Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Betreft
Algemene gegevens
Flinter Groep B.V. 23-09-2021
20
Boedelsaldo
Verslagperiode
€ 65.896,86
23-09-2021
20
€ 71.005,00
23-03-2022
21
€ 71.005,00
23-03-2023
23
€ 75.914,84
23-10-2023
24
€ 75.343,13
Toelichting
De mutaties gedurende de verslagperiode hebben betrekking op:
Bij:
boedelbijdrage € 314,82 (1.2);
rente € 202,47.
Af:
The mutations during the reporting period were related to:
Plus:
estate fee € 314,82 (1.2);
interest € 202,47.
Minus:
storage administration costs € 1.089,--.
23-04-2024
25
Verslagperiode
Bestede uren
van
10-6-2021
t/m
20-9-2021
23-09-2021
20
van
21-9-2021
t/m
21-3-2022
23-03-2022
21
van
22-3-2022
t/m
21-9-2022
23-09-2022
22
van
22-9-2022
t/m
22-3-2023
23-03-2023
23
van
23-3-2023
t/m
22-10-2023
23-10-2023
24
van
23-10-2023
t/m
22-4-2024
23-04-2024
25
Bestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
VerslagperiodeBestede uren
1. Inventarisatie
In vorige verslagen is melding gemaakt van een procedure die aanhangig was
tussen de eigenaar van m/v Flinterstar, Flinterstar III B.V. en de eigenaar van
het m/v Al Oraiq (Owners Al Oraiq) naar aanleiding van de aanvaring die op 6
oktober 2015 plaatsvond in Noordzee ter hoogte van Zeebrugge en waarbij
het m/v Flinterstar is gezonken. De verzekeraars van m/v Flinterstar en m/v Al
Oraiq hebben gedurende de verslagperiode een schikking bereikt. De
verzekeraars hebben de curator, in diens hoedanigheid van curator van de
aandeelhouder van Flinterstar III B.V., Flinter Groep B.V., gevraagd
medewerking aan de schikking te verlenen. De curator heeft deze
medewerking, met toestemming van de rechter-commissaris, verleend. De
curator heeft de door hem gemaakte kosten met betrekking tot deze
werkzaamheden ten laste van de verzekeraar van Flinterstar III B.V. gebracht.
Inmiddels heeft de verzekeraar een bedrag ad € 5.108,14 ter zake deze
kosten voldaan.
Previous reports have mentioned proceedings pending between the owner of
m/v Flinterstar, Flinterstar III B.V. and the owner of m/v Al Oraiq (Owners Al
Oraiq) in connection with the collision which took place in the North Sea off
Zeebrugge on 6 October 2015 and in which the m/v Flinterstar sank. The
insurers of m/v Flinterstar and m/v Al Oraiq reached a settlement during the
reporting period. The insurers have asked the trustee, in his capacity of trustee
of the shareholder of Flinterstar III B.V., Flinter Groep B.V., to cooperate in the
settlement. The trustee has granted this cooperation with the permission of
the supervisory judge. The trustee has charged the costs incurred by him in
connection with these activities to the insurer of Flinterstar III B.V. Meanwhile
the insurer has paid an amount of € 5,108.14 in respect of these costs.
23-03-2022
21
Gedurende de verslagperiode heeft de curator overleg gevoerd met de
advocaten van de verzekeraar van Flinterstar III over de uitvoering van de
schikkingsovereenkomst.
23-09-2022
22
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
During the reporting period, the trustee held consultations with the lawyers of
the insurer of Flinterstar III regarding the execution of the settlement
agreement.
Gedurende de verslagperiode heeft de curator overleg gevoerd met de
advocaten van de verzekeraar van Flinterstar III over de schikking met de
Belgische autoriteiten (de Belgische Staat en de provincie Vlaanderen) omtrent
de kosten die door de Belgische autoriteiten zijn gemaakt in verband met het
bergen van het wrak van de Flinterstar III en de kosten die gemaakt zijn ter
voorkoming van milieuschade. Over deze kwesties waren procedures
aanhangig bij diverse Belgische rechterlijke instanties. De schikking komt tot
stand buiten bezwaar van de boedel, maar de advocaten van de verzekeraar
van Flinterstar III hebben de curator gevraagd de schikkingsovereenkomst
mede te ondertekenen. Het overleg hierover is nog niet afgerond.
During the reporting period, the trustee held discussions with the lawyers of
the insurer of Flinterstar III about the settlement with the Belgian authorities
(the Belgian State and the province of Flanders) regarding the costs incurred
by the Belgian authorities in connection with the recovery of the wreck of the
Flinterstar III and the costs incurred to prevent environmental damage.
