liquidatie van deze voorraad. Dat was nodig

aangezien Endless een pandrecht claimt ten aanzien van alle roerende zaken

die eigendom waren van BAH, waaronder ook de voorraden. Dit heeft

uiteindelijk geresulteerd in de afspraak dat de boedel van de netto-

verkoopopbrengst een percentage van 40% zal ontvangen. Om tot een netto-

verkoopresultaat te komen, worden uit de bruto-verkoopopbrengst eerst en

met voorrang alle bijbehorende kosten voldaan. Uitganspunt was voorts dat

de voorraden eindproduct tegen de 'normale' prijzen aan de betreffende

klanten zouden worden verkocht. Voor zover er halffabricaat zou worden

verkocht, zijn nadere afspraken gemaakt over de berekening van de

verkoopprijs hiervan.

Naast de hiervoor omschreven financiële afspraken heeft Endless aan haar

toestemming de bijzondere voorwaarde verbonden, inhoudende dat zodra een

klant voorraad zou willen afnemen, zij onvoorwaardelijk afstand zou doen van

alle (mogelijke) vorderingen jegens BAH en de vennootschappen die tot

hetzelfde concern als BAH behoren. Ten opzichte van drie klanten heeft dit in

het bijzonder tot discussie geleid tussen in eerste instantie de boedel en de

klant, maar voorts ook de boedel en Endless. Uiteindelijk zijn er met

instemming van Endless nadere afspraken gemaakt waarmee ook met deze

betreffende klanten tot overeenstemming is geraakt.

17-09-2018

1

Verdere voorwaarden waaraan klanten zich dienden te committeren waren i)

betaling van de betreffende voorraadwaarde vooraf, ii) bevestiging dat de per

faillissementsdatum reeds openstaande facturen (debiteurenvorderingen)

volledig en uiterlijk op de vervaldatum van de betreffende facturen zouden

worden betaald en iii) van enigerlei garantie met betrekking tot het geleverde

product kon geen sprake meer zijn. Alle klanten hebben deze voorwaarden

geaccepteerd.

Op dit moment heeft een en ander geresulteerd in een bruto-verkoopresultaat

van EUR 1.852.000,-. Aangezien de voorraad verkoop in verslagperiode 2 zal

zijn afgerond, wordt er alsdan ook naar gestreefd tot een financiële afrekening

te geraken waarbij ook de voornoemde kosten in kaart zijn gebracht en het

uiteindelijke netto-verkoopresultaat bekend zal zijn.

Verkoop reguliere bedrijfsvoorraden

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de laatste courante

restpartijen voorraad verkocht en tevens getracht zo veel mogelijk restpartijen

incourante voorraad te liquideren. Verwezen wordt naar 6.1. Voor zover hier

relevant is er uiteindelijk, na verkoop van alle courante voorraden, de toen nog

aanwezige en niet te verkopen, incourante voorraad aangeboden aan een

recyclingbedrijf. Het betrof hier aluminium dat voor een totaalbedrag van EUR

17.104,- is verkocht.

Koppelverkoop reserveonderdelen

Nadat de uitlevering van de tooling (zie hierna onder H6) haar beslag begon te

krijgen, werd het duidelijk dat er verschillende, zeer klant-specifieke roerende

zaken zich in voorraad bevonden die een potentieel hoge waarde

vertegenwoordigen voor de boedel. Het betreft zogenoemde 'spare parts' die

behoren bij de tooling. Kort gezegd betroffen deze spare parts allerhande

roerende zaken, zoals kernen, slangen, schroeven en dergelijke, die speciaal

op maat zijn gemaakt voor de matrijzen. Deze roerende zaken

vertegenwoordigden enkel waarde indien zij tezamen met de matrijzen

worden verkocht en geleverd aan de desbetreffende klant die haar matrijs

wenst terug te nemen. Deze roerende zaken zijn namelijk nodig bij het

gietproces met de betreffende matrijs. Zonder deze spare parts kunnen in

principe geen onderdelen worden gegoten met de matrijzen. De klanten

hebben daarom ook hun interesse laten blijken in deze onderdelen.

Aangezien een potentieel hoge verkoopopbrengst gerealiseerd kon worden

indien de spare parts gelijktijdig met de uitlevering van de tooling zouden

worden verkocht, heeft de curator in overleg met de pandhouder het plan

opgevat om deze spare parts zo veel als mogelijk te verkopen aan de

betreffende klanten. Voor haar inspanningen heeft de boedel een

boedelbijdrage van 40% bedongen over de netto-verkoopresultaten. Thans is

een verkoopopbrengst van EUR 135.000,- gerealiseerd (boedelbijdrage

54.000,-). Daarnaast heeft de curator de verwachting dat nog een aanvullende

EUR 20.000,- zal worden geïncasseerd hetgeen een extra boedelbijdrage van

EUR 8.000,- betekent.

Gelijk de afwikkeling van de bedrijfsvoorraden, zal ook hier pas een definitieve

eindafrekening kunnen worden opgesteld zodra alle eindafrekeningen zijn

ontvangen en met de pandhouder overeenstemming is bereikt over de

kostenallocatie. Zie ook H6.

14-12-2018

2

Tijdens verslagperiode 3 zijn er nog voor een totaalbedrag van EUR 20.000,-

(exclusief BTW) aan spare parts verkocht.

14-03-2019

3

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Restitutie BSWG € 16.990,82
totaal € 16.990,82 € 0,00

Op diverse partijen bestaat mogelijk een recht op teruggave. De curator is

momenteel aan het inventariseren op welke partijen een dergelijke vordering

bestaat en is tevens aan het beoordelen of het opportuun is om nadere

werkzaamheden hieromtrent te verrichten. De curator heeft dit vooralsnog in

onderzoek.

17-09-2018

1

Enkele restituties zijn ontvangen. Voor zover het restituties betreft van kosten

die ten laste van de exploitatie zijn gebracht, worden deze restituties ook in

het kader van de exploitatie verwerkt (zie H6).

Voor het overige springt de restitutie die is ontvangen van het BSGW ad EUR

16.990,82 het meest in het oog. Deze restitutie vordering is ontstaan na

faillissement, derhalve niet behept met enig pandrecht en daarvoor te

kenmerken als vrij boedelactief.

14-12-2018

2

De curator heeft in de afgelopen verslagperiode geïnventariseerd op welke

partijen mogelijk een vordering tot teruggaaf kan bestaan.

17-09-2018

1

Er bestaat hoogst waarschijnlijk een recht op teruggave van teveel betaalde

energiebelasting. Hiervoor is inmiddels een derde ingehuurd die de teruggave

zal indienen. De teruggave is verpand. De pandhouder staat in voor de kosten

die gemoeid zijn met het verkrijgen van de teruggave. Overigens is de kans

groot dat de teruggave wordt verrekend door de belastingdienst.

Voorts zijn de achterliggende verslagperiode nagenoeg alle overige

overeenkomsten geroyeerd. In dit verband is er tevens vastgesteld of, en zo

ja, in hoeverre er aanspraak op restituties kan worden gemaakt.

14-12-2018

2

Zie voor wat betreft het recht op teruggaaf energiebelasting H 3.4. 14-03-2019

3

4. Debiteuren

Beschrijving Omvang Opbrengst Boedelbijdr.

Handelsdebiteuren€ 2.076.000,00€ 1.919.000,00€ 191.900,00

Handelsdebiteuren € 125.000,00 € -8.000,00

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

totaal € 2.076.000,00 € 2.044.000,00 € 183.900,00

Beschrijving Omvang Opbrengst Boedelbijdr.

Met Endless zijn afspraken gemaakt over de inning van vorderingen. Dat was

nodig aangezien Endless een pandrecht claimt ten aanzien van alle

vorderingen op derden, waaronder ook de vorenbedoelde handelsdebiteuren.

Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de afspraak dat de boedel van de

opbrengst een percentage van 10% zal ontvangen.

De vorenbedoelde afspraken zijn op 26 juli 2018 tussen de boedel en Endless

gemaakt. In de periode met ingang van 20 juli 2018 tot 26 juli 2018 zijn voor

een totaalbedrag van EUR 205.501,55 aan betalingen van handelsvorderingen

ontvangen. Ten aanzien van deze ontvangsten geldt niet de hiervoor

omschreven afspraak waarbij de boedel 10% bijdrage ontvangt. Dat betekent

dat vorenbedoeld bedrag volledig in de boedel vloeit en Endless een bijzonder

voorrecht behoudt op deze opbrengst en slechts enige vergoeding tegemoet

kan zien, na aftrek van de omslag van de algehele faillissementskosten.

17-09-2018

1

In het kader van de verkoop van voorraden zijn met de klanten uitdrukkelijke

afspraken gemaakt over het betalen van de openstaande facturen. Aangezien

alle klanten hiermee hebben ingestemd wordt verwacht dat het volledige

bedrag (100%) van het uitstaande bedrag zal worden ontvangen. Ter

toelichting wordt verwezen naar hetgeen in alinea 3.7 is vermeld.

17-09-2018

1

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator nagenoeg alle per datum

surseance nog openstaande debiteurenposten weten te innen. Een klein

aantal posten bleek oninbaar te zijn, onder meer vanwege quality issues en

vanwege het feit dat een van de betreffende klanten inmiddels in staat van

faillissement verkeert. Deze vorderingen (met een gezamenlijke hoogte van

EUR 32.000,-) worden door de curator als oninbaar beschouwd.

Op dit moment is de curator nog in afwachting van diverse eindafrekeningen

van (onder andere) (nuts)leveranciers. Nadat al deze eindafrekeningen zijn

ontvangen, kan de curator de gemaakte kosten over de verschillende

categorieën opbrengsten (opbrengst van debiteurenincasso, verkoopresultaat

van reeds aanwezige voorraad, verkoopresultaat van boedelexploitatie en

verkoopresultaat overige activa) alloceren. De curator zal dienaangaande nog

definitieve afstemming met de pandhouder moeten maken.

