Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 22-10-2024

Flinter Groep B.V. · KVK 04066107 ·F.10/16/557
Verslagdatum
22-10-2024
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Rotterdam

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 10_rot_16_557_F_V_51 ·Tekst verwerkt op 28-09-2026 04:35

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Betreft

Algemene gegevens

Flinter Groep B.V. 23-09-2021

20

Verslagnummer 26

Datum verslag 22-10-2024

Insolventienummer F.10/16/557

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000193316:F001

Datum uitspraak 09-11-2016

R-C mr. M.C. Franken

Curator mr C. van den Bergh

Boedelsaldo

Verslagperiode

€ 65.896,86

23-09-2021

20

€ 71.005,00

23-03-2022

21

€ 71.005,00

23-03-2023

23

€ 75.914,84

23-10-2023

24

€ 75.343,13

Toelichting

De mutaties gedurende de verslagperiode hebben betrekking op:

Bij:

boedelbijdrage € 314,82 (1.2);

rente € 202,47.

Af:

kosten opslag administratie € 1.089,--

The mutations during the reporting period were related to:

Plus:

estate fee € 314,82 (1.2);

interest € 202,47.

Minus:

storage administration costs € 1.089,--.

23-04-2024

25

€ 76.291,52

Toelichting

De mutaties gedurende de verslagperiode hebben betrekking op:

Bij:

rente € 948,39.

The mutations during the reporting period were related to:

Plus:

interest € 948,39.

22-10-2024

26

Verslagperiode

Bestede uren

van

10-6-2021

t/m

20-9-2021

23-09-2021

20

van

21-9-2021

t/m

21-3-2022

23-03-2022

21

van

22-3-2022

t/m

21-9-2022

23-09-2022

22

van

22-9-2022

t/m

22-3-2023

23-03-2023

23

van

23-3-2023

t/m

22-10-2023

23-10-2023

24

van

23-10-2023

t/m

22-4-2024

23-04-2024

25

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

1.2 Lopende procedures

VerslagperiodeBestede uren

20 13 uur 12 min
21 8 uur 24 min
22 10 uur 6 min
23 8 uur 6 min
24 5 uur 54 min
25 2 uur 36 min
26 4 uur 48 min
Totaal 53 uur 6 min

1. Inventarisatie

In vorige verslagen is melding gemaakt van een procedure die aanhangig was

tussen de eigenaar van m/v Flinterstar, Flinterstar III B.V. en de eigenaar van

het m/v Al Oraiq (Owners Al Oraiq) naar aanleiding van de aanvaring die op 6

oktober 2015 plaatsvond in Noordzee ter hoogte van Zeebrugge en waarbij

het m/v Flinterstar is gezonken. De verzekeraars van m/v Flinterstar en m/v Al

Oraiq hebben gedurende de verslagperiode een schikking bereikt. De

verzekeraars hebben de curator, in diens hoedanigheid van curator van de

aandeelhouder van Flinterstar III B.V., Flinter Groep B.V., gevraagd

medewerking aan de schikking te verlenen. De curator heeft deze

medewerking, met toestemming van de rechter-commissaris, verleend. De

curator heeft de door hem gemaakte kosten met betrekking tot deze

werkzaamheden ten laste van de verzekeraar van Flinterstar III B.V. gebracht.

Inmiddels heeft de verzekeraar een bedrag ad € 5.108,14 ter zake deze

kosten voldaan.

Previous reports have mentioned proceedings pending between the owner of

m/v Flinterstar, Flinterstar III B.V. and the owner of m/v Al Oraiq (Owners Al

Oraiq) in connection with the collision which took place in the North Sea off

Zeebrugge on 6 October 2015 and in which the m/v Flinterstar sank. The

insurers of m/v Flinterstar and m/v Al Oraiq reached a settlement during the

reporting period. The insurers have asked the trustee, in his capacity of trustee

of the shareholder of Flinterstar III B.V., Flinter Groep B.V., to cooperate in the

settlement. The trustee has granted this cooperation with the permission of

the supervisory judge. The trustee has charged the costs incurred by him in

connection with these activities to the insurer of Flinterstar III B.V. Meanwhile

the insurer has paid an amount of € 5,108.14 in respect of these costs.