Proceedings on these issues were pending before various Belgian courts. The
settlement is reached without consequence for the estate, but the lawyers of
Flinterstar III's insurer have asked the trustee to co-sign the settlement
agreement. Discussions on this matter have not yet been finalised.
23-03-2023
23
Gedurende de verslagperiode is de schikkingsovereenkomst getekend. De
kwestie is hiermee afgewikkeld. De verzekeraar heeft gedurende de
verslagperiode een bedrag ad EUR 4.909,84 aan de boedel betaald met
betrekking tot de werkzaamheden die de curator in het kader van de
schikkingsovereenkomst heeft verricht.
During the reporting period, the settlement agreement was signed. This settles
the matter. During the reporting period, the insurer paid an amount of EUR
4,909.84 to the estate in respect of the work carried out by the trustee under
the settlement agreement.
23-10-2023
24
Gedurende de verslagperiode heeft de verzekeraar een bedrag ad EUR
314,82 betaald terzake door de curator verrichte werkzaamheden.
During the reporting period the insurer has paid an amount of EUR 314,82 in
respect of services rendered by the trustee.
23-04-2024
25
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
2. Personeel
3. Activa
Gedurende de verslagperiode is een restitutie ad EUR 2.000,-- van de
Belastingdienst ontvangen in het faillissement van Flinterbothnia II B.V.
During the reporting period a refund of EUR 2.000,-- was received from the tax
authorities in the bankruptcy of Flinterbothnia II B.V.
23-09-2021
20
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
4. Debiteuren
5. Bank / Zekerheden
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 juli 2021 vonnis gewezen. Gelet op het
voornemen van beide partijen om sprongcassatie tegen het vonnis in te
stellen, heeft de rechtbank in eerste instantie haar oordeel beperkt tot
beantwoording van de juridische vragen die partijen verdeeld hielden, waarbij
in dit stadium is geabstraheerd van de feiten. De rechtbank heeft tussentijds
beroep tegen haar vonnis opengesteld, zodat sprongcassatie ingesteld kan
worden. De rechtbank heeft de – in hoofdlijn - drie rechtsvragen die partijen
verdeeld hielden als volgt beantwoord:
De rechtsvraag of (de maatstaf van) artikel 42 Fw en 54 Fw convergeren, heeft
de rechtbank ontkennend beantwoord. Redengevend daarvoor is volgens de
rechtbank dat het bij de beoordeling van een vordering op grond van artikel 42
Fw gaat om objectieve wetenschap van de bank, terwijl het bij artikel 54 Fw
volgens de rechtbank zou gaan om subjectieve wetenschap van de bank.
Aldus kunnen de normen volgens de rechtbank niet convergeren. De rechtbank
heeft voorts gezichtspunten geformuleerd die behulpzaam zijn bij het
beantwoorden van de vraag wanneer goede trouw aan de verrekenende partij
is komen te ontvallen in de zin van artikel 54 Fw. De door de rechtbank
geformuleerde gezichtspunten bevatten in de beleving van de curator
aanknopingspunten om te betogen dat de goede trouw bij ING al vrij ver voor
de datum van surseance van betaling is komen te ontbreken.
Over de rechtsvraag gebaseerd op artikel 228 Fw – kort gezegd: mocht de
bank na datum surseance nog gebruik maken van de aan haar verleende
volmacht door saldi over te boeken tussen verschillende Flinter entiteiten –
oordeelt de rechtbank dat sprake is van kruislingse verrekening en dat de
bank daartoe gerechtigd is (al dan niet onder gebruikmaking van de volmacht)
en dat om die reden het door partijen gevoerde debat over artikel 228 Fw
geen bespreking behoeft.
Over de vraag of de bank een binnengekomen betaling mag verrekenen indien
deze is betaald op een bankrekening die niet wordt aangehouden door de
pandgever bij de pandhouder, maar bij een zustermaatschappij van de
pandgever bij de pandhouder, oordeelt de rechtbank dat de bank daartoe – in
tegenstelling tot het door de curator ingenomen standpunt – gerechtigd is. De
23-09-2021
20
rechtbank stelt dat ING daartoe gerechtigd is vanwege het saldopandrecht dat
ten behoeve van ING is gevestigd op het saldo op de rekening waarop is
betaald.
De curator kan zich niet vinden in een groot aantal onderdelen van het vonnis.
Er zal om die reden sprongcassatie worden ingesteld tegen het vonnis van de
rechtbank.