14-12-2018

2

Voor wat betreft het onderzoek naar de verpandbaarheid van de

debiteurenvorderingen wordt verwezen naar H 5.1. De afwikkeling van de

boedelexploitatie wordt behandeld in H 6.1.

14-03-2019

3

5. Bank / Zekerheden

€ 28.645.682,80

Toelichting vordering van bank(en)

Endless heeft de navolgende toelichting verstrekt bij haar vordering

Endless Funds (Endless) heeft in het kader van de acquisitie van de Brabant

Alucast-groep in 2016 de door ING Bank N.V. (ING) aan de groep verstrekte

financieringen overgenomen (ING Loans). Ter zekerheid voor de nakoming van

de vorderingen voortvloeiende uit de ING Loans heeft (onder meer) BAH bij

pandakte van 2 november 2011 een eerste pandrecht gevestigd ten behoeve

van ING op al haar bedrijfsuitrusting, voorraden en boekvorderingen. De totale

vordering onder de ING Loans bedraagt thans EUR 8.041.961,69 p.m.

Endless een (intercompany) kredietfaciliteit verstrekt aan verschillende

entiteiten binnen de Brabant Alucast-groep (de RCF), waarvoor BAH hoofdelijk

aansprakelijk is. BAH heeft in dit kader verschillende zekerheden gevestigd ten

behoeve van Endless, zoals neergelegd in de security agreement van 27

januari 2016. De totale vordering onder de RCF bedraagt thans EUR

16.301.017,52 p.m.

Project Horizon Coöperatief U.A. heeft in het kader van de acquisitie van de

Brabant Alucast-groep verschillende leaseovereenkomsten en

leningsovereenkomsten overgenomen van ABN AMRO Bank (hierna gezamenlijk

ABN Loan & Lease) met onder andere BAH. Ter meerdere zekerheid van de

nakoming van de verplichtingen onder de ABN Loan & Lease heeft (onder

meer) BAH bij pandakte van 7 mei 2008 een pandrecht gevestigd op haar

bedrijfsinventaris. BAH is hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen onder

de ABN Loan & Lease, waarvan de totale vordering thans EUR 4.302.703,59

p.m. bedraagt.

De curator onderzoekt de juistheid van de vorderingen.

17-09-2018

1

Toelichting vordering van bank(en)

Het onderzoek naar de juistheid is nog niet afgerond. Hetzelfde geldt voor het

onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de zekerheden. De focus heeft

gelegen op het bereiken van een doorstart en daarna op het liquideren van de

voorraad. Ten aanzien van de verkochte zaken is vastgesteld dat daarop een

rechtsgeldig pandrecht rustte. Thans is het pandrecht op de debiteuren en het

saldo op de ING bankrekening nog in onderzoek.

14-12-2018

2

Toelichting vordering van bank(en)

Het onderzoek is in verslagperiode 3 voortgezet. In het kader van dit

onderzoek zijn alle (raam)overeenkomsten tussen BAH en haar klanten tegen

het licht gehouden. In de met Opel/PSA en Shiloh gesloten contracten zijn –

naar mening van de curator – goederenrechtelijke verpandingsverboden

overeengekomen. Dienaangaande is er ook overleg geweest met een Franse

advocaat aangezien Frans recht op het met Opel/PSA gesloten contract van

toepassing is verklaard. Het contract gesloten met Valeo France is thans nog

onderwerp van onderzoek.

Als komt vast te staan dat er verpandingsverboden overeen zijn gekomen met

goederenrechtelijk gevolg, dan heeft dit zijn weerslag op de verdeling tussen

de boedel en de pandhouder van door de boedel geïncasseerde (pre-

faillissements)debiteuren. In dat geval kan de pandhouder namelijk geen

aanspraak maken op de opbrengst waardoor deze vrij in de boedel vloeit.

Op dit moment is het standpunt van de boedel ten aanzien van de partijen

14-03-2019

3

Opel/PSA en Shiloh aan de pandhouder voorgelegd. Over dit punt zijn partijen

op dit moment nog in overleg.

Verder heeft de curator een discussie gevoerd met DAF aangezien een van

haar groepsmaatschappijen haar nog op datum faillissement openstaande

weigerde te voldoen. Aangezien verschillende tot het DAF-concern behorende

partijen dubbele betalingen hebben verricht aan Brabant Alucast Heijen, heeft

de curator dit openstaande saldo verrekend met hetgeen de boedel – bij wijze

van superpreferente boedelvordering – moest terugbetalen.

Ten slotte heeft de curator uitvoerig met Eberspächer Catem

gecorrespondeerd ten aanzien van het op datum faillissement openstaande

saldo. De curator heeft vervolgens goederen die in eigendom toebehoorden

aan haar zusterbedrijf Eberspacher Climate Control onder zich gehouden

teneinde betaling af te dwingen aangezien beide partijen zich ten opzichte van

de boedel hoofdelijk tot correcte nakoming hadden verplicht. Nadat de curator

het recht van retentie had uitgeoefend, heeft de boedel een minnelijke

regeling met Eberspächer Catem weten te bereiken en heeft dit bedrag op de

boedelrekening geïncasseerd.

Toelichting vordering van bank(en)

Tijdens verslagperiode 4 is er uitgebreid met Endless gecorrespondeerd over

de afdracht door de boedel van opbrengsten die voortvloeien uit de incasso of

verkoop van verpande goederen. Zoals reeds eerder vermeld (zie H.7.1.) had

de boedel zich ten opzichte van Endless op een opschortingsrecht beroepen

waardoor er nog niet tot een nadere afdracht was overgegaan. Parallel

daaraan is de laatste hand gelegd aan het exploitatieoverzicht en is het netto-

exploitatieresultaat, bepaald.

Met Endless is er gedurende deze verslagperiode uitvoerig gediscussieerd over

i) kosten die de boedel heeft verdisconteerd bij het bepalen van het netto-

exploitatieresultaat (zie ook H.6), ii) de verpandbaarheid van bepaalde

vorderingen en iii) de restitutie van een eventueel uitbetaald bedrag

aangezien het rechtmatighedenonderzoek (zie H.7.8) (ook) ten aanzien van

haar nog niet is afgerond.

Uiteindelijk is in een aparte overeenkomst vastgelegd, dat Endless en de aan

haar gelieerde investment funds instaan voor een eventuele restitutie van

door de boedel uitbetaalde bedragen in voornoemd verband, indien en voor

zover zij daartoe veroordeeld door een rechter danwel dat er tussen Endless

en de boedel een schikking wordt getroffen waaruit enige betalingsverplichting

van Endless voortvloeit. Deze expliciete restitutieovereenkomst beperkt zich

voorts tot een veroordeling of regeling verband houdend met de door Endless

op 20 juni 2017 en 17 januari 2018 verstrekte letters of support aan BAI, én

een door Endless op 30 januari 2018 aan BAH verstrekte letter of comfort.

Nadat de vorenbedoelde overeenkomst met Endless was gesloten, is de

boedel tot uitkering overgegaan van opbrengsten waarvan niet ter discussie

staat dat deze (rechtsgeldig) aan Endless waren verpand, op basis van de

netto-resultaatsberekening zoals door de curator verricht. Kort samengevat

heeft een en ander geleid tot een additionele afdracht aan Endless van EUR

3.385.798,63. Dit bedrag valt als volgt uiteen:

Afdracht verpande pre-faillissementsdebiteuren: EUR 1.265.364,90

Afdracht opbrengsten verkoop verpande voorraden: EUR 1.432.012,80

Afdracht opbrengsten verpande "tooling": EUR 79.161,60

Afdracht (tot dan) terugontvangen energiebelasting: EUR 54.503,00

Afdracht verpand rekeningsaldo ING Bank NV: EUR 554.756,33

30-09-2019

4

Vanwege discussie over de verpandbaarheid van bepaalde vorderingen op

debiteuren, is de boedel vooralsnog niet overgegaan tot afdracht van een

totaalbedrag van EUR 434.319,00 aan pre-faillissementsdebiteuren én heeft zij

een totaalbedrag van EUR 60.800,87 achtergehouden van het saldo dat zich

bij de ING Bank NV bevond. Met name over de vraag aan wie deze

opbrengsten toevallen wordt thans nog met Endless gediscussieerd. Hetzelfde

geldt voor de vraag of het door de curator berekende netto-

exploitatieresultaat waarover afdracht heeft plaatsgevonden, conform

afspraak is.

Toelichting vordering van bank(en)

De discussie met Endless over de verpandbaarheid van bepaalde

debiteurenvorderingen is in de achterliggende verslagperiode voortgezet.

Endless heeft de boedel verzocht tot verdere afdracht over te gaan, hetgeen

de boedel gemotiveerd heeft geweigerd vanwege (door de debiteuren)

bedongen verpandingsverboden. De curator is namelijk van mening dat de

overeengekomen verpandingsverboden goederenrechtelijke werking hebben

en de opbrengsten ter zake niet aan Endless – als pandhouder – kunnen

worden afgedragen.

De discussie is bewerkelijk. Eén van de debiteuren heeft bovendien Frans recht

op de met haar gesloten contracten van toepassing verklaard. Dit compliceert

de discussie in zoverre dat de curator op dit punt bijstand heeft verzocht van

een Franse advocaat die ter zake gespecialiseerd is.

Endless is hiernaast van mening dat de curator onterecht bepaalde kosten van

het curatorenteam ten laste van de boedelexploitatie heeft gebracht. De

curator is echter van mening dat deze specifieke kosten als 'bijzondere

executiekosten' hebben te gelden en dientengevolge als eerste uit de bruto

opbrengst moeten worden voldaan. Ook hierover zijn (aanvullende)

argumenten uitgewisseld.