23-03-2022

21

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

Gedurende de verslagperiode heeft de curator overleg gevoerd met de

advocaten van de verzekeraar van Flinterstar III over de uitvoering van de

schikkingsovereenkomst.

During the reporting period, the trustee held consultations with the lawyers of

the insurer of Flinterstar III regarding the execution of the settlement

agreement.

23-09-2022

22

Gedurende de verslagperiode heeft de curator overleg gevoerd met de

advocaten van de verzekeraar van Flinterstar III over de schikking met de

Belgische autoriteiten (de Belgische Staat en de provincie Vlaanderen) omtrent

de kosten die door de Belgische autoriteiten zijn gemaakt in verband met het

bergen van het wrak van de Flinterstar III en de kosten die gemaakt zijn ter

voorkoming van milieuschade. Over deze kwesties waren procedures

aanhangig bij diverse Belgische rechterlijke instanties. De schikking komt tot

stand buiten bezwaar van de boedel, maar de advocaten van de verzekeraar

van Flinterstar III hebben de curator gevraagd de schikkingsovereenkomst

mede te ondertekenen. Het overleg hierover is nog niet afgerond.

During the reporting period, the trustee held discussions with the lawyers of

the insurer of Flinterstar III about the settlement with the Belgian authorities

(the Belgian State and the province of Flanders) regarding the costs incurred

by the Belgian authorities in connection with the recovery of the wreck of the

Flinterstar III and the costs incurred to prevent environmental damage.

Proceedings on these issues were pending before various Belgian courts. The

settlement is reached without consequence for the estate, but the lawyers of

Flinterstar III's insurer have asked the trustee to co-sign the settlement

agreement. Discussions on this matter have not yet been finalised.

23-03-2023

23

Gedurende de verslagperiode is de schikkingsovereenkomst getekend. De

kwestie is hiermee afgewikkeld. De verzekeraar heeft gedurende de

verslagperiode een bedrag ad EUR 4.909,84 aan de boedel betaald met

betrekking tot de werkzaamheden die de curator in het kader van de

schikkingsovereenkomst heeft verricht.

During the reporting period, the settlement agreement was signed. This settles

the matter. During the reporting period, the insurer paid an amount of EUR

4,909.84 to the estate in respect of the work carried out by the trustee under

the settlement agreement.

23-10-2023

24

Gedurende de verslagperiode heeft de verzekeraar een bedrag ad EUR 314,82

betaald terzake door de curator verrichte werkzaamheden.

During the reporting period the insurer has paid an amount of EUR 314,82 in

respect of services rendered by the trustee.

23-04-2024

25

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

2. Personeel

3. Activa

Gedurende de verslagperiode is een restitutie ad EUR 2.000,-- van de

Belastingdienst ontvangen in het faillissement van Flinterbothnia II B.V.

During the reporting period a refund of EUR 2.000,-- was received from the tax

authorities in the bankruptcy of Flinterbothnia II B.V.

23-09-2021

20

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

4. Debiteuren

5. Bank / Zekerheden

De rechtbank Amsterdam heeft op 14 juli 2021 vonnis gewezen. Gelet op het

voornemen van beide partijen om sprongcassatie tegen het vonnis in te

stellen, heeft de rechtbank in eerste instantie haar oordeel beperkt tot

beantwoording van de juridische vragen die partijen verdeeld hielden, waarbij

in dit stadium is geabstraheerd van de feiten. De rechtbank heeft tussentijds

beroep tegen haar vonnis opengesteld, zodat sprongcassatie ingesteld kan

worden. De rechtbank heeft de – in hoofdlijn - drie rechtsvragen die partijen

verdeeld hielden als volgt beantwoord:

De rechtsvraag of (de maatstaf van) artikel 42 Fw en 54 Fw convergeren, heeft

de rechtbank ontkennend beantwoord. Redengevend daarvoor is volgens de

rechtbank dat het bij de beoordeling van een vordering op grond van artikel 42

Fw gaat om objectieve wetenschap van de bank, terwijl het bij artikel 54 Fw

volgens de rechtbank zou gaan om subjectieve wetenschap van de bank.