The Amsterdam District Court rendered judgment on 14 July 2021. In view of
the intention of both parties to lodge a leap-frogging appeal to the Supreme
Court against the judgment, the court initially limited its judgment to answering
the legal questions that divided the parties, whereby at this stage abstraction
has been made from the facts. The court has admitted an interlocutory appeal
against its judgment, so that a leap-frogging appeal to the Supreme Court can
be lodged. The court answered the – in outline – three legal questions that
kept the parties divided as follows:
The court answered in the negative on the legal question of whether (the
standard of) Section 42 Dutch Bankruptcy Act (“DBA”) and 54 DBA converge.
The reason for this, according to the court, is that the assessment of a claim on
the basis of Section 42 DBA requires objective knowledge of the bank, while
according to the Court, Section 54 DBA requires subjective knowledge of the
bank. Thus, according to the court, the standards cannot converge. The court
has also formulated points of view that are helpful in answering the question
when the offsetting party does no longer act in good faith within the meaning
of Section 54 DBA. The points of view formulated by the court contain, in the
bankruptcy trustee's view, points of departure for arguing that the bank was
already lacking good faith quite long before the date of suspension of
payment.
With regard to the legal question based on Section 228 DBA – in short: was
the bank after the date of suspension of payment still allowed to make use of
the power of attorney granted to it by transferring balances between different
Flinter entities – the court ruled that the transferring of amounts between
different Flinter Entities by the bank qualifies as cross settlement (kruislingse
verrekening) and that the bank is entitled to do so (whether or not using the
power of attorney) and because of this the debate between the parties about
Section 228 DBA does not require any further discussion.
With regard to the question whether the bank may set off an incoming
payment if it has been paid into a bank account that is not held by the pledgor
with the pledgee, but with the pledgee's sister company with the pledgee, the
court ruled that the bank – in contrast to the standpoint adopted by the
bankruptcy trustee – is entitled to do so. The court states that ING is entitled
to do so because of the balance pledge that has been established on behalf of
ING on the balance on the account on which payment was made.
The bankruptcy trustee does not agree with many parts of the judgment. For
that reason, a leap-frogging appeal to the Supreme Court will be lodged
against the judgment of the court.
ING Bank heeft principaal cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van de
rechtbank Amsterdam van 14 juli 2021 en de curator incidenteel
cassatieberoep. In de cassatieprocedure zullen partijen op korte termijn de
schriftelijke toelichting indienen.
ING Bank has lodged a principal appeal in cassation against the judgment of
the District Court of Amsterdam of 14 July 2021 and the trustee has lodged an
incidental appeal in cassation. In the cassation proceedings the parties will
submit written explanations in the short term.
23-03-2022
21
De curator en ING Bank hebben gedurende de verslagperiode de schriftelijke
toelichtingen ingediend. De conclusie van de advocaat-generaal wordt op 23
september 2022 verwacht.
The trustee and ING Bank admitted written explanations during the reporting
period. The Attorney General's opinion is expected on September 23, 2022.
23-09-2022
22
De conclusie van de advocaat-generaal is op 10 februari 2023 genomen. Beide
partijen hebben kort op de conclusie van de advocaat-generaal gereageerd.
De Hoge Raad heeft arrest bepaald op 27 september 2023.
The Attorney General's Opinion was delivered on 10 February 2023. Both
parties responded briefly to the Attorney General's Opinion. The Supreme
Court determined judgment on 27 September 2023.
23-03-2023
23
Op 25 augustus 2023 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de procedure
tegen ING (ECLI:NL:HR:2023:1135)
De Hoge Raad heeft het oordeel van de rechtbank over de rechtsvraag of (de
maatstaf van) artikel 42 Fw en 54 Fw convergeren, vernietigd. Anders dan de
rechtbank, oordeelt de Hoge Raad dat het bij de maatstaf van artikel 54 Fw
ook gaat om objectieve wetenschap, net als bij artikel 42 Fw. Echter, de Hoge
Raad heeft zich verder niet uitgelaten over de vraag in hoeverre de maatstaf
van artikel 54 Fw convergeert met de maatstaf van artikel 42 Fw. Voor beide
artikelen geldt derhalve nog altijd een eigen maatstaf. Het oordeel dat het bij
artikel 54 Fw gaat om objectieve wetenschap is voordelig voor de boedel, nu
dit de op de curator rustende bewijslast om het ontbreken van goede trouw bij
ING aan te tonen, verlicht.