De achterliggende verslagperiode zijn partijen niet nader tot elkaar gekomen;

Endless is van mening dat haar een aanvullende afdracht van EUR 702.903,87

toekomt, terwijl de boedel van mening is dat voor enige aanvullende afdracht

geen reden bestaat.

30-03-2020

5

Toelichting vordering van bank(en)

In de achterliggende verslagperiode heeft de curator een nader onderzoek

verricht naar de door Endless ingenomen standpunten. De curator ziet echter

geen aanleiding het eerder door hem ingenomen standpunt te verlaten en

Endless haar eisen geheel of gedeeltelijk in te willigen.

26-03-2021

7

Toelichting vordering van bank(en)

De discussie zoals hiervoor omschreven is (vooralsnog) niet voortgezet. De

boedel zag daar ook niet direct aanleiding toe. Pandhouder Endless kennelijk

ook niet.

05-10-2021

8

Toelichting vordering van bank(en)

Met Endless is gedurende verslagperiode 9 een regeling getroffen waarmee

alle discussiepunten die tussen haar en de boedel in stonden zijn afgehandeld

(zie H.7.1)

05-04-2022

9

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

Er werden auto's geleased via Boxons Autolease. Deze zijn teruggenomen

door de leasemaatschappij.

Ook is er ten aanzien van een aantal machines sprake van een operational

danwel financial lease. Deze werden aanvankelijk geleased van ABN AMRO

Bank, maar de rechtsverhouding tussen ABN AMRO Bank en BAH is door Project

Horizon Coöperatief U.A. overgenomen. Het gaat om een bewerkingsmachine,

gietcel, bracket machine, bewerkingsstation en metaalbewerkingsmachine.

17-09-2018

1

Zie ook 3.3 voor de van Project Horizon Coöperatief U.A. geleasde zaken die

thans via tussenkomst van de boedel zijn verkocht.

14-12-2018

2

30-09-2019

4

Endless claimt een pandrecht op alle vermogensbestanddelen van BAH.

Hieronder vallen de roerende zaken, vorderingen op derden, banksaldi en IE

rechten.

17-09-2018

1

Indien er sprake is van een rechtsgeldig pandrecht, is er ook sprake van een

separatistenpositie van Endless behoudens de debiteuren die zijn ontvangen

op de bankrekening van BAH voordat afspraken zijn gemaakt over de inning

van de debiteuren.

De curator zal ten behoeve van de Ontvanger op grond van artikel 57 lid 3 FW

een beroep doen op het bodemvoorrecht.

17-09-2018

1

De curator heeft in de afgelopen verslagperiode een aanvang gemaakt met het

beoordelen van de door diverse crediteuren ingestelde vordering tot

teruggave van de door hen onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken.

Thans hebben zich 57 crediteuren gemeld die een beroep hebben gedaan op

een eigendomsvoorbehoud. Hiervan heeft de curator reeds 12 erkend en 19

afgewezen. De curator streeft ernaar om deze beoordeling in de komende

verslagperiode af te ronden, alsmede om een ophaaldag te organiseren.

17-09-2018

1

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de beoordeling van de door

diverse crediteuren ingestelde vordering tot teruggave van door hen onder

eigendomsvoorbehoud geleverde zaken afgerond. De curator heeft in totaal 65

vorderingen beoordeeld waarbij heeft te gelden dat de curator ten aanzien

van 34 crediteuren het beroep op een eigendomsvoorbehoud heeft erkend. In

september heeft de curator voor de crediteuren ten aanzien waarvan het

beroep op een eigendomsvoorbehoud is erkend, twee ophaaldagen

georganiseerd. De crediteuren die niet in de gelegenheid bleken om de

goederen die aan hen in eigendom toebehoorden op te halen, zijn daartoe op

een later tijdstip alsnog in de gelegenheid gesteld.

14-12-2018

2

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

In de afgelopen verslagperiode hebben zich drie crediteuren gemeld en een

beroep gedaan op het retentierecht. Deze crediteuren betroffen allen

zogenaamde 'bewerkers'. Dit zijn externe partijen die bewerkingen uitvoerden

op gietstukken. Het retentierecht werd uitgeoefend op de door BAH

aangeleverde gietstukken.

De curator heeft het opportuun geacht om ten aanzien van twee crediteuren

het retentierecht te doorbreken. Ten aanzien van één crediteur is het

retentierecht niet doorbroken, gelet op de waarde die zaken

vertegenwoordigden.

17-09-2018

1

De boedel heeft in de afgelopen verslagperiode de zaken ontvangen ten

aanzien waarvan het recht van retentie is doorbroken. De curator heeft met de

betreffende zaken een executieopbrengst weten te realiseren. De retentors

behouden op grond van artikel 3:292 BW jo art. 60 Fw een voorrang op de

executieopbrengst, na omslag van de algemene faillissementskosten.

14-12-2018

2

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator aanvang gemaakt met het

beoordelen van de door diverse crediteuren ingestelde vordering tot

teruggave op grond van het recht van reclame. Thans hebben zich 12

crediteuren gemeld die een beroep hebben gedaan op het recht van reclame.

Hiervan heeft de curator reeds 8 erkend en 4 afgewezen. De crediteuren

worden op korte termijn op de hoogte gebracht van de uitkomst van deze

beoordeling. De crediteuren ten aanzien waarvan het beroep op het recht van

reclame is toegewezen, zullen daarbij worden uitgenodigd voor een

ophaaldag.

17-09-2018

1

De curator heeft het onderzoek naar de door diverse crediteuren ingestelde

vordering tot teruggave op grond van het recht van reclame afgerond. De

crediteuren die zich met succes hebben beroepen op het recht van reclame zijn

inmiddels in de gelegenheid gesteld om hun goederen op te halen en zijn

daartoe inmiddels ook overgegaan.

14-12-2018

2

Toelichting

De totale boedelbijdrage dient nog te worden berekend. Zoals hiervoor

aangegeven is afgesproken dat de boedel 10% ontvangt over de door haar

geinde vorderingen en 40% van de netto opbrengst van de verkochte en

verpande voorraad eind- en halfproducten, assemblage voorraad en voorraad

verbruiksgoederen.

17-09-2018

1

Toelichting

Zie 6.1.

14-12-2018

2

Toelichting

Voor een nadere financiële toelichting wordt verwezen naar het financiële

verslag ("SFV") dat gelijktijdig met dit vervolgverslag is ge-upload.

30-09-2019

4

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

In de afgelopen periode is een aanvang genomen met het beoordelen van de

zekerheidsstukken en financieringsovereenkomsten. Er zijn diverse vragen

gesteld aan Endless. De curator heeft zich alle rechten voorbehouden en zal in

de komende periode het onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de

zekerheden en omvang van de vordering van Endless afronden.

17-09-2018

1

De curator is in overleg met Endless over haar zekerhedenpositie. 14-12-2018

2

Zie ook H 5.1. 14-03-2019

3

Zie H.5.1. 30-09-2019

4

Zie H.5.1. 30-03-2020

5

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

Exploitatie I: verkoop opgebouwde voorraad

Aangezien op datum faillissement een grote hoeveelheid voorraad aanwezig

bleek te zijn, heeft de curator in samenspraak met de (pretense) pandhouder

afspraken gemaakt omtrent de uitlevering hiervan. Zie ook 3.7. Thans is bijna

alle voorraad die op datum faillissement aanwezig was, uitgeleverd.

Exploitatie II: opstarten smeltbedrijf en verkoop nieuw gegoten producten

Daags na aanvang van het faillissement, ontving de curator van diverse

klanten het dringende verzoek om het smeltbedrijf voort te zetten. De

opgebouwde voorraad bleek voor de klanten onvoldoende te zijn om langere

tijd te kunnen overbruggen zonder met een lijnstop geconfronteerd te worden.

Aangezien de kansen op een doorstart groter zouden zijn als het smeltbedrijf

in gang zou zijn, heeft de curator, na hiertoe de machtiging van de rechter-

commissaris te hebben verkregen, het smeltbedrijf opgestart. Gedurende een

periode van twee weken (van 13 augustus tot 28 augustus) is voor de zes

grootste klanten van Brabant Alucast Heijen de productie voortgezet. Nadat

het smeltbedrijf was stilgelegd, hebben nog diverse

bewerkingswerkzaamheden plaatsgevonden gedurende anderhalve week (tot

6 september 2018).

Het geraamde verlies gedurende deze voortzettingsperiode bedroeg circa EUR

200.000,-. Dit verlies is door de klanten waarvoor de productie is voortgezet,

gedekt. De curator zal, zodra de voortzettingsperiode definitief is geëindigd,

een meer gedetailleerd (financieel) overzicht verstrekken van de

voortzettingswerkzaamheden.

17-09-2018

1

Exploitatie I: verkoop opgebouwde voorraad

In de afgelopen verslagperiode is nagenoeg alle opgebouwde voorraad

verkocht. De verkoopinspanningen van de curator hebben ertoe geleid dat van

de totale potentiële verkoopwaarde van de voorraad (EUR 3.092.070,-) in

totaal EUR 2.917.000,- (zijnde 94%) is gerealiseerd. De niet verwezenlijkte

EUR 175.070 (6%) zag hoofdzakelijk op restpartijen niet-courante voorraad.

Deze niet-courante voorraad had hoofdzakelijk betrekking op producten die

niet langer in productie waren bij de betreffende klanten. De betreffende

onderdelen zijn evenwel verkocht aan een oud-ijzerhandelaar voor een bedrag

van EUR 17.104,-.