Aldus kunnen de normen volgens de rechtbank niet convergeren. De rechtbank

heeft voorts gezichtspunten geformuleerd die behulpzaam zijn bij het

beantwoorden van de vraag wanneer goede trouw aan de verrekenende partij

is komen te ontvallen in de zin van artikel 54 Fw. De door de rechtbank

geformuleerde gezichtspunten bevatten in de beleving van de curator

aanknopingspunten om te betogen dat de goede trouw bij ING al vrij ver voor

de datum van surseance van betaling is komen te ontbreken.

Over de rechtsvraag gebaseerd op artikel 228 Fw – kort gezegd: mocht de

bank na datum surseance nog gebruik maken van de aan haar verleende

volmacht door saldi over te boeken tussen verschillende Flinter entiteiten –

oordeelt de rechtbank dat sprake is van kruislingse verrekening en dat de

bank daartoe gerechtigd is (al dan niet onder gebruikmaking van de volmacht)

en dat om die reden het door partijen gevoerde debat over artikel 228 Fw

geen bespreking behoeft.

Over de vraag of de bank een binnengekomen betaling mag verrekenen indien

deze is betaald op een bankrekening die niet wordt aangehouden door de

pandgever bij de pandhouder, maar bij een zustermaatschappij van de

pandgever bij de pandhouder, oordeelt de rechtbank dat de bank daartoe – in

tegenstelling tot het door de curator ingenomen standpunt – gerechtigd is. De

23-09-2021

20

rechtbank stelt dat ING daartoe gerechtigd is vanwege het saldopandrecht dat

ten behoeve van ING is gevestigd op het saldo op de rekening waarop is

betaald.

De curator kan zich niet vinden in een groot aantal onderdelen van het vonnis.

Er zal om die reden sprongcassatie worden ingesteld tegen het vonnis van de

rechtbank.

The Amsterdam District Court rendered judgment on 14 July 2021. In view of

the intention of both parties to lodge a leap-frogging appeal to the Supreme

Court against the judgment, the court initially limited its judgment to answering

the legal questions that divided the parties, whereby at this stage abstraction

has been made from the facts. The court has admitted an interlocutory appeal

against its judgment, so that a leap-frogging appeal to the Supreme Court can

be lodged. The court answered the – in outline – three legal questions that

kept the parties divided as follows:

The court answered in the negative on the legal question of whether (the

standard of) Section 42 Dutch Bankruptcy Act (“DBA”) and 54 DBA converge.

The reason for this, according to the court, is that the assessment of a claim on

the basis of Section 42 DBA requires objective knowledge of the bank, while

according to the Court, Section 54 DBA requires subjective knowledge of the

bank. Thus, according to the court, the standards cannot converge. The court

has also formulated points of view that are helpful in answering the question

when the offsetting party does no longer act in good faith within the meaning

of Section 54 DBA. The points of view formulated by the court contain, in the

bankruptcy trustee's view, points of departure for arguing that the bank was

already lacking good faith quite long before the date of suspension of

payment.

With regard to the legal question based on Section 228 DBA – in short: was

the bank after the date of suspension of payment still allowed to make use of

the power of attorney granted to it by transferring balances between different

Flinter entities – the court ruled that the transferring of amounts between

different Flinter Entities by the bank qualifies as cross settlement (kruislingse

verrekening) and that the bank is entitled to do so (whether or not using the

power of attorney) and because of this the debate between the parties about

Section 228 DBA does not require any further discussion.