Het oordeel van de rechtbank over de rechtsvraag gebaseerd op artikel 228
Fw is door de Hoge Raad in stand gelaten, hoewel de Advocaat-Generaal
hierover anders had geadviseerd. Dit oordeel is ongunstig voor de boedel. Het
betekent de facto dat het debat over dit punt nu afgesloten is en toewijzing
van de vordering van de curator niet meer voor de hand ligt.
Ten slotte heeft de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank over de vraag of
de bank een binnengekomen betaling mag verrekenen indien deze is betaald
op een bankrekening die niet wordt aangehouden door de pandgever bij de
pandhouder, maar bij een zustermaatschappij van de pandgever bij de
pandhouder, vernietigd. Het oordeel van de Hoge Raad is voordelig voor de
boedel, nu de rechtbank het voor de curator negatieve oordeel thans in
beginsel dient te herzien na hervatting van het debat op dit punt. Dit debat zal
zich na verwijzing – op aanwijzing van de Hoge Raad – toespitsen op de vraag
of door het door de pandgever gevestigde pandrecht (mede) tot zekerheid
strekte voor de betaling van de schuld van de zustermaatschappij van de
pandgever op wiens bankrekening is betaald.
De Hoge Raad heeft de procedure terugverwezen naar de rechtbank
Amsterdam. De curator heeft inmiddels contact gelegd met ING om te
overleggen over voortzetting van de procedure.
On August 25, 2023, the Supreme Court delivered its judgment in the
proceedings against ING (ECLI:NL:HR:2023:1135)
The Supreme Court overturned the judgment of the district court on the legal
question whether (the standard of) Section 42 Dutch Bankruptcy Act (“DBA”)
and 54 DBA converge. Unlike the district court, the Supreme Court ruled that
the standard of Section 54 DBA also involves objective knowledge, just as in
the case of Section 42 DBA. However, the Supreme Court did not further
address the question to what extent the standard of Section 54 DBA
23-10-2023
24
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
converges with the standard of Section 42 DBA. Therefore, both articles still
have their own standard. The opinion that Section 54 of the DBA involves
objective knowledge is advantageous to the bankruptcy estate because it
eases the trustee's burden of proving the lack of good faith on the part of ING.
The district court's judgment on the question of law based on Section 228 DBA
was upheld by the Supreme Court, although the Advocate General of the
Supreme Court had advised otherwise. This judgment is unfavorable to the
bankruptcy estate. It means de facto that the debate on this point is now
closed and granting the trustee's claim is no longer likely.
Finally, the Supreme Court overturned the court's ruling on whether the bank
may set off an incoming payment if it was paid into a bank account not held by
the pledgor with the pledgee, but with a sister company of the pledgor with
the pledgee. The judgment of the Supreme Court is advantageous to the
estate, as the court should now in principle review the unfavorable judgment
for the trustee after resuming the debate on this point. This debate will focus
after referral - at the Supreme Court's direction - on the question of whether
the pledge established by the pledgor (also) provided security for the payment
of the debt of the pledgor's sister company to whose bank account payment
was made.
The Supreme Court referred the proceedings back to the Amsterdam District
Court. The trustee has since contacted ING to discuss the continuation of the
proceedings.
Kort voor het uitbrengen van dit verslag heeft de curator een bespreking
gevoerd met ING naar aanleiding van het door de Hoge Raad gewezen
arrest. De curator beraadt zich over het vervolg van de procedure. In een
volgend verslag zal hierop worden teruggekomen.
Shortly before the release of this report, the trustee had a meeting with ING
following the judgement of the Supreme Court. The trustee is considering
how to proceed. This will be returned to in a subsequent report.
23-04-2024
25
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Doorstarten onderneming
7. Rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
8. Crediteuren
5
23-09-2021
20
€ 16.167.399,18
23-09-2021
20
€ 16.150.682,69
Toelichting
Bij de afwikkeling van het faillissement van Flinter Participaties B.V. is EUR
16.716,49 uitgekeerd op de door de ING Bank N.V. ingediende vordering van
EUR 15.157.372,77. De vordering van de ING Bank N.V. bedraagt nu EUR
15.140.656.28.
During the settlement of the bankruptcy of Flinter Participaties B.V. EUR
16,716.49 was paid out on the claim of EUR 15,157,372.77 submitted by ING
Bank N.V. The claim of ING Bank N.V. now amounts to EUR 15,140,656.28.
23-10-2023
24
In de faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar
B.V. en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. heeft de curator de
rechtbank verzocht de faillissementskosten vast te stellen. Nadat dit is
gebeurd, zullen de uitdelingslijsten ter goedkeuring aan de rechter-
commissaris worden voorgelegd. Na goedkeuring worden de uitdelingslijsten
ter griffie gedeponeerd. De crediteuren in de desbetreffende faillissementen
worden hierover geïnformeerd.