Op dit moment is de curator nog in afwachting van diverse eindafrekeningen

van (onder andere) (nuts)leveranciers, pensioenfondsen en in overleg met

enkele klanten over een financiële afwikkeling van enkele posten. Nadat deze

posten zijn opgehelderd, kan de curator de gemaakte kosten over de

verschillende categorieën opbrengsten (opbrengst van debiteurenincasso,

verkoopresultaat van reeds aanwezige voorraad, verkoopresultaat van

boedelexploitatie en verkoopresultaat overige activa) alloceren. Daarna kan er

in beginsel ook met de pandhouder worden afgewikkeld.

Exploitatie II: opstarten smeltbedrijf en verkoop nieuw gegoten producten

In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de gedurende de

boedelperiode geproduceerde goederen zo veel als mogelijk afgemaakt en

uitgeleverd aan de diverse klanten. Per einde exploitatieperiode II is alle extra

geproduceerde voorraad verkocht en betaald. De behaalde omzet bedraagt

EUR 722.000,-.

Ten behoeve van het opstarten van het smeltbedrijf en het zorgen voor een

lopende operatie (Exploitatie II), heeft de boedel tevens – uit eigen middelen –

aluminiumvoorraad ingekocht omdat de voorraad die op datum faillissement

aanwezig was en overigens onder eigendomsvoorbehoud was geleverd,

onvoldoende was om het smeltproces in gang te houden. Nadat de lopende

exploitatie weer was stilgelegd, is de restant voorraad aluminium (zowel de

aluminium broodjes als het omloopmateriaal) verkocht aan een ander

aluminiumsmelterij. Aangezien al het aluminium des boedels is, komt het

verkoopbedrag (EUR 42.578,- (ex BTW) volledig aan de boedel toe.

Op dit moment is de curator nog in afwachting van diverse eindafrekeningen

van (onder andere) (nuts)leveranciers, pensioenfondsen en in overleg met één

klant over een financiële afwikkeling van enkele posten. Nadat deze posten

zijn opgehelderd, kan de curator de gemaakte kosten over de verschillende

categorieën opbrengsten (opbrengst van debiteurenincasso, verkoopresultaat

van reeds aanwezige voorraad, verkoopresultaat van boedelexploitatie en

verkoopresultaat overige activa) alloceren. Alsdan is ook het netto

exploitatieresultaat van Exploitatie II bekend.

Uitlevering tooling

Toen een doorstart niet meer mogelijk bleek heeft de curator aanvang

gemaakt met de uitlevering van de zogenoemde tooling aan klanten. Onder

tooling wordt onder meer verstaan de matrijzen en trimstempels, maar ook de

assembleerlijnen, de meetapparatuur, 3D-tekeningen en overige

administratieve bescheiden. Deze tooling was eigendom van de klanten van

BAH en diende derhalve door de curator aan de klanten ter beschikking te

worden gesteld.

Per datum surseance waren er 139 sets tooling aanwezig. Op 109 van deze

sets had recentelijk nog productie plaatsgevonden. Deze sets zijn als

"courant" bestempeld waardoor de klant, naar onze verwachting, de

14-12-2018

2

betreffende sets zou willen ophalen. De overige 30 sets zouden naar

verwachting, met instemming van de klant verschoot kunnen worden. Per dag

konden er tussen 5 en maximaal 8 sets verzendklaar worden gemaakt en klaar

worden gezet voor transport.

Gelet op de complexiteit en omvang van deze exercitie, heeft de curator een

zogenoemd "afwikkelteam" samengesteld, bestaande uit 14 personeelsleden

van BAH. Zij waren bekend met de tooling (welke zaken tot de tooling

toebehoorden en waar deze zaken zich bevonden) en zijn daarom tot en met

5 oktober 2018 in dienst gebleven voor een ordentelijke afwikkeling van de

uitlevering.

Om de kosten die met de ordentelijke afwikkeling gepaard gingen

(bijvoorbeeld loonkosten, huur van vorkheftrucks en andere zaken, energie,

beveiliging etcetera) het hoofd te kunnen bieden, heeft de curator bij de

klanten een zogenoemde "handling fee" in rekening gebracht. Deze handling

fee is berekend door op basis van de administratie een inschatting te maken

van de totale kosten die zouden opkomen bij uitlevering en deze kosten

vervolgens om te slaan over het aantal terug te geven sets tooling. Per

toolingset is uiteindelijk EUR 1.500,- (ex BTW) in rekening gebracht. De klanten

hebben deze handlingfee zonder uitzondering als redelijk ervaren en op

verzoek van de curator ook voor uitlevering betaald. De handling fee is niet

verpand en valt volledig in de boedel. Uiteraard dient de boedel ook de kosten

te betalen.

Vervolgens is in overleg met de verschillende klanten een prioriteitenlijst

gemaakt waarbij de klant zelf kon aangeven of bepaalde sets tooling een

hoge, danwel lage prioriteit had. Op basis van deze input en de beschikbare

man- en materiaalkracht is vervolgens een uitleverschema gemaakt en op

basis daarvan tot uitlevering overgegaan.

De totale handling fee bedraagt EUR 162.000,-. Hiermee is de boedel

(ruimschoots) uit de kosten gekomen.

Exploitatie I: verkoop opgebouwde voorraad

Gedurende verslagperiode 3 is er intensief gewerkt aan de financiële

afwikkeling van de exploitatieperiode. In dat verband heeft de afwikkeling

tussen de boedel en haar crediteuren in het kader van de exploitatie veel tijd

gevergd. Dat heeft er in ieder geval toe geleid dat nagenoeg van alle partijen

een eindafrekening is ontvangen, die vervolgens is beoordeeld en betaald.

Op dit moment wordt er met de pandhouder gesproken over het

exploitatieoverzicht en enkele daarin verwerkte (kosten)posten. Zodra partijen

overeenstemming hebben bereikt over een en ander kan het definitieve, netto

exploitatieresultaat worden vastgesteld.

Exploitatie II: opstarten smeltbedrijf en verkoop nieuw gegoten producten

Gedurende verslagperiode 3 is er intensief gewerkt aan de financiële

afwikkeling van de exploitatieperiode. In dat verband heeft de afwikkeling

tussen de boedel en haar crediteuren in het kader van de exploitatie veel tijd

gevergd. Dat heeft er in ieder geval toe geleid dat nagenoeg van alle partijen

een eindafrekening is ontvangen, die vervolgens is beoordeeld en betaald.

De curator heeft met DAF en Shiloh gesprekken gevoerd over de goederen die

gedurende de exploitatieperiode zijn verkocht en geleverd. Zowel DAF als

Shiloh stelde van sommige zaken meer goederen te hebben gekregen dan

besteld en van sommige zaken minder goederen te hebben gekregen dan

besteld. De curator heeft in dat kader bewijsstukken uit de interne

administratie moeten vergaren en heeft tevens het door DAF en Shiloh

14-03-2019

3

6.2 Financiële verslaglegging

overgelegde bewijs moeten beoordelen. Inmiddels heeft de curator

vastgesteld dat sommige zaken inderdaad niet geleverd zijn – waarvoor wel

een factuur was gestuurd – en dat sommige zaken teveel zijn geleverd. In dat

kader heeft de curator een eindafrekening opgesteld die door beide klanten

akkoord is bevonden. Meer of andere kwesties ter zake de geleverde zaken,

spelen niet meer.

Uitlevering tooling:

Gebleken is dat de totale handling fee EUR 155.000,- bedraagt. Enkele mallen

waarvan werd verwacht dat ze courant waren, daardoor zouden worden

opgehaald en waarvoor dan ook de handling fee in rekening gebracht kon

worden, bleken toch incourant en te zijn verschroot. Dat heeft tot een

creditering geleid van EUR 7.000,- (exclusief BTW).

Exploitatie I: verwezen wordt naar H.5.1. en naar het financiële verslag ("SFV")

dat gelijktijdig met dit vervolgverslag is ge-upload.

Exploitatie II: verwezen wordt naar H.3.3 voor wat betreft de discussie met

DAF en voor het overige naar H.5.1. en het financiële verslag ("SFV") dat

gelijktijdig met dit vervolgverslag is ge-upload.

Uitlevering tooling: verwezen wordt naar H.5.1. en naar het financiële verslag

("SFV") dat gelijktijdig met dit vervolgverslag is ge-upload.

30-09-2019

4

In de achterliggende verslagperiode heeft er met de (Nederlandse)

Belastingdienst overleg plaatsgevonden met betrekking tot de aangifte

omzetbelasting over de periode op en na datum faillissement. Dit heeft geleid

tot een aangifte tot en met 31 oktober 2019 waarmee de volledige

boedelexploitatie in fiscale zin is verantwoord. Op basis van deze aangifte zou

de boedel over de voornoemde periode per saldo een totaalbedrag van EUR

5.942,76 dienen af te dragen.

De aangifte die namens de curator is ingediend, is door de Belastingdienst

gevolgd. Als gevolg van een en ander is er een aanslag opgelegd en heeft de

boedel voornoemd totaalbedrag van EUR 5.942,76 afgedragen.

30-03-2020

5

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

Aangezien de voortzettingsperiode nog niet is beëindigd, zijn er geen

definitieve cijfers bekend. Zodra de voortzettingsperiode is beëindigd, en dat

zal naar het zich thans laat aanzien op 5 oktober 2018 zijn, kunnen de

definitieve cijfers worden opgesteld. Zodra deze beschikbaar zijn, zullen deze

cijfers in het faillissementsverslag worden opgenomen.

17-09-2018

1

Op dit moment is de curator nog in afwachting van diverse eindafrekeningen

van (onder andere) (nuts)leveranciers, pensioenfondsen en in overleg met

enkele klanten over een financiële afwikkeling van enkele posten. Nadat deze

posten zijn opgehelderd, kan de curator de gemaakte kosten over de

verschillende categorieën opbrengsten (opbrengst van debiteurenincasso,

verkoopresultaat van reeds aanwezige voorraad, verkoopresultaat van

boedelexploitatie en verkoopresultaat overige activa) alloceren.