With regard to the question whether the bank may set off an incoming

payment if it has been paid into a bank account that is not held by the pledgor

with the pledgee, but with the pledgee's sister company with the pledgee, the

court ruled that the bank – in contrast to the standpoint adopted by the

bankruptcy trustee – is entitled to do so. The court states that ING is entitled

to do so because of the balance pledge that has been established on behalf of

ING on the balance on the account on which payment was made.

The bankruptcy trustee does not agree with many parts of the judgment. For

that reason, a leap-frogging appeal to the Supreme Court will be lodged

against the judgment of the court.

ING Bank heeft principaal cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van de

rechtbank Amsterdam van 14 juli 2021 en de curator incidenteel

cassatieberoep. In de cassatieprocedure zullen partijen op korte termijn de

schriftelijke toelichting indienen.

ING Bank has lodged a principal appeal in cassation against the judgment of

the District Court of Amsterdam of 14 July 2021 and the trustee has lodged an

incidental appeal in cassation. In the cassation proceedings the parties will

submit written explanations in the short term.

23-03-2022

21

De curator en ING Bank hebben gedurende de verslagperiode de schriftelijke

toelichtingen ingediend. De conclusie van de advocaat-generaal wordt op 23

september 2022 verwacht.

The trustee and ING Bank admitted written explanations during the reporting

period. The Attorney General's opinion is expected on September 23, 2022.

23-09-2022

22

De conclusie van de advocaat-generaal is op 10 februari 2023 genomen. Beide

partijen hebben kort op de conclusie van de advocaat-generaal gereageerd.

De Hoge Raad heeft arrest bepaald op 27 september 2023.

The Attorney General's Opinion was delivered on 10 February 2023. Both

parties responded briefly to the Attorney General's Opinion. The Supreme

Court determined judgment on 27 September 2023.

23-03-2023

23

Op 25 augustus 2023 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de procedure

tegen ING (ECLI:NL:HR:2023:1135)

De Hoge Raad heeft het oordeel van de rechtbank over de rechtsvraag of (de

maatstaf van) artikel 42 Fw en 54 Fw convergeren, vernietigd. Anders dan de

rechtbank, oordeelt de Hoge Raad dat het bij de maatstaf van artikel 54 Fw

ook gaat om objectieve wetenschap, net als bij artikel 42 Fw. Echter, de Hoge

Raad heeft zich verder niet uitgelaten over de vraag in hoeverre de maatstaf

van artikel 54 Fw convergeert met de maatstaf van artikel 42 Fw. Voor beide

artikelen geldt derhalve nog altijd een eigen maatstaf. Het oordeel dat het bij

artikel 54 Fw gaat om objectieve wetenschap is voordelig voor de boedel, nu

dit de op de curator rustende bewijslast om het ontbreken van goede trouw bij

ING aan te tonen, verlicht.

Het oordeel van de rechtbank over de rechtsvraag gebaseerd op artikel 228

Fw is door de Hoge Raad in stand gelaten, hoewel de Advocaat-Generaal

hierover anders had geadviseerd. Dit oordeel is ongunstig voor de boedel. Het

betekent de facto dat het debat over dit punt nu afgesloten is en toewijzing

van de vordering van de curator niet meer voor de hand ligt.

Ten slotte heeft de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank over de vraag of

de bank een binnengekomen betaling mag verrekenen indien deze is betaald

op een bankrekening die niet wordt aangehouden door de pandgever bij de

pandhouder, maar bij een zustermaatschappij van de pandgever bij de

pandhouder, vernietigd. Het oordeel van de Hoge Raad is voordelig voor de

boedel, nu de rechtbank het voor de curator negatieve oordeel thans in

beginsel dient te herzien na hervatting van het debat op dit punt. Dit debat zal

zich na verwijzing – op aanwijzing van de Hoge Raad – toespitsen op de vraag

of door het door de pandgever gevestigde pandrecht (mede) tot zekerheid

strekte voor de betaling van de schuld van de zustermaatschappij van de

pandgever op wiens bankrekening is betaald.