In the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.
and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V., the trustee has
requested the court to determine the bankruptcy costs. After this has been
done, the distribution lists will be submitted to the bankruptcy judge for
approval. After approval, the distribution lists will be filed at the court registry.
The creditors in the relevant bankruptcies will be informed accordingly.
23-09-2022
22
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
Gedurende de verslagperiode heeft de curator een vaststellingsovereenkomst
met de Belastingdienst gesloten, waarbij de termijn voor teruggave van
omzetbelasting is verlengd.
During the reporting period, the trustee entered into a settlement agreement
with the tax authorities, extending the deadline for tax refunds.
23-09-2022
22
De faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.
en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. zijn geëindigd door het
verbindend worden van de slotuitdelingslijst. De crediteuren van de
desbetreffende entititeiten zijn hierover geïnformeerd.
The bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V.
and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca B.V. have ended with the
final distribution list becoming binding. The creditors of the relevant entities
have been informed accordingly.
23-03-2023
23
9. Procedures
10. Overig
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
De procedure tegen ING Bank met betrekking tot de rechtsvragen die
aan de Rechtbank Amsterdam waren voorgelegd (zie onder 5.3)
De afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V., Flinter
Rebecca B.V., CRD Rebecca B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter
Real Estate B.V., en C.V. SVO Flinter Rebecca.
In the coming reporting period the activities of the trustee will mainly regard:
The proceedings against ING Bank, regarding the legal matters
mentioned under 5.3
The winding up of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinter
Rebecca B.V., CRD Rebecca B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter
Real Estate B.V., en C.V. SVO Flinter Rebecca.
23-09-2021
20
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de
rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3)
de afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V.,
Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter Real Estate B.V. en C.V.
Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca. In de faillissementen van
Flinter Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V. en C.V.
Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca zijn verificatievergaderingen
bepaald tegen 10 mei 2022. De crediteuren zijn of worden nader
geïnformeerd omtrent de afwikkeling van genoemde faillissementen.
In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:
The Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the
legal issues submitted to the court (see under 5.3)
The termination of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V.,
Flinterland B.V., Flintermar B.V., Flinter Real Estate B.V. and C.V.
Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca. In the bankruptcies of Flinter
Participaties B.V., Flinterland B.V., Flintermar B.V. and C.V.
Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca, creditors' meetings have been
scheduled by 10 May 2022. The creditors have been or will be informed
about the termination of said bankruptcies.
23-03-2022
21
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de
rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3)
de afwikkeling van de faillissementen van Flinter Participaties B.V.,
Flinterland B.V., Flintermar B.V., en C.V. Scheepvaartonderneming Flinter
Rebecca. De crediteuren worden nader geïnformeerd omtrent de
afwikkeling van genoemde faillissementen.
In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:
the Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the
legal issues submitted to the court (see under 5.3)
the termination of the bankruptcies of Flinter Participaties B.V., Flinterland
B.V., Flintermar B.V., and C.V. Scheepvaartonderneming Flinter Rebecca.
The creditors will be informed about the termination of said bankruptcies.
23-09-2022
22
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
de cassatieprocedure tegen ING Bank met betrekking tot de
rechtsvragen die aan de rechter waren voorgelegd (zie onder 5.3).
In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:
the Supreme Court appealproceedings against ING Bank in respect of the
legal issues submitted to the court (see under 5.3).
23-03-2023
23
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
de voortzetting van de procedure tegen ING Bank.
In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:
23-10-2023
24
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
the continuation of the proceedings against ING Bank.
De werkzaamheden van de curator in de komende verslagperiode zullen
voornamelijk betrekking hebben op:
de voortzetting van de procedure tegen ING Bank.
In the coming reporting period, the trustee’s activities will mainly relate to:
the continuation of the proceedings against ING Bank.
23-04-2024
25
23-10-2024 23-04-2024
25
In de onder 5.3 bedoelde procedure heeft de Hoge Raad arrest bepaald op 27
september 2023. Omdat de curator de komende periode geen ontwikkelingen
verwacht, heeft hij de rechter-commissaris gevraagd de verslagperiode te
verlengen tot 23 oktober 2023.
In the proceedings referred to under 5.3, the Supreme Court determined
judgment on September 27, 2023. Since the trustee does not expect any
developments in the coming period, he has asked the bankruptcy judge to
extend the reporting period until October 23, 2023.
23-03-2023
23
Bijlagen