14-12-2018

2

Gedurende verslagperiode 3 is er intensief gewerkt aan de financiële

afwikkeling van de exploitatieperiode. In dat verband heeft de afwikkeling

tussen de boedel en haar crediteuren in het kader van de exploitatie veel tijd

gevergd. Dat heeft er in ieder geval toe geleid dat nagenoeg van alle partijen

een eindafrekening is ontvangen, die vervolgens is beoordeeld en betaald.

14-03-2019

3

Verwezen wordt naar het financiële verslag ("SFV") dat gelijktijdig met dit

vervolgverslag is ge-upload.

30-09-2019

4

Voor de voortzetting van de onderneming heeft de curator de hulp

ingeschakeld van een registeraccountant van Fagro. Deze accountant monitort

de financiële bedrijfsvoering en zal op een later moment een definitief

voortzettingsrapport delen met de curator. De belangrijkste gegevens hieruit

zullen op een later moment in het faillissementsverslag worden opgenomen.

Verder heeft de curator intensief contact met alle stakeholders die de

voortzetting mogelijk maken. Hierbij kan gedacht worden aan de klanten,

toeleveranciers, de rechter-commissaris, de financier en de aandeelhouder.

17-09-2018

1

De werkzaamheden zijn tot 5 oktober 2018 (laatste dag waarop de leden van

het afwikkelteam nog niet uit dienst waren) zeer intensief geweest. Nog

steeds vinden er omvangrijke werkzaamheden plaats in het kader van (met

name) de financiële afwikkeling van de exploitatieperiode.

14-12-2018

2

Gedurende verslagperiode 3 is er intensief gewerkt aan de financiële

afwikkeling van de exploitatieperiode. In dat verband heeft de afwikkeling

tussen de boedel en haar crediteuren in het kader van de exploitatie veel tijd

gevergd.

Daarnaast is de curator op dit moment in overleg/onderhandeling met de

pandhouder over (onder meer) de afronding van de boedelexploitatie.

Verwezen wordt ook naar H 7.1.

14-03-2019

3

Verwezen wordt naar H.5.1. en naar het financiële verslag ("SFV") dat

gelijktijdig met dit vervolgverslag is ge-upload.

30-09-2019

4

Doorstarten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

Over een mogelijke doorstart van de onderneming is in de periode van 20 juli

jl. tot uiteindelijk maandag 3 september jl. met diverse partijen onderhandeld.

Uiteindelijk hebben alle zich in een doorstart geïnteresseerd getoonde

bedrijven (13 partijen in totaal) van een doorstart afgezien. De belangrijkste

argumenten daar voor waren de scherp dalende orderinstroom afgezet tegen

de minimumbedragen die benodigd zijn om de activa van de boedel c.q. de

pandhouder over te nemen en het minimum aantal werknemers dat in dienst

gehouden moet worden om een gieterij zoals door BAH geëxploiteerd

draaiende te kunnen houden. Met name dat laatste heeft invloed op het

beschikbaar te stellen werkkapitaal van zulks een eventuele doorstart.

Belangrijk tenslotte is te vermelden dat de doorlooptijd bij het acquireren van

nieuwe orders in de automotive erg lang is waardoor er vooraf enkele jaren

geïnvesteerd moet worden om uiteindelijk tot rendement te komen.

17-09-2018

1

Vlak na het uitspreken van het faillissement heeft de curator een lijst samen

laten stellen van bedrijven die zich ofwel eerder geïnteresseerd hebben

getoond in een overname van BAH, danwel bedrijven die daar mogelijkerwijs in

geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Het betrof partijen uit Nederland maar

voornamelijk uit het buitenland. Al deze partijen zijn benaderd met een

zogenaamd informatiememorandum waarin hen werd verzocht aan te geven of

men geïnteresseerd was in een doorstart en zo ja, eventueel nadere

informatie verlangde. Alvorens nadere (bedrijfsgevoelige) informatie is

verstrekt zijn er met de betreffende partijen geheimhoudingsovereenkomsten

gesloten.

Met diverse partijen is vervolgens gesproken en zijn financiële vooruitzichten,

onderbouwingen etc. gedeeld. Enkele partijen zijn persoonlijk ontvangen en

rondgeleid. Uiteindelijk is dit voor één partij aanleiding geweest om op 8

augustus jl. een voorwaardelijke bieding uit te brengen die zowel voor de

boedel als de pandhouder aanleiding gaf om daar nader op in te gaan. Drie

van de meest in het oog springende voorwaarden waren: i) er mochten geen

(belangrijke) klanten voor de doorstart verloren gaan, ii) het gietproces moest

zo snel als mogelijk weer worden opgestart om het achterstanden en verlies

van klanten te voorkomen en iii) in de koop moest het pand dat BAH van BAI

huurde zijn inbegrepen.

Het vorenstaande is voor de boedel de concrete aanleiding geweest om het

gietproces gedurende week 33 en 34 op te starten en zodoende voor

bepaalde klanten, bepaalde gietstukken te produceren zodat productiestops

en het verlies van de betroffen klant te voorkomen. Gelijktijdig is er uitvoerig

met BAI en Endless onderhandeld over de voorwaarden waaronder zij het

bedrijfspand zou willen verkopen. De koper is vervolgens zelf met de klanten

gaan onderhandelen over hun betrokkenheid bij een eventuele doorstart.

De gesprekken met de klanten zijn voor koper de aanleiding geweest om haar

bod op vrijdag 17 augustus jl. in te trekken. Aangezien deze beslissing voor

zowel de boedel als BAI als een verrassing kwam is er in het weekend van 18

en 19 augustus jl. nader overleg met de koper geweest om te bezien welke

problemen zijn ondervond en of die problemen met behulp van BAI danwel de

boedel op te lossen waren. Dit heeft koper ertoe gebracht op maandag 20

augustus jl. een aangepast bod uit te brengen. De meest in het oog

springende voorwaarde voor gestanddoening van dit bod was de bereidheid

van klanten om voor een periode van 2 jaar i) een prijsverhoging te accepteren

17-09-2018

1

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

en ii) een zogenaamde EBITDA-garantie af te geven waarmee kort samengevat

werd beoogd dat het aandeel van de betreffende klant in de omzet van

BAH/de doorstart niet zou gaan dalen.

Zowel BAI als de boedel hebben alles in het werk gesteld om de voorwaarden

van koper te vervullen. Zo zijn er tussen beide partijen afspraken gemaakt

over de verdeling van de koopsom, zouden voorwaarden worden

geaccepteerd over een uitgestelde betaling van deze koopsom en is er met

klanten overlegd. Niettemin heeft koper in een persoonlijk gesprek op vrijdag

24 juli jl., waarbij Endless, BAI en de curatoren aanwezig waren, haar bieding

nogmaals en voor de overige aanwezigen, plotsklaps en zonde reële

aanleiding met ongeveer 1/3 verlaagd. Zulks een koopsom was noch voor BAI,

noch voor de boedel acceptabel gelet op de getaxeerde liquidatiewaardes van

de activa. Daarop zijn de onderhandelingen gestaakt.

Het nieuws dat er géén doorstart zou komen heeft niet alleen de boedel en

BAI, maar ook enkele klanten zeer verrast. Zo zeer zelfs, dat één van de

klanten een van haar andere toeleveranciers heeft verzocht de onderneming

van BAH door te starten. Deze gesprekken zijn vervolgens op gang gekomen,

waarna deze koper BAH op maandag 3 september jl. heeft bezocht. Gelet op

de extreem korte termijn waarbinnen deze doorstart gestalte moest krijgen

(op 5 september jl. zijn namelijk alle arbeidsovereenkomsten geëindigd

vanwege de toepasselijke opzegtermijn) heeft deze koper echter ook

afgehaakt.

Geconstateerd moet worden dat – alle inspanningen van de betrokken partijen

ten spijt - een doorstart van BAH niet opportuun (meer) is.

Toelichting

Geen.

17-09-2018

1

Toelichting

Zie 6.5. Van een doorstart is geen sprake.

17-09-2018

1

De werkzaamheden met betrekking tot de gepoogde doorstart zijn zeer

bewerkelijk gebleken. Dat houdt enerzijds verband met het aantal partijen dat

is benaderd, de internationale context waarin de onderhandelingen werden

geplaatst maar niet op de laatste plaats ook met de complexiteit van de

onderneming van BAH en met name ook de branche waarbinnen zij

onderneemt.

17-09-2018

1

7. Rechtmatigheid

7.1 Boekhoudplicht

In onderzoek. 17-09-2018

1

Het concept rapport van de door de curator ingeschakelde accountant is in de

afgelopen verslagperiode overgelegd. Dit concept-rapport is inmiddels door de

curator bestudeerd en heeft de curator aanleiding gegeven om nadere vragen

te stellen aan de accountant. De curator is vooralsnog in afwachting van de

beantwoording van zijn vragen.

14-12-2018

2

De curator heeft de achterliggende periode het onderzoek naar de

rechtmatigheden verder ter hand genomen. Vragen zijn gesteld aan de

directie, althans hun advocaat en ook Endless, althans hun advocaten.

Daarnaast heeft er een bespreking plaatsgevonden met vertegenwoordigers

van Endless en hun advocaten.

Gelet op de omvang van de administratie, de internationale context waarin een

en ander plaatsvindt en de aard en omvang van de gestelde vragen is het

onderzoek tot dusver zeer bewerkelijk.