De Hoge Raad heeft de procedure terugverwezen naar de rechtbank

Amsterdam. De curator heeft inmiddels contact gelegd met ING om te

overleggen over voortzetting van de procedure.

On August 25, 2023, the Supreme Court delivered its judgment in the

proceedings against ING (ECLI:NL:HR:2023:1135)

The Supreme Court overturned the judgment of the district court on the legal

question whether (the standard of) Section 42 Dutch Bankruptcy Act (“DBA”)

and 54 DBA converge. Unlike the district court, the Supreme Court ruled that

the standard of Section 54 DBA also involves objective knowledge, just as in

the case of Section 42 DBA. However, the Supreme Court did not further

address the question to what extent the standard of Section 54 DBA

23-10-2023

24

converges with the standard of Section 42 DBA. Therefore, both articles still

have their own standard. The opinion that Section 54 of the DBA involves

objective knowledge is advantageous to the bankruptcy estate because it

eases the trustee's burden of proving the lack of good faith on the part of ING.

The district court's judgment on the question of law based on Section 228 DBA

was upheld by the Supreme Court, although the Advocate General of the

Supreme Court had advised otherwise. This judgment is unfavorable to the

bankruptcy estate. It means de facto that the debate on this point is now

closed and granting the trustee's claim is no longer likely.

Finally, the Supreme Court overturned the court's ruling on whether the bank

may set off an incoming payment if it was paid into a bank account not held by

the pledgor with the pledgee, but with a sister company of the pledgor with

the pledgee. The judgment of the Supreme Court is advantageous to the

estate, as the court should now in principle review the unfavorable judgment

for the trustee after resuming the debate on this point. This debate will focus

after referral - at the Supreme Court's direction - on the question of whether

the pledge established by the pledgor (also) provided security for the payment

of the debt of the pledgor's sister company to whose bank account payment

was made.

The Supreme Court referred the proceedings back to the Amsterdam District

Court. The trustee has since contacted ING to discuss the continuation of the

proceedings.

Kort voor het uitbrengen van dit verslag heeft de curator een bespreking

gevoerd met ING naar aanleiding van het door de Hoge Raad gewezen arrest.

De curator beraadt zich over het vervolg van de procedure. In een volgend

verslag zal hierop worden teruggekomen.

Shortly before the release of this report, the trustee had a meeting with ING

following the judgement of the Supreme Court. The trustee is considering how

to proceed. This will be returned to in a subsequent report.

23-04-2024

25

Zoals in vorige verslagen vermeld, heeft de Hoge Raad, in zijn arrest van 25

augustus 2023, het geding tussen de curator en ING ter verdere behandeling

en beslissing naar de rechtbank Amsterdam terugverwezen.

Met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad zou de rechtbank

Amsterdam moeten beslissen (a) vanaf welk moment ING behoorde te weten

dat de Flinter-vennootschappen in een zodanige toestand verkeerden dat

een faillissement van deze vennootschappen was te verwachten en mitsdien

ING niet langer gerechtigd was tot verrekening en (b) of het pandrecht van

ING (mede) tot zekerheid strekte voor betaling van de schuld van Flinter

Chartering, voor welke vennootschap de op de bankrekening van Flinter

Shipping betaalde bedragen bestemd waren.

Flinter Chartering was, op grond van de ‘compte joint- en

medeaansprakelijkheidsovereenkomst’, mede aansprakelijk voor de schuld

van Flinter Shipping aan ING en beide vennootschappen hadden pandrechten

ten behoeve van elkaar gevestigd. In de procedure na verwijzing zou dus

uitsluitend de onder a genoemde vraag aan de orde zijn.

Ter beëindiging van het geding heeft de curator een schikking getroffen met

ING. De schikking komt erop neer dat door ING aan de boedel van Flinter

Shipping een bedrag ad € 512.500, wordt betaald en dat ING haar

vorderingen op de tot het Flinter-concern behorende vennootschappen

intrekt. Het gaat daarbij om (gesecureerde) vorderingen tot een totaalbedrag

van ruim € 23,5 miljoen.

22-10-2024

26

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

De curator acht de schikking in het belang van de crediteuren, nu daarmee

het voor de crediteuren als gevolg van de verrekeningen ontstane nadeel

gedeeltelijk wordt opgeheven. De schikking maakt het verder mogelijk om de

faillissementen van tot het Flinter-concern behorende vennootschappen op

korte termijn af te wikkelen, waarbij in meerdere faillissementen de

preferente crediteuren volledig en de concurrente crediteuren gedeeltelijk

kunnen worden voldaan.

De rechter-commissaris heeft goedkeuring als bedoeld in art. 104 Fw voor de

schikking gegeven.

As mentioned in previous reports, the Supreme Court, in its judgment of

August 25, 2023, referred the proceedings between the trustee and ING back

to the Amsterdam District Court for further consideration and decision.

In accordance with the judgment of the Supreme Court, the Amsterdam

District Court must decide (a) from which moment ING should have known

that the Flinter companies were in such a condition that a bankruptcy of

these companies was to be expected, and consequently, ING was no longer

entitled to set-off, and (b) whether ING’s pledge also provided security for

the payment of the debt of Flinter Chartering, for which the amounts paid into

the bank account of Flinter Shipping were intended.

Flinter Chartering was, based on the 'compte joint- and

medeaansprakelijkheidsovereenkomst' (joint account and co-liability

agreement), jointly liable for the debt of Flinter Shipping to ING, and both

companies had established pledges in favor of each other. Thus, in the

proceedings after the referral, only the question mentioned under (a) would

be addressed.

To terminate the proceedings, the trustee reached a settlement with ING.

The settlement entails that ING will pay an amount of €512,500 to the estate

of Flinter Shipping and that ING will withdraw its claims against the

companies belonging to the Flinter group. These include secured claims

totaling over €23.5 million.

The trustee considers that the settlement is in the interest of the creditors,

as it partially eliminates the disadvantage caused to them due to the set-offs.

Furthermore, the settlement enables the winding up of the bankruptcies of

the companies belonging to the Flinter group in short term, allowing for full

payment to preferred creditors and partial payment to unsecured creditors in

several bankruptcy cases.

The bankruptcy judge has granted approval for the settlement as referred to

in Article 104 of the Bankruptcy Act.

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

Doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

7. Rechtmatigheid

8. Crediteuren

5

23-09-2021

20

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

€ 16.167.399,18

23-09-2021

20

€ 16.150.682,69

Toelichting

Bij de afwikkeling van het faillissement van Flinter Participaties B.V. is EUR

16.716,49 uitgekeerd op de door de ING Bank N.V. ingediende vordering van

EUR 15.157.372,77. De vordering van de ING Bank N.V. bedraagt nu EUR

15.140.656.28.

During the settlement of the bankruptcy of Flinter Participaties B.V. EUR

16,716.49 was paid out on the claim of EUR 15,157,372.77 submitted by ING

Bank N.V. The claim of ING Bank N.V. now amounts to EUR 15,140,656.28.

23-10-2023

24

In de faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar

B.V. en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. heeft de curator de

rechtbank verzocht de faillissementskosten vast te stellen. Nadat dit is

gebeurd, zullen de uitdelingslijsten ter goedkeuring aan de rechter-

commissaris worden voorgelegd. Na goedkeuring worden de uitdelingslijsten

ter griffie gedeponeerd. De crediteuren in de desbetreffende faillissementen

worden hierover geïnformeerd.