De boedel heeft de rechtmatighedenparagraaf in de breedste zin des woords

op dit moment nog in onderzoek. Zodra het onderzoek is afgerond

(waarschijnlijk in verslagperiode 4) worden de ingenomen standpunten met de

rechter-commissaris gedeeld en, indien opportuun, aan andere betrokkenen

voorgelegd in het kader van hoor en wederhoor.

Wel heeft de boedel ten opzichte van Endless het standpunt ingenomen – én

met haar gedeeld - dat de boedel haar verplichting tot afdracht van het

exploitatieresultaat en de geïncasseerde debiteurenvorderingen – voor zover

de opbrengst voortvloeit uit verpande zaken – opschort totdat het

rechtmatighedenonderzoek is afgerond.

Op dit moment vindt er ook overleg plaats met het bevoegde gezag over de

vraag of, en zo ja, in hoeverre BAH – en na faillissement, de boedel – de

(eventueel) op haar rustende verplichtingen uit hoofde van het 'Integraal

Pollutant Release and Transfer Register' (PRTR) dient na te komen. Normaliter

zijn industriële bedrijven verplicht om jaarlijks een milieujaarrapportage,

waarin zij rapporteren over hun afval, energie- en watergebruik en emissies

naar lucht, water en bodem aan het bevoegde gezag aan te reiken.

14-03-2019

3

Tijdens verslagperiode 4 zijn er met Endless afspraken gemaakt omtrent een

aan haar te verrichten afdracht; verwezen wordt naar H.5.1.

Het rechtmatighedenonderzoek is voortgezet (zie ook H.1.5), maar kan

vooralsnog niet worden afgerond. Met de feitelijke/statutaire directie van BAH

alsmede de curator van BAI is uitvoerig gediscussieerd over eerst i) het

veiligstellen van de e-mailbestanden BAI, waaronder ook de e-mails van de

directie en daarna ii) het inzagerecht van de curator BAH dienaangaande.

Inmiddels zijn de e-mailbestanden van de BAI-medewerkers/bestuurders

veiliggesteld en bevindt de data zich in handen van de curator BAI.

De curator is van mening dat de vorenbedoelde administratie BAI, óók tot de

administratie van BAH behoort en hij daar inzage in mag nemen. Dit omdat

onder meer BAI bestuurder is van BAH. Op verzoek van (de advocaat van) de

directie is evenwel uitvoerig gediscussieerd over een zogenaamd

inzageprotocol waarin voorwaarden en bedingen zijn opgenomen op basis

waarvan de curator tot inzage over zou mogen gaan van een bepaald, door

30-09-2019

4

een onafhankelijke derde afgescheiden deel van deze administratie. Naar

mening van de curator was het voorstel echter zo beklemmend, dat

medewerking daaraan niet in het belang van de boedel BAH is. Ofschoon er

door de curator pogingen zijn ondernomen om tot een meer evenwichtig

protocol te geraken, heeft dat niet tot overeenstemming geleid. Daarop zijn de

onderhandelingen gestaakt.

De curator is thans in overleg met de rechter-commissaris over de te nemen

vervolgstappen.

Daarnaast ontbreekt op dit moment inzicht in het controlerapport dat is

opgesteld door groepsaccountant, BDO. Dit controlerapport vormt – kort

samengevat – de basis van de door haar aan BAI verleende goedkeurende

verklaring op grond waarvan er in januari 2018 nog een jaarrekening is

gepubliceerd die uitging van een zogenaamd "going concern" scenario van de

groep. De curator wenst zich hierover een beeld te vormen, doch BDO weigert

vooralsnog het controlerapport te verstrekken vanwege door haar te

betrachten geheimhouding.

De onderhandelingen diengaande zijn op dit moment nog niet afgerond.

Tenslotte dient te worden gemeld dat met het bevoegde gezag afspraken zijn

gemaakt over de toepasselijkheid uit hoofde van het 'Integraal Pollutant

Release and Transfer Register'. Inmiddels is de bevestiging ontvangen dat BAH

vanwege haar faillissement is ontslagen van haar verplichtingen

dienaangaande. Daardoor is dit punt afgewikkeld.

De discussie met betrekking tot de door de curator verlangde inzage in de e-

mailbestanden is in de achterliggende periode voortgezet.

Nadat was gebleken dat het minnelijke overleg tussen de curator en de

directie niet vruchtbaar bleek, is de curator in overleg getreden met de curator

BAI over afgifte van deze e-mailbestanden. De curator BAI was immers de

partij die de beschikking had over (een kopie van) deze e-mailbestanden.

Het overleg tussen beide curatoren heeft niet tot overeenstemming geleid. De

curator heeft zich als gevolg daarvan genoodzaakt gezien de curator BAI in

kort geding te dagvaarden om afgifte van de e-mailbestanden te forceren.

Nadat de dagvaarding was uitgebracht heeft een van de directieleden via

voeging en tussenkomst gepoogd zich in deze procedure te mengen; de

curator heeft hiertegen verweer gevoerd.

Op 12 februari 2020 heeft de Voorzieningenrechter vonnis gewezen. De

curator is daarbij in het gelijk gesteld. De curator BAI is op zijn beurt

veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan afgifte van de e-

mailbestanden aan de curator, hetgeen intussen is geschied.

De vordering tot voeging en tussenkomst van een van de directieleden is

afgewezen. Hij heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Op dit moment is de

curator in afwachting van de grieven.

De curator heeft de e-mailbestanden na afgifte laten ontsluiten en intussen in

onderzoek.

Parallel aan de discussie met de directie, loopt de discussie met

groepsaccountant BDO over inzage door de curator in het controlerapport.

Nadat er tussen partijen (nadere) standpunten zijn uitgewisseld heeft de

groepsaccountant ingestemd met het houden van een bespreking waarin hij

een toelichting op de aan hem verstrekte opdracht zal geven. Deze bespreking

stond op 27 maart jl. gepland maar is vanwege de Corona-problematiek

afgelast en tot nader order, verdaagd.

30-03-2020

5

Het onderzoek naar de rechtmatigheden is op basis van vooraf door de curator

bepaalde thema's voortgezet en heeft intussen de nodige bruikbare informatie

opgeleverd. Nog niet alle onderzoekspunten zijn op dit moment afgerond.

Zodra afronding daarvan een feit is, zullen de bevindingen (in samenhang)

worden bestudeerd en, indien nodig/opportuun, (voorlopige) juridische

standpunten worden ingenomen en de betrokkenen om een reactie worden

gevraagd.

In algemene zin geldt dat het onderzoek vanwege de omvang van het

onderliggende dataset bewerkelijk is.

Het overleg met BDO dat op 27 maart jl. stond gepland is vanwege de Corona-

problematiek afgelast en uiteindelijk, mede vanwege de vakanties van diverse

betrokkenen, verplaatst naar vrijdag 2 oktober 2020. Vanwege de op 28

september 2020 afgekondigde (nadere) maatregelen is thans onzeker of dit

overleg door kan gaan. In overleg met BDO zal er, indien een fysieke

bespreking niet mogelijk blijkt, gekeken worden naar (digitale) alternatieven

om de voortgang niet nog verder te vertragen.

29-09-2020

6

Het onderzoek naar de rechtmatigheden is voortgezet. Het doornemen van het

eerder ontsloten dataset is in de achterliggende verslagperiode (7) afgerond.

De daaruit voortvloeiende bevindingen zijn per onderzoeksthema verwerkt in

een (intern) rapport. Dit rapport ligt aan de curator voor.

Het overleg met BDO dat voor het eerst in Q1 2020 gepland stond, is intussen

een aantal keren verplaatst vanwege de Corona-beperkingen die maken dat

partijen niet lijflijk bij elkaar kunnen komen. Inmiddels is er een nieuwe datum

gepland in mei dit jaar. Gelet op de aard van het overleg en de onderliggende

problematiek is de curator overigens afgeraden uit te wijken naar een digitale

sessie die uiteraard wel al eerder had kunnen plaatsvinden. Dat heeft echter

een meer dan behoorlijke vertraging tot consequentie, hetgeen niet optimaal

is maar onder de gegeven omstandigheden het minst slechte alternatief.

De curator acht het verstandig het overleg met BDO af te wachten alvorens hij

zijn bevindingen (voor zover opportuun) met de betrokkenen deelt.

Voorbereidende werkzaamheden vinden thans wel al plaats zodat kort na het

overleg met BDO een volgende stap kan worden gezet.

26-03-2021

7

Het onderzoek naar de rechtmatigheden is voortgezet.

In dit verband heeft er op 21 mei 2021 een uitgebreid overleg met BDO

plaatsgevonden. De destijds betrokken groepsaccountant heeft toegelicht

waarom hij onder de (destijds) gegeven omstandigheden is overgegaan tot

het verstrekken van een goedkeurende verklaring voor de (geconsolideerde)

jaarrekening 2016.

Op basis van de informatie verkregen uit het voornoemde overleg heeft de

curator de directie om opheldering verzocht over twee omstandigheden,

namelijk i) het gewicht dat de directie heeft toegekend aan de door Endless

verstrekte letters of comfort en support en ii) de betaling van management fee

door BAH aan BAI vanaf 1 maart 2018. Het bestuur heeft via haar advocaat op

deze vragen gereageerd. De curator heeft deze reactie in onderzoek.

05-10-2021

8

Gedurende verslagperiode 9 is het overleg met de directie voortgezet.

Inhoudelijk zijn er standpunten uitgewisseld over het gewicht dat de directie

heeft toegekend aan de door Endless verstrekte letters of comfort en support

en ii) de betaling van management fee door BAH aan BAI vanaf 1 maart 2018.

Endless (en de aan haar verbonden ondernemingen, waaronder Project

05-04-2022

9

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

Horizon Coöperatief U.A.) heeft naar aanleiding van het vorenstaande

aanleiding gezien om – in breder verband – met de curator van gedachten te

wisselen over een regeling waarmee alle geschilpunten tussen Endless (c.s.),

de directie en de boedel beëindigd konden worden. De curator stond hier voor

open.

Tussen (de raadslieden) van Endless, de directie en de curator is onderhandeld

over de contouren van een mogelijke regeling. De curator heeft hierover met

de rechter-commissaris overleg gepleegd. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een

minnelijke regeling op basis waarvan de boedel een nadere afdracht van EUR

250.000,- aan Endless heeft verricht als gerealiseerde opbrengst onder

Endless haar zekerheden (zie H.5.1). Benoemde partijen hebben elkaar voorts

over en weer finale kwijting verleend. Dit laatste betekent ook dat de eerder

door Endless ingediende vordering van ruim EUR 28.000.000,- is gekweten (zie

H 8.4) waardoor het uiteindelijke boedeltekort in dit faillissement drastisch is

gedaald.

De bij het faillissement betrokken vakbond (FNV Metaal) heeft zich recentelijk

bij de curator gemeld. Zij heeft verzocht om een overleg waarin zij de gang van

zaken in dit faillissement met de curator wil bespreken. De vakbond wil zich

laten vergezellen door twee ex-werknemers van curanda die tevens lid van de

OR waren. De curator heeft aangegeven in beginsel voor een dergelijk gesprek

open te staan, maar dat hij voordat hij daarover een definitief standpunt zal

bepalen eerst een lijst met onderwerpen/vragen die in het gesprek aan de

orde zullen komen van de vakbond wenst te ontvangen. Deze lijst is nog niet

ontvangen.

Er heeft een uitgebreid overleg met de betrokken vakbond en twee leden van

de voormalige OR van BAH plaatsgevonden. Daaraan vooraf heeft de curator

ter voorbereiding een lijst met vragen ontvangen. Van de vakbond heeft de

curator begrepen dat afwikkeling van het faillissement alsmede de daarop

gegeven toelichting naar tevredenheid was.

04-10-2022

10

Voor de boekjaren 2012 t/m 2016 is een instemmingsverklaring gedeponeerd.17-09-2018

1

N.v.t. voor de vennootschap. 17-09-2018

1

De vennootschap is opgericht op 31 juli 1956. Het is zodoende niet opportuun

om te onderzoeken of de aandelen zijn volgestort.

17-09-2018

1

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

Toelichting

In onderzoek.

17-09-2018

1

Toelichting

De curator heeft het functioneren van het bestuur nog in onderzoek.

Onderdeel daarvan is het oorzakenonderzoek dat nog niet is afgerond.

14-12-2018

2

Toelichting

Er is een regeling getroffen waarbij de directie partij is en de boedel aan haar

finale kwijting heeft verleend (zie H.7.1). Het onderzoek ter zake is daarmee

geëindigd.

05-04-2022

9

Toelichting

In onderzoek.

17-09-2018

1

Toelichting

Er is een regeling getroffen waarbij de directie en Endless c.s. partij zijn en de

boedel aan hen finale kwijting heeft verleend (zie H.7.1). Er zijn geen

paulianeuse handelingen ontdekt m.b.t. andere partijen dan de voornoemde.

Het onderzoek ter zake is daarmee geëindigd.

05-04-2022

9

In onderzoek. 17-09-2018

1

Er is een regeling getroffen waarbij de directie en Endless c.s. partij zijn en de

boedel aan hen finale kwijting heeft verleend (zie H.7.1). Het onderzoek ter

zake is daarmee geëindigd.

05-04-2022

9

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

In het kader van het feiten- en oorzakenonderzoek is een plan van aanpak

opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de rechter-commissaris, die het

plan heeft goedgekeurd. Op dit moment vinden er gesprekken plaats met

diverse betrokken personen, van welke gesprekken gespreksverslagen

worden gemaakt. Naast het voeren van gesprekken worden (digitale)

databestanden veiliggesteld en bestudeerd, zodat deze in het juiste

perspectief kunnen worden geplaatst. Op basis van deze

onderzoeksinspanningen zal een reconstructie van de feiten worden

opgesteld, zodat nadien een oordeel kan worden gevormd over de oorzaken

van het faillissement van de vennootschap.

17-09-2018

1

Het oorzakenonderzoek is gedurende de tweede verslagperiode op basis van

het plan van aanpak gecontinueerd. Het onderzoek is nog niet afgerond,

bepaalde betrokkenen dienen nog te worden geïnterviewd. Het voornemen

bestaat om (in ieder geval) alle interviews in de aankomende verslagperiode af

te ronden en een aanvang te maken met het (concept) rapport.

14-12-2018

2

De curator heeft de achterliggende periode het onderzoek naar de

rechtmatigheden verder ter hand genomen. Vragen zijn gesteld aan de

directie, althans hun advocaat en ook Endless, althans hun advocaten.

Daarnaast heeft er een bespreking plaatsgevonden met vertegenwoordigers

van Endless en hun advocaten.

Gelet op de omvang van de administratie, de internationale context waarin een

en ander plaatsvindt en de aard en omvang van de gestelde vragen is het

onderzoek tot dusver zeer bewerkelijk.

14-03-2019

3

Verwezen wordt naar H.7.1. 30-09-2019

4

Verwezen wordt naar H.7.1. 30-03-2020

5

Verwezen wordt naar H.7.1. 29-09-2020

6

Verwezen wordt naar H.7.1. 26-03-2021

7

Verwezen wordt naar H.7.1. 05-10-2021

8

Verwezen wordt naar H.7.1. 05-04-2022

9

8. Crediteuren

€ 45.901,10

17-09-2018

8.2 Pref. vord. van de fiscus

Toelichting

Van sommige boedelcrediteuren is de exacte hoogte van de vordering nog niet

bekend. Naast de reeds genoteerde boedelschulden is ook het

curatorensalaris P.M. een boedelschuld.

1

€ 258.878,24

Toelichting

P.M.

14-12-2018

2

€ 175.680,62

Toelichting

P.M.

14-03-2019

3

€ 1.191.217,97

Toelichting

EUR 175.680,62 + P.M.

UWV EUR 1.015.537,35

30-09-2019

4

€ 1.159.296,89

Toelichting

Boedelvordering werknemers: EUR 141.540,71

Boedelvordering UWV: EUR 1.015.537,35

Boedelvordering overig: EUR 2.218,83

Curatorensalaris: PM

05-04-2022

9

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

€ 144.456,00

17-09-2018

1

€ 285.288,00

14-03-2019

3

€ 89.279,00

Toelichting

Fiscale eenheid

30-09-2019

4

Toelichting

Op dit moment is de curator in overleg met de Duitse Belastingdienst over de

vaststelling van haar vordering op BAH uit hoofde van verschuldigde

Mehrwertsteuer. De Duitse Belastingdienst heeft naar aanleiding van eerder

door BAH ingediende aangiftes Mehrwertsteuer nadere stukken opgevraagd.

Deze stukken (b)lijken echter niet (allemaal) meer voorhanden.

30-03-2020

5

€ 0,00

Toelichting

De Belastingdienst heeft aangegeven geen vorderingen meer te hebben op

failliet.

05-04-2022

9

Toelichting

De vordering van het UWV is nog niet bij de curator ter verificatie ingediend.

17-09-2018

1

€ 328.719,50

30-09-2019

4

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

Toelichting

Endless heeft een voorrecht op de debiteuren die zijn geïnd in de periode

tussen surseance van betaling en het moment waarop afspraken tussen haar

en de curator zijn gemaakt over de inning.

17-09-2018

1

€ 28.558.421,14

14-12-2018

2

€ 28.577.821,14

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 28.577.821,14 aan preferente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

28.558.421,14 op de lijst van voorlopig erkende preferente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 19.400,- op de lijst van voorlopig betwiste

preferente crediteuren is geplaatst.

14-03-2019

3

€ 59.238,35

Toelichting

Het leeuwendeel van de hiervoor bedoelde vorderingen bestond uit

vorderingen van Endless c.s. op de boedel. Als gevolg van de in H.7.1

omschreven regeling zijn deze vorderingen gekweten en is het uitstaande

saldo aan vorderingen drastisch gedaald.

05-04-2022

9

€ 7.271,27

02-10-2023

12

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

168

Toelichting

Tot op heden staan er 167 crediteuren genoteerd op de lijst met voorlopig

erkende concurrente crediteuren. Daarnaast staat er 1 crediteur genoteerd op

de lijst met voorlopig betwiste concurrente crediteuren.

17-09-2018

1

191

Toelichting

Tot op heden staan er 190 crediteuren genoteerd op de lijst met voorlopig

erkende concurrente crediteuren. Daarnaast staat er 1 crediteur genoteerd op

de lijst met voorlopig betwiste concurrente crediteuren.

14-12-2018

2

197

Toelichting

Tot op heden staan er 195 crediteuren genoteerd op de lijst met voorlopig

erkende concurrente crediteuren. Daarnaast staan er 2 crediteuren genoteerd

op de lijst met voorlopig betwiste concurrente crediteuren.

14-03-2019

3

196

Toelichting

Tot op heden staan er 196 crediteuren genoteerd op de lijst met voorlopig

erkende concurrente crediteuren. Daarnaast staan er 2 crediteuren genoteerd

op de lijst met voorlopig betwiste concurrente crediteuren.