In the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.

and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V., the trustee has

requested the court to determine the bankruptcy costs. After this has been

done, the distribution lists will be submitted to the bankruptcy judge for

approval. After approval, the distribution lists will be filed at the court registry.

The creditors in the relevant bankruptcies will be informed accordingly.

23-09-2022

22

Gedurende de verslagperiode heeft de curator een vaststellingsovereenkomst

met de Belastingdienst gesloten, waarbij de termijn voor teruggave van

omzetbelasting is verlengd.

During the reporting period, the trustee entered into a settlement agreement

with the tax authorities, extending the deadline for tax refunds.

23-09-2022

22

De faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.

en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. zijn geëindigd door het

verbindend worden van de slotuitdelingslijst. De crediteuren van de

desbetreffende entititeiten zijn hierover geïnformeerd.

The bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.

and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. have ended with the

final distribution list becoming binding. The creditors of the relevant entities

have been informed accordingly.

23-03-2023

23

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

10.1 Plan van aanpak

9. Procedures

10. Overig

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

De procedure tegen ING Bank met betrekking tot de rechtsvragen die

aan de Rechtbank Amsterdam waren voorgelegd (zie onder 5.3)

De afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinter

Rebecca B.V., CRD Rebecca B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter

Real Estate B.V., en C.V. SVO Flinter Rebecca.

In the coming reporting period the activities of the trustee will mainly regard:

The proceedings against ING Bank, regarding the legal matters

mentioned under 5.3

The winding up of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinter

Rebecca B.V., CRD Rebecca B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter

Real Estate B.V., en C.V. SVO Flinter Rebecca.

23-09-2021

20

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de

rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3)

de afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V.,

Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter Real Estate B.V. en C.V.

Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca. In de faillissementen van

Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V. en C.V.

Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca zijn verificatievergaderingen

bepaald tegen 10 mei 2022. De crediteuren zijn of worden nader

geïnformeerd omtrent de afwikkeling van genoemde faillissementen.

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

The Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the

legal issues submitted to the court (see under 5.3)

The termination of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V.,

Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter Real Estate B.V. and C.V.

Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca. In the bankruptcies of Flinter

Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V. and C.V.

23-03-2022

21

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca, creditors' meetings have been

scheduled by 10 May 2022. The creditors have been or will be informed

about the termination of said bankruptcies.

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de

rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3)

de afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V.,

Flinterland B.V., Flintermar B.V., en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter

Rebecca. De crediteuren worden nader geïnformeerd omtrent de

afwikkeling van genoemde faillissementen.

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

the Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the

legal issues submitted to the court (see under 5.3)

the termination of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland

B.V., Flintermar B.V., and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca.

The creditors will be informed about the termination of said bankruptcies.

23-09-2022

22

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de

rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3).

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

the Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the

legal issues submitted to the court (see under 5.3).

23-03-2023

23

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de voortzetting van de procedure tegen ING Bank.

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

the continuation of the proceedings against ING Bank.

23-10-2023

24

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de voortzetting van de procedure tegen ING Bank.

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

the continuation of the proceedings against ING Bank.

23-04-2024

25

De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen

voornamelijk betrekking hebben op:

de afwikkeling van het faillissement

In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:

the settlement of the bankruptcy

22-10-2024

26

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

22-1-2025 22-10-2024

26

In de onder 5.3 bedoelde procedure heeft de Hoge Raad arrest bepaald op 27

september 2023. Omdat de curator de komende periode geen ontwikkelingen

verwacht, heeft hij de rechter-commissaris gevraagd de verslagperiode te

verlengen tot 23 oktober 2023.

In the proceedings referred to under 5.3, the Supreme Court determined

judgment on September 27, 2023. Since the trustee does not expect any

developments in the coming period, he has asked the bankruptcy judge to

extend the reporting period until October 23, 2023.

23-03-2023

23

Bijlagen