30-03-2020

5

196

05-04-2022

9

€ 2.024.691,96

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 2.024.691,96 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

2.024.162,22 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 529,74 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

17-09-2018

1

€ 2.586.656,85

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 2.586.656,85 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

2.586.127,11 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

14-12-2018

2

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

geplaatst en een bedrag van EUR 529,74 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

€ 3.508.665,01

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 3.508.665,01 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

3.507.538,44 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 1.126,57 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

14-03-2019

3

€ 3.456.131,90

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 3.456.131,90 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van

EUR 3.455.005,33 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 1.126,57 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

30-09-2019

4

€ 3.457.747,78

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 3.457.747,78 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

3.456.621,21 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 1.126,57 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

30-03-2020

5

€ 2.894.875,46

Toelichting

Tot op heden is er een totaalbedrag van EUR 2.896.002,03 aan concurrente

crediteuren ter verificatie ingediend, waarvan een bedrag van EUR

2.894.875,46 op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is

geplaatst en een bedrag van EUR 1.126,57 op de lijst van voorlopig betwiste

concurrente crediteuren is geplaatst.

05-04-2022

9

Nog onbekend. 17-09-2018

1

8.8 Werkzaamheden crediteuren

9.1 Naam wederpartijen

Afkoelingsperiode van 2 maanden. Aanschrijven crediteuren. Binnengekomen

vorderingen verwerken op de crediteurenlijst.

17-09-2018

1

Tijdens verslagperiode 7 hebben zich diverse crediteuren gemeld met het

verzoek over de voortgang te worden ingelicht.

Daarnaast heeft zich één crediteur gemeld met het verzoek door haar

onverschuldigd betaalde bedragen ad EUR 37.091,34 aan haar te restitueren.

Over de aard en achtergrond van de beweerdelijk onverschuldigde betalingen

is met haar (advocaat) gesproken. Uit nader onderzoek is gebleken dat een

bedrag ad EUR 25.700,22 onverschuldigd was betaald. Betaling van deze

bedragen berustte bovendien op een zogenaamde 'onmiskenbare vergissing'

waardoor de boedel na overleg met de rechter-commissaris tot restitutie is

overgegaan.

26-03-2021

7

Er hebben gebruikelijke werkzaamheden plaatsgevonden. Daarnaast heeft er

overleg plaatsgevonden met het UWV met het oog op de vordering die zij

heeft ingediend.

05-10-2021

8

Zie randnummer 2.4 (werkzaamheden personeel) voor een toelichting op de

voorgenomen gedeeltelijk betaling van de boedelvorderingen en de

bijbehorende vraagstukken.

05-04-2022

9

De curator is van plan om de hoog preferente premievordering van het UWV

van in hoofdsom EUR 87.766,38 uit te betalen.

04-10-2022

10

Tijdens verslagperiode 13 is er met diverse crediteuren correspondentie

gevoerd over o.m. de hoogte van de vorderingen zoals door de curator

genoteerd en heeft er met de fiscus afstemming plaatsgevonden over een

aangifte BTW door de boedel.

02-04-2024

13

Tijdens verslagperiode 13 is er met diverse crediteuren correspondentie

gevoerd over o.m. de hoogte van de vorderingen zoals door de curator

genoteerd.

01-10-2024

14

9. Procedures

De curator is vooralsnog niet bekend met enige procedure. 17-09-2018

1

Door de curator is een kort geding procedure gestart tegen de curator BAI (zie

H.7.1.).

30-03-2020

5

Inmiddels is de boedel door het UWV gedagvaard en heeft de procedure een

aanvang genomen. De boedel heeft op haar beurt op de dagvaarding

gereageerd door middel van een conclusie van antwoord. Inmiddels staat deze

procedure op de rol voor "beraad zaaksrechter".

02-10-2023

12

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

De procedure staat voor vonnis tegen de roldatum van 30 oktober 2024. Voor

een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 2.4 van dit verslag.

01-10-2024

14

Partijen hebben schriftelijk gereageerd op het op 11 december 2024 gewezen

vonnis van de rechtbank Limburg. Voor een nadere toelichting wordt verwezen

naar hoofdstuk 2.4 van dit verslag.

01-04-2025

15

De procedure staat intussen voor arrest van de Hoge Raad. Voor een nadere

toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 2.4 van dit verslag.

30-09-2025

16

Niet van toepassing. 17-09-2018

1

Zie H.7.1. 30-03-2020

5

Zie hoofdstuk 2.4 en 9.1 van dit verslag. 02-10-2023

12

Niet van toepassing. 17-09-2018

1

De Voorzieningenrechter heeft vonnis gewezen (zie H.7.1). Intussen heeft de

partij die tussen beide curatoren wilde komen middels voeging en tussenkomt

tegen ten opzichte van hem, afwijzende vonnis hoger beroep ingesteld.

30-03-2020

5

Zie hoofdstuk 2.4 en 9.1 van dit verslag. 02-10-2023

12

De procedure staat intussen voor arrest van de Hoge Raad. Voor een nadere

toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 2.4 van dit verslag.

30-09-2025

16

Niet van toepassing. 17-09-2018

1

De werkzaamheden in de kort geding procedure zijn bewerkelijk gebleken, zie

ook. H.7.1.

30-03-2020

5

De werkzaamheden in dit kader zijn bewerkelijk gebleken. Dat houdt met

name verband met de (vak)technische achtergrond van de opgebracht

discussiepunten en de noodzakelijke afstemming met FNV.

02-10-2023

12

De procedure die thans loopt tussen het FNV en de boedel staat voor

tussenvonnis. Vooralsnog heeft de rechtbank daarvoor de roldatum van 17

april 2024 aangewezen. Verwezen wordt ook naar de toelichting hierop

gegeven in H 2.4.

02-04-2024

13

10.1 Plan van aanpak

10. Overig

In de komende periode zal de uitlevering van eigendommen van derden

worden afgerond. Ook de verkoop van voorraad afgerond terwijl de verkoop

van de bedrijfsmiddelen zal worden opgestart. Over de vorm waarin de

verkoop plaatsvindt, vindt nog overleg plaats tussen Endless en de boedel.

In de komende periode zal de curator de gehuurde bedrijfspanden ontruimen

en opleveren.

Naast het voorgaande zal het onderzoek naar de oorzaken van het

faillissement, de gang van zaken voorafgaand aan het faillissement, de

omvang van de vordering van Endless en haar zekerhedenpositie worden

voortgezet en zo mogelijk worden afgerond.

17-09-2018

1

Gestreefd wordt om alle nog openstaande punten zoveel als mogelijk en op

een zo kort als mogelijke termijn af te ronden.

Met name zal de aandacht uitgaan naar het afwikkelen van de voortzetting en

de daarin te onderscheiden exploitaties. Hierna kan er een financiële

afrekening plaatsvinden met de pandhouder.

14-12-2018

2

Hoofdzakelijk zal de aandacht uitgaan naar het onderzoek naar de

rechtmatigheden dat wordt voortgezet. Daarnaast wordt er overleg gevoerd

over de financiële afwikkeling van de boedelexploitatie.

14-03-2019

3

Hoofdzakelijk zal de aandacht uitgaan naar het onderzoek naar de

rechtmatigheden en de daaraan gekoppelde discussies met de directie over

inzage in de e-mailbestanden BAI en BDO met betrekking tot het

controlerapport.

30-09-2019

4

Het oorzakenonderzoek en het onderzoek naar de rechtmatigheden zal verder

ter hand worden genomen. Daarnaast vindt er intussen overleg met BDO

plaats over het controlerapport.

30-03-2020

5

Het onderzoek naar de rechtmatigheden en de financiële afwikkeling met de

separatist zijn grofweg de twee punten die nog afgerond dienen te worden

alvorens tot afwikkeling van dit faillissement kan worden overgegaan. Het

bewerkelijke karakter van beide onderwerpen, de vertraging die de Corona-

beperkingen bij de afwikkeling daarvan met zich brengen en de patstelling

tussen Endless en de curator maken dat thans nog niet gezegd kan worden

wanneer tot afronding kan worden overgegaan.

26-03-2021

7

Het onderzoek naar de rechtmatigheden en de financiële afwikkeling met de

separatist zijn grofweg de twee punten die nog afgerond dienen te worden

alvorens tot afwikkeling van dit faillissement kan worden overgegaan.

05-10-2021

8

Verwezen wordt naar H.2.4 en de daarin benoemde aandachtspunten. Dit zijn

de laatste punten – behoudens feitelijke afwikkeling – die aandacht behoeven.

05-04-2022

9

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

De aandachtspunten zoals genoemd in H.2.4 staan nog steeds centraal. In dat

kader vindt er overleg plaats met de FNV. Daarnaast zal de hoog preferente

vordering van het UWV worden betaald.

04-10-2022

10

FNV zal de curator in rechte betrekken, waarna beide partijen de rechtbank

zullen vragen prejudiciële vragen te stellen. Zie ook H 2.4. Zodra de Hoge Raad

de vragen heeft beantwoord kan de curator verder gaan met de afwikkeling

van het faillissement.

03-04-2023

11

Ongewijzigd. 02-10-2023

12

Ongewijzigd. 02-04-2024

13

Ongewijzigd 01-10-2024

14

Nog onbekend. 17-09-2018

1

Ongewijzigd. 26-03-2021

7

30-3-2026 30-09-2025

16

10.4 Werkzaamheden overig

Opstellen (financieel) faillissementsverslag

Disclaimer:

Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is

samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid

daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet beschikbaar

is, nog niet geopenbaard kan worden, of achteraf- bijgesteld dient te worden.

Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag geschetste

perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten

worden ontleend.

17-09-2018

1

Disclaimer:

Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is

samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid

daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet beschikbaar

is, nog niet geopenbaard kan worden, of achteraf- bijgesteld dient te worden.

Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag geschetste

perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten

worden ontleend.

02-10-2023

12

Disclaimer:

Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is

samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid

daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet beschikbaar

is, nog niet geopenbaard kan worden, of achteraf- bijgesteld dient te worden.

Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag geschetste

perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten

worden ontleend.

02-04-2024

13

Bijlagen

Bijlagen

14-12-2018

2